Jaren na de nominatie (1)

De laatste voorronde van de Meander Dichtersprijs 2017 is bijna afgelopen. Al eerder, in de jaren 2008 t/m 2010, was er een Meander Dichtersprijs. In die jaren werden uit een jaargang Meander door een jury de zes beste dichters geselecteerd. In totaal waren er in die drie jaar dus achttien genomineerden, waarvan er drie winnaar werden. Hoe verging het de genomineerden? Zijn zij nog met poëzie bezig? En op welke manier dan? Alja Spaan vroeg het hen.
De reactie van sommigen, zoals Jurre van den Berg, die in 2010 was genomineerd, was kort: “Ik schrijf geen gedichten meer.” Bij anderen, zoals bij Ingeborg Klarenberg en An Vandesompele, is er niet altijd tijd meer voor poëzie. Carl de Strycker besteedt er juist wel veel tijd aan, maar dan niet om gedichten te schrijven. Gert de Jager is nog actief als dichter en Hedwig Selles is naast gedichten andere dingen gaan schrijven.

Gert de Jager
wedstrijd 2008

“Mijn recente activiteiten op poëziegebied? Na de bundel ‘Sterk zeil’, die in 2010 werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs, schreef ik stug door en dat leidde in 2015 tot de bundel ‘Een ernstig gezicht’. En nog steeds schrijf ik stug door: een gemiddelde van rond de tien gedichten per jaar zou rond 2020 zomaar eens tot tot een derde bundel kunnen leiden.”

 

Voorbestemd

Neem ouders: elke dag verbergen ze hun kind,
stoppen het in ruimtes waar ze het alleen laten
om hun eigen, ouderlijke weg
te gaan. Elke dag tot het terugkomt in een ruimte
die leeg was
en voorbestemd.
Daar is het: elk moment opnieuw.

Nee,
dan de kinderen.
Wat ze zeggen en denken als ze de stille lanen
op- en afgaan:
dit is een lege laan.
Dit is de orde der dingen.

Uit: Gert de Jager, Een ernstig gezicht, Stanza 2015.

Ingeborg Klarenberg
wedstrijd 2009

“Ik denk dat de nominatie zeker bijgedragen heeft aan publiciteit en naamsbekendheid. Een tijd lang werd ik af en toe gevraagd om voor te komen dragen. Maar het is moeilijk te zeggen of dat direct het gevolg is geweest van de nominatie voor de Dichtersprijs. Alles bij elkaar motiveerde mij om door te gaan met schrijven. Toch is mijn schrijven verwaterd de afgelopen jaren. Misschien omdat ik me meer op fotografie richtte. 
Sinds kort woon en werk ik op IJsland. Ik doe een promotieonderzoek naar het effect van klimaatverandering op bacteriën in het Arctische gebied. Het onderzoek zelf is weinig poëtisch, maar ik hoop dat IJsland, andere koude plekken die ik voor mijn onderzoek mag bezoeken en de mensen die ik ontmoet uiteindelijk een inspiratiebron zijn voor nieuwe poëzie (of proza wellicht).
Meander ontvang ik nog altijd en ik lees het soms, als er in mijn hoofd ruimte is voor poëzie.

Een heel kort gedichtje van ongeveer een jaar oud en ongepubliceerd:”

Precies tussen mijn gespreide vingers prikken
op de zere plek
een mug doodslaan
 
ik wil een eindeloze slaap
een vlakke zee

Hedwig Selles
wedstrijd 2008

“Meander heeft veel voor me betekend, de herkenning van talent en het rondzenden van prachtige poëzie! Zelf ben ik nu steeds meer een schrijver aan het worden doordat ik mijn speelveld verbreed heb en nu werk aan een roman, en ook columns schrijf en essays en bezig ben met de ontwikkeling van een literaire game.
Ik ben altijd ontroerd hoe de mensen van Meander (bijv. Rob de Vos) als pionier begonnen zijn zoveel jaar terug, toen internet ook nog beetje in kinderschoenen stond, en nog altijd zo vol motivatie en trouw aan Meander zijn.”

