Denk aan Meanders wedstrijd voor erotische verhalen en gedichten, inzenden kan tot 15 april


Meander
 http://meander.italics.net
 literair  magazine
 aflevering 211 * 13 april 2003 * verschijnt om de twee weken op zondag 
 meander is gratis, maar vrijwillige financiële bijdragen zijn nodig * kopij is welkom, reacties ook 


uitgelicht * impressie * recensies * artikel * proza * nieuws * colofon 
Gedichten



Waterzang

Dus dit is geluid, de plotse neergang
van een steen in water, hoe een kind
dan hoort dat de kei zijn weerslag vindt
in donker wier, zo is geluid geen geluid
maar een waterzang in kringen.

Een man kijkt lang toe, dit spel bindt
hem aan deze zijde. Dat hij kon zingen
met water, akkoorden in handen getuit
flinten werpen, kluiten, handjes grind.

Maar water ebt de tijd, het kind rent
heen. Wat verborgen was kwam even
boven, dat een steen zingen kan, leven

in water. Geluid is dan wat je kent
in neergang, steenruis. Wat zich in
je handen vormt, een al oud gegeven.


Mark G. van der Schaaf

auteurspagina Mark G. van der Schaaf
geef commentaar op dit gedicht


Bovenstaand gedicht van Mark G. van der Schaaf is Meanders Gedicht van de maand april 2003, zie Uitgelicht



Ik had je kind
nog willen baren
en dan zeggen
kijk het lijkt op jou,
ik zou je in de
adelstand verheffen

een leven lang,
ben ik de koningin
van Egypte met
goud en wierook
aan haar voeten
en daarna,

spelen we dit spel
gewoon opnieuw


Hedwig Selles

auteurspagina Hedwig Selles
geef commentaar op dit gedicht




Colette's koan (voor Colette)

in het rood van zijn hand
zit zwaaien
zoals bomen doen in wind

en na de wind de witte
huid van water
waar je nog niet op schaatsen kunt

over de kinderen niets
dan dekens en een hand
vol waspoederdromen

over haar niets
dan de stilte van één hand
die maar blijft klappen

(applaus)


Erwin Vogelezang

auteurspagina Erwin Vogelezang
geef commentaar op dit gedicht
Erwin Vogelezang leest het gedicht voor



Blind toerisme

rimpelvel door aarde bruingekleurd
in fel contrast met witte computerteint
Man versus vrouw, heden en verleden
Verschillende culturen in ongelijke tijd

Hij bezingt met het dreigklankhout van
Termietenijver de woeste droomtijd die
Zijn voorouders ongestoord leefden in
De slagschaduw van hun Mount Uluru

Zij, shorts en passend topje, baseballpet
en zandsandalen, grijpt in haar tas naar
het derde oog waarmee iedere toerist de
aangeboden wereld naar huis zal nemen.

Hij strooit het zand des tijds, dat hij alleen
bezit, om zich heen tot een tekening van
toen. Hij geeft haar enkele korrels van
zijn overvloed, die zij niet-begrijpend
zandloperlangzaam door haar vingers
glippen laat. Klik, klik, weer weg

Thuis wordt deze ontmoeting herleid tot
Een verre-reisanekdote voor de vrienden
En niet-besefte ervaring van 10 op 15 cm.


Darwin Steel

auteurspagina Darwin Steel
geef commentaar op dit gedicht




je komt haar tegen
als je lacht

je voelt haar woorden
hartjes prikken in
een veld van bloemen

duidelijk en warm
bedoeld om alle klamme haren
uit de takken van je kraag
te krikken

sterk en lief genoeg om langer van
te houden dan je denkt

de lente


wim haazen

auteurspagina Wim Haazen
geef commentaar op dit gedicht
Wim Haazen leest het gedicht voor






advertentie

verbeter je schrijftalent via e-mail bij

WRITERS @T HOME
thuis in literatuurworkshops
klik hier voor meer informatie






gedichten * impressie * recensies * impressie * proza * nieuws * colofon 
Uitgelicht


Het gedicht van de maand

besproken door Annette van den Bosch


Waterzang

Dus dit is geluid, de plotse neergang
van een steen in water, hoe een kind
dan hoort dat de kei zijn weerslag vindt
in donker wier, zo is geluid geen geluid
maar een waterzang in kringen.

Een man kijkt lang toe, dit spel bindt
hem aan deze zijde. Dat hij kon zingen
met water, akkoorden in handen getuit
flinten werpen, kluiten, handjes grind.

Maar water ebt de tijd, het kind rent
heen. Wat verborgen was kwam even
boven, dat een steen zingen kan, leven

in water. Geluid is dan wat je kent
in neergang, steenruis. Wat zich in
je handen vormt, een al oud gegeven.


Mark G. van der Schaaf


Waterzang. Een mooie titel. Zang en water gaan al samen sinds de Sirenen, die mannelijke slachtoffers met hun zang lokten naar het water en ze daar lieten verdrinken, opslokten. Dat belooft wat.

