Gedichten

Een selectie uit de gedichten die werden ingezonden voor de Meander Dichtersprijs 2017.

Anton Beekmans (1958)

Wat ik mis

Ik mis de poëzie van ‘t geld is op,
de koelkast leeg, de schemerlamp doet het
al lang niet meer, de tocht en eenzaamheid.
Ik mis de wijn uit een kartonnen pak,
een slaande deur, een koffer op de straat.
Ik mis ‘t gemis aan vrouwenvlees en aan
de daad. Ik mis de lethargie, de gal,
de zwarte gal van ziekte en van dorst.
Ik mis de verveloze vensterbank,
het vensterglas, het gluren van de dood.
Ik mis de poëzie van ‘t ongeluk,
van pech en baanverlies. Ik mis ‘t gemis
aan zekerheid. Ik weet nog van de tijd
van lange rijen bij de voedselbank.

Maaike Rijntjes (1997)

Kamerplant

Vandaag werd ik een moordenaar,
doodde de tijd met een schilmesje,
at al mijn eten uit soepkommen en

vertelde een meisje dat weet hoe je
een konijn moet begraven dat ik niet
begrijp waarom mensen huilen om

dode huisdieren. Ze zei: koop een
kat. Ik kocht een nieuwe kamerplant,
leerde dat de meeste cactussen

sterven aan overbewatering.

Bianca Hendriks (1971)

Draadjesvlees

Draadjesvlees ken ik van moeders met kunstgebit
die met keukenmes lucifers tot tandenstokers snijden

Ze laten riblappen op kamertemperatuur komen
liefst doorregen, om ze in te wrijven met peper en zout

Dan de braadpan op het vuur met het gas hoog
om boter te smelten tot hij bruin ziet en sist

Ze schroeien het vlees om de sappen te behouden
draaien dan het pitje laag voor het sudderen
totdat de stukken uit elkaar vallen
 
Deze moeders snijden geen uien voor de smaak
peperkoek en azijn voldoen ook

Draadjesvlees kruipt tussen mijn tanden als ik het eet
met sperziebonen die piepen bij iedere hap

Sascha Beernaert (1975)

Omdat de Zürcher-Lühti

een Romeinse Godin is, denk ik dat ben jij.
Een grote dame in een luxe garage.
Een framebuis, een olieslager, dampen
van jong Amsterdam, van Antwerpen
dat over Luithagen staart.

Je lichaam zal van staal blijven.
Wulps je bouten, je radiator-embleem
een gesmeerde ketting, je huid
strak als een gezandstraald chassis.
Omgeven door wrakken, door vlekken
van smeer, door roet, schroot
als een ruwe diamant. Een Minerva
ben je met het formaat van een Rolls-Royce.

Zürcher-Lühti, je maakt de straten van de lage landen
weer nostalgisch, je rijdt ons terug
naar de jaren twintig,
de gouden periode vóór de roestige
Eerste Wereldoorlog in een bezet Duitsland.
Ook onze tijd is als een oude, ondergedoken nazi
die met leugens het Imperia verdedigt
en die het onmogelijk maakt jou te zien
zoals je bent, verchroomd, naakt, overladen
met Belgische trots.

Jaren na de nominatie (1)

De laatste voorronde van de Meander Dichtersprijs 2017 is bijna afgelopen. Al eerder, in de jaren 2008 t/m 2010, was er een Meander Dichtersprijs. In die jaren werden uit een jaargang Meander door een jury de zes beste dichters geselecteerd. In totaal waren er in die drie jaar dus achttien genomineerden, waarvan er drie winnaar werden. Hoe verging het de genomineerden? Zijn zij nog met poëzie bezig? En op welke manier dan? Alja Spaan vroeg het hen.
De reactie van sommigen, zoals Jurre van den Berg, die in 2010 was genomineerd, was kort: “Ik schrijf geen gedichten meer.” Bij anderen, zoals bij Ingeborg Klarenberg en An Vandesompele, is er niet altijd tijd meer voor poëzie. Carl de Strycker besteedt er juist wel veel tijd aan, maar dan niet om gedichten te schrijven. Gert de Jager is nog actief als dichter en Hedwig Selles is naast gedichten andere dingen gaan schrijven.

Gert de Jager
wedstrijd 2008

“Mijn recente activiteiten op poëziegebied? Na de bundel ‘Sterk zeil’, die in 2010 werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs, schreef ik stug door en dat leidde in 2015 tot de bundel ‘Een ernstig gezicht’. En nog steeds schrijf ik stug door: een gemiddelde van rond de tien gedichten per jaar zou rond 2020 zomaar eens tot tot een derde bundel kunnen leiden.”

