Meander
 http://meander.italics.net
 literair e-zine
 aflevering 206 * 2 februari 2003 * verschijnt om de twee weken op zondag 
 meander is gratis, maar vrijwillige financiële bijdragen zijn nodig * kopij is welkom, reacties ook 


uitgelicht * recensies * proza * nieuws * colofon 
Gedichten



Het laatste zwijgen

Ik luister scherp, ik hoor door muren heen
geluiden die geen ander mens kan horen.
Ik schrijf ze op. Zo ga je niet verloren.
Al gaat mijn pengekras door merg en been,

als t onverwachte ratelende boren
van boormachines in de hardste steen -
je kijkt niet om. Je luistert niet. Alleen
mijn stilte kan misschien je tred verstoren.

Vanavond barsten ratten uit hun holen,
zoals gewoonlijk klinkt hun schril gekijf,
t geschuifel in het holst van de riolen;

en dan het zachte veren van jouw zolen
op ons parket. De deurklink piept. Ik schrijf,
zo zacht ik kan, een enkel woordje: blijf.


Jan Doornbos

auteurspagina Jan Doornbos
lees/geef commentaar op dit gedicht
Jan Doornbos leest het gedicht voor


Bovenstaand gedicht van Jan Doornbos werd door de redactie van Meander gekozen tot Gedicht van de maand februari 2003, zie Uitgelicht



Slagerij

Het zijn barre tijden.
Mensen lopen zomaar voorbij,
staren in de etalage
als mannen naar vrouwenvlees
en verdwijnen zonder te kopen
weer uit beeld.

De slagersvrouw prikt de prijzen,
oefent haar glimlach - hoe langer
geleden de laatste klant vertrok,
des te sneller een volgende zal komen.

In de salon verbijt haar man zich
voor de Ronde van Lombardije
waar een tweetal zich heeft afgescheiden
van de rest van het peloton.

Smalle straten, massa volk.
In Italië schijnt de zon.


Philip Hoorne

auteurspagina Philip Hoorne
lees/geef commentaar op dit gedicht




Moment

Kijk, dit is mijn vader op zijn sterfbed.
We hebben het infuus een beetje verplaatst
omdat het zo storend aanwezig was.
Speciaal voor deze foto
hebben we bloemen gekocht
in de winkel aan de overkant.
Kleuren ze niet mooi
bij het geel van zijn gelaat.

Kijk, dit is mijn vader op zijn sterfbed.
Het zou geen dagen meer duren
al heeft dat niemand ooit gezegd.
Speciaal voor deze foto
verzameld rond zijn bed
staan wij, zijn kinderen.
Mijn oudste broer wilde niet komen
dus hebben we een stand-in ingezet.

Nee! Hierna zijn geen fotos meer.
Het rolletje was vol,
moest nodig worden weggebracht.
Of ik me schaam?
Waarvoor, voor hem? Mijn broer?
Ik dacht het niet totdat
op dit moment mijn adem stokt
en stilstaat bij de pijn.


Cel Dewaide

auteurspagina Cel Dewaide
lees/geef commentaar op dit gedicht




De inbraak

Gemakkelijk forceer je het slot. Je bent
Een dief, bespied door papieren gezichten,
Ronde spiegels waarin je niets herkent.
Restjes whiskey zijn voor jou. De lichten

In deze woning mogen vannacht niet branden.
Twaalf vertrekken telt dit huis. (Het komt twee
Kamers tekort.)
Je blindgaande handen
Ontvreemden alle eigenheid. Per se

Moet je weer die trap op en je onderbuik
Raaskalt opnieuw. De slaapkamer verbergt in
Iedere schaduw dezelfde vrouw. En ruik
Je haar lichaam? Moeizaam maak je een begin.


G.M. Berelaf

auteurspagina G.M. Berelaf
lees/geef commentaar op dit gedicht




Steenvrucht

Wit grind, een rechte steen,
met loep te zien het klein ovaal
van het portret waarop je
in de grote stoel was neergezet.

Twee datums in een schoolse pen.
Het ongeopend medaillon
met haar en dna.

Ik kwam je na.
Bestaan dat zich niet
voor je liet verzinnen.
Daar leef je vruchteloos mee.

Je bent mijn broer. Nooit was ik
ons kwijt. Geen steenworp
die ons scheidt.


Joop Leibbrand

auteurspagina Joop Leibbrand
lees/geef commentaar op dit gedicht
Joop Leibbrand leest het gedicht voor




Jona's Loch

Het pantservoertuig van de geest
Rupst eindeloos door zijn cocon
Aan boord de mens die zich verzon
Een opgesloten suikerbeest

Dat constant tegen molens vecht
Onsterfelijk vliegt Don Quichot
Zich regelmatig naar de strot
Is eigen baas en tevens knecht

Het zoete, zoete suikerdier
Geselt zichzelf met takkenbos
Acht, tegenstrijdig wezen, toch

Het zilte, zilte duikplezier
Bijtijds nabij en van God los
Jij kind aan huis in Jona's Loch
Jij vlindervis, jij Land van Oz


Anneke Haasnoot

auteurspagina Anneke Haasnoot
lees/geef commentaar op dit gedicht








advertentie

verbeter je schrijftalent via e-mail bij

WRITERS @T HOME
thuis in literatuurworkshops
klik hier voor meer informatie






gedichten * recensies * proza * nieuws * colofon 
Uitgelicht



Bespreking van het Gedicht van de Maand

door Annette van den Bosch


Het laatste zwijgen

Ik luister scherp, ik hoor door muren heen
geluiden die geen ander mens kan horen.
Ik schrijf ze op. Zo ga je niet verloren.
Al gaat mijn pengekras door merg en been,

als t onverwachte ratelende boren
van boormachines in de hardste steen -
je kijkt niet om. Je luistert niet. Alleen
mijn stilte kan misschien je tred verstoren.

Vanavond barsten ratten uit hun holen,
zoals gewoonlijk klinkt hun schril gekijf,
t geschuifel in het holst van de riolen;

en dan het zachte veren van jouw zolen
op ons parket. De deurklink piept. Ik schrijf,
zo zacht ik kan, een enkel woordje: blijf.


Jan Doornbos


Deze keer heb ik de analyse van het gedicht iets anders aangepakt. Jan Doornbos ken ik; ik hoorde hem diverse malen voordragen met zijn melancholieke, zware stem. Meestal klinkt er iets triests door in zijn poëzie. Ik wilde traceren of dat nu ook het geval is, maar door een andere methode te gebruiken dan normaal. Eerst las ik het gedicht een paar maal op de gewone manier. Daarna heb ik de tekst hardop voorgedragen en opgenomen. Een keer of vijf in totaal. Dat leverde een verrassende kijk op. De woorden en zinsneden die mij in eerste instantie het belangrijkst leken, bleken opeens wat meer naar de achtergrond te verschuiven.
Bijvoorbeeld het enjambement bij 'alleen' werkt goed. Het verstevigt de betekenis van dit woord, omdat hij het gebruikt als einde van de rijmketen op 'een'. Klanken en klinkers werden belangrijker. De rollende r, de o's kwamen heel ver naar voren evenals de ij's uit het sextet van dit sonnet. Naast de verwachte melancholie kwam er wrevel uit dit sonnet gerold. Ik zal dat toelichten door een analyse van de inhoud.