In de eerste strofe treft het beeld van een kind dat onbevangen speelt met steentjes, dat luistert naar het geluid van steen op en in water. Er spreekt een verwondering uit, je hoort en ziet als het ware de plons voor het eerst. Het kind slaat gade hoe de steen wordt opgevangen door wier, dat de steen omhult en inpakt en het geluid dempt. Het ziet de kringen die de steen achterlaat. Als echo's van het geluid dat hij hoorde terwijl hij bezig was met spelen, met oorzaak en gevolg creëren. Een zacht zingen dat uitloopt in kringen.

Het perspectief wisselt in de tweede strofe naar een man die toekijkt. Hij vereenzelvigt zich met het kind dat een band aanging met het water. Hij 'kon zingen met water'. En blijkbaar op verschillende manieren, want hij noemt verschillende zaken die hij in het water wierp als kind. Meerdere mogelijkheden had hij gevonden om akkoorden te maken. Het leuke is dat dit terug te herkennen is in de rijmvormen die in het gedicht gebruikt zijn, de verschillende eindrijmen en klankrijmen die gevarieerd worden toegepast Als een speels uitproberen wat het gevolg zal zijn op de inhoud van het gedicht en op de lezer. Het geeft de strofen meer onderlinge samenhang en het noopt tot zangerig lezen.

De tijd vergaat en dan verdwijnt het kind, de man groeit op en realiseert zich wat er gebeuren kan als hij onbevangen als een kind waarneemt. Dat hij daardoor geboeid is en kan blijven aan deze kant van het water, aan het leven kan hechten. Zijn kind-zijn/zijn verleden is een onderdeel van het heden. Hij erkent het belang van een steen die kan zingen door water. Geluiden wijzigen naarmate hij ouder wordt, maar er blijft een restant van wat ooit een steen was. Steengruis. Zoals wat zich in de handen vormen laat. Water laat immers rimpels na, een verouderde, verschrompelde huid als de huid te lang in het water blijft. Dat is wat resteert, een oud gegeven. De tijd heeft vat op het lichaam, het waarnemen, het horen, het zien en het zingen. En de volwassene kent/herkent de geluiden inmiddels, weet hoe er mee om te gaan, is niet verwonderd, zoals het kind.

De waterzang is voor mij een loflied op het kind, op de onbevangenheid. Een weemoedige terugblik. Maar ook een ode aan het leven. Er spreekt een berusting uit over volwassen/ouder worden: het is nu eenmaal niet anders. De sirenen zullen de man ontvangen in het wier van hun haren en armen. Een geslaagd gedicht, waarin het water als het symbool van leven goed gecombineerd wordt met de zang van de onontkoombare, maar niet verontrustende, dood.



Annette van den Bosch




(advertentie)
Schrijf verhalen en gedichten die alle noodzakelijke elementen bevatten.

www.writersathome.nl/Schrijvenvoorauteurs.htm




gedichten * uitgelicht * recensies * artikel * proza * nieuws * colofon 
Impressie


Dichter bij Meander

Een impressie door Edith de Gilde


Dit wordt een impressie in close-up: Dichter bij Meander, 6 april jl in Den Haag, is een beetje mijn kindje. Toen ik Meandercollega Milla van der Have eind 2001 zag optreden op een poetry slam in Den Haag, dacht ik: zouden we zoiets ook niet eens onder Meandervlag kunnen doen? Milla was er meteen voor te porren, andere collega's waren wat meer terughoudend of ronduit sceptisch. Maar wie mij kent, weet dat wat in mijn kop zit zich niet bevindt in een ander deel van mijn anatomie. En dus kwam hij er, de voordrachtmiddag van een aantal trouwe Meanderauteurs en -medewerkers die tegelijk een kleine reünie van Meandervrienden moest zijn. SLAG, de Stichting Literaire Aktiviteiten 's Gravenhage, bood ons het organisatorische onderdak van haar zondichtmiddag, Theaterrestaurant Toussaint werd het fysieke huis. Als organisator heb je zo je goed verstopte angsten: wordt er niemand ziek, gaat er niks mis, raakt de zaal een beetje vol, zal de sfeer zijn zoals je hoopt?

