Recensie van In de kring van menselijke warmte. Hommage aan Rogi Wieg (1962 - 2015) - Peter de Rijk (samenstelling)

Dag ogen, dag haar, dag hand om mee te schrijven

Peter de Rijk (samenstelling)
In de kring van menselijke warmte. Hommage aan Rogi Wieg (1962 - 2015)
Uitgever: In de Knipscheer
2017
ISBN 9789062659524
€ 16,50
154 blz.

Er zijn kunstenaars die meer betekenen voor hun vakbroeders dan voor het grote publiek. Zo’n dichter was Rogi Wieg. Geen verkoopcijfers als bij Vasalis of Vroman, wel een grote groep bewonderaars onder dichters. Een dichters dichter is Wieg, die, nomen est omen, soms het begin vormde voor het dichterschap van anderen.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de lang aangekondigde dood van Rogi Wieg menig vers teweeg heeft gebracht. Die gedichten zijn verzameld door Wiegs uitgeverij In de Knipscheer en gebundeld in de bloemlezing In de kring van menselijke warmte. Hommage aan Rogi Wieg (1962 – 2015). Op de 154 bladzijden staan 107 gedichten van 100 dichters, gesorteerd op de alfabetische volgorde van hun voornaam. En zo staan Maarten van den Elzen, Maarten Embrechts en Maarten Inghels gebroederlijk naast elkaar. De titel dankt de bundel aan het opgenomen gedicht van F. Starik waarin de uitvaartleider na het zakken van de kist het gezelschap aanmoedigt om dicht bij elkaar te gaan staan, ‘in de kring van menselijke warmte’. Een anekdote rond de ‘eenzame uitvaart’ van een man zonder familie of vrienden waar Rogi aanwezig was als ‘dichter van dienst’. De ‘ik’ heeft uitvaartleider en dichter beiden liefgehad. ‘En ze zijn allebei dood.’

Elk van de in de hommage opgenomen dichters heeft een eigen beeld op Rogi Wieg, op zijn leven, op zijn dood of op zijn werk. En het mag allemaal naast elkaar staan. Menno Wigman doet in het gedicht ‘Pijn’ een poging om ons als buitenstaanders duidelijk te maken welke heftige pijnen Rogi moet hebben gevoeld: ‘Half vijf. Hoe moet ik slapen op een mes? / Half vijf. Hoe kom ik uit dit lichaam weg?’ Daartegenover schrijft Walter Palm in het gedicht ‘Voor wie suïcide overweegt’ dat wie overweegt om te stoppen met het leven moet bedenken dat ‘ook jij weer kunt opbloeien / als deze tegenwind draait en je zeilen bollen’.

Ook van Joost Zwagerman is een gedicht opgenomen. Dat is er een uit de periode dat hij met zijn Godgedichten bezig was want Zwagermans gedicht gaat in op de relatie tussen God en ‘de nog-niet-dode’ dichter Rogi Wieg: ‘Worstelende intimi, die twee.’ Joost Zwagerman heeft zich sterk verzet tegen de doodswens van Rogi, maar heeft later zijn eigen geheime gevecht opgegeven. Die worsteling met God gaat achteraf misschien meer over Joost Zwagerman zelf dan over Rogi. ‘Vloek je de dood / dan zoek je de dood’ schrijft Hans van Pinxteren in zijn eerbetoon:

Bestaan blijft niets van je dan je gedachten

Ik heb je niet gekend, Rogi, en zelfs als vriend had ik niet 
gepoogd je van je zelfdood te weerhouden, want ik weet: 
de dood, daar is geen houden aan. Vloek je de dood 
dan zoek je de dood, en ieder gaat daarin zijn eigen weg.

Ik zie hoe deze dood zich uitwist, niet bestaat, hoe niets 
van je bestaan blijft dan je gedichten, deze poëzie. 
Omdat je dichtend je een plaats schiep waar te leven 
blijf je bestaan, Rogi, in dit dichten dat zo aangrijpend is.