In de eerste strofe geeft de schrijver aan dat hij over buitengewone gaven beschikt of een droombeeld terugroept, uit zijn onderbewustzijn haalt. In elk geval kan hij meer horen dan de werkelijkheid. Hij schrijft datgene wat hij hoort op, zodat de persoon (ik noem haar 'zij' in het vervolg van deze bespreking) die deze geluiden voortbrengt of voortbracht, blijft verder leven in zijn geschrift of in zijn geheugen. Ondanks het geluid van de krassende pen van de schrijver ('s avonds alleen thuis klinken geluiden immers harder) wordt de persoon niet verleid tot omkijken of luisteren. Harde geluiden zijn blijkbaar niet voldoende. Misschien heeft zij die al voldoende gehoord, is zij eerder onder de indruk van stilte en kan dat een ontregeling teweeg brengen, oppert de schrijver. Hij zoekt blijkbaar naar een manier om 'contact' tot stand te brengen. De schrijver wil haar voetstap verstoren. Zelf betrokken zijn bij hetgeen zij doet of laat. Hier begint de wrevel te rollen.

Dan is er zoals gebruikelijk in een sonnet na de achtste regel een wending in het gedicht. We schakelen over naar ratten die straks tevoorschijn komen. De ratten, overbrengers van ziekten, dieren die meestal iets negatiefs aanduiden. Ze waren er blijkbaar al eerder ('gewoonlijk') en ze 'kijven'. Iets dat normaal gesproken wordt toegeschreven aan vrouwen. En ze 'schuifelen', ook een menselijke eigenschap. En waar dan wel? In het inwendige zijn ze bezig. Vechten ze in het brein van de schrijver een ruzie uit? Hoort hij het verleden weerkaatst door de riolen? De wrevel gaat over in een pijnlijk schrijnen. Die moet uitgebannen of opgelost en dat gebeurt dan ook in de laatste strofe. De vrouw/geliefde geeft de verlossing als ze aankomt over 'ons parket'. Ze staat daar met de deurklink in de hand, komt zachtjes binnen om de stilte niet te verstoren die zo zorgvuldig is opgebouwd en bewaard. De schrijver voelt zich nu wel gedwongen om door te schrijven, hij kan niet anders, als er zoveel wordt ingeleverd door de ander. Het schrijven verloopt niet meer krassend, het mondt uit in een specifiek verzoek: blijf. 'Blijf bij mij. Ik zal je rust geven, de stilte, als jij mij voedt met je aanwezigheid. Mij inspireert als man of als dichter. Jij vrouw of jij muze laat mij schrijven, zodat ik jouw aanwezigheid kenbaar kan maken aan de wereld.' Zo las ik het gedicht. Door het voorlezen van het gedicht kwam er een dimensie bij. De lichte wrok die opkomt als de ander niet voldoet aan de spelregels die je had uitgedacht voor het samenspel. Maar daarnaast de geweldige kracht die in de laatste strofe het gedicht omvormt van een treuren om verlies tot een lofdicht op de vrouw/de muze, de bron van inspiratie. Jan Doornbos mag zijn woorden wat mij betreft ook in de toekomst knarsend laten rollen.


Annette van den Bosch




(advertentie)
Bestel nu een professioneel schrijfpakket Proza of Poëzie voor slechts Euro 20,00!

www.writersathome.nl/Schrijvenvoorauteurs.htm




gedichten * uitgelicht * proza * nieuws * colofon 
Recensies


Leven en ademhalen

Bert van Weenen bespreekt Groeiringen van Lenze Bouwers


Lenze L. Bouwers (*1940) heeft een voorkeur voor rondelen en sonnetten. Dat bleek al uit zijn vorige bundels Rondelen (1985), De route van de rondvaartboot (1987), De schaduw van de buizerd (1988), Het schuim bedekt de messen (1990) en Biotoop (1992); het wordt bevestigd door de inhoud van zijn nieuwste bundel Groeiringen (2002).
De bundel bestaat uit drie delen: 'Groeiringen', een serie van vijftien rondelen waarmee de bundel begint, 'Verkaveling', drieëntwintig sonnetten waarmee de bundel besluit, en een aantal langere gedichten in het middendeel, 'De vrije heerlijkheid'. Een indeling die niet toevallig is, maar die precies aangeeft waar het de dichter Bouwers om gaat. Hij plaatst cultuur (verkaveling) naast natuur (groeiringen) en daartussen speelt zich onze geschiedenis af, daartussen leven onze dromen van vrijheid en vrede.
Bij cultuur denkt Lenze Bouwers niet alleen aan literatuur en landschapsarchitectuur, maar ook aan de Bijbel. Zijn christelijke komaf verloochent hij niet. Zo kun je in Groeiringen op allerlei plaatsen verwijzingen naar geloofszaken aantreffen. Soms in beeldspraak die duidelijk bijbelse associaties oproept, zoals in het rondeel We zoeken naar het licht met onze woorden:

(...) Doodspaleis
sluit uw poorten, geef leven kleurrijk prijs,
o koning van de tijd, leid hemelwijs:
we zoeken naar het licht met onze woorden.

En op een aantal plekken schrijft Bouwers heel expliciete geloofstaal, zie bijvoorbeeld het rondeel op bladzijde 18:

Dit duindal, met een plek wat zandverstoven,
de voorjaarszon die lustoord blijft beschijnen,
de westenwind die golfkracht door kan seinen,
kiekendieven, met hun manier van roven
eerst bidden voor de vrije val van boven
helm, biestarwegras en de roze, kleine
klokjes van de zeewinde (hoor ze, dove!)
Dit duindal, met een plek wat zandverstoven,
kunstig ontstaan langs natuurlijke lijnen,
een wensdroomgedicht herkend als het mijne,
het woord zien verwisselbaar met geloven,
God volmaakt met zijn schepping in het reine.
Dit duindal, met een plek wat zandverstoven.

Op de laatste boekenbeurs van het Christelijk Lektuur Kontakt (CLK), die plaatsvond op 21 september 2002 in de IJsselhallen te Zwolle, las Bouwers een paar verzen uit Groeiringen voor, waaronder het rondeel Moet het nacht zijn om de lichtkracht te meten. Een meeslepend vers over de veiligheid die een vuurtoren uitstraalt, met als slot de volgende regels:

Brede bundels delen gul uit. De kreten
van meeuwen verschralen. Codebericht
op radarscherm: redding wordt vertolkt, zicht
voor blinde ogen. Je thuishaven weten
door een macht die uit doodswater oplicht;
het moet nacht zijn om de lichtkracht te meten.