Ik zit hier opgelucht adem te halen: iedereen was er, ook Atze van Wieren, die vanuit Friesland een moeizame treinreis had gehad, de problemen met het geluid die het voor de gelegenheid geformeerde bluesrocktrio De Naakte Waarheid teisterden werden met de nodige humor opgelost, in het begin moesten er zelfs mensen stáán en de sfeer was om te zoenen: ademloze concentratie tijdens de voordrachten en veel gepraat en gelach in de pauzes. Voor Ann Tronquo en Hans Puttenstein was het hun debuut op het podium, maar niemand heeft dat aan hen gemerkt. De wat meer - of zeer - geroutineerden: Atze van Wieren, Anneke Haasnoot, Philip Hoorne, Rob Passchier, Joop Leibbrand, Annette van den Bosch en Milla van der Have met wie het allemaal begon, lieten zien dat ze iets met hun podiumervaringen hadden gedaan: velen van hen waren gegroeid in hun voordracht in vergelijking met de vorige keer dat ik hen zag en hoorde. Over mezelf zal ik alleen zeggen dat ik veel plezier heb gehad. Zandra Bezuidenhout, nog net even in Nederland voor haar terugkeer naar Zuid-Afrika was de verrassingsgast met een prachtig tangogedicht. De presentatie van Joop Leibbrand was ingehouden, to the point en vlot: ideaal, zo'n man.
Ook de pauzes waren een klein feest. Mensen die elkaar voor het eerst in het echt ontmoetten of weer eens terugzagen, dichters met hun net verschenen nieuwste of eerste bundel (Milla, Joop, Jan Doornbos, Frans Terken) die druk zaten te signeren, twee dichters die hun finaleplaats in de Nacht van het Sonnet vierden: de poëzie had deze middag haar beste pak aangetrokken en vierde haar bestaan.
N.B. Voor de gelegenheid heb ik een eenvoudige reader gemaakt waar in totaal 45 gedichten van de tien optredende dichters in staan. Wie niet is gekomen en dat jammer vindt, kan zich per e-mail bij Meander melden. Er zijn nog een paar readers over, die ik belangstellenden kan toesturen voor het zeer bescheiden bedrag van 4 euro. Weliswaar is er helaas één slotregel van een gedicht van Philip Hoorne weggevallen - sorry Philip - maar die zal ik er keurig met de hand bijschrijven.
Dichter bij Meander


Edith de Gilde





gedichten * uitgelicht * impressie * artikel * proza * nieuws * colofon 
Recensies



De kluizenaar en de pedagoog

Over 'Vroeger of later' van J.J. Leibbrand

Door Rutger H. Cornets de Groot


In de Meanderkrant stond vorig jaar april het volgende gedicht van Joop Leibbrand:

Middag in de tuin

Een onvermoeibaar echoënd gekoer,
daar tussendoor verraderlijk het krassen
van de kauwen; vertrouwd gekwetter
maar niet thuis te brengen fluiten,
een nieuwe soort die belt met telefoongeluiden.

Motoren van verkeer en maaimachine,
pubers die zich bewijzen voor een meisje,
gedrens van kinderen die weten wat ze willen.
Er is godbetert zelfs een haan.

Een windvlaag gaat door wilg en populieren,
die ik hier noem omdat ze daar ook staan.
Het is de zomerstilte waar ik van geniet -
in eigen hoofd ontploft de bom toch niet.

Ik vond en vind het nog steeds een schitterend gedicht, dat voor mij vooral blijk gaf van een postmodern sentiment. Dat is gemakkelijk te zien wanneer we het bijvoorbeeld leggen naast vergelijkbare regels van Marsman: "In de weiden grazen/ de vreedzame dieren;/ de reigers zeilen/ over blinkende meren,/ de roerdompen staan/ bij een donkere plas;/ en in de uiterwaarden/ galopperen de paarden/ met golvende staarten/ over golvend gras."

Wat is er van deze idylle bij Leibbrand overgebleven? Er is ingebroken, door mobiele telefoons, door gemotoriseerd kabaal, en - schitterende regel - 'er is godbetert zelfs een haan', alsof die hier nog wat te zoeken zou hebben. Van dezelfde Marsman worden nog wat wilgen en populieren bij elkaar gesampled, om te concluderen dat het de dichter, dat het ons geen moer meer uitmaakt. Wat is natuur nog? Aan de conclusie die Leibbrand trekt, was Bloem nog lang niet toe, de gelukkige idioot. Dit is geen vrijblijvende maatschappijkritiek, maar een noodkreet van iemand die door de gelijkschakeling van de dingen in de wereld tot onverschilligheid is gebracht. Dat is het postmoderne moment: de 'kinderen weten wat ze willen', zoals eens de modernisten, voor wie een haan nog een nieuwe dageraad verkondigde. Maar de geruststelling van de laatste regel is allesbehalve dat; epicurisme, het genieten van de zomerstilte, komt in een permanente staat van wanhoop te verkeren. Wij kunnen deze wereld niet uit.

Ik stelde de dichter op de hoogte van mijn indrukken, waarop hij mij ontnuchterend liet weten aan al deze dingen 'geen moment' te hebben gedacht, al wilde hij, grootmoedig, niet ontkennen dat het gedicht een dergelijke lezing toestond.
Daar sta je dan als interpreet, plotseling met je mond vol tanden. Maar zo'n voorbeeld geeft natuurlijk aan dat je met een gedicht kan doen wat je wilt: het kan de dichter toch niet worden afgenomen, al heeft ook hij over de betekenis van het gedicht niet het laatste woord. Maar de bron van het gedicht blijft onvervreemdbaar, en het is vanuit die volstrekt eigen wereld dat de dichter die andere wereld in ogenschouw neemt, waarin hij zich - niet zelden tot zijn eigen verbazing, en soms tot zijn verdriet - blijkt te bevinden.