 

Voorbestemd

Neem ouders: elke dag verbergen ze hun kind,
stoppen het in ruimtes waar ze het alleen laten
om hun eigen, ouderlijke weg
te gaan. Elke dag tot het terugkomt in een ruimte
die leeg was
en voorbestemd.
Daar is het: elk moment opnieuw.

Nee,
dan de kinderen.
Wat ze zeggen en denken als ze de stille lanen
op- en afgaan:
dit is een lege laan.
Dit is de orde der dingen.

Uit: Gert de Jager, Een ernstig gezicht, Stanza 2015.

Ingeborg Klarenberg
wedstrijd 2009

“Ik denk dat de nominatie zeker bijgedragen heeft aan publiciteit en naamsbekendheid. Een tijd lang werd ik af en toe gevraagd om voor te komen dragen. Maar het is moeilijk te zeggen of dat direct het gevolg is geweest van de nominatie voor de Dichtersprijs. Alles bij elkaar motiveerde mij om door te gaan met schrijven. Toch is mijn schrijven verwaterd de afgelopen jaren. Misschien omdat ik me meer op fotografie richtte. 
Sinds kort woon en werk ik op IJsland. Ik doe een promotieonderzoek naar het effect van klimaatverandering op bacteriën in het Arctische gebied. Het onderzoek zelf is weinig poëtisch, maar ik hoop dat IJsland, andere koude plekken die ik voor mijn onderzoek mag bezoeken en de mensen die ik ontmoet uiteindelijk een inspiratiebron zijn voor nieuwe poëzie (of proza wellicht).
Meander ontvang ik nog altijd en ik lees het soms, als er in mijn hoofd ruimte is voor poëzie.

Een heel kort gedichtje van ongeveer een jaar oud en ongepubliceerd:”

Precies tussen mijn gespreide vingers prikken
op de zere plek
een mug doodslaan
 
ik wil een eindeloze slaap
een vlakke zee

Hedwig Selles
wedstrijd 2008

“Meander heeft veel voor me betekend, de herkenning van talent en het rondzenden van prachtige poëzie! Zelf ben ik nu steeds meer een schrijver aan het worden doordat ik mijn speelveld verbreed heb en nu werk aan een roman, en ook columns schrijf en essays en bezig ben met de ontwikkeling van een literaire game.
Ik ben altijd ontroerd hoe de mensen van Meander (bijv. Rob de Vos) als pionier begonnen zijn zoveel jaar terug, toen internet ook nog beetje in kinderschoenen stond, en nog altijd zo vol motivatie en trouw aan Meander zijn.”

Wissewasjes
 
Alles is meteen zoveel
als je betrouwbaar wilt zijn en
voorspelbaar voor je kinderen
 
alles is meteen zoveel
als je fles bent naast de glasbak in
die lusteloze meervoudigheid
 
alles is meteen zoveel,
als je naakt geboren iemand
in het leven worden moet
 
als daad van onverzettelijkheid
hetzelfde twee keer lezen
hetzelfde twee keer lezen.

eerder gepubliceerd in Hollands Maandblad

Carl de Strycker
wedstrijd 2010

“Ik heb sindsdien geen poëzie meer gepubliceerd of geschreven. We heb ik een proefschrift op het gebied van de Nederlandse poëzie verdedigd in 2011:  Celan auseinandergeschrieben. Paul Celan en de Nederlandse literatuur (handelseditie 2012 bij Garant).
Ik ben sinds augustus 2012 directeur van Poëziecentrum in Gent en was gastdocent voor poëzievakken aan de KU Leuven en de Vrije Universiteit Brussel. Sinds 1 oktober 2016  ben ik tevens praktijkassistent moderne Nederlandse letterkunde aan de UGent.”