Ik kan me voorstellen dat dit gedicht in deze CLK-context christelijke dichter omringd door geloofsgenoten toch een wat andere lading krijgt dan wanneer een niet-gelovige dit vuurtorengedicht leest. De thuishaven was vanzelfsprekend de hemel, de plaats waar God zich al eeuwen ophoudt, en de macht die uit doodswater oplicht kon in de IJsselhallen op die 21ste september eigenlijk niks anders zijn dan Jezus, de Heiland die zijn volgelingen redt van de dood als zij maar vurig in Hem geloven. Of vergis ik mij daarin?
In de christelijke poëzie heb je pure belijdenisgedichten: liedteksten, pastorale poëzie en dergelijke. Gedichten waarbij de eenvoud en verstaanbaarheid bij het voordragen of zingen in de kerk essentieel zijn. Vergelijkbaar dus met de begrafenisgedichten die Bart FM Droog en Frank Starik maken voor anonieme doden in Groningen en Amsterdam (interview met Bart FM Droog in NRC 3 januari 2003). Dit soort gedichten schrijft Lenze Bouwers ook; zie zijn bundels die verschenen zijn bij uitgeverij Kok Kampen.
Maar daarnaast zijn er de meer literaire takken aan dezelfde boom, zoals het werk van Gerrit Achterberg, Koos Geerds, Harmen Wind, Menno van der Beek en de Querido-bundels van Lenze Bouwers. Waar hun werk christelijk is, is het dat op een bedekte, niet opdringerige manier. Leven en dood zijn tenslotte universele thema's waarover je ook iets algemeens kunt zeggen, al blijft er bij een christelijke dichter toch altijd een religieuze onderstroom merkbaar die de gedichten voor de goede verstaander een extra dimensie geeft. Literaire christelijke poëzie kan alleen bestaan als daar een universeel gevoel voor literatuur en menselijke communicatie aan ten grondslag ligt.

Lenze Bouwers stelt zijn geloof in nauw contact met de natuur. Soms krijg je als lezer het gevoel dat deze dichter tijdens zijn wandelingen door het Amelandse duinlandschap mystieke ervaringen heeft. De zogenaamde 'natuurlijke godskennis' is aan deze dichter welbesteed. Hij ziet God in de flora en fauna om hem heen: het woord zien verwisselbaar met geloven. Vandaar ook dat de rijkelijk aanwezige dierenschaar in Groeiringen niet alleen voor milieubeschermers maar ook voor gelovigen van betekenis is. Scholeksters, slangen, spinnen, zeehonden, lijsters, krabben, ganzen, ijsberen, zeerobben, zwanen, spreeuwen, de laatste grauwe klauwieren, boommarters zij zijn allemaal inspiratiebron voor Bouwers' poëzie en steunpilaren voor zijn geloof in degene die al dit moois nog voor de komst van Adam en Eva geschapen heeft. 'God volmaakt met zijn schepping in het reine' was ook een geschikte titel geweest voor deze recensie. Groeiringen toont op dit punt trouwens overeenkomst met de bundel Insekten (1994) van Koos Geerds, met daarbij wel de kanttekening dat Geerds zich een paar treedjes hoger bevindt op de ladder naar de Hemel van de Hermetische Poëzie.

Leven en ademhalen zijn opvallende motieven in Groeiringen. De golfbewegingen in de vrije natuur. Waar kun je het in- en uitademen ook mooier mee uitbeelden dan met een rondeel? Dit universele bestaansprincipe is van begin af aan aanwezig in Bouwers' dichterlijke universum. Niet voor niets heette zijn allereerste publicatie, uit 1976, Leven, en ook een titel als Biotoop wijst in dezelfde richting. Literatuur, of beter nog: schrijven in de meest brede zin des woords is een manier van leven. Dat zal Lenze Bouwers, die sinds 1992 fulltime schrijver is, onder andere ook van kinderboeken, zeker beamen.


Lenze L. Bouwers Groeiringen
64 blz.; EUR 15,95; Querido, Amsterdam 2002
ISBN 90 214 5441 6
www.clk.nu



Bert van Weenen




Een heldere voorstelling

Over Zelfs de duisternis ziet men niet met dichte ogen van Hans Kilian

door Yvonne Broekmans


Wie met een man of tien bij een huis staat, kan ervan uitgaan dat het beeld op ieders netvlies nagenoeg gelijk is. Maar is het gebouw er niet in concreto en zeg je 'ik zag een huis', dan doemen er tien totaal verschillende huizen op voor het geestesoog van je toehoorders. Bij het woord 'thuis' lopen de beelden nog sterker uiteen.
Daar ligt een buitengewoon fascinerend werkgebied voor de dichter. Hij verdicht het effect van parallelle werelden door de essentie niet te noemen maar te suggereren. Het is mogelijk dat hij de lezer dan precies raakt op de plek waar de voorstelling zit die hij wil oproepen. Een heldere voorstelling die je het beste ziet met dichte ogen.
Bij een paar gedichten uit de zevende bundel van Hans Kilian gebeurt dat ook:

Vroeg

Het is net ochtend,
ik ben er maar.
Opstaan is pas een gebaar:
Adem, roerloos geworden
op het bewasemd glas,
waardoor ik staar.

De tuin is er,
maar nog niet echt,
beneveld door de nacht
waaraan hij hecht.
Het is al daar,
maar nog niet waar.

Het wankelen tussen slapen en waken boeit deze dichter enorm, gezien het grote aantal gedichten waarin dit motief voorkomt. Dat 'slaap' daarbij, zoals bij talloze andere dichters staat voor 'dood' ligt voor de hand:
Straks weet ik / sterf ik weer / een kleine dood / vanbinnen.
Hans Kilian maakt het zijn lezers allesbehalve moeilijk om te achterhalen waar hij vooral over wil schrijven. Zo staan centraal geplaatst de gedichten Wachten en Achter het wachten, waaraan de titel van deze bundel is ontleend:
Niets is wat het scheen, / ik ben niet die ik was; / zelfs duisternis vindt men / niet met dichte ogen.
Leven is wachten, de tijd vergaat. Hij wil zijn verbazing daarover aan zijn lezers meedelen, met klem duidelijk maken, hoewel hij soms twijfelt of de boodschap overkomt:
Wat valt er nog te bezweren / met een stem op krukken?

De vorm waarin Hans Kilian zijn gedachten verwoordt is vrij los, hoewel de meeste verzen in strofes gegroepeerd staan. Niet alleen overbekende motieven, maar ook woorden en beelden worden heel vaak herhaald. De keuze daarvan zou je ook 'los' kunnen noemen, soms zelfs onzorgvuldig. Wintersneeuw, dwarrelen als rijstkorrels, zeewaardiger dan zand maken niet direct de indruk van weloverwogen keuzes die na veel innerlijke strijd gemaakt zijn.