De spanning tussen die beide werelden verleent de grootste charme aan de bundel Vroeger of later, die nu van Joop Leibbrand is verschenen. Zo staat het ook in de dubbele stelling achter op de bundel: 'J.J. Leibbrand is de toegankelijkste dichter van eigenzinnige poëzie' en 'J.J. Leibbrand is de eigenzinnigste dichter van toegankelijke poëzie'. Maar eigenlijk is alleen de eerste stelling waar. Want toon, stijl en onderwerpkeuze leiden de lezer weliswaar eenvoudig naar binnen, maar eenmaal daarbinnen blijken we te zijn terechtgekomen in een gebied waaruit het, met name ook voor Leibbrand zelf, niet gemakkelijk ontsnappen is. Het is hier dus oppassen geblazen, wat ook al wordt aangegeven door de omineuze titel van het gedicht dat aan de eigenlijke bundel voorafgaat:

Vangnet

Zoals woorden hun weg moeten zoeken,
hun schaduw niet werpen, blind
moeten gaan over de lijn die je trekt,
zich nooit aan de stok
van de danser vertillen -

het is als met het zand
dat zich moet zetten
wil het hard zijn na de vloed,

het laat zich niet tellen maar voelen.

Uitvluchten zijn het, luchtfietserij,
altijd die schrik
vanuit het donker naar het licht,

beeld dat zonder vangnet zich vastzet
als het snedig spel dat het is.

Er hangt met andere woorden een zekere tragiek om deze poëzie, omdat zij voor de dichter in essentie vergeefs is. Zijn pogingen om wat hem bezighoudt over te dragen op wat zich 'achter de lijn die je trekt' bevindt, kunnen hem niet verlossen van de wereld waarin hij zich gevangen weet. Daarvoor ontbreekt het hem aan de vereiste greep: het leven, en de woorden waarin dat leven zich laat uitdrukken, zijn niet kwantificeerbaar en volgen hun eigen plan. Daarom zijn die pogingen 'uitvluchten', in de dubbele betekenis van dat woord; het resultaat is wat Leibbrand met de hem eigen berusting en gelatenheid maar omschrijft als een 'snedig spel' tussen de taal van de dichter en de werkelijkheid van zijn lot.

Maar het gedicht kan ook nog op een andere manier worden gelezen. Leibbrand is behalve dichter namelijk ook leraar, in de Nederlandse taal natuurlijk, en bovendien redacteur van deze, onze eigen Meanderkrant, die juist aan amateurdichters en -schrijvers een podium biedt. We kunnen het gedicht daarom ook vanuit pedagogisch perspectief bezien: 'Zoals woorden hun weg moeten zoeken', zo moeten ook leerlingen dat doen, en pas wanneer de vloed van de jeugd tot bedaren is gekomen, kunnen ook zij zich 'zonder vangnet' vastzetten, dat wil zeggen zonder dat daar verder nog een pedagoog bij aan te pas komt. Diens rol is immers uiterst beperkt:

Wij slijten aan de vete
tussen wie wij waren
en zij niet willen zijn.

Hierdoor alleen houd je het vol:
speel in het geheel geen rol.

Ergens gaat het mis in een mensenleven en ontstaat er een gat tussen wat men beoogt en wat daarvan terechtkomt. Taal en poëzie bieden de gelegenheid om boven de macht van dat lot uit te stijgen en erop te reflecteren; zo kan ook een nutteloos leven nog waarde hebben. Moeilijker wordt het wanneer de dichter weet dat de wereld waarin hij zit opgesloten alleen in taal kan worden uitgedrukt, waardoor zelfs de taal hem niet uit zijn isolement kan verlossen. Dat is het 'snedige spel' en de motor van Leibbrands poëzie, en het maakt dat je als lezer vanzelf al enorm veel sympathie voor deze gedichten en hun dichter krijgt.

En dit temeer daar Leibbrand zich niet vol spijt en ressentiment heeft teruggetrokken om over het leven zijn gal te spuien. Waar het ook 'mis' mag zijn gegaan in zijn leven - wij zijn daar zelf niet zo van overtuigd - ergens is hem het grote inzicht deelachtig geworden dat een noodlottige wending vanzelf een pedagogisch verschijnsel is: ze werpt je weliswaar terug op jezelf, en dat is bij Leibbrand zeker het geval, maar vooral dwingt ze je tot belangstelling voor wat er om je heen gebeurt. Het lijkt erop dat die splitsing tussen een milde vorm van autisme en de bereidheid om anderen in te wijden in een wereld waar hij zelf maar matig over te spreken is, ook verantwoordelijk is voor die merkwaardige, maar o zo aantrekkelijke toegankelijke eigenzinnigheid. In ieder geval wijst zij de weg naar buiten: daar waar 'vroeger' en 'later' en het oordeel over beide kunnen worden opgeschort, omdat de pedagogische Eros de afstand tussen die twee eenvoudig opheft:

Is deze leraar niet
in hoogste mate subjectief?

