Wie eindigden er op de derde plaats?

De zes voorrondes van de Meander Dichtersprijs 2017 hadden telkens twee winnaars. Die eindigden dus als het ware op een gedeelte 1e en 2e plaats. Zij gaan als kanshebbers door naar de eindronde.
Maar wie eindigden er in die rondes nu op de 3e plaats? (Soms is het een gedeelde 3e en 4e plaats.)
Dat maken we nu bekend.
Deze deelnemers mogen niet aan de eindronde meedoen, maar het scheelde maar weinig. Het lijstje is dus vooral bedoeld als aanmoediging.

1e ronde
3e plaats: Jeanet van Omme (1960)

2e ronde
3e/4e plaats: Michelle Brouwer (1991) en Jordi Lammers (1996)

3e ronde
3e plaats: Els Driessen (1963)

4e ronde
3e plaats: Pieter Olde Rikkert (1993)

5e ronde
3e/4e plaats: Arjan Keene (1963) en Elly Stolwijk (1957)

6e ronde
3e/4e plaats: Annette Akkerman (1962) en Rik Sprenkels (1988)


Winnende gedichten

door Maria van Oorsouw (1948), van Slobbe (1992)

Met deze gedichten wonnen Merel van Slobbe en Maria van Oorsouw de zesde ronde van de Meander Dichtersprijs 2017.

Merel van Slobbe (1992)

Tot we stevig genoeg zijn

Je komt zachtjes binnen zodat het blijven
minder op zal vallen en we praten over dingen
als stofzuigerzakken en wasverzachter.

Alle woorden nemen de vorm van mijn ruggengraat aan:
alleen maar bedoeld om dingen overeind te houden.

Ik druk mijn ellebogen in mijn zij zodat elk afscheid
binnen het deurkozijn past en ik zeg: weet je nog

dat we papieren vliegtuigjes door het huis gooiden
zodat we groter leken en weggaan kleiner.

Je knikt en zegt dat je ergens las dat kauwgum lang
tot zeer lang op straat blijft liggen, afhankelijk van

hoeveel mensen eroverheen lopen. Die nacht huilen we
om landschildpadden en alles wat langer leeft dan wij.

Vouw je handen voor mijn ogen en duw net zo lang
tot we stevig genoeg zijn

om niet te verdwijnen.

Maria van Oorsouw (1948)

Zeewiergroen

Ik was tien en had nog nooit een huilende man gezien
kitesurfers bestonden toen nog niet
en badpakken konden je beschermen
dat van haar was groen
het kan zijn dat ze Duits was
durf jij tot de zandbank
van veraf lijkt de zee veilig

eindelijk mocht ik met mijn broertjes voor het eerst alleen
zonder vader en moeder naar het strand van Wijk aan Zee
zeezeilers zweefden nog niet boven het water
de luchtkussentjes van haar zeewiergroene badpak hielpen niet
ga niet verder dan tot je heupen
van dichtbij is de zee onrustig

iemand knielde bij haar neer
iemand zwengelde aan haar armen
iemand probeerde haar tot leven te slaan
er kwam zwarte modder uit haar mond
haar vader huilde
mijn broertjes schoten elkaar nat
met hun waterpistooltje
later toen het vloed werd gingen we golven springen
ik hield ze stevig vast

ik kon mijn ouders geruststellen ‘s avonds
alles was goed gegaan, het was een fijne dag geweest
ik was tien en had een huilende man gezien

zee trekt altijd

Merel van Slobbe en Maria van Oorsouw zijn de winnaars van de zesde ronde

De zesde ronde van de Meander Dichtersprijs 2017 is gewonnen door Merel van Slobbe (1992) en Maria van Oorsouw (1948).

In februari  kwamen er 110 gedichten binnen. Zes beoordelaars kozen daaruit de twee beste gedichten.
Merel en Maria zijn nu kanshebber op de Meander Dichtersprijs 2017, die in mei wordt uitgereikt. De andere kanshebbers zijn Astrid Arns, Hester van Beers, Stefan Heulot, Nafiss Nia, Kate Schlingemann, Onno-Sven Tromp, Wim Vandeleene, Peter Vermaat, Martin Wijtgaard en Marjon Zomer.

