door Ernie Bossmann (1966), Erik Lucassen (1992), Elly Stolwijk (1957)
Uit de gedichten die werden ingezonden voor de Meander Dichtersprijs 2017.

Ernie Bossman (1966)

als ik mijn gezicht door midden knip
de linkerhelft over de rechter klap en andersom
kijk ik scheel naar de goede kant
kan ik zo naar het feest

ze zeggen dat verdriet je trekken verzacht zoals
komkommer de oppervlaktespanning verlaagt
of lachen breed lachen, grinniken
doet niks voor je

als ik mijn woorden verwissel
mijn gedachten laat lopen zonder erg
hoef ik niks nieuws
aan te trekken

Elly Stolwijk (1957)

een straat

er waren herten in de straat, en iedereen
leek stil te wachten op sneeuw. toch kon je niet zeggen
dat we gelukkig waren, in die tijd. hoewel het koesteren
van witte verlangens anders doet vermoeden.

we inspecteerden de stoepranden op bergkristal.
jij wist beter dan ik hoe dat eruitzag. maar uiteindelijk
was ik het die hem vond, de harde korrel, met het blote oog.
wat zacht moest zijn bleek onuitroeibaar.

maar oh wat was het kind in vervoering toen de eerste
vlokken vielen, het keek omhoog en duizelde de wolken in
maar dan andersom, het tolde om zijn eigen as.

alle mensen, het vallen is begonnen,
sla mijn armen om me heen onder takken die breken
van wit gewicht, het aanstormen van het grootste hert.

Erik Lucassen (1992)

De grammatica van het dirigeren
is met de losse pols vastgelegd

Een filmpersonage neemt zijn medicatie in
met water uit een kristallen glas
dat door zijn decadentie volledig misstaat
op de smoezelige wasbak van de badkamer

Het is dan ook niet schrikbarend
dat elke dirigent er zijn eigen golvingen
en snijvlakken op nahoudt

De man scheert met een zilveren veiligheidsscheermes
korte stroken haar uit zijn stoppelbaard
tot het lemmet blijft haken
en hij als reactie op de pijnprikkel
lucht door zijn tanden naar binnen zuigt

Ook de duur van de stilte aan het eind van een symfonie
gaat volledig op gevoel en is dan ook geheel zelf bepaald
Toch kan deze stilte wel degelijk te kort of te lang zijn
naarmate de spanning te veel of weinig is opgebouwd
Ga maar na, je weet niet wat je weet

Een klein streepje bloed vloeit van de rand van de wasbak
naar de afvoer en neemt een afgeschoren baardhaar mee

Applaus.

Voorzichtig deppen met aluin.
Aftershave goed verdelen over de huid.
Twee klappen op de wangen.

Buiging. Applaus.

Gedichten

door Annette Akkerman (1962)
Annette Akkerman (Maarssen, 1962) chemicus, schrijft gedichten, haiku’s en korte verhalen sinds 2015. Ze heeft enkele prijzen gewonnen waaronder de Baarnse literatuurprijs 2015, Gorinchemse literatuurprijs 2017, Dichter op Hofwijck (2015) en Kunst van Komrij prijs (2017). Haar werk is gepubliceerd in een reeks van bloemlezingen, bundels en tijdschriften. Enkele haiku’s zijn uitgezonden door de Japanse NHK.
Haar gedichten zijn vaak een verslaglegging van de verhalen in haar hoofd in interactie met de wereld om haar heen.
 
verwachting

het is een dag dat de kraaien karkassen eisen
er verschrompelde wortels in de groentelade
van mijn verder lege koelkast liggen, de nieuwslezer
betrapt wordt op het vertellen van zijn eigen verhaal

het is een dag dat ik me verbaas over de namen
van rijnaken – Vertrouwen, Verandering en Verwisseling
alleen het schip van de gebroeders Buijs heet Verwachting
terwijl de boot toch steeds tussen eendere havens vaart

het is een dag dat mijn tandenborstel rood ziet
bloed – parodontitis – dan verwacht je toch
dat over vijf jaar de tanden uit je mond zullen vallen
misschien wel net op de dag dat ik ga trouwen

het is een dag dat ik appeltaart bak met wortels
zo droog dat ze alle zoete kaneelstroop opslurpen
ik denk aan mijn langzaam blootvallende tandwortels
en een schip dat heen en weer vaart naar nergens

zoals je adem steeds maar weer dezelfde weg zoekt
en dan zomaar op een dag stokt – je weet niet wanneer
of wat de nieuwslezer bezield heeft op deze dag
en of het nog nut heeft een tandarts te bezoeken

Met dit gedicht haalde Annette een gedeelde 3e/4e plaats in de zesde ronde van de Meander Dichtersprijs 2017.