Bijna allen heeft hij onverantwoord
lief en hij oordeelt zelfs vaak
net zo lief maar niet.

Het is de grote verdienste van Joop Leibbrand dat hij bij een vaak anekdotisch aandoende poëzie, die altijd aanspreekt en niet zelden ontroert, niet de ogen heeft gesloten voor grote problemen als die van werkelijkheid en taal, jeugd en ouderdom, existentialistische angst en levensaffirmatie. Zo iemand voor de klas te hebben!

J.J. Leibbrand - Vroeger of later
Bellevue, Noordwijk, 2003
108 blz., € 15,00
ISBN 90 806204 5 9
Zie: www.scriptnoordwijk.nl/Leibbrand.html
auteurspagina Joop Leibbrand


Rutger H. Cornets de Groot





poezieclub
omdat het elke dag een beetje Gedichtendag moet zijn
word abonnee





Yvonne Broekmans bespreekt

Kritische massa van Marc Tritsmans

Soms kom je iemand tegen die meteen vertrouwd is. Onmiddellijke herkenning, die in de neuropsychologie ongetwijfeld boeiend en logisch verklaard kan worden, maar die bij mij steeds de indruk wekt dat er iets magisch gaande is. Met een gedichtenbundel is me dat nog nooit overkomen. Tot ik de nieuwste bundel van Marc Tritsmans opensloeg. Reden om enigszins wantrouwend en eerst maar eens zakelijk naar het gebodene te kijken.

Marc Tritsmans beschrijft in Kritische Massa een reis, een wereldreis in 36 gedichten. Het verloop daarvan is gemakkelijk te volgen aan de hand van de inhoudsopgave.
De eerste afdeling, Kom binnen, bestaat welgeteld uit één gedicht, namelijk Niet thuis, waarin de dichter meteen duidelijk maakt dat zijn reis al begonnen is: wie je/ dacht te kennen, die ene blanke/ man met hoogtevrees, gooide het/ meertouw los, liet de haven achter.
Ook het slotdeel, Huiswaarts, herbergt alleen maar het ene gedicht Warmteleer: wanneer mijn/ voet op de kade moet ik maar weer/ in mijn eigen huid verder met leven.
Daar staat wat er gebeurd is tijdens de reis die zich voltrekt in de 34 gedichten tussen weggaan en thuiskomen. De dichter reist niet, zoals in zijn vorige bundel Sterk water door tijd en geschiedenis, maar kruipt in de huid van iets of iemand anders, mensen, dieren, dingen of grondstoffen. Je zou kunnen zeggen dat hij zijn ziel leent aan die ander.
Door die metamorfose beschrijft hij zichzelf en zijn lezer. Grappig wordt het als diezelfde grensoverschrijding in omgekeerde richting herhaald wordt.

BIJNA LENTE

Benieuwd of ze ook dit jaar
goed gelukt zijn. Lang genoeg
aan gevouwen weer. Probeer
maar eens zeven of acht van die

minuskule blaadjes in één knop
te krijgen. En vandaag voel ik
voor het eerst die zachte druk:
-ja, ook ik kan wel even over de

soortgrens heen en weer terug-
ik vermoed zoals bij het huilen
van een kind melk onhoudbaar
warm naar de tepels vloeit.

Deze vorm past de dichter toe op alle gedichten. Drie strofen van vier regels, waarbij de zinnen aan het einde van de regel eenvoudigweg doorlopen. Er is geen sprake van enjambementen of het accentueren van bepaalde woorden. Ook de verdeling in strofen lijkt willekeurig, slechts toegepast in dienst van de gelijke bladspiegel van alle pagina's.
Opvallend is het grote belang van de titels. In de meeste gevallen vormen zij een verklarend bovenschrift voor de lezer om hem hulp te bieden bij het ontraadselen van het gedicht. Soms zelfs met een uitgebreide nadere uitleg in de aantekeningen. Staat er Diamant boven een gedicht, dan schrijft Marc Tritsmans vanuit de gedachtewereld van een diamant. Hetzelfde gebeurt bij Zee, Rivier enz.
Wie dit simpele mechanisme eenmaal doorheeft en een onwillekeurige neiging voelt om verder te zoeken naar diepere gronden, komt bedrogen uit. Wat er staat, dat krijg je. Treffend verwoord, prachtig verbeeld en met de onvermijdelijke associatie met een kinderwereld waarin mateloze verwondering over de bezieling van alles wat je waarneemt de boventoon voert. Een verwondering waarvan de onschuld overeind blijft, ook als hij overgaat in het ontzag van een volwassene.

