Gedichten

door Hermen Hoek (1989), Mark de Kok (1956), Saskia Wolda (1967)
Uit de gedichten die werden ingezonden voor de Meander Dichtersprijs 2017.

Hermen Hoek (1989)

of ik denk aan mijn vader, zundappend
door de polder. Haastig en harig nog
laag boven het stuur. Hij rijdt als een malle
hij rijdt naar mijn moeder. Modderspattend
handenvattend, koude handen vol met haar.
Hij is niet mijn vader en zij niet mijn moeder,
dat zullen ze wel en wie dat weet ben ik.
Wat rijdt hij hard wat rijdt mijn vader hard
door de polder – het glimmende wegdek
is nat van de regen en glad van de kou.

Als hij maar voorzichtig doet je moet nog
zoveel tijd papa en je moet nog zoveel mij.

Steeds wijdere lussen liegen dat brommer
motor wordt en ergens daartussen hangt
mijn vader, snijdt zijn bochten als Van Gogh
het vlees op zondag, toen hij verliefd was,
verbeeldde dat hij vader werd. Nu niet aan
schilders denken papa denk aan mij! Dat
hij rechter zitten gaat, dat de jongen zich
vermant. Dat ook het meisje zich bespied
waant als ik aan haar fluister dat ze niet
ongerustig hoeft. Dat hij er bijna wel zal zijn.

Mark de Kok (1956)

Broeikaseffect

De smook in de ketels sist vooral
in de overloop van de uitlaat.

De uitgeholde alp biedt veel bergruimte
voor een langdurig ongestoord verblijf.

Hellingen bezaaid met zonnepanelen
loodsen het licht zo naar binnen,

dat bomen en planten het hele jaar bloeien,
de wijndruiven zijn van topkwaliteit.

De temperatuur wordt op 20 graden gehouden,
maar met kerstmis is het koeler.

In de hal klinken dan vaak ‘Last Christmas’,
‘Feliz Navidad’ en ‘Let it snow, let it snow, let it snow’.

Zodra de zuurstofbehoefte te groot wordt,
dienen activiteiten beperkt te worden.

Bij de uitgang wordt gewaarschuwd
voor de correcte dracht van een ruimtepak.

Saskia Wolda (1967)

Wat een reis is het om onderweg te zijn naar zachtheid
tegen natuurlijkerwijs je bagage af te leggen
- rollen, maskers, verf en schilden -

niet stiekem toch nog ergens wat bewaren
in stijve spieren, tussen botjes, onderhuids

niet slap als knieënweek onderuitgezakt
maar kalm en loom pulserend als
kwallen in de zee

Om de vette verf te zijn, niet de smerende vingers
het smeuïge deeg, niet de knedende handen
de vallende plooien, de soepele twijgen, het golvende water
om als sneeuw in mijn lauwe handen te zijn

ik gaf mijzelf vandaag verlof om zacht te zijn
en mijn schouders knakten namen
gekleurde tranen mee

zonder bagage voelt een reis onvoorbereid.