Wissewasjes
 
Alles is meteen zoveel
als je betrouwbaar wilt zijn en
voorspelbaar voor je kinderen
 
alles is meteen zoveel
als je fles bent naast de glasbak in
die lusteloze meervoudigheid
 
alles is meteen zoveel,
als je naakt geboren iemand
in het leven worden moet
 
als daad van onverzettelijkheid
hetzelfde twee keer lezen
hetzelfde twee keer lezen.

eerder gepubliceerd in Hollands Maandblad

Carl de Strycker
wedstrijd 2010

“Ik heb sindsdien geen poëzie meer gepubliceerd of geschreven. We heb ik een proefschrift op het gebied van de Nederlandse poëzie verdedigd in 2011:  Celan auseinandergeschrieben. Paul Celan en de Nederlandse literatuur (handelseditie 2012 bij Garant).
Ik ben sinds augustus 2012 directeur van Poëziecentrum in Gent en was gastdocent voor poëzievakken aan de KU Leuven en de Vrije Universiteit Brussel. Sinds 1 oktober 2016  ben ik tevens praktijkassistent moderne Nederlandse letterkunde aan de UGent.”

An Vandesompele
wedstrijd 2010

“Die Meander Dichtersprijs, ja, daar heb ik erg fijne herinneringen aan. Het was een eer om tweede te worden. En ja hoor, Meander lees ik nog geregeld met plezier.
2010 ligt al een tijd achter ons, maar erg veel heb ik niet gedaan met poëzie in de voorbije jaren. Af en toe heb ik nog wat gedichten op mijn blog Issues&tissues gepubliceerd, maar het zijn helaas geen bijzonder productieve jaren geweest op dat vlak… Ik heb vooralsnog ook geen bundel uit. 
Ik ben in de afgelopen jaren meermaals geëmigreerd (Italië – Spanje – en dan terug naar België) en heb een erg woelig en hectisch werkleven gehad, dat zit er ook wel voor iets tussen. 
Het laatste poëzie-evenement waar ik aan deelgenomen heb was Dichters in de Prinsentuin, ook in 2010. Via dat festival was ik ook geselecteerd om deel te nemen aan het talentenprogramma ‘Parels kweken’, waar ik toen uitstekende feedback gekregen heb. 
Issues&tissues blijft sowieso mijn hoofdkanaal voor mijn nieuwste werk. ‘Maankater’ is een gedicht van afgelopen september.”

Maankater

Deze dag die kermt en sleept en zich niet
laat temmen, ik wil ‘m vangen tussen
m’n vingertoppen, zacht masseren tot
kauwgombal nog warm van speeksel,
zorgvuldig in positie brengen en met
een elegante vingerknip feilloos
door een kier van het raam knikkeren.

Geeft niet als hij er triest in de regen
blijft liggen, overreden wordt door
fietsers of vergulzigd door honden.

Het is altijd wat, je zucht te luid of
knikt te traag, er is iets in je blik
dat hen niet ontgaat en hoe hard je ook
je best doet om niet te stamelen, om je
glimlach licht te geven, het lukt nooit
goed genoeg om de leegte in je buikholte
te vullen met maanlicht en warme grond.

Hoe maak je plaats om te passen in wat
niet voor jou is? Hoe adem je in en uit
die lucht die toch nooit de jouwe zal zijn?

Gedichten

door Ingeborg Klarenberg (1989), (2000)
Een vrouw strijkt vouwen uit kussenslopen,
een kind speelt een spel met negen levens.
Tegen een hek staat een oude fiets, een man
plast in een heg. De fiets wordt door een voorbijganger

gered van verdrinken in een gracht. Een bijna vader
bladert in het telefoonboek op zoek naar namen.

Er staan auto’s verkeerd geparkeerd
en er zijn agenten in burger, maar feitelijk
doet niemand iets fout.

In een open raam dat niet open mocht
zit een meisje in een zijden jurk.
Onder haar bungelende voeten
zwijgt de straat als een graf.




Met alle ogen die ik heb, probeer ik te meten
hoeveel meter tafelkleed zich bevindt
tussen onze handen die doen alsof

de tafel een piano is. In de pannen staren we
alsof de boosdoener daar huist. Ik vraag me af
hoeveel vragen er passen in een hoofd, maar

meer nog hoeveel er past onder de stoel
waarop ik zit. We zitten op zelfverzonnen blaren.

Laat de koekoek roepen hoe we er nu bij staan:
met lege handen.




Jongensdroom


De muren beplak je niet met behang, maar met krant
waarop geschreven mag hoe de regen valt en hoe bang
je bent voor het donker onder je kussen. Met een kaartje

en de tijd loop je te verdwalen in een nacht. Op bed
ligt in dons de weg beschreven naar een lichaam. Je kijkt
hoe het niet ligt te ademen. Dit wordt geen dag

om over naar huis te schrijven. Je handen raak je
kwijt in de holte van haar rug. Je wil een woord
tussen haar lippen leggen, snaren over een klankkast

spannen. Met watervaste inkt schrijf je op de muren
dat iemand die je mist misschien wel terugkomt.