Recensie van Nicola - een soort van antenne - Ruben van Gogh

Poëzie proeven, maar dan anders

Ruben van Gogh
Nicola - een soort van antenne
Uitgever: crU
2017
ISBN 9789079993161
€ 22,50
55 blz.

Een experiment. In 2012 vroeg de componist Paul Oomen aan Ruben van Gogh het libretto te schrijven voor zijn opera Nicola – a Techno  Opera  in 4D Sound, waarin een machine, de Nicola, gedachten hoorbaar maakt. Na veel wikken en wegen werd dit libretto geen verhalende tekst maar een serie van negenendertig gedichten die de gedachten vertegenwoordigen.
Bij dit muziekwerk komen klank en tekst, afhankelijk van waar men zich bevindt ten opzichte van de vele speakers op verschillende manieren op de luisteraar af. Zo ervaart ieder zijn eigen opera.
In  de bundel Nicola – een soort van antenne wordt iets soortgelijks geprobeerd door in elk exemplaar een andere volgorde van de gedichten op te nemen; elke bundel is hierdoor in zekere zin uniek. De hier besproken Nicola is nummer negentien.
(De facto heeft men met één bundel overigens alle exemplaren in handen; de volgorde van lezen is immers naar eigen keuze en bijna eindeloos).
In proza zijn vergelijkbare experimenten gerealiseerd, onder andere door Julio Cortàzar in Rayuela, een hinkelspel, waarin men de hoofdstukken in verschillende sequenties kan lezen en zo meerdere sluitende romans aantreft in één boek. Een meesterwerk.
Interessant, maar bij het beluisteren van de opera gaat het om de plek waar men zich bevindt, bij het lezen van de poëzie om de volgorde waarin men de tekst tot zich neemt. Bij proza geen probleem, de lezer houdt de lijnen van de verschillende verhalen gemakkelijk vast. Proza is doorgaans eenduidig. 
Bij de dichtkunst ligt het complexer; poëzie is vaak meerduidig, geserreerd, bevat beeldspraak en toverspreuken en vraagt derhalve om rustmomenten (de witregels) en om herlezing en contemplatie.
Toch proberen.
De bundel bestaat uit drie delen en omdat de gedichten in elk deel verwantschap tonen lees ik om een idee te krijgen zonder pauzes en in hetzelfde tempo het hele laatste deel: dertien korte gedichten.
Het blijkt geen wereldschokkende ervaring, maar de taal wordt hierdoor wel dynamischer en roept andere associaties en verbanden op dan wanneer men zich focust op de gedichten afzonderlijk – naar ik aanneem omdat een en ander je ontgaat en/of omdat je niet leest wat er staat. Daar titels en een index ontbreken en de toon in de verzen min of meer gelijkluidend is kan men, mits hardop lezend, zo’n reeks echter wel degelijk als één geheel beleven. (Wat niet wil zeggen dat dit geheel meer is dan de som der delen).
Ter illustratie zou ik een aaneenschakeling van gedichten zonder cesuur aan kunnen halen, maar dat zou teveel ruimte innemen. Ik beperk me daarom tot het aaneenrijgen van enkele strofen van verschillende gedichten zonder aan te geven welk deel bij welk gedicht hoort. Een potpourri.

er daalt sneeuw neer vanavond
en gefragmenteerde zinnen

iedere sneeuwvlok
een gedachte

elke vlaag een schreeuw
om aandacht

ik moest aan mensen denken
en ik zag ze

moleculen, ridicuul informele
informatie uit een immer

uitdijende brei van woorden

Voor zover het experimentele aan Nicola.  

Inhoudelijk gaat het in sterke mate over wat een gedachte, een woord, bij de lezer of luisteraar teweeg kan brengen, namelijk het oproepen van andere woorden, die op hun beurt  weer andere woorden naar boven halen: ‘ieder beeld / leidt tot nieuwe // opgeroepen beelden, / één woord wordt al een waterval (…)’.
Voorwaarde is wel dat men zich openstelt, een ‘soort van antenne’ wil en durft te zijn. Dit laatste is waar de dichter ons meer bewust van maakt en alleen daarom is deze bundel het uitgeven al waard: hij schudt ons wakker.
Genoemde aanmoediging wordt in soepele, niet opdringerige maar wel indringende beelden overgebracht. Hoofd en hart in evenwicht. Weliswaar kan het obsessief (?) gebruik van enjambement storen, maar voor het overige is het poëzie van hoog niveau.
Tot besluit een gedichtje dat dit aantoont:

er klinkt geruis door
in de stemmen die mij

omringen, gefluister
waar ik wel naar moet
luisteren, als zijn het

sirenen die zingen

maar ergens daar
doorheen hoor ik
een hulpeloze stem

die zo persoonlijk naar mij
roept, dat ik haast denk
dat ik dat ben

***
Ruben van Gogh (Dokkum, 1967) is dichter, presentator, librettist, vertaler en bloemlezer.
Hij debuteerde in 1996 met De man van taal. Zijn vierde bundel Klein Oera Linda zorgde door een afwijkende typografie voor opschudding en ook zijn anthologie Sprong naar de sterren, de laatste generatie van de twintigste eeuw deed veel stof opwaaien. Hij vertaalde onder anderen Jacques Prévert en gaf voordrachten op talloze nationale en internationale podia.

