Gedichten

Nog een selectie uit de gedichten die werden ingezonden voor de Meander Dichtersprijs 2017.

Pieter Olde Rikkert (1993)

Langzaam worden we volwassen

Vandaag heb ik mijn vacht verloren,
lijkt de wereld gekrompen en leef ik
in een te kleine kamer die niet mijn lichaam is.

Hier draagt niemand een naam,
wonen stemmen in muren.

Onder me een psychologe die tegen haar cliënten zegt
dat ze hun herinneringen in plastic afhaalbakjes moeten bewaren.
Boven me een obese wetenschapper
die roept dat het paradijs een woord voor blinden is,
en er telkens om moet huilen.
Naast me een homo die fluistert dat we
’s nachts allemaal licht geven.

Soms zeggen ze alle drie
dat het een kwestie van tijd is.
Dan lig ik in bed, als een foetus,
wacht tot ik weer geboren word en iemand viert dat ik er ben.

Met dit gedicht haalde Pieter de derde plaats in de vierde voorronde.

Taco van Peijpe (1946)

ARTIS NATURA MAGISTRA

Je voelde je meteen een vreemd persoon
verdwaald in deze tuin, het hek stond open,
roekeloos de oertijd ingelopen
ontmoette je de stenen autochtoon.

Vergeefs probeer je hem nog te negeren.
Hij zegt: ’Dag heer’ op mannelijke toon
en kijkt je aan met onverholen hoon.
Had je ook maar niet moeten studeren.

Achter de flamingo’s klinkt geroep
van kinderstemmen. Zie je daar een rij
rondom de ijskraam bij de vijver staan.

Draai je om en voeg je bij de groep.
Deze kunst hoeft niet geleerd, ook jij
bent morgen voor het eerst naar school gegaan.

Katrien Dessers (1967)

Ruige rijp

In de badjas aan de muurhaak zit een moeder.
Ze vergeet hoeveel gram ze bruto weegt en perst
zich in het kaalgeplukte zomerkleed.

Aan haar loefzijde vries ik vast,
klop als een dwaas op een Lego-raam
zonder hendel, zonder glas.

Achter de hond loopt een vader aan de leiband.
Hij trekt weg gewit door mist,
hangt met een ijskristallen draad

aan haar gescheurde naad, de lijzijde
in zijn jas gedraaid. Niemand weet dat ik vandaag
met doodgevroren poppen praat.