An Vandesompele
wedstrijd 2010

“Die Meander Dichtersprijs, ja, daar heb ik erg fijne herinneringen aan. Het was een eer om tweede te worden. En ja hoor, Meander lees ik nog geregeld met plezier.
2010 ligt al een tijd achter ons, maar erg veel heb ik niet gedaan met poëzie in de voorbije jaren. Af en toe heb ik nog wat gedichten op mijn blog Issues&tissues gepubliceerd, maar het zijn helaas geen bijzonder productieve jaren geweest op dat vlak… Ik heb vooralsnog ook geen bundel uit. 
Ik ben in de afgelopen jaren meermaals geëmigreerd (Italië – Spanje – en dan terug naar België) en heb een erg woelig en hectisch werkleven gehad, dat zit er ook wel voor iets tussen. 
Het laatste poëzie-evenement waar ik aan deelgenomen heb was Dichters in de Prinsentuin, ook in 2010. Via dat festival was ik ook geselecteerd om deel te nemen aan het talentenprogramma ‘Parels kweken’, waar ik toen uitstekende feedback gekregen heb. 
Issues&tissues blijft sowieso mijn hoofdkanaal voor mijn nieuwste werk. ‘Maankater’ is een gedicht van afgelopen september.”

Maankater

Deze dag die kermt en sleept en zich niet
laat temmen, ik wil ‘m vangen tussen
m’n vingertoppen, zacht masseren tot
kauwgombal nog warm van speeksel,
zorgvuldig in positie brengen en met
een elegante vingerknip feilloos
door een kier van het raam knikkeren.

Geeft niet als hij er triest in de regen
blijft liggen, overreden wordt door
fietsers of vergulzigd door honden.

Het is altijd wat, je zucht te luid of
knikt te traag, er is iets in je blik
dat hen niet ontgaat en hoe hard je ook
je best doet om niet te stamelen, om je
glimlach licht te geven, het lukt nooit
goed genoeg om de leegte in je buikholte
te vullen met maanlicht en warme grond.

Hoe maak je plaats om te passen in wat
niet voor jou is? Hoe adem je in en uit
die lucht die toch nooit de jouwe zal zijn?

Gedichten

Een selectie uit de gedichten die werden ingezonden voor de Meander Dichtersprijs 2017.

Jeanet van Omme (1960)

ruikt vrijheid naar cacao

ruikt vrijheid naar cacao of naar benzine op de natte keitjes van de dam
nadat je weer eens dwazig nachtelijke grachtenrondjes hebt gefietst
trap de liefde van je af voor de hond die door de dronken wolf is gedood

naar koffievlekken op matrassen bij vriendinnen (die nog geen vriendinnen zijn)
naar vissige mannen die domweg zonder liefde zelfzuchtig willen kussen
verdwaal richting rivier dump je dode mussen hier nee luisteren is dat niet

naar natte slopen van zomaar huilend wakker worden om de schaamte
die blijft plakken dat juist jou dit overkwam hé meisje houd er de moed maar
harnas jezelf in hoed en palestijnse sjaal weersta de ogen die lachen

om jou en je gestolen fiets en die je geen van allen kent
naar iets naar het bloed van jouw hond die gedood is door de dronken wolf
blijf lopen lopen lopen en niemand weet dat je hier bent

Angelo Di Berardino (1953)

Genesis revisited

in den beginne
toen hij jong was en geen kleren droeg,
en de wereld nog naar wolken rook,
heeft hij zich een vrouw gedicht,
bang om alleen te blijven.

daarna, van vrouw en
slang bezeten, zich prompt een appel
door de keel gejaagd.

dan onvoltooid, de oermelk van
de dichter nog in zich, de rug gerecht, de nek
gekneed, de schouders in een mal gegoten,
de kop uit klei gebakken.

zo werd hij adam 2,
verwekker van zichzelf. en wie hij liefhad
was verdwenen. of hier en ongeboren.

ach eva, wanhoop niet.
straks raapt hij zich weer samen, maakt
zich los uit klei en water. als hij terugkijkt
op wat was. en zegt:

een man, een vrouw. een bed
van blaren. zo moet het geweest zijn. wat hijgen
en zweten, wat armen en benen, wat
op en neer. niet meer
dan dat.

niet minder dan dat.

Peter de Volder (1958)

Interactieve tv.

Welkom bij Interactieve tv – alle menuschermen
worden nu opgehaald en geladen.

Als ze zijn geladen verschijnen in drie categorieën alle foto’s
die wij voor U in onze Cloud hebben geplaatst:
Toen, Nu, Later. U bevestigt uw keuze met OK.

Mogelijk vervalt de keuze Later: sorry, weinig toekomst over.
In dat geval is uw verleden voor deze voorstelling veel te uitgestrekt
en vervalt derhalve ook de keuze Toen.

Zoals over alles kan ook over de definitie Ouderdom
via de rode knop binnen en buiten kantooruren
onderhandeld worden (1 Euro / min.).