Persoonlijk voel ik me nog het beste thuis bij enkele gedichten waar Kilian niet zo nadrukkelijk een levenswijsheid aan me kwijt wil. Hij kijkt daar niet in zichzelf rond, maar naar buiten. Meestal is dat de natuur, een enkele keer een levend wezen:

De hond

Naast het nieuwe aardbeienbed,
beschenen door een zachte zon,
slaapt rustig in zwart-wit de oude hond.
De reuk van seringen zwalkt langs
de struiken en het lichte ruisen
van de zomerwind waart rond.
Straaljagersuizen maakt eensklaps
de hemel heel open en groot,
de hond heft haar bastaardkop even
half op: oud wordt opnieuw weer
levendig, maar opeens ook zoveel
duidelijker dichter bij de dood.

Dit laatste gedicht geeft de lezer een eerlijke kans om zelf zijn verbindingen te leggen en, in tegenspraak met de titel van de bundel, zijn eigen heldere voorstelling te vormen, ook en vooral met dichte ogen.
Bij Hans Kilian eerder uitzondering dan regel.


Hans Kilian Zelfs de duisternis ziet men niet met dichte ogen
Uitgeverij 't Prieeltje, Diest 2002; 63 blz.; EUR 12,00
ISBN 90 769 56030
auteurspagina Hans Kilian


Yvonne Broekmans




Poëzie Kort


Annet Lemaire, sinds 1987 uitgeefster van het sympathieke poezen- en poëzieblad Snorharen, bracht met de huidskleur van de hemel haar vierde bundel uit. In het gedicht huismus onthult de dichteres, door Remco Campert ooit 'een begaafd natuurdichteresje' genoemd, haar wezen:

Laat mij maar
thuis
ontmoet ik
buiten veelal
ledigheid
word ik beroofd
van waar ik thuis
zoveel bezit
rijkdom in mijn hoofd

Het gaat in het leven niet om uiterlijke maar om innerlijke rijkdom, al zou je dat niet zeggen als je je ogen en oren de kost geeft. De jongste dochter van acteur Jan Lemaire hecht aan die innerlijke overvloed; zij werd een halve eeuw geleden geboren in Hilversum, groeide op in Rotterdam en woont sinds 1978 in het groen, net buiten het Drentse veendorpje Gieterveen, ver van de gekte van de Randstad.
Uit elk gedicht in dit zorgvuldig gemaakte bundeltje spreekt liefde voor natuur, puurheid en de onschuld van dieren. Daartegenover staan schrijnende voorbeelden van intermenselijke relaties, die zij in rake woorden weergeeft. De manier waarop mensen met dieren omgaan alsof het dingen zijn (MKZ!) komt eveneens aan bod. Hoewel gedichten allerindividueelste uitingen zijn, tilt Lemaire ze uit boven het persoonlijke, waardoor ze waarachtige poëzie worden. Daarin gaat het immers niet zozeer om het uiten van gevoelens, maar om in woorden gebeeldhouwde sensibiliteit, het gevoel 'an sich': ”zo praat ik alleen / in gedichten”.
De bundel gunt ons een blik in de denk- en leefwereld van de dichteres: een 'asielplaats' voor het menselijke. Het lijkt ouderwets of naïef-romantisch om dit woord nog te gebruiken, maar het is letterlijk de essentie van het leven. Misschien lijkt het alsof ik beweer dat dit bundeltje het allerbeste is dat ooit werd geschreven, maar dat is niet zo. Het biedt echter zeer lezenswaardige poëzie en ik beveel het dan ook van harte aan. De opbrengst van de bundel komt bovendien geheel ten goede aan de vier paarden die de dichteres redde van de slacht. Help deze mega zus bij het redden van de kinderen van Pegasus!


Annet Lemaire 'de huidskleur van de hemel'
48 blz.; EUR 7,50; eigen beheer, 2002
ISBN 90 901 62852

auteurspagina Annet Lemaire



Jan Bontje



***


Dat de markt voor poëziebundels moeilijk is, weet een ieder. Uitgeefster Magda Heeffer probeert het daarom sinds kort met een digitale bibliotheek. Van romanschrijver, journalist en copywriter Jack Feenstra (1934) verscheen daarin 0.00 uur; autobiografische gedichten 1940-1945 Amsterdam-Groningen, een cd-rom met 56 gedichten, foto's van de auteur en een uitvoerige 'biobibliografie'. In eenvoudige, toegankelijke, gedichten vertelt Feenstra over zijn traumatische jeugd in de Tweede Wereldoorlog (hij heeft het consequent over oorlog, met een accentteken), die bepaald werd door wat hij in Luister vertelt: ”Mijn vader werd / in drieënveertig / verraden / door zijn vrouw, / mijn moeder. (...) Mijn vader / werd gedeporteerd / naar Auschwitz / en werd er vergast. En toen had ik / geen vader meer / en geen moeder.” Geen wonder dat hij vaststelt: ”Dé oorlog kwam na vijf jaar aan zijn eind, / honger, bloed, doden, angst, bezet gebied. / Maar de herinneringen daaraan bezetten / mijn verdere naderende leven, zonder verzet, / dé oorlog, verdomme, heeft mij overleefd.” In de gedichten van Feenstra blijft weinig te raden over; getuige zijn uitspraak ”Mijn gedichten verwoorden / wat ik denk: dat ik geen / dichter ben, maar notulist.” streeft hij dat ook bewust na. Het is tegelijkertijd de kracht en de zwakheid van deze poëzie.


Jack Feenstra 0.00 uur; autobiografische gedichten 1940-1945 Amsterdam-Groningen
Heeffer digitale bibliotheek, Bergen op Zoom 2003
cd-rom; EUR 12,00
ISBN 90 70468 077
Zie ook surf.to/jack.feenstra



Joop Leibbrand







advertentie

tijdschrift
SCHRIJVEN
tussen fascinatie en publicatie
Diamonds r 4 ever
klik hier




gedichten * uitgelicht * recensies * nieuws * colofon 
Proza




Harrij Smit

Welkom in de Vogezen


Er zijn van die gebeurtenissen die je niet licht vergeet. De kerstdagen van drie jaar geleden bijvoorbeeld, toen de kerstbomen ons letterlijk om de oren vlogen. Mijn vrouw en ik zijn de vijftig gepasseerd, en sinds de dag dat onze kinderen het nest verlaten hebben, geven we regelmatig gehoor aan onze impulsieve en zwerflustige aard. Het begon die keer met een eenvoudig verlangen. We wilden wel weer eens een witte kerst. Omdat de temperatuur in Nederland niet beneden de tien graden wilde zakken, stapten we vroeg in de ochtend van 24 december in ons bestelbusje, en gingen op weg naar Frankrijk.