een scherf van de tijd

ze ziet: er is een scherf van het kopje
met de rozen, het schoteltje gesneuveld
tijdens de vaat of gewoon bij een ruzie
alles wat van waarde is lijkt breekbaar
het verschil tussen teer en teder zijn

hij zegt: je hoeft geen moeilijke zinnen
te gebruiken – en toont dat je van ver
kunt zien waar een regenbui valt
een blauwgrijs vierkant onder een wolk
ze is opgelucht als ze zijn woorden herkent

ze vraagt: doe ik het goed – hij lacht
haar uit of toe – ondanks de zon vallen
hagelstenen die nog lang blijven liggen
in de ondiepe kuiltjes van het mulle zand
cellulitis, denkt ze, en verdringt de gedachte

hij verwijt: je klemt je vast aan de boom
ze merkt dat er zich al een laagje kurk vormt
tussen het blad en de twijg – en belooft
zichzelf het korset niet langer te dragen
te verkleuren en los te laten

ze voelt: ze is de dwaasheid te ver voorbij
slagbomen zijn neergelaten en er rest
alleen nog wat gebroken is en nooit zal helen
nog steeds koestert ze het kopje met de rozen
en weet zich een scherf van de tijd

Gedichten

door Geert Viaene (1963), Liesbeth Aerts (1970), Anne Cockaerts (1962)
En nog een selectie uit de gedichten die werden ingezonden voor de Meander Dichtersprijs 2017.

Geert Viaene (1963)

EEN ONMOGELIJK MEISJE

het kan dat ik een meisje ben
dat mijn hand weet hoe het is
vlot bh-sluitingen los te krijgen

in het halfdonker

draai ik me om met mijn rug
naar de spiegel, je leest niet
dat er staat: hoe het kan dat

ik een meisje ben

je gelooft het op dit moment
nog niet tot je mijn billen ziet
ik trek een nachtzwarte riem

van mijn jarretels

aan en ik plooi mijn knieën
op een vrouwelijke manier
ik heb het nergens geleerd

kon het al als kind

ik ben een meisje, het kan
dat ik een mannenmasker
draag, dat ik een man ben,

meisjes niet bestaan 

Liesbeth Aerts (1970)

Het meisje verkent het water, tast de oever af
en verbergt wat ze vindt onder haar trui:
glazen flesje, vergeeld stuk papier. Pas gevonden schatten
die ze voorzichtig draagt en die haar vormgeven.

Ze plaatst onderzoekend voeten als stelten in de modder,
bukt zich met een hoge knik vanuit haar lenden,
op zoek naar schittering.

Dromen onhandig onder oksels geklemd
gaat ze op pad, meet spelend ruimte,
wentelt kort weg dan weer terug, zon
als om dag en nacht ineen te knijpen
tot tijd rechtop staat.

Er huizen parels in haar mond.
Daar kunnen ze groeien.

Anne Cockaerts (1962)

wij gaven de zee weg aan de hoogste bieder
lang voor jullie hier waren, pas veel later groeiden straten
verkreukelde een fiets in de haag, slotvast

van ons was dan al lang geen sprake meer
het glas licht op bij stille verhalen
de klinkers herkenbaar afgebeten

in de polder stotteren wilgen met wat rest van onze taal
ooit komt alles goed ongemerkt komt alles goed
zei jij veel te vaak, het fietssleuteltje in je hand

Gedichten

door Martijn Benders (1971)

‘De Banksy van de Nederlandse letteren’, zo loofde critica Johanneke ter Steege Martijn Benders een poosje terug. Al sinds de begindagen van internet is Benders een alomtegenwoordige verschijning in de Nederlandse dichtwereld, koningstrol voor de een, begenadigd dichter voor de, volgens Benders zelf juiste, ander. Bekend door zijn ludieke prijssabotages is hij de enige Nederlandse dichter met een oeuvre van prijssabotagevideos waarin de status quo op de hak wordt genomen. Benders schreef de bundels Karavanserai,Wat koop ik voor jouw donkerwilde machten, Willem,Wôld Wôld Wôld (de eerste dichtbundel die reageert op de lezer), Sauseschritt (met een bundel in een bundel), Lippenspook en de roman Fliermans Passage. ‘Het boek der Dode Uilen’ heet een kleine, intieme bloemlezing te zijn van zijn favoriete invloeden. Hij publiceerde in de Gids, Kluger Hans, Deus ex Machina, Balustrade, Brabant Literair, Vlak Itenairies, Samplecanon en Jackett. Onlangs gaf hij zijn zevende bundel uit, Nachtefteling, waarover Alexis de Roode schreef: “Magie en aardse wortels, Luciferisch taalspel en de intieme persoonlijke herinneringen aan de jeugd in het katholieke, door bunkers pokdalig gemaakte landschap van Brabant, ze vinden elkaar in deze bundel in een alchemistisch amalgaam. “

Stilleven met asteroïdengordel en nachtlampjes

Zelf zou ik mijn bibliotheken in de asteroïdengordel opzetten.
Dan daagt de kans dat ooit een boek op aarde inslaat.
Maar dan nog moet je ze een zetje geven. en wat voor zetje!

