Meander
log
Meander >

Meander Magazine >

Klassiekers >

 
  Publiceer je gedicht in Meander en bereik duizenden lezers
 
Gedicht van de maand april: 'Restauratie' van Menno van der Beek
alle auteurs
reageer!
directe link voor dit item:
meandermagazine.net/l/?txt=469
door Herbert Mouwen op 01-04-2005
Restauratie

Zijn blauwe pak komt keurig uit de kast,
zijn schoenen zijn zo weer gepoetst. Hij kocht in Praag
een bontmuts met een speldje van het rode leger:

met zijn gezicht en met zijn handen heb ik alles
al bijna bij elkaar. Hij zal het dragen
als ik het vraag. Straks zit hij tegenover mij.

Ik moet het woord doen. Ik zeg: eigenaardig
dat u ook binnen met uw bontmuts op blijft zitten.

Hij kijkt mij aan. Zijn mondhoek komt omhoog
voor wie het zien wil. Achter in zijn ogen

bestaat een plaatje van zijn eigen vader,
compleet met gleufhoed en een brandende sigaar;

en dat maakt alles makkelijk te dragen.


Menno van der Beek (1967)



Het moet een tijd geleden zijn dat het kostuum uit de kast kwam. O nee, er mankeert niets aan, maar de schoenen – stoffig geworden – moeten opgewreven worden. In eerste instantie ben ik niet nieuwsgierig naar de drager van het pak en de schoenen. Ik zoek naar een persoon die handelt. Wie pakt het blauwe kostuum en de schoenen uit de kast?
   
 
 
  Publiceer je gedicht in Meander en bereik duizenden lezers
 
Meanders gedicht van de maand maart 2005
alle auteurs
reageer!
directe link voor dit item:
meandermagazine.net/l/?txt=402
door Herbert Mouwen op 04-03-2005
Crete Senesi
(Val d' Orcia-Toscane)

Er wuift nog middagwijn in ons als we
de plek bereiken

Hitte alom. Kwinkslag hagedis in poederwit
Een beetje onaards, een beetje maans eigenlijk,
maar mooier
Landschap met trilvinnen bezaaid, nog even
voor het vloeibaar wordt

Rondingen rondom, randen

Hoe luchtig licht er overheen gaat, geel
geler geelt, schoonheid in herhaling valt,
sprakeloosheid sprakeloos maakt

Een tractor klimt het koren in zoals een vinger streelt .


Jan van meenen


Alleen wanneer je in Toscane geweest bent, kun je over dit gedicht schrijven, anders niet, was mijn eerste gedachte. Maar na enkele malen lezen, kom ik tot de slotsom dat dit gedicht zo treffend in zijn waarnemingen is, dat je als lezer even in dat bijzondere gebied ten zuiden van Siena bent, ook al ben je er nog nooit geweest. Ik reis mee en ik voel mee met de dichter: 'Er wuift nog middagwijn in ons...' De wijn die 's middags bij een Italiaanse maaltijd gedronken hebt, ligt niet zwaar op de maag, maakt je ook niet doezelig.
   
 
 
  Publiceer je gedicht in Meander en bereik duizenden lezers
 
Meanders gedicht van de maand februari 2005
alle auteurs
reageer!
directe link voor dit item:
meandermagazine.net/l/?txt=384
door Herbert Mouwen op 11-02-2005
Ik ben de stad

Ik ben de stad, zei je
en ik bolde bruggen
vulde straten met
ziedend snel asfalt
danste de polonaise
op het schuimende plein

ik ben een huis, zei je
en ik opende een deur
gaf iedereen een hand
at de tafel leeg, duwde
kinderen van de trap
ging met de vrouw naar bed

ik ben een plein, zei je
en ik rende halsoverkop
weer naar buiten;
asfalt was stroop
bruggen lagen gekapseisd
in modderig water
klinkers waren stuk gewalst

ik ben de stad, zei je


Ard Boeke


Wie kun je zijn in een gedicht, welke rollen kun je spelen? Wát kun je allemaal zijn? In Ik ben de stad van Ard Boeke in ieder geval een stad, een huis en een plein. En wanneer je dan zo'n ruimte bent, voor even, of voor eeuwig, want betekent dat voor de 'ik'? De dichter maakt in dit gedicht maximaal gebruik van de ruimte die de ander hem lijkt te geven. Kom maar de ruimte van mijn gedicht binnen, lijkt de 'je' tot driemaal toe te zeggen, ik zal zeggen wie ik ben en dan geef jij er – als dichter – de invulling aan.
De drie strofen van Ik ben de stad kennen een mooi ritmisch patroon. In elke strofe lijkt de 'je' telkens zijn of haar identiteit op uitnodigende wijze te onthullen. Er is geen sprake van een vergelijking tussen persoon en ruimte.
   
 
 
< vorige pagina   1 2