Recensie van Toen het moest - Micha Hamel

Kansloos tegen het absurdisme

Micha Hamel
Toen het moest
Uitgever: Uitgeverij Augustus - Atlas Contact
2017
ISBN 9789025451073
€ 21,99
94 blz.

Wat is dat toch voor een gekke trend, geachte mijnheer Hamel, dat veelbelovende dichters die steeds meer die belofte waarmaken al na vier bundels aankondigen dat het is afgelopen met het dichten? Ik lees dat voornemen achterop uw bundel Toen het moest. Een titel die suggereert dat u onder druk bent gezet. U wilde niet, u had de plicht, er is hier sprake van een ‘motje’. Waarom? Misschien vanwege de genoemde beurs van het Nederlandse Letterenfonds, misschien vanwege contractuele verplichtingen met uw uitgever? Een uitgever die ook nog eens pesterig ‘poëzie’ heeft gezet op de voorkant. Pal onder de titel, terwijl de tekst op de achterzijde nog wat twijfel wil zaaien of hier wel sprake is van een dichtbundel. Muzikanten als Prince en George Michael gingen jarenlang gebukt onder de macht die hun platenmaatschappijen uitoefenden. U bent meer van de niet-zo populaire muziek maar u weet vast hoe het met die heren is afgelopen vrij onlangs. Ik maak mij zorgen om u, mijnheer Hamel.

Toen het moest is ook een beetje een titel waarin u zegt: vooruit dan maar, kijken wat er nog ligt onder het bureau of in de krochten van de harde schijf. Beetje husselen, nietje erdoor en dan ligt hij er. U moet toegeven, er komt nogal wat verschillends voorbij in de bundel: teksten die hoorden bij een speciale museumpresentatie met virtuele brillen, odes aan oude vriendinnen, odes aan vriendinnen die 50 jaar worden naast hele persoonlijke gedichten over de liefde en het vaderschap. Dit lijkt een ‘alle dertien even Hamel’-compilatie.

Het is jammer dat u niet langer als dichter door het leven wil, want u maakt verrassende verzen. U kent natuurlijk zelf al uw gedichten al, maar ik citeer toch even.

TRANSPORT

Een auto kun je het best vervoeren 
door erin te gaan zitten, de motor te starten 
en van A naar B te rijden.

            dropje 
            dropje 
            dropje 
            dropje 
            dropje 
            dropje 
            dropje 
            dropje 
            dropje

Alternatieve methode:

om het even welke personenauto kun je op een 
vrachtwagen-met-dubbele-oprijwagen-laden en 
hem niet vergeten goed vast te zetten. Zie foto.

Dit spaart chauffeurs uit, maarrrr… 
personenauto’s zijn er toch juist voor om mensen                              te vervoeren? 
Waarom zou je negen auto’s gebruiken om één chauffeur                te vervoeren?

Dat is toch inefficiënt? 
Dat is toch inefficiënt!

Wie is de belangrijkste persoon in mijn leven? 
Ik ben het zelf, want zonder mezelf heb ik geen leven.

ZONDER MEZELF HEB IK GEEN LEVEN.

Het zit er allemaal in: een bijzondere vorm om mij als lezer te vermaken, absurde wendingen, verwijzingen naar taalvormen van buiten de poëzie (.., zie foto) en het vrolijke zelfonderzoek dat altijd op de loer ligt. U zet de typografie (op deze website niet helemaal goed weergegeven)  in om te accentueren maar maakt nauwelijks gebruik van de muzikale middelen die u als dichter ter beschikking staan zoals rijm en metrum. Dat is opvallend als ik lees dat uw ‘andere baan’ componist is. Gaat het hier om het streng scheiden van twee disciplines of gebruikt u juist graag het eigene van de taal, zonder de ballast van klank en ritme?

En tussen die vrolijke ballades vol absurdisme lees ik een gedicht waarmee u mikt op de erebetrekking als Dichter des Vaderlands. Het beeld van het aangespoelde kinderlijkje op een strand aan de Middellandse Zee staat in ons geheugen gegrift. Het Syrische kindje dat met het gezicht naar het zand gericht de onmacht symboliseert, blijkt een naam te hebben, Aylan Kurdi, en voor hem is het gedicht ‘Oversteek’.

OVERSTEEK 

Wie ben jij en wat lig je daar raar

Ben jij de bode in ons toneelstuk, de 
eenling die van gruwelen vertellen moet

Ben jij een aangewezen gebieder, die onze 
realpolitiek van afstand komt herschikken

Ben je misschien een ‘gevalletje van zuiver 
toeval’, een kindgod, een activistisch beeldend

kunstwerk van siliconen en polyurethaan? 
Wie ben je? Ie è û (Echoën minuten stilte)

Dat je geen teken geeft maar een teken bent 
is iets waar geen dorre ouder iets mee kan

En dat jouw oversteek zijn eigen metafoor werd 
vinden enkel hermeneuten interessant

De gang van abstract naar concreet heb je 
ongewild ontgoochelend schitterend volbracht.

