Gedichten

door Dick van Hoeve (1950)
Dick van Hoeve is een zestiger en is sinds de zestiger jaren dichtend. Publiceerde in de begin zeventiger jaren in enkele bladen. Daarna vanaf het begin (1984) betrokken bij de Dichterskring Alkmaar.
Poëzie is het expressiemiddel dat hem het beste ligt.
 
 

ALEPPO AAN ZEE

Ze vroegen om een vuurtje  
om de vrede te richten

twee Syrische AZC jongens
in de winderige namiddag   
van een verlaten badplaats

Ik kon ze
als verstokte niet roker
helpen door
een kuchende Duitser
naar een aansteker
in zijn jaszak te laten zoeken

een krans van rook
verhulde het herdenkingsbeeld
voor de drie dood
aangespoelde vliegers
van een Britse bommenwerper
vijf en zeventig jaar terug

zo kon
met nieuw geleerde woorden
de beschietingen
van de recente geschiedenis
beginnen

de ogen
                           losgeslagen van hun verbrande schepen
verzonken in hun blik

bleven uitkijken
op het nog aanwezig verleden
in de verwaaiende woorden

de mortiergaten in de flat
gapend van ontbeerde slaap

het puinzand in hun straten
die  in de met kinderlijken
gevulde granaatkraters woei    

nu kan er weer
van het stuivende leven
een huis gemaakt worden
als een kasteel

vormen de golven
geen barricaden meer

de IS woestijn
met een zee aan mijnen
verandert
in een veld van  verordeningen

als dichter dicht je
met gedachten
de dag

dat helden een fantasie zijn
voor sterfelijke gelovigen
in alle paradijselijke staten
van het numaals

welk bloed doet mij
deze oorlog begrijpen

SCHAAFKLEUR

het wordt avond

een schrijver schreef
over het rozerood
als brug
naar de schemering

een dichter dacht
is roodroze iets anders
in de spiegeling van
het boezemwater

is het belangrijk

roodroze of rozerood

met zicht
op vervallend wit

voor een vleermuis
als vlakgum

in een verder
stil je de nacht

onder het flonkeren
van sterlicht
als de lucht
zijn kou spreidt

je met adem schrijft