Recensie van Hier begint het leven - Ruben van Gogh

Beginnen met een verdwijnpunt

Ruben van Gogh
Hier begint het leven
Uitgever: Podium
2013
ISBN 9789057595462
€ 16,50
56 blz.

Hij zet me even op het verkeerde been, Ruben van Gogh, met zijn eerste gedichten in Hier begint het leven. De bundel begint met een verdwijnpunt:

Alles (fragment)

[…]

En wij, we zijn een leven lang bezig
ertoe te doen, al zijn we

binnen het geheel van ruimte-tijd
gevangen in de nietigheid

van zelfs nog minder dan
een stofje, een stipje,

een ietsepietsje
ikje

‘Okee, het leven is zinloos’, denk ik, ‘is dat niet al veel vaker bedicht?’ In het tweede gedicht scheert een zwaluw laag over het water, zoals die dat al jaren heeft gedaan. Meer zinloosheid, die van Gogh origineler verwoordt in ‘Lab':  // een assistente loopt /  met een zojuist gesprongen eicel rond / en niemand die er warm van wordt //. Knap gedaan, want van zo’n onthulling word ik juist wél warm. Ik hoop dat niemand deze bundel na het lezen van de eerste gedichten opzij legt, want ze nemen in kracht toe. Een voorbeeld, uit  ‘Aanmaningen, afschriften, herinneringen':

Vlinders

we smeten je
papierwinkel de afvalcontainer in
je hele hebben en houwen
(aanmaningen, afschriften, herinneringen)
vloog als een cluster dartelende vlinders
een onbestemde toekomst tegemoet
opgetogen bijna

dat het zware soms zo licht kan zijn
net als die dakpan toen
die ik van boven zag komen, in vertraging haast
vriendelijk naar me zigzaggend,
blinkend in de zon
vlak voor hij vlak voor mijn voeten
met een rotklap aan gruzelementen sloeg

‘Geselen en strelen’ is een cyclus van zeven gedichten over Zuid-Afrika. Daar spreekt op zijn zachtst gezegd een relativering van het avontuurlijke en exotische toerisme uit: // We aaien gestaag de stationair draaiende / jachtluipaarden, … /, maar toch ook altijd weer de liefde voor de taal. De kliktaal:

V

‘We zijn geen dichters,’ zegt ze, ‘we zijn
allemaal expressionisten, en mocht er wat
in het Engels missen of Afrikaans,
klikken we er gewoon iets anders aan
We mochten niet spreken, niet
in onze moedertaal, nu willen we
het allemaal. Het is een storm
die al in ons zat die is 
opgestoken. We werden niet gehoord
in de luwte, vergeleken met de stilte
klinkt elk woord nu als nieuwe wind die iets
te breken vindt. We hoeven het niet te lezen
van papier, want het staat hier, dat uitroep-
teken.’ Ze slaat zichzelf op de borst,
dan volgt een oratie vol vuur
over alle bloedlijnen die in haar zijn
Ik voelde me zelden zo wit, witter dan
gedichten wit, waar nog altijd wel iets
van zwart in zit, zoals een spatje inkt
van een enkel verdwaald vraagteken,
waar letterkundigen op promoveren
in proefschriften die uit de wind liggen
te verbleken in fluisterstille bibliotheken
 

Hier laat de Man van Taal zijn spierballen zien. Zelden werden de ramificaties van taal zo scherp met woorden in beeld gebracht. Ik geef niet méér weg van deze prachtige bundel. Kopen, en lezen, van kaft tot kaft! Want dat verdwijnpunt van het begin staat er niet voor niets. Hier begint het leven. En dood, heel veel smerige dood.

***

Ruben van Gogh (1967), is dichter, librettist en presentator van poëziefestivals. Hij is lid van het Utrechts Dichtersgilde. Hier begint het leven is zijn vijfde bundel. Hij debuteerde met De Man van Taal (1996) en daarna volgden De hemel in, de hemel uit (1999), Zoekmachines (2002) en Klein Oera Linda (2006). 
Meer over zijn poëzie op deze pagina.