Winnende gedichten

door Nafiss Nia (1968), Peter J.R. Vermaat (1963)
Met deze gedichten wonnen Nafiss Nia en Peter Vermaat de vierde ronde van de Meander Dichtersprijs 2017.

Nafiss Nia (1968)

Cadeautje

Bij aankomst kreeg ik
een geruite jurk cadeau
dat was aardig, dacht ik.
iedere ruit had een kleur en
ik verheugde me op de
regenboog die me zou omarmen

ik mocht kiezen achter
welk raam ik wilde zitten om
mijn mooiste ding te verkopen
mijn raam had drie hoeken
aan ieder hoekje hing een deel
van mijn wezen in een andere kleur

vrouw-zijn in roze
Iraans-zijn in paars
vluchteling-zijn in rood

ik begon gelijk met mezelf te
verkopen door woorden te
bedenken en beelden te verzinnen

ik kreeg staande ovaties omdat ik
mijn moeder en onze vijgenboom miste
werd getroost omdat ik om mijn verre
vader rouwde, geprezen omdat
ik moedig tegen de tirannie opstond en
aangemoedigd omdat ik mooi uit
mijn raam keek, beeldig en lachend
en vooral omdat ik dankbaar was
mijn wenkbrauwen niet fronste en
niet meer in de regenboog geloofde
Ik ben zo geliefd in mijn raam.

Peter Vermaat (1963)

Hoe ruikt een woord?

Hoe ruikt dit woord? De klinkers uit
het gras, tegen de avondval, met uitgestorven
bloemen en een vreemde kever, die zo afgemeten
in de vele tinten groen loopt te verdwalen.
Eetlust blijft er ver van. Nu handen wassen
denk je, maar het kleeft, het zeurt.

Hoe smaakt jou deze zin? Opengesneden huid
tongen de tegenvoeters zich een dieptepunt
van dierlijkheid en taalbegrip. Slurp je
de glottislag het vruchtvlees uit en laat
het zoet logeren op je tongpapillen.

Hoe kijkt de klank je luchtpijp in?
Volgt zij je adem op het ritme van je
harteklop de aders door, of er een slagorde
je lichaam in marcheert. Geen spoor
van oorlog, loog de mondmachine.

Hoe steekt een punt? Tegen je huig.

Gedichten

Dimitri Casteleyn (1966) is dichter, schrijver en televisiemaker en is verbonden aan Theater Malpertuis. Voor de televisie maakte hij onder andere Drie generaties, Meneer de burgemeester en Grand Central Belge. Hij publiceerde twee romans, Witte warmte en De verjaardag, en de verhalenbundel Een mooie verrassing.
Gedichten van Casteleyn verschenen in verschillende tijdschriften, zoals Dietsche Warande & Belfort, Het Liegend Konijn, Lava Literair, Poëziekrant, Revolver en Kunsttijdschrift Vlaanderen.
Zijn eerste dichtbundel, Omgekeerd, verscheen in 2005 bij het Poëziecentrum. Onlangs verscheen zijn tweede bundel, Vanwaar kom je beeld, eveneens bij het Poëziecentrum. In deze bundel filosofeert Casteleyn over de raakvlakken tussen identiteit en imago, tussen zijn en schijn, tussen wij en de Ander.

Uit deze bundel drie gedichten.

 

OOGT

I

vanwaar kom je beeld mijn beeld
ik weet dat je niet echt bent

ik weet dat je virtueel bent
dat je me bedriegt bedreigt

op een aannemelijke manier
ja ik weet het op strand

zie je geen regen vallen
wel je lichaam nooit je lichaamsdelen

vogels worden nooit begraven
camera over de schouder gekadreerd

je legt me altijd vast
op plaatsen waar iedereen komt

mijn leven in foto’s voor en na
rx nmr borstbeen knieschijven c4-c5

serendipisch ga je om met contouren
je klikt je een weg door het leven

hologig beeld je je in hoe ik
gekleed zou zijn

de plooien van een bips je blik
en opeens het gevoel betrapt te zijn

II

zou het dan toch waar zijn bij dezelfde film
ziet zij de keukenstoelen de winkels de merken