Halverwege de middag verlieten we tussen Colmar en Mulhouse de grote weg, om via het aan de oostelijke rand van de Vogezen liggende stadje Thann de bergen in te rijden. Het regende, maar op de hoger gelegen hellingen zag het wit van de sneeuw. Onze zoektocht naar een witte kerst leek succesvol te worden. Een paar kilometer voor het dorp Saint-Amarin draaide ik de bus een breed pad op. Met grote slingers bracht het ons hoger en hoger de bergen in. De regen ging nu over in sneeuw, en overal ontstonden witte plekken. Terwijl ik de auto behoedzaam tussen boomstronken, kuilen en rotsblokken manoeuvreerde, keken we uit naar een plaats waar we ons zouden kunnen verstoppen. De knoestige oude bomen die het pad omzoomden, gaven weinig dekking en de daar achter liggende begroeiing van brem en buxus zag er ondoordringbaar uit. Na een paar kilometer vonden we een smal bospad dat naar een kleine open plek in een dennenbos leidde. Aan de rand ervan, onder de gebogen takken van een prachtige spar, konden we het busje kwijt. Het leek een prima plek. Uit het zicht, en ver van de bewoonde wereld.
Tevreden stapten we uit. Het besneeuwde bos en de bergen rondom waren van een ongekende schoonheid. Er hing in het verstilde landschap een geheimzinnige, feeërieke sfeer, die door het zwakker wordende licht nog versterkt werd. Her was bijna kwart voor vijf. Een rilling trok over mijn rug. Mariet had het blijkbaar ook koud, want ze vluchtte met haar hoofd diep tussen haar schouders de bus in. Ik zette een paar keien onder de wielen en volgde haar voorbeeld. Met een paar kussens in de rug nestelden we ons op de matras, die op de vloer van de bus dienst deed als bed en bankstel. Door de motor van het busje te laten draaien, konden we de ergste kou verdrijven, maar al gauw moesten we met jas en al onder het dekbed kruipen. We dronken wijn en smulden van vers stokbrood met geitenkaas. Door de achterruit konden we zien hoe ontelbare sneeuwvlokken naar beneden dwarrelden.
'Misschien sneeuwen we in,' zei Mariet. Ik kroop behaaglijk tegen haar aan. 'We hebben voor minstens drie dagen eten aan boord, daarna moeten ze ons maar uitgraven.' Demonstratief verborg ze haar hoofd onder de kussens. 'We hadden mijn vader bij ons moeten hebben,' vervolgde ik. 'Die zou ons binnen de kortst mogelijke keren weer onder de sneeuw vandaan helpen. Hij heeft zijn halve leven met een schop gewerkt. Vroeger. Toen mannen nog kerels waren.' 'Een uitspraak van je vader?' Ik knikte. 'Ja. Gelukkig is hij er niet echt bij. Hij heeft de pest aan sneeuw. En aan kou, en aan onnodige risico's en zo. En bovendien zou hij met Kerstmis beslist niet van huis zijn gegaan.'

Ik herinnerde mij zijn barse stem. Met Kerstmis hoort een mens thuis te zijn!! In een flits kwam de kerstsfeer van de jaren vijftig bij mij langs. Overal kaarsjes, echte kaarsjes. Een emmer water binnen handbereik. De opgetuigde kerstboom, het vertrouwde kerststalletje, kerstliedjes zingen. De gloeiende kolenkachel. Lekker eten. En flakkerende kaarsjes op tafel. Het was altijd prachtig geweest. Maar dat waren andere tijden. Nu zaten wij hier. Ergens hoog in de bergen, met zijn tweetjes in een oud busje. 'Het is maar waar je voor kiest,' mompelde ik tegen de sneeuwvlokken die lichtvoetig op het zwarte scherm van de achterruit dansten. Mariet keek mij vragend aan. 'Dit is nu ons thuis,' zei ik. 'Midden in de Vogezen. In de sneeuw, in een sprookjesbos. Voorlopig blijven we hier wonen.' Met een warme glimlach boog ze zich naar mij toe. Een sneeuwvlok had mij niet zachter kunnen kussen.
We waren in elkaars armen in slaap gevallen. Toen ik mij weer van mijn omgeving bewust werd, bleek er een storm te zijn opgestoken. Mariet lag met haar hoofd op mijn gevoelloos geworden arm. Ik draaide mij voorzichtig om, maar ze werd wakker. 'Het klapt van de regen,' zei ik overbodig, want het lawaai boven ons hoofd sprak duidelijke taal. Striemende regen kletterde op het dak en tegen de ruiten. Hevige windvlagen joegen denappels en stukken dood hout naar beneden. 'Daar gaat je witte kerst,' zei ze slaperig. Hoe laat...' 'Het is bijna vier uur. Welterusten.' Maar we deden geen oog meer dicht.

De storm werd steeds heviger en leek tegen de ochtend tot orkaankracht aan te zwellen. Zeer zware rukwinden lieten de bus schudden als een boot in de branding en de neerkletterende regen maakte nu zo'n oorverdovend lawaai op het dak, dat we moesten schreeuwen om elkaar te verstaan. We kropen diep onder het dekbed, en bang luisterden we naar het tumult. De bomen kreunden en kraakten en leken met hun zware basten tegen elkaar te schuren. Voortdurend hoorden we takken breken, en af en toe was het geluid van knappend en versplinterend hout zo hevig, dat het leek alsof er hele bomen afbraken. We probeerden naar buiten te kijken, maar achter de gutsende regen op de ruiten zagen we niets dan inktzwarte duisternis. Plotseling was er een vreemd, zuigend geluid van modder of klei, en terwijl er stukken hout - of waren het keien? - tegen de bus kletterden, kwam er met veel gekraak een boom naar beneden. De cabine werd ingedrukt en er vloog een hagel van glas om ons heen. In een reflex trokken we het dekbed over ons hoofd. Machteloos bleven we liggen, onze lijven dicht tegen elkaar aan, ons hoofd nu verstopt onder de kussens. We durfden voor geen goud de bus uit. De bescherming die de zwaar gehavende carrosserie ons bood leek minimaal, maar daar buiten was de hel losgebroken. Overal hoorden we het angstaanjagend geluid van afknappende en vallende bomen en na een tijdje kwam er opnieuw een boom op de wagen terecht, en kort erna nog een, maar de bus werd niet veel verder in elkaar gedrukt.

Toen het om een uur of half negen licht begon te worden, woedde de storm nog steeds in volle hevigheid, maar er kwamen geen bomen meer naar beneden. De zwaar beschadigde bus was bedolven onder een zee van dennen, stukken ruwe, geschubde stam en versplinterd wit hout. De ingedrukte cabine was een grote ravage, de drijfnatte vloer was bezaaid met glas, stukken bast en dennennaalden. We spanden een stuk grondzeil tussen de cabine en het slaapgedeelte en kropen opnieuw in ons geïmproviseerde bed.
Een paar uur later begon de storm te luwen, maar het bleef hard regenen. We zetten koffie en aten wat brood. Daarna gingen we op zoek naar onze kleine wereldontvanger, die gelukkig nog heel bleek te zijn. Al snel kwamen we aan de weet dat een groot deel van Frankrijk door een ongekend zware orkaan getroffen was. Op veel plaatsen was de elektriciteit uitgevallen en waren de telefoonverbindingen verbroken. Overal versperden omgewaaide bomen de weg, waardoor de hulpverlening nauwelijks op gang kon komen. Het was duidelijk dat we voorlopig niet op hulp hoefden te rekenen. Maar we hadden dikke jassen en stevige bergschoenen, we zouden de bewoonde wereld wel halen.
We bestudeerden de drijfnatte wegenkaart en kwamen tot de conclusie dat we maar het best bergafwaarts konden gaan. Daar lag, in een langgerekt dal, de N66. Met een beetje geluk zouden we die voor donker kunnen bereiken, waarna het niet zo moeilijk zou zijn om het dorp Saint-Amarin te bereiken. De tijd drong. Het was al bijna half twee en we hadden berekend dat we minstens tien kilometer van het dorp verwijderd waren. Bovendien moesten we zeker zo'n vijfhonderd meter zakken.

