Een stukje vrede en verzet

0

Op 14 mei 2015 is het 75 jaar geleden dat Rotterdam werd gebombardeerd en op 5 mei vieren we in Nederland 70 jaar bevrijding. Dit is de aanleiding voor een bijzondere herdenking. Stichting LOKAAL verzorgt in samenwerking met de Initiatiefgroep 14 mei en Poetry International een bijeenkomst met internationale denkers, dichters en Rotterdamse jongeren. Die vindt plaats op de vooravond van de herdenking van het bombardement, op 13 mei in Kriterion.
Meer informatie hier.

De Duitse dichter Norbert Hummelt (1962, Neuss) zal op 13 mei a.s. aanwezig zijn in Rotterdam. Sander de Vaan spr@k met Hummelt onder meer over het feit dat je een stad ná een verwoestend bombardement nógmaals kunt verwoesten.  

U hebt lange tijd in Köln gewoond. Een van de ‘Coventry-steden’, een Europees verbond van steden die zijn gebombardeerd. In hoeverre hebt u daar nog de gevolgen van de geallieerde bombardementen kunnen zien?
Ik ben opgegroeid in Neuss am Rhein, maar ben in Köln gaan studeren en heb er ruim twintig jaar gewoond. Voor mij is het al sinds mijn jeugd een zeer belangrijke stad. Dat ligt vooral aan de Dom en het feit dat Köln de reputatie van ‘heilige stad’ heeft. Ik kom uit een katholiek nest en het was dan ook logisch dat ik in Köln ging studeren en niet in het dichterbij gelegen Düsseldorf.
Tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw trof je in Köln nog zwartgeblakerde muren en halfverwoeste huizen. Op die plekken was de oorlog tastbaar. Maar de verwoesting blijkt nu vooral zichtbaar in de wijze waarop Köln herbouwd is: snel, pragmatisch en met weinig oog voor esthetiek. Ik kan me nog het jaar 1988 herinneren, toen in Köln alle twaalf grote Romaanse kerken (die ouder zijn dan de Gothische Dom en vrijwel allemaal na de oorlog in puin lagen) eindelijk gerestaureerd waren. Op dat moment dacht ik dat de stad weer ‘klaar’ was, maar dat klopte natuurlijk niet, want een stad is altijd een grote bouwplaats.

Er is een foto van Köln aan het einde van WO II, waarbij het hele centrum in puin ligt maar de twee torens van de Dom als zwarte schaduwen overeind staan. Wat vinden de Keulenaren hiervan? Een wonder? Toeval?
De Keulenaren zien zichzelf graag als een uitverkoren volk en men beschouwde het als een wonder dat de torens nog overeind stonden. Maar er lag natuurlijk vooral een militaire reden aan ten gronde: de Engelse vliegtuigen gebruikten de torens simpelweg als oriënteringspunten. Voor mij geldt dat het intact blijven van de Dom vooral de vernietiging eromheen benadrukt. Als ik naar oude foto’s van het Köln van voor de oorlog kijk, met al die mooie pleinen, waaronder de Barbarossaplatz (niet ver van mijn lievelingswoning in Köln) schiet ik af en toe vol. Maar vervolgens word ik ook boos, niet zozeer op de tegenstanders uit de oorlog, maar veeleer op de ongevoeligheid van de stadplanners, die Köln in architectonisch opzicht verwoest hebben. En die ongevoeligheid duurt voort. Dat zie je bijvoorbeeld aan de nalatigheid bij het bouwen van een nieuwe metrolijn die tot het instorten van het historische stadsarchief heeft geleid. Men heeft het in dit verband vaak over ‘Keuls geklungel’ (met veel vriendjespolitiek en geschuif onder de tafel). Je kunt je echter ook afvragen of de koelte en onverschilligheid jegens de verschijning van de eigen stad niet ook op een oorlogstrauma wijzen.

Het bombardement van Rotterdam was een oorlogsmisdaad, net als dat van Coventry en Londen. Maar het bombardement van Dresden was dat óók. Denkt u dat de wereld voldoende erkend heeft dat er ook ín Duitsland oorlogsmisdaden gepleegd zijn?
Ik begrijp volkomen dat landen die door Duitsland werden aangevallen er lang over gedaan hebben om in te zien dat hun eigen legers op hun beurt de Duitse bevolking en mijn land veel leed hebben berokkend met hun bombardementen. Maar het is nog moeilijker om daar in Duitsland zelf open over te spreken. Vooral door de gepolitiseerde generatie van 1968 en hun afrekening met hun ouders uit de Nazitijd was het leed van de Duitse bevolking lange tijd een taboe. Er onstond een sterke zelfhaat die iedere vorm van rouw en medelijden onmogelijk maakte. Dankzij boeken als Luchtoorlog en Literatuur van W.G. Sebald werd deze discussie weliswaar nieuw leven ingeblazen, maar dit gebeurde pas laat, terwijl het aantal getuigen uit die tijd steeds kleiner wordt. En hoe meer de tijd voortschrijdt, des te abstracter worden de gebeurtenissen uit die tijd.
Kunst en literatuur hebben hier een rol te vervullen, opdat de draad der herinnering niet breekt. Bij het schrijven van mijn gedicht ‘verdunkelung’, dat de beschadiging van dingen en mensen door de luchtoorlog thematiseert, heb ik gebruik gemaakt van familiedocumenten. Van bijzonder belang was een gesprek met mijn tante, die de luchtoorlog als klein meisje meemaakte. Kort voordat ze stierf, heeft ze één keer heel open met mij daarover gesproken.

Denkt u dat een initiatief als de oprichting van het ‘Coventry-stedenverbond’ de vrede in Europa kan versterken?
Dat hoop ik wel. Belangrijk is dat zo’n initiatief niet alleen over de landsgrenzen heen wordt uitgedragen, maar ook over de verschillende generatiegrenzen. Er zal op dit moment zeker geen nieuwe oorlog komen tussen Duitsland, Engeland en Frankrijk. Duitsland zal evenmin Nederland opnieuw binnenvallen. Maar aan de oost- en zuidgrenzen van het Europese continent ziet het er ietwat anders uit en niemand kan voorspellen hoe lang wij in onze welvarende landen nog van het al zeventig jaar durende vredesgeschenk kunnen genieten. In dit verband is íeder initiatief om van de geschiedenis te leren méér dan welkom.

Bent u optimistisch gestemd? Kan literatuur (en vooral poëzie) hier nog iets betekenen?
Het is lastig hierop te antwoorden. Ik ben niet geneigd de rol van de poëzie te overschatten, want gedichten bereiken slechts weinig mensen. Maar dat is voor mij nog geen reden om de moed op te geven. Integendeel: voor mij is de idee van ‘doorgeven’ erg belangrijk. En de betekenis van poëzie ligt juist in haar weerstand tegen andere media en machten. We leven in een maatschappij waar het louter om economie en efficiëntie gaat, met een wereldwijde informatiestroom waarin amper zicht is op datgene wat het individu zélf heeft vervaardigd. En toch zijn er nog altijd dichters die niets liever willen dan verzen schrijven, teneinde met beeld en klank de lezer innerlijk te raken. Dat alleen is al een stukje vrede en verzet én een reden om optimistisch te zijn.

Leave A Reply

Your email address will not be published.