Natuurlijk, een letterzetje voor de goede orde.
Natuurlijk, twee letterzetjes voor de juiste druk.
Uiteraard, drie letterzetjes om de opstand der spaties
onverbiddelijk neer te slaan. No spacing in space!

Dan nog, zo’n boek, zelfs al valt het niet in zee,
al brandt het niet op als een scheet in de atmosfeer,
hoeveel kindertranen kan een boekkrater aan? Nou?

Hooguit vier. Natuurlijk, eentje ervan
voor het lang stroperig bikkelen van nachtlampjes.

Natuurlijk, in  heelal of boek
slaapt eigenlijk nooit iemand.

Zelfs een uitgeput knipoogje

Zelfs een uitgeput knipoogje is je al te veel.
Mummie van papier, daar, in je bibliotheek.
Je voelt niets, jou raakt niets, zelfs al schudt een populier al zijn bladeren,

zie jij een houten bliksemschicht. Nou, mijn gelukwensen.
Je hele oeuvre past in de factuurmap van je vader.
Nu hoor je het eens van een ander, lelietje-van-dalen,

verrader, wortelstok. Met je mollenkop in het praatgips
neuzel je woorden uit andermans boeken,
alles rangschikkend tot Poëzie,

schuif, schuif, met je eggelse snuit, waar alle slijpsel
van rode dichterspotloden van lang geleden
wel heel opzichtig aan blijft kleven. Dag, scholier.
Het papier groet je vader. Inderdaad, het papier.

Ok tijd voor Sayonara

Want alleen in matrozenland zeg je vaarwel.
Ajuus is kombuizentaal. Tot kijk iets voor het kraaiennest.
Het is dus tijd voor Sayonara.

Ok, tijd voor Sayonara. Geen doeg voor onze boeg.
Laat dat adieu aan de pastoor,
gegroet aan boetelingen in het slakkenspoor
van een begrafenisstoet, nee, tijd voor Sayonara.

En dus zeg ik: Sayonara.
En alle trannies woelen achter de tralies
van hun wimpers in de bordellas.

Een Mekhong maan noedelt over het sop.
A fine ass sho-tee rockin’ all that ice.

Gedichten

Nog een selectie uit de gedichten die werden ingezonden voor de Meander Dichtersprijs 2017.

Wim Klooster (1935)

LATER

hij fietste ’s avonds uit de stad naar huis
laat zonlicht brandde rood in verre ruiten
zestien was hij
sinds zestien maanden uit een ver land nu hier
maar hij was bijna thuis

het brussels lof stond al
op het fornuis en iemand zei kom binnen
’t is koud buiten
nachtsneeuw bedekte traag
zonder geluid een gestorven tuin, de geur van kolengruis

ja alles werd door sneeuw nu toegedekt:
het blauwe bergmeer
vuurvlieg in de holte verborgen
van zijn hand, en angst gewekt in hitte
slijk en lijkenlucht
de volte van kinderjaren

oorlog die uitlekt later
wanneer die sneeuw zal zijn gesmolten

Meliza de Vries (1982)

Zaagillusies

Je stopt jezelf in een kist na een halve pirouette
zou je een ballerina kunnen zijn maar niet vandaag
de goochelaar snijdt je met een zaag doormidden.

Je weet dat de bovenste laag van je huid
voornamelijk uit dode cellen bestaat.

De zaal vraagt zich af of je de binnenkant hebt bekeken
of je ziel een vergaderzaal is wat verder ter tafel komt
weerspiegelt in jezelf.

Soms verandert de goochelaar je in een tijger
je telt je strepen, vindt er één.

Jeannette Jansen-Kim (1957)

over namen smaken en koffie

nu is de tijd dit tempo van slakken dik als stroop vaag in fotofinish
de rug te keren en met rasse schreden drempels beklimmen
in dit land van vlaktes en waterwinnen van hoedjes van papier
en windkracht acht op de Zeelandbrug

een plek voor had-ik-maar en zwanenzang of dan toch eind goed
al goed met wankel evenwicht een laat-maar-waaien pose aanmeten
en kiezen voor een rol als extra een minuut haarscherp flaneren
in een roadmovie die niet opschiet

en vooralsnog velden klavertjes vier ongezien laten omdat zeker zijn
dat ergens op aard geen verval maar een huis met muizen
die in muren slapen we van laatste geld boter melk kaas
soms eieren tijd en klare taal huren voorop staat

een huis waarin we zonder mededogen besluiten of we nu nooit
of wie weet later eenzaam of samen kamers vullen de naam
of namen bij relatie op de Facebookpagina het bordje bij de bel
welke koffiesmaken en het aantal cups