ziet hij de soldaten de lichamen de verleiding
halfnaakt ontmoeten onze ogen elkaar

je plooirok vliegt omhoog
maar het geeft niet voor jou

jij vrijt met je glimlach
meer dan met wat dan ook

borsten botsen en billen bewegen
het hoort niet al dat zien

III

plompverloren zeul ik met koffers
alsof ik almaar zoek en nergens vind

deuren door gangen langs
wegen op afritten uit

nu eens een vliegtuig
dan weer de noordzee

ik laat ze allemaal achter mij aan
en kijk enkel vooruit in mijn naam

leg je hoofd maar neer
en ik guillotineer het eraf

je zal je beter voelen
het zal zijn alsof je er niet was

als het niet past
dan past het toch gewoon niet

ik wacht op bagage van godvergeten oorden
te korte trips te lange trips onnodige trips

tassen met stickers met boeken vol verhalen
vol mensen die maar wat doen en maar wat laten

ik zeul met koffers
alsof ik almaar vind en nergens zoek

Uit: Dimitri Casteleyn. Vanwaar kom je beeld
Poëziecentrum. ISBN 9789056550769

Gedichten

Gedichten die opvielen tussen de inzendingen in de derde ronde van de Meander Dichtersprijs 2017

Els Driessen (1963)

Als haar schoenen huilen

De wind waait niet langer binnen
De verlaten tafel smacht naar bezeten stoelen
Een hooggehakt paar schoenen huilt om damesvoeten
De oude hond klauwt naar een gebroken snaar

Wijn uit een omgevallen glas druppelt
in rood spijkerschrift een roman op de vloer
Gevallen zaad van de gekooide parkiet komt niet tot groei
Het rozig marmer laat geen water toe

In een gestreepte jurk de gekantelde blik
van een vrouw, kater Kismo schuurt met z’n tong
haar gelaat uit de vouw, geleden jaren weggeboend

Om vijf uur thuis, de oude hond staat langzaam op
Met dronken handen aangelijnd uitgelaten
Vanmorgen deden ze dat nog samen.

 

Jan De Bruyn (1959)

brains & branie

Onder hazelaars droomt mijn vader van liefde
die niet van deze aarde is

ik ben zijn erfgenaam maar hij wuift naar me
met een zakdoekje van niets omdat ik me vergis
en al dat zoeken jongen weinig zoden zet
hij wist hoeveel hout je moest klieven

om zomers lang te laten duren
om te overwinteren met je geliefde

en dat lekkages juist geen hinder zijn
maar iets om gemoedelijk mee om te gaan
een pleistermes een roestige spijker en een screwdriver
will do nicely

je moet het met je handen doen je brains en branie
niets om je over te schamen

Dorien De Vylder (1988)

OASE

Je laat de olijfboom
een boom. Een lichtblauwe vrouw
zit in zijn koelte gehurkt, ze lijkt naar je

te willen luisteren. Maar jij hebt niets
te vertellen, nog niets van belang.
Ze leert je de schaduw schikken.

Je vraagt je af hoe groot
een schaduw moet zijn
om er rust in te vinden.

Paul van der Laan (1968)

hulp

uit een scheur in de stad
kruipt ze omhoog
gaat op muren staan
die ze zelf ooit bouwde

door de lucht
ziet ze mannen vallen
die even boven de aarde
hun doeken openvouwen
opeens hangt hun vlucht
aan dunne draden

nog nooit is ze zo blij geweest
met witte lakens
samen zoeken ze haar naasten
onder te zware stenen

nadat de hulp verdwenen is
begint ze met nabestaan
bouwt met wat ze dragen kan
een huis om weer te schuilen
voor wie terug gaat slaan