Wie ben jij en wat lig je raar en waar 
zijn je emmertje en je schepje

Geachte mijnheer Hamel, u bent een begenadigd dichter en dan is het natuurlijk absurd om te gaan melden dat u daarmee ophoudt. Stop liever met die onzinnige aankondigingen. U las een boek en dacht dat kan een robot beter schrijft u in het gedicht ‘Lees mij’. U suggereert dat dat gedicht is geschreven door een robot, maar wij trappen daar niet in. Sommige boeken worden wellicht beter geschreven door robots maar die overtreft u dan weer door iets toe te voegen dat in geen algoritme is te programmeren: het onwezenlijke, het onverwachte, het ongerijmde.
Heeft uw aankondiging te maken met eventuele weerstand tegen uw poëtische werk? U kunt slecht tegen kritiek. Dat verzin ik niet, dat zijn uw eigen woorden in een Facebookpost van 25 maart 2017: “Ik kan slecht tegen kritiek. Beter gezegd: ik kan niet tegen kritiek. Ik vind kritiek krijgen storend, vervelend en irritant. Mijn vrouw zegt het ook: ‘Jij kan niet tegen kritiek.'” 
Als uw liefhebbende echtgenoot het beaamt, dan moet het wel zo zijn. Lees dan geen recensies of dit soort open brieven, want die verzieken uw humeur. Maar laat ik ter verdediging opmerken dat mijn kritiek zich concentreert op de tekst op de achterflap en een beetje op de titel van uw bundel. Toen het moest is als een bundel nagelaten gedichten een verzameling van divers materiaal met weinig onderlinge samenhang. Daar zitten meester­werken tussen die het bestaan van de bundel in hun eentje rechtvaardigen, naast vormexperimenten, gezellige observaties en onderzoeken naar de expressiemogelijkheden van de taal. Daar moeten er nog heel wat bij, wil er sprake zijn van een echt dichterlijke nalatenschap.
Waarom stoppen, de poëzie kan toch altijd een duwtje gebruiken? U publiceert bij een fatsoenlijke uitgeverij, u scoort hoog in de Pfeijfferindex (vijf gedichten!) en de wereld wordt er niet minder absurd op. U heeft vast nog veel meer vrienden en vriendinnen die een kroonjaar vieren. Als iedereen 50 is geworden, gaat u verder met de vriendinnen van 60 jaar. Of u maakt weer een bundel waarin de gedichten als een compositie in samenhang meer vertellen dan ieder voor zich. Waarom? Hoe luidt die reclamekreet ook alweer: niet omdat het moet, maar omdat het kan! Mijnheer Hamel, deze lezer rekent op u!

***
Micha Hamel (1970) is naast dichter ook componist-dirigent. Hij componeerde orkestwerken, liederen, kamermuziek en muziek voor dans en theater. In 2008 toerde zijn operette Snow White door het land. In juni 2012 was hij ‘componist in focus’ op het Holland Festival. Met Alle enen opgeteld debuteerde Micha Hamel in 2004 als dichter. Deze bundel werd bekroond met de Lucy B. & C.W. van der Hoogtprijs en in twee keer herdrukt. In 2006 verscheen de dichtbundel Luchtwortels, in 2010 Nu je het vraagt, en in 2013 Bewegend doel

Recensie van Weerbericht - Geert Zomer

Weren en bezweren

Geert Zomer
Weerbericht
Uitgever: Liverse
2017
ISBN 9789491034903
€ 16,95
98 blz.

Weerberichten lezen we voor het weer uit. Wat staat ons vandaag te wachten, zon of regen en van welke kant waait de wind? Nooit heb ik de aanvechting gehad oude weerberichten over te lezen, hun beoordeling achteraf valt nogal digitaal uit: de voorspelling klopte of er deugde geen snars van. Maar meteoroloog-dichter Geert Zomer (nomen est omen) beperkt zich in zijn dichtbundel Weerbericht niet tot temperaturen en wolkformaties. Niet alleen de atmosfeer wordt voorspeld, maar ook de sfeer in bredere zin. En dan hangt hij daar natuurlijk ook een paar wijze raadgevingen aan: ‘Neem uw hond mee / volg code rood.’

De achterflap geeft aanwijzingen over hoe de dichtbundel gebruikt moet worden: ‘Sla dit boek met regelmaat open, zoek uw liefde en verdriet in vlagen en sterren. Werp valwind rakelings over uw schouder. Geniet!’ Zo blijkt de bundel meteen een ‘zelfhulpboek’ waarbij de in nood verkerende lezer hulp kan vinden in de taal. Bladeren is inderdaad een goede suggestie, een inhoudsopgave ontbreekt. Logisch, want alle 73 gedichten dragen de titel ‘Weerbericht’. De gedichten verschenen eerder op Facebook binnen de context van de rubriek ‘Geerts weer’.