Dit was de laatste voorronde. De twaalf kanshebbers strijden in mei om de eer en een bedrag van 350 euro.

De gedichten werden in deze ronde beoordeeld door Laura Demelza Bosma, Jan van der Geer, Merlijn Huntjens, Eric van Loo, Amber-Helena Reisig en Roel Weerheijm.

Hester van Beers en Onno-Sven Tromp winnen de vijfde ronde

De vijfde ronde van de Meander Dichtersprijs 2017 is gewonnen door Hester van Beers (1995) en Onno-Sven Tromp (1967).

In januari  kwamen er 113 gedichten binnen. Zes beoordelaars kozen daaruit de twee beste gedichten.
Hester en Onno-Sven zijn nu kanshebber op de Meander Dichtersprijs 2017, die in het voorjaar wordt uitgereikt. De andere kanshebbers tot nu toe zijn Astrid Arns, Stefan Heulot, Nafiss Nia, Kate Schlingemann , Wim Vandeleene, Peter Vermaat, Martin Wijtgaard en Marjon Zomer.

Tot en met februari zijn er zes ronden, waaruit telkens twee kanshebbers worden gekozen. De twaalf kanshebbers strijden in mei om de eer en een bedrag van 350 euro. 

De gedichten werden in deze ronde beoordeeld door Inge Boulonois, Maarten Gulden, Hava Güveli, Sander Meij, Alja Spaan en Rob de Vos.

Winnende gedichten

door Hester van Beers (1995), Onno-Sven Tromp (1967)

Met deze gedichten wonnen Hester van Beers en Onno-Sven Tromp de vijfde ronde van de Meander Dichtersprijs 2017.

Hester van Beers (1995)

Chocoladesigaretten

Het leven is een boot en ik hang kotsend over de reling.

Mijn vingers blijven het litteken vinden
op mijn knie, van toen we naar de trein renden
en ik te graag naar huis wilde om niet uit te glijden.

In je schouders woont muziek. Mijn duimen zweven
over je sleutelbeenderen die ik graag claviculae noem
omdat dat zo’n mooi woord is en er misschien nog iets
van ons terechtkomt als we zo mooi mogelijk
proberen te praten.

Ik vertel over hoe ik vroeger met mijn zusje in bad paste
en hoe eenvoudig dat was. Dat ik de handdoek om mijn schouders
sloeg om het kinderlichaam te verstoppen
dat op de badrand op het warme water wachtte.
Over hoe we in kleermakerszit
onder het klimrek zaten, chocoladesigaretten
tussen onze tanden geklemd, en opschepten
over onze vaders die koning waren.

Je zegt dat ik nog altijd te klein ben
om warmte vast te houden,
dat mijn binnenkant te dicht onder de huid zit.
Ik zeg dat ik naar het licht groei
en alleen ‘s nachts mijn ogen open kan houden.

Onno-Sven Tromp (1967)

Verder

ze tilde zichzelf op, dat ze kon zweven, of ik
het wilde zien, liep ze een eindje zonder de grond
te raken, het was een gebrek aan zwaartekracht

dat haar opbrak, hing ze zich als vitrage voor de
ramen, kon ik van binnen door haar heen kijken,
van buiten niet, of ik het misschien wilde zien,

ze lichtte haar hielen, zeilde ze als weesvlinder
door een wintertuin, dat ze behoefte had aan
houvast, ik wist het niet, een verdorde bloemknop

om op te zitten, had ik haar mijn hand gegund,
mijn gewicht tegen haar aan gelegd, had ik haar
uit de lucht gegrepen, riep ze me immers nog,

durfde ik niet te kijken, bang dat ze vleugels
zou breken, als bevroren papier, ze schreef hoog
haar vallende brief, was ze gevlogen, verder