Recensie van Moordballaden. Een bloemlezing van op ware moorden gebaseerde gedichten. Deel 1 - Bart FM Droog (samenstelling)

‘Nog horen we je stem, nog zien we je blik’

Bart FM Droog (samenstelling)
Moordballaden. Een bloemlezing van op ware moorden gebaseerde gedichten. Deel 1
Uitgever: Stichting Nederlandse Poëzie Encyclopedie
2017
ISBN 9789462430099
€ 0,00
129 blz.

Een paar maanden geleden startte FM Droog, dichter en samensteller van de Nederlandse Poëzie Encyclopedie een experiment. De reden: ‘Bij het bekende Eenzame uitvaart-project zien dichters zich voor de taak gesteld binnen zeer korte tijd een gedicht te schrijven bij een sterfgeval. De confrontatie met de dood doet iets met dichters. Op een niet te benoemen wijze ontstaan daarbij vaak heel bijzondere en aangrijpende gedichten. [ … ]. Ik vroeg me derhalve af hoe poëten op gewelddadige sterfgevallen zouden reageren.’
Op Facebook liet hij weten dat dichters die een moordgedicht wilden schrijven zich bij hem konden melden. Een flink aantal bekende en onbekende dichters deed dat, maar niet iedereen haalde de deadline en daarom ligt er een nog tweede bundel in het verschiet. Drie dichters leverden kant en klare gedichten aan, de anderen kregen een opdracht. Het resultaat is heel aantrekkelijk, niet in het minst omdat de gedichten onderling sterk verschillen in vorm en toon. De bundel Moordballaden is gratis te downloaden op de NPE; in september verschijnt een papieren uitgave bij uitgeverij Vliedorp.

Droog werkt grondig en zo snel dat hij je iedere keer weer verbaast. Hij geeft een kort historisch overzicht, vermeldt de standaardwerken hij heeft gebruikt en onder ieder gedicht staat een beschrijving van de moord, zo mogelijk met links voor lezers die zich verder willen verdiepen in de zaak. Aan het eind van de uitgave staat voor liefhebbers een vijftal werken met moordliederen en hij heeft er zelfs aan gedacht een telefoonnummer en mailadres van de politie te vermelden voor het geval er zich onder de lezers tipgevers bevinden die het onderzoek naar onopgeloste moordzaken weer op gang kunnen brengen.
Het historisch overzicht bevatte voor mij een eye-opener: Droog schrijft onder andere over het 19e-eeuwse lied ‘De moord van Raamsdonk’ en pas nu, na tientallen jaren, snap ik waarom Du Perron zijn moordgedicht uit de bundel Parlando (1930) ‘De nieuwe moord van Raamsdonk’ noemde. Het had in deze bundel niet misstaan.

De gedichten bestrijken de periode van 754 tot 2011. Het eerste gedicht, ‘Win Frisa swerda spreka’, gaat over de moord op Bonifatius in Dokkum. Het is Droog toegezonden door ‘een telg uit een Friese adellijke familie. De tekst zou van generatie op generatie mondeling zijn overgeleverd en verschijnt hier voor het eerst in druk.’ Het zou stammen uit de achtste eeuw, ik ben volkomen van slag door deze grandioze ontdekking! Hierbij valt de inmiddels 85 jaar oude vondst in de Bodleian library van de eerstbekende Oudnederlandse regel volkomen in het niet: ‘Hebban olla vogala …’, het pennenprobeerseltje van een anonieme, naar liefde smachtende monnik uit de 11e eeuw. Ook de dichter van ‘Win Frisa …’ is bekend: Saxnot fen Aestergo. Ongelooflijk, dat forflökta Friese geslacht heeft eeuwenlang op een schat gerust.
Aestergo  is de oud-Friese naam voor Oostergo, de streek waarvan Dokkum in vroeger tijden de hoofdplaats was. Het achtervoegsel ‘go’ verwijst naar ‘gouw’, een geografische bestuurseenheid die werd ingesteld door Karel de Grote. Dit gebeurde in zijn Keizerstijd, in het begin van de negende eeuw. Dat Saxnot volgens de overlevering in de achtste eeuw leefde en de toevoeging ‘fen Aestergo’ daarmee niet is te rijmen, blijft vooralsnog een mysterie waarop komende generaties mediaevisten zich de tanden stuk zullen bijten. Maar niet alleen zijn naam van herkomst, ook zijn voornaam is raadselachtig: hij verwijst naar een Saksische god. Friezen en Saksen lagen elkaar niet zo en dat is nooit veranderd. Heeft u ooit een Fries gesproken die dol is op Groningers?
Verbazingwekkend is ook dat veel Friese poëzie al die veertien eeuwen hetzelfde is gebleven: je vindt de vorm die Saxnot gebruikte zelfs bij een dichter als Tsjêbbe Hettinga terug.
De woede van Saxnot brengt hem heel dicht bij ons: op Facebook zou hij zich volkomen thuis hebben gevoeld. Bonifatius, die ‘forflökta falska flumia’, die ‘snotta-Angel’ heeft in Dokkum niets te zoeken en moet uit de weg worden geruimd.