Omdat alle deuren ontzet waren, moesten we door de vernielde voorruit naar buiten klimmen, waarna we ons slechts met veel moeite tussen de scherpe takken van de omgewaaide bomen door wisten te wurmen. Het dennenbos was een ravage. Er stond haast geen boom meer overeind. Veel bomen die niet ontworteld waren, bleken als luciferhoutjes te zijn afgeknapt. Pas toen we na veel geklim en geklauter de rand van het dennenbos bereikt hadden, werd het beter. Hier stonden voornamelijk loofbomen, die dankzij hun kale kruinen de orkaan goed hadden doorstaan. Opeens konden we flink opschieten. We ontdekten een met gele rechthoekjes aangegeven wandelroute en even later een bordje dat naar Saint-Amarin verwees. Hoopvol bleven we de gemarkeerde route volgen, tot we onze weg opnieuw versperd vonden door een massa over elkaar heen gevallen dennen. Het was onmogelijk die route naar het dorp nog verder te volgen. We trokken in een wijde boog om het verwoeste bos heen, waarbij we ons door ongebaand terrein moesten worstelen. Toen we na veel vallen en opstaan via een smal ravijn op een glooiend heideveld terechtgekomen waren, begon het donker te worden. Aan de andere kant van de hei vonden we een smal pad, dat steil bergafwaarts ging. Het was een gevaarlijk, glibberig keienpad en omdat het donker geworden was, moesten we voortdurend onze snel zwakker wordende zaklantaarn gebruiken. Hand in hand gingen we verder, tot we struikelend en glijdend op een smalle asfaltweg terechtkwamen.
We waren nat, smerig en koud, maar gelukkig regende het niet meer. De asfaltweg was redelijk begaanbaar, slechts zo nu en dan moesten we over een omgevallen boom klauteren. De batterij van de zaklantaarn was bijna leeg, maar regelmatig verscheen nu de maan tussen de jachtende wolken. Mariet wees op een telefoondraad, die boven de weg zichtbaar was. Even verder vonden we een zijpad. Aan een boom hing een bord: LES DEUX HETRES - Propriété privé, en er hingen bordjes met verboden toegang. Hoopvol volgden we het pad dat werd geflankeerd door dikke beuken. Er waren heel wat grote takken naar beneden gekomen, maar alle bomen stonden nog overeind. Het pad was kaarsrecht en minstens honderd meter lang. Aan het eind bevond zich, in een manshoge muur, een smeedijzeren hek, dat gastvrij open stond. Daarachter verhief zich een château, een prachtig, oud landhuis van twee verdiepingen, met hoge ramen en een breed bordes. In het licht van de maan konden we de fraaie contouren van het gebouw goed onderscheiden. Aan beide zijden stond een enorme boom, waarvan de knoestige kale kruinen zich tot ver boven het dak verhieven. Les deux hêtres, de twee beuken.

'Aardig plekje voor een kerstdiner,' zei ik. 'Al vrees ik, dat er niemand thuis is. Er brandt nergens licht.' 'Dat zegt niks,' zei Mariet hoopvol. 'De Fransen hebben altijd alle luiken dicht.' Maar op onze roepen kwam geen antwoord. Mismoedig liepen we terug naar het hek. 'Waarom staat zo'n hek eigenlijk open?' mopperde ik teleurgesteld. 'Ik zie een lichtje,' zei Mariet. Tegen de kasteelmuur aangebouwd bleek zich een dienstwoning te bevinden, en achter een van de raampjes flakkerde inderdaad een lichtje. Aarzelend klopten we op de deur, die bijna op hetzelfde moment geopend werd. 'Het licht doet het niet,' klonk een mannenstem in het Frans. 'We dachten al wat te horen. Maar waarom zijn jullie zo laat? We zitten al vanaf vijf uur te wachten.' 'Pardonnez-moi, monsieur,' begon ik in mijn beste Frans. 'Wij zijn vast niet degenen op wie u wacht. Wij zijn verdwaalde Hollanders, mijn vrouw en ik, en we...' 'Kom verder, kom naar binnen, alstublieft.' De Fransman opende uitnodigend de deur. Vanuit het huis klonk een vrouwenstem. 'Maurice! Laat ze toch verder komen, Maurice. Ze zijn al zo laat. Ik zal de wijn inschenken, en de oven weer aansteken.' Aan het eind van de gang ging een deur open, en in het zwakke licht werd een oude vrouw in een schortjurk zichtbaar. De geur van gebraden vlees hing als een zoete belofte in het huis. 'Waarom zijn jullie zo laat?' riep ze. 'Je vader en ik, we waren zo ongerust...' 'Ze zijn het niet, Sophie. We hebben hier een paar verdwaalde Hollanders aan de deur.' 'Ze zijn er niet? Maar wat zal er gebeurd zijn, waarom...' 'De wegen zijn versperd,' zei ik. 'De storm...' 'Het is een heel verhaal,' zei Mariet.

We werden naar een grote woonkeuken geleid, die door twee ouderwetse olielampen verlicht werd. In het midden van het vertrek stond een feestelijk gedekte tafel met gezellig flakkerende kaarsen. We moesten onze doorweekte kleren uittrekken en werden met een warme deken om ons heen, voor de open haard gezet. De vrouw draaide de gasfles van de oven weer dicht, zette koffie en blies de kaarsen op de gedekte tafel uit. Onder het genot van een kop koffie vertelden we ons verhaal. Maurice en zijn vrouw Sophie reageerden ongelovig op de beschrijving van de enorme ravage in de dennenbossen. Ze hadden de zware storm natuurlijk wel gehoord, maar er waren hier geen bomen omgewaaid. Hun huis en het château waarop ze toezicht hielden, waren onbeschadigd gebleven. Omdat stroom en telefoon waren uitgevallen, hadden ze op hun afgelegen woonplek geen idee gehad van de enorme problemen die door het noodweer veroorzaakt waren. Hun jongste zoon, die met vrouw en kinderen de kerstdagen bij hen zou doorbrengen, had er geen kans toe gezien om af te zeggen. Ik haalde het radiootje uit mijn rugtas, en stemde af op een van de Franse zenders. Het nieuws over de chaos in het land stelde Sophie en haar man gerust. Daar was het bewijs dat hun zoon onmogelijk vanuit de vijftig kilometer verder gelegen stad Belfort naar Saint-Amarin had kunnen komen.
Het was half tien in de avond. Opnieuw flakkerden de kaarsjes op de feestelijk gedekte tafel. De wijnglazen werden gevuld. Gekleed in een lange zwarte rok en een zijden blouse van de gastvrouw keek Mariet mij glimlachend aan. Ik deed mijn best om er in het op een na beste pak van onze gastheer net zo mooi en ontspannen uit te zien. Sophie had op het laatste moment haar schortjurk voor een plechtige robe verruild en gaf met een knikje aan Maurice te kennen, dat het juiste moment gekomen was om het gebraden konijn te verdelen. Met een tevreden gezicht schoof de oude man zijn stoel naar achteren en stond op. Langzaam en plechtig sneed hij het vlees aan. En even langzaam en plechtig hief hij zijn glas, waarna hij Sophie, Mariet en mij een gelukkig Kerstmis wenste. 'En ik spreek de wens uit,' vervolgde Maurice ernstig, 'dat u zich bij ons thuis zult voelen.' Weer moest ik aan mijn vader denken. Ik knikte, op zoek naar de juiste woorden. Maar het was Mariet, die mijn gedachten uitsprak. 'Want met Kerstmis,' zei ze zacht, 'met Kerstmis hoort een mens thuis te zijn.'