De gedichten beginnen allemaal met een aanzet die uit de minder poëtische weerberichten komen en dan valt op dat meteorologen het weer al vaak personificeren: wolken breken, misten trekken op, depressies naderen. Het weerbericht op pagina 67 kijkt zelfs verder dan de komende dagen:

Weerbericht

Weerbericht voor de komende jaren:
‘s Nachts kilte en klammigheid onder de dekens.
‘s Morgens, bij het ontwaken, één en al mist.
‘s Middags laaghangende somberheid.
‘s Avonds ongure vermoedens, mistroostigheid alom.

Het geheel gelardeerd door stormen die zo zwaar zijn
dat ze hele steden optillen.

Het recept:
Lees, beluister, bekijk nooit meer het weerbericht.
Wellicht zal het weer dan hetzelfde zijn (vermoedelijk niet),
maar uw leven een stuk blijer.

De weerberichten geven adviezen maar vertellen soms over dieren (honden vooral), mensen (in de vorm van de buurman die we moeten gedogen en de buurvrouw die begeerte wekt) en mythische figuren: elfjes, weerwolven, boskabouters en paradepaardjes. Ze worden allemaal beïnvloed door het weer óf ze beïnvloeden zelf het weer. Want het weer is ook maar een mens.

Weerbericht is een intrigerende bundel met bijzondere associaties, soms onnavolgbaar. In één gedicht (pagina 13) wordt gesproken over (een kans op) een psychose (vanuit het westen). De dichter-meteoroloog zegt daarover: ‘Laat u niet ontmoedigen door realiteitszin, / maar toets het in al haar facetten. Zie het als dromen…’. Is dat een advies aan de lezer of spreekt de dichter vooral zichzelf toe? Zijn de ‘weerberichten’ bedoeld als pogingen tot bezweringen van de oncontroleerbare werkelijkheid? Dat maakt ze tot berichten waarmee de meteoroloog zich weert tegen het onbestendige, deze ‘weerberichten’. De meeste gedichten geven troost en hoop, mits men zich maar een beetje houdt aan de verstrekte adviezen (pagina 17): ‘Wij hebben het weer hard nodig, /ook vandaag.’

We komen er achter dat de dichter meer is dan een registrerende meteoroloog, hij controleert het weer om mensen te helpen. Op pagina 68 staat een weerbericht in een afwijkende vorm. Dit bericht bevat een anekdote van een zekere Geert die door een fataal verkeersongeval belandt bij de houten deur van God die hem vraagt wat hij zoal heeft uitgespookt op aarde. Geert vertelt over zijn gebrekkig succes in de kunsten en over de weerberichten die hij op Facebook plaatst. Weerberichten die ook een soort horoscopen zijn. God vindt dat hij zelf over het weer gaat en horoscopen haat hij, dus hij is op zijn hoede. Als Geert vertelt dat hij ooit een koele bries stuurde naar een oververhitte stuurman, stuurt God hem terug naar de aarde, met tranen van het lachen in zijn ogen: ‘zo’n malloot konden ze daar nog wel even gebruiken…’. En zo komt het dat Geert Zomer nog even mag doorgaan met het opstellen van weerberichten en ze in een bundel zijn terecht gekomen die we kunnen lezen, nee, kunnen inzetten als bezwering tegen weerwolven en ander kwaad. Er wordt vrolijk met de taal gespeeld, soms tegen het flauwe aan (pagina 16): ‘Snijd af in de bochten, / een stuk boterletter bijvoorbeeld.’ De lach die het werk bij God uitlokt, wil bij mij niet boven komen, ik zie teveel de traan op de wang van Pierrot om mee te kunnen lachten. Ik zie vooral een gevecht met de elementen waarbij humor als wapen wordt ingezet, maar dat blijkt vaak een lekke paraplu.

Weerbericht is een mooi verzorgde bundel met tekeningen van Geert Zomer zelf en een van zijn kleurrijke schilderijen als omslag. Weerbericht is een bijzonder experiment waar de dichter de grenzen opzoekt van wat je met het fenomeen voorspelling kunt doen. De gedichten zijn vormvrij, de dichter is niet uit op enige vorm van rijm of metrum. Niet alle associaties zijn te doorgronden of zoals de dichter zegt (pagina 93, het laatste gedicht): ‘Tot in de hoogste regionen verblijven / oude mannen en vrouwen in hoofdstukken vol hermetische metaforen. / Hun zuigmonden slurpen geheimen van drukinkt.’

***
Geert Zomer was in 2011 en 2012 stadsdichter van Harderwijk, hij publiceerde in 2015 de dichtbundels Binnenman en Bloedmaan. Hij geeft regelmatig poëzie­workshops en treedt op tijdens literaire evenementen. Behalve dichter is Geert Zomer ook beeldend kunstenaar. Vanaf 2014 publiceert hij op zijn Facebook-pagina’s ‘Geerts Weer regelmatig een gedicht in de vorm van een bijzonder weerbericht. De bundel Weerbericht bestaat uit een selectie van die gedichten.