De eerste vijf regels geven een goede indruk van het gedicht. Ik geef zowel de overgeleverde oud-Friese tekst als de invoelende vertaling van Cornelis van der Wal:

Wat mina alsa pricka, alsa papus jella
to horsa mitta boeck en bila
doarpa uses kringa yn
enda ferrinneware alle hilich onsa

de angost!

Dat dan zo’n lul, zo’n brulpaap
te paard met boek en bijl
onze dorpen binnendringt
en al wat heilig is vernielen wil

de ontzetting!

Of moordgedichten gemiddeld net zo indringend zijn als het gemiddelde uitvaartgedicht, betwijfel ik. De dichters die aan Eenzame uitvaart meedoen, worden direct betrokken bij een afscheid, ze verzorgen daar het belangrijkste onderdeel van. Dat is iets heel anders dan zich verdiepen in een meestal niet meer recente moordzaak. Ik ben benieuwd of Bart Droog dezelfde conclusie heeft getrokken.
Interessanter dan de gemiddelden zijn de uitschieters. Elly de Waard schreef een huiveringwekkende ballade over de moord op Pim Fortuyn. Hoe je ook over zijn ideeën denkt, de laatste regels zouden op een monument niet misstaan. Het is lyrisch ik is verbijsterd, zit, staat dan weer voor het raam en ziet het steeds donkerder worden,

Maar, op de doodse parkeerplaats
van het nieuwscentrum onder de maan
heeft het bloed, dat zich niet weg liet vegen
zijn bericht in beton neergeschreven:

Ik zal kruipen, waar ik niet kon gaan

In Moordballaden blijf je bladeren. Laura Demelza Bosma schreef een gedicht over een verslaafde Vlaamse non, die in 1977 drie bejaarden vermoordde in het ziekenhuis van Wettere. De titel is een vraag: ‘Zuster, wat is heilig in uw leven’. In het laatste distichon geeft de non zelf het antwoord: ‘Heilig is dat het om het even is / in gedruis of verstilling te stinken.’ (Ik stel het gedicht hier wat simpeler voor dan het is). Menno van der Beek beschrijft in een fascinerende reeks van vier gedichten het noodlot van vader en zoon Nijboer. Nijboer senior sterft in 1944, junior in 2004. Beiden hebben hun lot mogelijk een handje geholpen – meer kan ik hier niet over zeggen, behalve dat de reeks een verrassende wending krijgt. Droog zelf schreef ‘Zoveel meer’, over de nooit opgeloste moord op de 22-jarige Marco, die in 1990 levenloos naast een gekraakt gebouwencomplex in de Groninger binnenstad werd gevonden. Een moord blijft actueel, ook voor de komende generaties. De eerste strofe:

Nog horen we je stem, nog zien we je blik
opgeslagen in geheugens en archieven
die nog lang nadat ook wij verdwenen zijn
je naam en je sterven steeds doen herleven

Droog heeft gelijk: De Moordballaden vormen het bewijs.