Gedichten

door Vicky Francken (1989)

onze ratio een radio die dag en nacht een ruis voortbrengt

het sneeuwt in je oren, je denkt altijd wel iets
hoewel meestal weinig
van kwaliteit

het gevoel dat je niet alles voor het zeggen hebt
terwijl je schrijft, het denken dat als een blauwe
ballon in een carrousel voorbijkomt, knapt
een gedachte die opstijgt, naar je zwaait
de pluim grijpt, gratis
nog een rondje

ik ben geen dader
maar zou dader willen zijn

doen is belangrijk

Van beddengoed vouw ik een vrouw
en noem haar tegenwicht
’s avonds lig ik in haar armen
maar ze vindt het niks
omdat ik boos ben
naai ik haar mond dicht

ze heeft haar stem
met naald en draad
door haar neus
gekregen

ze ligt zo stil
maar ik weet het zeker

ik hoor haar zingen

ik kan er niet tegen

ik laat haar schrikken
ik krijg haar stil

nu zal ik haar strelen

op haar rug
stik ik wraak

nu kan ik slapen

Canon

Nu al een graf bestellen: als het laatste gerecht
waar je van zult genieten. Zacht, op een bedje
van zalm, in dilleroom drijven. Waden
door het grondwater van de Styx,
wachten op Charon.

Dirigeren hoe ze voor je zingen:
bedroefd, geraakt, opgelucht
in canon.

Uit: Vicky Francken. Rontgenfotomodel
Uitgeverij De Bezige Bij. ISBN 9789023442745

Gedichten

door Roos Vlogman (1992)

Jagertje

Ik vond hem de dag dat hij een eland schoot
zijn vacht afstroopte en zich misselijk at.
Met het bloed onder zijn nagels
trok hij het vlees van de botten af.

Ik wilde dat hij me meenam naar bed
om me vast te houden
alsof ik zijn echtgenote was.

Aan tafel hield ik mijn benen gespreid
zodat zijn blik tot aan mijn slip kon reiken.
Het speeksel liep van zijn tanden.

Nog voor hij wist wat ik kon bieden
(het lakken van de ladekasten
het slijpen van zijn keukenmessen)
stond hij op om met zijn vuisten
op zijn borst te stompen.

attraction

dag universum,
ik ben aardig voor mezelf geweest.1
ik heb mijn kuiten gemasseerd
alsof ik een voetballer was
die net een topprestatie leverde.

dag universum,
hoe vaak moet ik aan iets denken
voor het waarheid wordt?2

ik denk vaak aan verlegen mannen
met nauwkeurig verzorgde handen
die een deur openen
naar een uitzicht met radijsjes en een vogelbadje.
de tuinverlichting loopt op zonne-energie.

ik denk vaak aan een groot tuimelraam
dat niet op de knip zit.
ik denk vaak dat er gaatjes in mijn romp worden geponst
in de vorm van een tractor, een tulp, een kerstengel.
ik denk vaak aan een jager die me als een geschoten ree
over zijn schouder gooit, leeg en zwaar.

1. Sakugawa, Yumi, 2014, Acknowledgments. In: Your illustrated guide to becoming one with the universe. U.S.A.: Adams Media.
2. Hicks, Jerry & Esther, 2008, De Wet van Aantrekking. Vertaling door Ingrid Gans, p. 50. Barchem: Petiet.
(De InternetGids 5/2016)

hera

mijn god heeft buikgriep
de wittebroodsweken zijn nu echt voorbij

onder water open ik een granaatappel
om de pitjes los te wrikken
zuur vocht dringt zich aan me op

mijn god laat boertjes
waarvoor hij zich niet excuseert
ik onderdruk de neiging hem te offeren
(als iets werkelijk urgent voelt
heeft het niets met dit moment te maken)1

het is alsof mijn lichaam nu geleerd heeft hoe het moet:2
een man met een mankement vasthouden

ik heb verlangens en de gave mezelf ervoor te straffen

1. Bosch, Ingeborg. (2008) De herontdekking van het ware zelf. (p. 81) Amsterdam: Uitgeverij Atlas Contact.
2. Bolen, Jean Shinoda. (1986) Godinnen in elke vrouw. Tjalling Bos (tr.). (p. 367) Rotterdam: Uitgeverij Lemniscaat.
(De Optimist, 13-07-2016, http://www.deoptimist.net/2016/07/roosvlogman/