Een heuse hommage, een eerbetoon aan een overleden dichter in de vorm van een bloemlezing, wie kan daar een kritische noot over kraken? Er is het respect voor de dichter, diens lijdensweg, diens sterke en breekbare oeuvre. Er is de goede intentie van iedere opgenomen dichter, elk met een eigen verhaal, een eigen beleving van Rogi of Rogi’s gedichten. In de ‘kring van menselijke warmte’ bij de teraardebestelling of crematie klaagt geen mens over de kwaliteit van de koffie of de geserveerde cake. En toch…

Ik had het ook sterk gevonden als er iets minder gedichten waren opgenomen en er daardoor wat meer ruimte was voor het duidelijk maken aan de niet-dichters, aan het grote lezerspubliek, waarom iedereen het werk van Rogi Wieg een kans moet geven. De inleiding van Franc Knipscheer, mede-oprichter van de uitgeverij, doet een poging maar het blijft erg ons-kent-ons. De bloemlezing geeft geen informatie over de relatie tussen de gebloemleesde dichters met Rogi waardoor goede vrienden, geliefden zelfs, naast vage kennissen of verre bewonderaars staan. Mooie gelijkheid, maar ook een gemiste kans. Een bescheiden biografie, een bescheiden opsomming van zijn werk, er is geen ruimte voor ingeruimd.

Wel eindigt de bundel met reclame voor een uitgave van Rogi’s werk bij dezelfde uitgever. Samensteller van deze bundel Peter de Rijk stelde in 2015 de bloemlezing samen, getiteld Even zuiver als de ongeschreven brief, met een selectie uit het gepubliceerde werk van Rogi Wieg. Reclame met citaten over de bloemlezing in de media. Hé daar tref ik mijn eigen naam aan, een citaat uit mijn Rijmrijkblog waar ik de lezers overtuig om Rogi Wieg te lezen. Dat werk verdient het namelijk. Hoe goed bedoeld ook de leer-mij-Rogi-de-mens-kennen-gedichten, de basis is de poëzie. Volgens Judith Flier, een ex-geliefde die ook al eens een bloemlezing heeft samengesteld, was het ene uur dat Rogi aan het dichten was, ook het ene uur op een dag dat hij leefde, bijna pijnloos, even los uit dat lastige, ondraaglijke, leven. De sleutel van de dichter die zichzelf beschrijft als ogen, haar en een hand om mee te schrijven is diens dichtwerk, dat mooi ongrijpbare dichtwerk. Dichter en dichtinstructeur Yke Schotanus verwoordt zijn relatie met Wiegs werk in ‘Wolk’, het laatste gedicht van de bundel.

Wolk

Ik wist niet waar ik was 
in die vage gedichten van je 
die vage droomwerelden waar 
mannen, meisjes en moeders zonder contour 
verschenen en vooral verdwenen

Ik hoorde het ritme niet van je stem 
ik wist toen nog niet dat ik verkeerd las 
dat ik in mijn hoofd een dichterlijk, dromerig, timbre op- 
zette 
traag ook, terwijl jouw taal kaal moet, de klank kort 
omdat je geen droomwerelden schept 
maar mededelingen doet 
over een werkelijkheid

Ik wist ook niet waar jij was 
in die pagepose, dat zwelgen in zwart 
jij voelde de aarde trekken 
ik wou los van de zwaartekracht 
het maakte je hermetischer 
voor mij dan de poëzie 
waar ook ik mij van wilde bevrijden

Jaloers dat het jou lukte 
zag ik niet dat je ook schreef 
over de schoonheid 
van wiskundige vergelijkingen 
in een denkbeeldig veelvlak 
of dat je jezelf als een wolk 
onder een brug door zag drijven

Pas nu jij weg bent, jouw hermetische duister 
is ondergegaan als een zwarte zon 
zwagermanlicht

Hoor ik het ritme in je woordflarden 
doemen er beelden uit op 
hoor ik Coltranes jam met medische instrumenten 
huiver ik van de Yellow River man

En weet ik dat ik rivieren passerend 
voortaan even naar beneden zal kijken 
wolken zoekend, drijvend 
stroomopwaarts onder de bruggen door. 

***
Rogi Wieg werd geboren in 1962 als zoon van Hongaarse vluchtelingen. Hij was actief in de populaire muziek en begon in de jaren tachtig met het publiceren van gedichten. Wieg werkte als redacteur voor Tirade en Maatstaf en was tussen 1986 en 1999 poëziecriticus bij Het Parool. In 1999 begon Wieg met schilderen en tekenen. Rogi’s leven werd getekend door ernstige depressies. Hij werd regelmatig opgenomen in psychiatrische ziekenhuizen, onderging  elektroshocktherapie  en deed meerdere pogingen tot  zelfmoord . Hij overleed in juli 2015 op 52-jarige leeftijd nadat hij toestemming had gekregen voor euthanasie  wegens ondraaglijk psychisch en lichamelijk lijden.