Kritische massa

Ik word een vreemde nabijheid
gewaar. Iets dat mij zachtjes doet
trillen in deze cilinder van koel
roestvrij staal. Want ik ben niet

volkomen. Iets van gewicht werd mij
ooit streng ontzegd. Maar ik wacht
geduldig op de verlossende klik die
deze eenzame opsluiting voorgoed

moet beëindigen. Eenheid zal komen
in een verblindende flits waarin we
materie ontstijgen. Triomfantelijk
opgaan in nietsontziende energie.

Het is deze toegankelijkheid tot de verwondering waarin je als kind leefde, die de gedichten van Tritsmans zo vertrouwd maakt, alsof je ze al kende. Hij begeleidt de reis die je met hem maakt als een ervaren gids. Een prettige reis, waarvoor ik me de volgende keer weer met plezier wil inschepen, mits de reisleiding mij wat meer avontuur en verrassing toe zal staan.

Marc Tritsmans - Kritische massa
Uitgeverij Lannoo NV, Tielt 2002
64 blz., € 14,95
ISBN 90-209-4885-7



Yvonne Broekmans







advertentie

tijdschrift
SCHRIJVEN
tussen fascinatie en publicatie
Diamonds r 4 ever
klik hier




gedichten * uitgelicht * impressie * recensies * proza * nieuws * colofon 
Artikel



Visionaire dichters (4): Arthur Rimbaud

Door Vincent Scholze


RIMBAUD EN VERLAINE

het huilt hier doordrongen woorden
met de snelheid van een reis

te vlug beschrijft de zin zichzelf
en verdrinkt in bloedrode inkt

het kust hier naar een einde toe
en het klinkt
als twee hoofden tegen elkaar

als in elkaar liefde is


Frans de Birk


INLEIDING

Jean Nicolas Arthur Rimbaud werd op 20 oktober 1854 geboren te Charleville, in de Franse Ardennen. Hij had één broer, Frédéric (geboren in 1853), en twee jongere zussen: Vitalie (geboren in 1858) en Isabelle (geboren in 1860). Daar zijn vader, een kapitein bij de infanterie, met een andere vrouw was verdwenen, groeide Rimbaud op bij zijn autoritaire moeder, die uit een boerenfamilie kwam. Op school was Rimbaud een model leerling: hij blonk uit in veel vakken, vooral in retoriek. Op een geven moment arriveerde er uit Parijs een nieuwe leraar voor dat vak, Georges Izambard, tevens dichter. Al gauw was deze erg gesteld op de jonge Rimbaud, die hij blij maakte door hem zijn persoonlijke bibliotheek te laten gebruiken. Op veertienjarige leeftijd schreef Rimbaud al gedichten in het Latijn en onder invloed van Izambard begon hij op zijn vijftiende Franse verzen te schrijven.

In 1871 verklaarde Frankrijk de oorlog aan Pruisen en het land raakte in chaos. Izambard was het jaar daarvoor naar Douai (ten noordwesten van Charleroi) gegaan, Rimbaud achterlatend met vrije toegang tot zijn bibliotheek. Rimbaud raakte uiteindelijk verveeld in het 'idiote' Charleville en ontvluchtte het voor de eerste maal. Hij reisde via het Belgische Charleroi naar Parijs, maar belandde in het gevang, omdat hij geen kaartje had dat geldig was voor de gehele reis. Dankzij tussenkomst van Izambard werd Rimbaud vrijgelaten en verbleef hij vijftien dagen in Douai bij diens oudtantes. Toen hij weer in Charleville terugkeerde, werd hij niet bepaald warm onthaald. Ruim een maand later ontvluchtte Rimbaud Charleville voor de tweede maal: eerst naar Charleroi, dan naar Brussel om uiteindelijk terug te keren naar Izambards oudtantes. Ruim drie weken na zijn vertrek vroeg Rimbauds moeder de politie hem uit Douai terug te halen. Bij zijn terugkomst trof Rimbaud zijn school aan in gebruik als tijdelijk ziekenhuis. Daar er dus geen lessen gegeven werden, bracht Rimbaud veel tijd door in de bibliotheek. Op 25 februari 1871 ontvluchtte Rimbaud Charleville nog één maal per trein naar Parijs. Hij zwierf daar, totaal blut, vijftien dagen rond, om uiteindelijk op 10 maart te voet terug te keren. Terwijl hij onderweg uitrustte in Roche, schreef hij zijn lettre du voyant, die zijn nieuwe richting in de poëzie kenschetst. Hij proclameerde daarin een 'lange systematische deregulatie van de zintuigen' en stond daarmee - nog maar zestien jaar oud - op het punt zichzelf tot een 'visionair' te maken.