Harrij Smit




Meander Klassiekers
Woensdag 5 februari verschijnt nummer 41 van de Klassiekers, een bespreking door Joop Leibbrand van men moet van Gerrit Kouwenaar.
U vindt de klassiekers op de adressen http://meander.italics.net/klassiekers/ en http://meander.italics.net/klassiekers/archief. Zend voor een abonnement een e-mail naar met de inhoud: subscribe klassiekers



gedichten * uitgelicht * recensies * proza * colofon 
Nieuws



Geluk
Op zondag 2 februari organiseert SLAG, Stichting Literaire Aktiviteiten 's Gravenhage, weer de Zondichtmiddag in het theater-café TOUSS 21 aan de Toussaintkade 21 in Den Haag. Centraal staat het thema 'Geluk'. Presentator Ton van Es kiest de invalshoek van de literatuur, Erik van Lelieveld beperkt dat tot de poëzie, de dichtende filosofe Anselma Bueler verbijzondert het tot de filosofische poëzie. Verder treedt Jet Crielaard op, de winnares van SLAG Poetry Slam. Er is muziek van Mental Marble.
Aanvang 14.00 uur. Toegang EUR 4,50. Voor meer informatie www.slag.denhaag.org


Jubileumwedstrijd Literair Café Venray
De tiende schrijfwedstrijd van het Literair Café Venray is gewonnen door twee vrouwelijke auteurs. In de categorie poëzie ging de eerste prijs, voor de derde keer in tien jaar, naar Margreet Spoelstra uit Deurne. In de categorie proza werd de zogenaamde Raadselige Rozen-trofee gewonnen door de schrijfster Ellis Wiendels uit Middelaar. De publieksprijs voor poëzie ging eveneens naar een dichteres: Wieny Curvers uit Weert. Naar aanleiding van de jubileumwedstrijd is een bundel uitgegeven.
Nadere informatie op www.literair-cafe-venray.nl of bel 0478-583985 (Paul Reiniers).


Cursus bij Vrouw en Kultuur
Op 24 februari start bij 'Vrouw en Kultuur' een literatuurcursus over het werk van Hella Haasse. De cursus duurt vijf maandagavonden van 19.30 tot 22.00 uur. De plaats is nog niet bekend. De andere bijeenkomsten zijn op 17 maart, 14 april, 12 mei en 2 juni. Inschrijven kan tot 10 februari en de kosten bedragen EUR 42,00 inclusief de toegang voor een afsluitende, literaire middag. Leden van 'Vrouw en Kultuur' krijgen korting.
Meer informatie/inschrijven: Vrouw en Kultuur, Postbus 2223, 5600 CE Eindhoven, 040-2128556, . Website www.dse.nl/vrouwenkultuur.


0909GEDICHT, poëzie per telefoon
Op 30 januari 2003 werd in aansluiting op de opening van de Nationale Gedichtendag in Diergaarde Blijdorp de telefoonlijn '0909GEDICHT' in gebruik genomen. Wie vanaf die dag 0909GEDICHT of 0909 4334 248 intoetst, kan kiezen uit een rubriek 'poëzie algemeen' en 'gedichten over liefde en afscheid'. Ook kan op de gedichten gereageerd worden. Elke dag zijn er nieuwe gedichten te beluisteren, geselecteerd uit de wereldliteratuur en voorgedragen door professionele acteurs. De beller betaalt 50 cent per minuut. Eventuele winst zal worden gebruikt voor de sponsoring van literaire projecten.


E-ANS beschikbaar
Sinds kort is de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS) ook in elektronische vorm beschikbaar. de Elektronische ANS, kortweg de E-ANS genaamd, komt overeen met de tweede, herziene editie van het boek uit 1997. De E-ANS is gratis on line te raadplegen op het adres oase.uci.kun.nl/~ans of via de eigen website www.kun.nl/e-ans van de ANS, waar tevens actuele informatie over de gedrukte en de elektronische versie te vinden is.


Zo Gedacht Zo Gedicht
De vijfde editie van Zo Gedacht Zo Gedicht, een poëziewedstrijd voor jongeren van Kunst en Cultuur Noord-Holland en ProBiblio, wordt dit jaar samen met het Nationaal Comité 4 en 5 mei georganiseerd. 'Dichter bij 4 mei' is het thema voor jongeren van 16 tot en met 18 jaar. Jongeren van 12 tot en met 15 jaar wordt gevraagd het motto 'Dichter bij 5 mei' te omschrijven, met als thema Vrijheid.
Het volledige wedstrijdreglement is te vinden op www.kcnh.nl/zgzg.
De winnaars krijgen de eer hun gedichten op 4 mei tijdens de Nationale Herdenking op de Dam, in Kamp Westerbork of Kamp Vught voor te lezen en op 5 mei in Haarlem tijdens de officiële start van de Nationale Viering van de Bevrijding. Deelnemers kunnen hun gedicht, van maximaal 25 regels, voor 6 februari zenden aan Zo Gedacht Zo Gedicht, Antwoordnummer 942, 2000 VB Haarlem.


Vrijdichtavond
De Vrijdichtavonden, een reeks Zoetermeerse poëziemanifestaties onder de titel 'Poëzie in de Graanschuur', worden al vijf seizoenen georganiseerd door Stichting Hike Poetry. Op vrijdag 7 februari vindt in Zoetermeer de 18e vrijdichtavond plaats. De presentatie van de avond is in handen van Mariët Lems. Het programma van Ger van Wijck is getiteld 'Zoo lief en zoo licht' (oftewel: erotiek in de poëzie). Medewerkenden zijn Marijke van Dorst met poëzievoordracht en Frans Lodewijk, zang en gitaar.
Aanvang 20.00 uur. Toegang EUR 4,50 (met kortingspas EUR 3,50). ICC De Graanschuur, Dorpsstraat 74 A, Zoetermeer, 079-3169794.


