Het is een cyclopenoog dat naar de stad kijkt

0

Op 14 mei 2015 is het 75 jaar geleden dat Rotterdam werd gebombardeerd en op 5 mei vieren we in Nederland 70 jaar bevrijding. Dit is de aanleiding voor een bijzondere herdenking. Stichting LOKAAL verzorgt in samenwerking met de Initiatiefgroep 14 mei en Poetry International een bijeenkomst met internationale denkers, dichters en Rotterdamse jongeren. Die vindt plaats op de vooravond van de herdenking van het bombardement, op 13 mei in Kriterion.
Meer informatie hier.

Een van de dichters die bij de herdenking zal zijn is de stadsdichter van Rotterdam, Hester Knibbe.
We stelden haar enkele vragen over Rotterdam en herdenken.

Merk je, als stadsdichter, dat het bombardement van mei 1940 en de gevolgen ervan nog steeds een rol spelen in Rotterdam?
Wat mij opvalt is dat zoveel van wat nog overeind stond later is neergehaald in het kader van de ‘vooruitgang’. Wat dat betreft kun je niet stellen dat Rotterdam trots is op zijn verleden. Maar gelukkig heeft ook deze stad zijn krakers. Daardoor is destijds het een en ander gespaard gebleven, waaronder het hoofdkantoor van de Holland Amerika Lijn, het huidige hotel New York.
Helaas gaat de wederafbraak gaat nog steeds door. Oude wijken worden gesloopt en omgezet in saaie nieuwbouw. Dat is jammer. Er kan ook gekozen worden voor afbraak achter de façades, waardoor de stad zijn gezicht blijft behouden. Natuurlijk, Rotterdam wil zich profileren als Architectuurstad. Maar het is een cyclopenoog dat naar de stad kijkt, niet een twee-oog: één oog voor de oude schoonheid en één voor de vernieuwing.

Veel Rotterdammers, of hun ouders, zijn buiten Nederland geboren. Het zijn mensen met een eigen geschiedenis en ze zullen hun eigen zaken hebben om te herdenken. En ook voor jongeren met Nederlandse ouders is de Tweede Wereldoorlog iets van ver terug. Hoe maak je iets dat ook hen aanspreekt?
Een paar weken terug werd ik als Stadsdichter betrokken bij een project op de basisschool ‘Pierre Bayle’ in Crooswijk. Enkele mensen hadden zich beijverd om bij een monument aan de Boezembocht een steen geplaatst te krijgen met de namen van de mensen die daar op 28 november 1944 zijn gefusilleerd als represaille voor een spoorwegsabotage daar in de buurt. Vijf willekeurige mannen die per ongeluk net voorbij kwamen. De Pierre Bayle school – die leerlingen heeft van alle nationaliteiten die Nederland kent – heeft het monument geadopteerd. De juf van groep zeven is met haar leerlingen een project gestart waarbij ze, na wat informatie van buitenaf, een gedicht schreven over hoe het toch moet zijn om als kind in oorlogsgebied te leven.
Het was ontroerend te merken hoe perfect die kinderen zich wisten in te leven en hoe ze hun best hadden gedaan dat in een gedicht te vangen. Met regels als ‘bang dat mijn vader ’s avonds niet thuiskomt’ en ‘we konden niet buitenspelen’.
Oorlog, het komt elke avond onze huiskamers binnen. En of dat nu de Eerste, de Tweede of de zoveelste is, wat wordt herdacht en door iedereen kan worden meegevoeld is de verschrikking.
In mijn gedicht voor de herdenking van het bombardement heb ik opzettelijk een Rotterdams accent gevlochten: dat van de dierentuin die werd getroffen. Maar bij de rest kun je je zo een stad in bijvoorbeeld Syrië voorstellen:

(…)
het is roet het is as het is
weg en weg kun je niet eventjes meten
of wegen, het is daar en weegt
voor de rest van een leven’.
(…)


Een Duitse dichter bij een herdenking van het bombardement. Kan dat eigenlijk wel?

Bij de herdenking van het bombardement denkt een Duitser allicht aan de bombardementen op eigen steden, zoals Dresden, Hamburg of Kiel, om een paar  voorbeelden te noemen. We staan in het huidige Europa voor een gezamenlijke taak en verantwoordelijkheid: wederopbouw in de ruimste zin van het woord. Toekomstgericht denken, zorgen dat we waar mogelijk – en de mogelijkheden zijn helaas beperkt – met elkaar ook elders een leefbare wereld helpen te realiseren.

Leave A Reply

Your email address will not be published.