Later dat jaar schreef Rimbaud naar de dichter Paul Verlaine en stuurde hem ook enige verzen op. Hij hoopte tevens op een verblijfplaats voor als hij in de toekomst naar Parijs mocht gaan. Verlaine vond Rimbauds poëzie goed en liet hem naar Parijs komen. Alvorens naar Verlaine af te reizen, schreef Rimbaud nog zijn bekende Bateau Ivre. Rimbaud verbleef enige maanden bij Verlaine en begon met het schrijven van zijn beroemde Illuminations.

In 1872 reisde Rimbaud met Verlaine naar Londen, waar zij enige tijd verbleven. Toen Rimbaud na een kort verblijf in Roche terugkeerde naar Londen, kreeg hij met Verlaine slaande ruzie. De laatste vertrok met de boot naar België en dreigde per brief met zelfmoord. Rimbaud reisde hem enige dagen later achterna en in een Belgische hotelkamer dreigde hij op zijn beurt Verlaine te verlaten. Verlaine had een pistool gekocht en schoot daarop Rimbaud in zijn hand. Deze gaat naar het ziekenhuis en laat de wond behandelen zonder een aanklacht in te dienen. Later die dag lopen Rimbaud en Verlaine toch weer gezamenlijk op het treinstation, maar wanneer Verlaine zijn hand plots in zijn zak steekt, denkt Rimbaud dat deze hem wil vermoorden. Rimbaud rent snel naar de dichtstbijzijnde politieagent, waarop Verlaine wordt gearresteerd en voor twee jaar achter de tralies verdwijnt. Rimbaud werd daarna opgenomen in het ziekenhuis en keerde terug naar Charleville toen zijn einde nabij leek te komen. Toen schreef hij de laatste hoofdstukken van Saison d'Enfer, waaraan hij in Roche begonnen was. Vanwege de hoge kosten bleek uitgave van het boek moeilijk, maar uiteindelijk kon het in Brussel op kosten van zijn moeder gedrukt worden.

Later in dat jaar ging hij met de dichter Germaine Nouveau naar Parijs, waarschijnlijk om exemplaren van zijn boek aan vrienden te geven. Daarna ging hij naar Londen, waar hij zijn Illuminations voltooide (de eerste boekuitgave werd pas in 1886 gepubliceerd). In 1875 begon Rimbaud zijn grote reizen naar Wenen, Straatsburg, Java, Noorwegen, Cipres en in 1880 reisde hij gedurende elf jaar door Ethiopië en Djibouti. In 1883 stuurde hij enkele van zijn reisverslagen naar de Geographical Society in Parijs.

In 1891 werd Rimbaud ziek door de jaren van eenzaamheid en het harde werken in Afrika. Hij schreef toen niets meer, behalve brieven vol klachten naar zijn moeder. Hij was vermoeid en verveeld door het leven; wie weet wat er allemaal in zijn hoofd omging. Complicaties bij een beenamputatie en de gevolgen van syfilis verslechterden zijn toestand. Hij stierf in november van dat jaar in Marseille, met zijn zus Isabelle aan zijn zijde.


POËZIE

Rimbaud is als dichter sterk beïnvloed door occulte geschriften en zijn sympathie voor de Parijse Communards, die streefden naar een op de idealen van de Franse Revolutie gestoelde samenleving. Vanaf de tijd dat hij zich transformeerde tot visionair, werden zijn gedichten steeds experimenteler en hoogdravender, om uiteindelijk hun ontwikkeling te voltooien in het bekende Illuminations. Het volgende fragment uit Saison d'Enfer geeft een kleine schets van Rimbauds beleving:

Ik geloofde in al wat betovert. Ik verzon de kleur van de klinkers!
A zwart, E wit, I rood, O groen.
Ik bepaalde vorm en beweging van elke medeklinker, en met mijn spontane verzen ging ik er plat op een poëtisch woord uit te vinden dat ooit toegankelijk zou zijn voor alle zintuigen.
Ik liet de vertaling achterwege.
Het begon als een experiment.
Ik schreef stiltes, nachten neer, ik noteerde het onuitdrukbare.
Ik legde duizelingen vast.

Rimbaud wilde nieuwe beelden creëren en een taal vinden om zijn ervaringen als 'ziener' aanschouwelijk te maken; hij gaf zich dan ook totaal over aan zijn zoektocht. Tijdens zijn verblijf bij Verlaine in Parijs experimenteerde Rimbaud op alle fronten. Hij ontregelde uiteindelijk niet alleen zijn eigen zintuigen, maar ook het literaire milieu. Men kan stellen dat Rimbaud middels zijn experimentele poëzie zocht naar de bron die in de verte iets van zijn mystiek onthult en dat hij die als een kind wilde omvatten.


ILLUMINATIONS

Aanvankelijk kreeg Illuminations minder aandacht, omdat het eerder gepubliceerde Saison d'Enfer gezien werd als het hoogtepunt van Rimbauds oeuvre en tevens als zijn testament. Toen in de jaren vijftig de belangstelling voor prozagedichten groeide, kwam de waarde van Illuminations pas aan het licht.