Als na tien minuten de menuschermen nog op het scherm staan

zet u de digitale ontvanger uit en weer aan.

Anne Meerbergen (1954)

wij stonden klaar
met dampende schotels en vaatwater

wasten kinderen en kleren
tot ze niet meer pasten

wij vertelden verhalen
toen alles donker werd

wij hadden armen zacht
geurend en grijpgraag
knipten nagels en vleugels
lieten kinderen mondjesmaat gaan

wij strooiden tijd en doodden
het brood voor de vogels

Gedichten

door Aurora Guds (1970)

Aurora Guds (1970) treedt al 10 jaar regelmatig op in Café Eijlders en diverse andere podia. Als mede-organisator van Eijlders Dichters, faciliteert ze het open podium, presenteert ze dichtmiddagen en organiseert ze uitstapjes naar diverse andere podia. In februari 2013 won ze de juryprijs bij de poezieslag in Festina Lente, publiceerde in de Nynade en in diverse bloemlezingen. De bundel ‘Droomschoot’ werd uitgegeven door Eijlders. Ze houdt een maandelijks blog bij voor Vistanova, school voor loopbaan & leiderschap.

 

zondag

het is een dag om geen onderwerp aan te snijden
alle dingen verzwijgen zichzelf, ook ik
kijk woordeloos toe hoe moeizaam
jij je vandaag in beslommeringen steekt
hoe ver we ook denken, wisten we
verder dan de drempel reiken gedachten niet
het is nog vroeg als je besluit
dat de kerkklok je tot ridder slaat
er was iets van een lach, de tafel
tussen ons zweeg en droeg ons brood
toen jouw intentie mijn vlees bewoog, en ik drempels
vergat, zo werd het stil en zondagnacht

dames

onweer hangt donker diep
als een zwaarbeladen waslijn
tussen twee vrouwen, zij praten
niet maar krabben en mauwen
tegen opgetrokken muren
jurkjes van dure merken
als wapens strak in het gelid
wat je niet mag weten, blijft veilig
verholen achter een koket gestift gezicht
zo halen ze adem, zo bereiden zij het brood
hoe levendig de hen omringende aarde
met haar zo vruchtbare en fijnbesnaarde
zachtheid, maar hier leeft slechts de dood

Gedichten

Een selectie uit de gedichten die werden ingezonden voor de Meander Dichtersprijs 2017.

Bert Huisman (1950)

Drie minuten

zomaar ineens
om drie minuten voor twaalf
een zaterdagavond
terwijl het
buiten regent
en het zich
niet laat verklaren

daarvoor is iets
anders nodig
een andere taal
met zuivere tekens
desnoods een woord
voor meerdere dagen

Anne Cockaerts (1962)

het uur waarop een tuin moe wordt maar de slaap niet komt
we een woord zoeken om de dag op te vouwen

in een kast te gooien zodat de deur eindelijk dicht kan
ik tel elke vleugel van dichtbij

hou toch maar afstand fluister je
want vrienden sluiten deuren houden anderen uit het licht
dat zoet smaakt net voor de herfst

onze kat bladert in de struiken jij doet de gordijnen dicht
bijna vanzelfsprekend

Jolande van Lith (1966)

De perzik en de tirade

Als een roofdier in roze tule krimpt het Mariabeeld lege weemoed.
Dut maar dichterbij.
Vlij je postnatale mimiek maar tegen deze zieke hond.
Toeristen van ridderlijkheid schreeuwen kansloos griezelig de prooi als raad.
Proef dit motief van beklemming.

Loensend ontelbaar als wolk uit je kindertijd.
Loop altijd door op het trottoir en verraad de maan.
Geen tij laat zich vertrekken.
Dankbaar. Dansvloer. Full swing.

De perzik en de tirade,
zonderling te koop in een ongepubliceerde zucht.
Het raamkozijn vermoordt het gifgroene uitzicht,
terwijl de resolutie wordt opgehangen aan het ongelovig behang.

Hester van Beers (1995)

Zusje, bedek je ogen
met je vingerloze handschoentjes.
Onze geboortegrond is een hellend vlak

geworden, in onze straat
wordt doodslag gepleegd
en de lichten haperen

met krimpende tussenpozen.
Ik heb het muntje in het winkelwagentje
gelaten en ben naar huis

maar niet op tijd gekomen. Mijn dode hoek
is gegroeid tot blindheid waarin beweging
niet bestaat