Poëziewedstrijd rond Vincent van Gogh
In het kader van 150 jaar Van Gogh wordt een poëziewedstrijd rond Vincent van Gogh uitgeschreven. Het is de bedoeling dat deelnemers een tekening of schilderij van van Gogh als onderwerp kiezen. Insturen, onder vermelding van 'poëziewedstrijd 2003, is nog mogelijk tot 1 maart naar de Openbare Bibliotheek, Postbus 118 in Nuenen.
Op 4 april worden de prijswinnaars bekendgemaakt in het Hervormde Kerkje van Nuenen, waar de vader van Vincent nog predikant was. Stichting Openbare Bibliotheek Nuenen, Vincent van Goghplein 97, 5671 DV Nuenen, 040-2833097.


Website POëzie INTernationaal
POINT (POëzie INTernationaal ofwel Poetry International) publiceert sinds 1984 moderne, internationale poëzie in Nederlandse vertaling, meestal tweetalig (origineel + vertaling). De website is voor surfende dichters en poëzieliefhebbers meer dan een bezoekje waard!
Zie www.point-editions.com.


Schrijfwedstrijd Smaragd
Ter gelegenheid van het eerste lustrum organiseert Smaragd een schrijfwedstrijd. Het thema is vrij, maar mocht je echt niets weten dan wordt 'thermoskan' (koel van buiten maar warm van binnen) gesuggereerd.
Gedichten en verhalen van maximaal 1500 woorden kunnen voor 1 maart worden ingestuurd naar . Men verzoekt de inzendingen in de mails zelf te zetten en niet in een bijlage, dit vanwege virusgevaar. De prijsuitreiking is op 30 maart bij een feestelijke Smaragdjubileummiddag. De winnaar krijgt een geldprijs.


Boekenbeurs
In het Cultureel Centrum de Scharpoord in Knokke wordt zaterdag 15 en zondag 16 maart de Beurs van het Antiquarische en Zeldzame Boek gehouden. Nadere informatie op www.antiqbook.com/knokke.


Voorstelling De Windstilte
Kris Wollants zet met het gelegenheidstheatergezelschap Ovee een experimentele theatervoorstelling op van zijn roman 'De Windstilte' of 'het weinig stichtelijke verhaal van de brave magazijnier Meuleslagh', uitgegeven door Kramat. De voorstellingen vinden plaats op vrijdag 7 februari 21.00 uur, zaterdag 8 februari 21.00 uur, zondag 9 februari 19.00 uur in Cultuurcafé Den Hemel in Scherpenheuvel-Zichem. Toegang is gratis. Wel wordt aangeraden vooraf te reserveren, 013-772931.
Zie www.denhemel.com.


Revolver in Nijmegen
Op uitnodiging van de Katholieke Universiteit Nijmegen wordt in de Galerij van de Universiteitsbibliotheek op vrijdag 7 februari om 16.30 uur de tentoonstelling 'Revolver 1968-2003' geopend. Het tijdschrift Revolver werd in januari 1968 opgericht door Gerd Segers en François de Blauw. Door de mentaliteitsverschuiving waarbij poëzie minder elitair werd opgevat, evolueerde het tijdschrift in 1970 tot het zogenaamde 'stoeituintje' van schrijvers en schilders, die zich in hun creativiteit met de 'werkelijkheid' bezighielden. Met de retrospectieve tentoonstelling wil Revolver in Nederland meer zichtbaarheid en bekendheid claimen. Bijzonder aan het jongste nummer van het tijdschrift is dat critici het nieuwste werk direct van commentaar voorzien.
Nadere informatie: Gerd Segers, Ludwig Buchardstraat 35, 2050 Antwerpen, 03 2195597, . Website www.revolver-literair.be.


Op zomaar een woensdagavond
Woensdag 12 februari draagt Kim Nelis poëzie voor van Stef Van Overstraeten. De muzikale omlijsting tijdens deze avond, die onder de noemer 'Op zomaar een woensdagavond' plaatsvindt in De Uiterste Seconde, Stationsstraat 11 te Lebbeke, wordt verzorgd door Kristof Kerremans. Er is plaats voor vijftig mensen, dus vooraf inschrijven. De toegang bedraagt EUR 3,00.
Zie www.deuitersteseconde.be of bel 0477-346256.


Verhalen schrijven voor kinderen
Voor mensen die zijn geïnteresseerd in het schrijven voor kinderen wordt een cursus georganiseerd. Bij de cursus worden niet alleen de verschillende genres, verhaaltechnieken en stijl behandeld, maar wordt ook gekeken naar de leef- en belevingswereld van kinderen en worden analyses en voorbeelden gegeven uit de bestaande jeugdliteratuur.
Voor meer informatie of inschrijven: Stichting Lodewijk de Raet, Ellen Panne, 02 2409502,


Poëzie in Oostende
Zaterdag 15 en zondag 16 februari staat Oostende in het teken van de poëzie met het project 'Liefde tussen de Lijnen'. Gerenommeerde auteurs zullen op bijzondere plaatsen in de stad hun liefdeslyriek verspreiden en voorlezen. Op zaterdagavond en zondagochtend vindt de centrale, literair/muzikale manifestatie plaats in de voormalige buffetruimte van het station Oostende.
Informatie: Toerisme Oostende vzw, Monacoplein 2, 8400 Oostende, 059-701199,

Het nieuws werd samengesteld door Jan Boonstra en Yves Joris.

Nieuwsberichten voor Meander 207 van zondag 16 februari a.s. dienen uiterlijk dinsdag 11 februari in ons bezit te zijn. Stuur geen attachments mee.
Berichten kunnen worden gestuurd aan




gedichten * uitgelicht * recensies * proza * nieuws 
Colofon


Site: meander.italics.net

E-mailadres:

Redactie:
Adelheid Bekaert, Jan Boonstra, Annette van den Bosch, Yvonne Broekmans, Hans Hamburger, Milla van der Have, Yves Joris, Gerard Kool, Joop Leibbrand, Vincent Scholze, Margo Verbiest, Rob de Vos, Elly Woltjes.

Financiën:
Meander is gratis, maar ook uw financiële bijdrage is nodig!
Bijdragen vanuit Nederland kunnen worden overgemaakt op Postbank giro 8941864 t.n.v. G.C. Kool te Delft.
Voor bijdragen vanuit België: Rekening 402.2004409.95 ten name van Meander.
Vermeld 'donatie Meander' en uw e-mailadres.

Mailinglist:
Zie http://www.lists.nl/mailman/listinfo/meander
Abonneren door een mail aan met als onderwerp: subscribe
Opzeggen door een mail aan met als onderwerp: unsubscribe

Kopij is welkom bij Meander. Zie http://meander.italics.net/kopij/

Verdere verspreiding van de in deze uitgave opgenomen teksten is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s)


Zie ook op onze site: gedichten * verhalen * artikelen * recensies * links * klassiekers * archief

naar begin van deze krant




Zoek
naar