Illuminations staat als verzameling prozagedichten aan het begin van de moderne literatuur. Binnen deze verzameling zijn globaal vier soorten teksten te onderscheiden: uiterlijke beschrijvingen (beschrijvingen van objecten in de natuur en cultuur), innerlijke beschrijvingen (beschrijvingen van grenservaringen in de geest), verhalende teksten en retorische teksten.
Rimbauds schrijfstijl in Illuminations wijkt af van de algemene: zijn beschrijvingen verbeelden geen onmiddellijk herkenbare realiteit - de lezer wordt vervreemd in plaats van vertrouwd gemaakt door middel van herkenning. De stijl van Rimbaud varieert in deze verzameling van impressionistisch tot expressionistisch, meanderend door een landschap van symboliek, droomachtige associaties en utopische beelden. De bundel is tevens op verschillende wijzen te lezen: biografisch, literair-historisch, allegorisch, thematisch en structureel. Dankzij Rimbauds schrijfstijl dient de lezer, in een poging zoveel mogelijk te begrijpen, de bundel meervoudig te benaderen: zowel met een algemene interpretatie van de gedichten als met een interpretatie van elk detail daaruit. De meningen over Illuminations lopen dan ook sterk uiteen. Als men zich echt in de prozagedichten wil verdiepen, zou men gepubliceerde analyses en werken als Le dictionaire Rimbaud van Claude Jeancolas (1991) kunnen raadplegen, maar dat wil niet zeggen dat men alle betekenissen in de hand heeft. Voor een diepgaand begrip zou men zich niet alleen moeten verdiepen in de visies die Rimbaud had, maar ook in hoe hij, via de intuïtie, trachtte zijn wegen te bewandelen.

Tot slot een illustratie aan de hand van het gedicht Mystique:

Op de glooiing van de helling draaien de engelen hun wollen gewaden rond in de grasvelden van staal en smaragd.
Vlammenweiden springen tot op de heuveltop. Links wordt de teelaarde van de bergrug vertrappeld door allerlei moordpartijen en veldslagen, en allerlei rampspoedige geruchten rekken hun ronde. Achter de bergrug rechts de lijn van het oosten, van iedere vooruitgang.
En terwijl de bovenste strook van het schilderij wordt gevormd door het ronddraaiend en opspringend geruis van zeehorens en mensennachten,
Daalt de bloeiende mildheid van de sterren en van de hemel en van de rest neer voor de helling, als een korf, tot tegen ons gezicht, en maakt de afgrond bloesemgeurig en blauw daaronder.

Rimbaud beschrijft hier een landschap met toeschouwers en taferelen als in een visioen. Hij schetst het geheel systematisch als een schilderij. Centraal in het middenpaneel knielt de kring van witgeklede engelen, die in het gras op de helling het Lam Gods vereren. Op een linkerpaneel staan de ruiters op de rotsen. Op een rechterpaneel bevinden zich voorttrekkende kluizenaars en pelgrims. Op de bovenpanelen bevinden zich de ronde nissen en de musicerende engelen, onderaan staan bloemen in het gras.

Het ontregelen van de zintuigen begint met grasvelden van staal en smaragd, weiden vol vlammen en bloeiende sterren. Hoewel dit een religieus tafereel is, is dat in eerste oogopslag niet duidelijk te merken. Maar begeeft men zich in de diepere lagen van het gedicht, dan doemen de mystieke elementen langzaam op. Rimbaud beschrijft engelen die ronddraaien in wollen gewaden: wol verwijst indirect naar het Lam Gods, dat door middel van ronddraaien centraal gesteld wordt. De pelgrims komen vanuit het oosten: zij volgen de weg van vooruitgang. De hemel wordt herleid tot gerucht van zeeschelpen en menselijke (lees: aardse) nachten. Terwijl het wereldse gerucht stijgt, daalt het hemelse neer: de sterren worden bloemen, de hemel wordt een afgrond.


Frans de Birk, 'Penseelstreken van de tijd - gedichten', Uitgeverij Kanisjah, Wageningen, 2000, p. 30.
Arthur Rimbaud, 'Ik heb de zomerdageraad omarmd - Tweeëntwintig liefdesgedichten en twee brieven', vertaling Hilde Keteleer, samenstelling Peter Holvoet-Hanssen, Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam, 1999.
Arthur Rimbaud, 'Illuminations', vertaling Paul Claes, Atheneum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 1999.
Werner Tholen, 'Gekken & Dwazen: Arthur Rimbaud', in: Opspraak - Literair tijdschrift, jrg 7, nr. 18, december 2001, p. 15-16.
* Na het gereedkomen van dit artikel verscheen van Graham Robb bij Bert Bakker Rimbaud. De biografie (561 blz., € 29,95)

Rimbaud Webring - s.webring.com/hub?sid=&ring=gorimbaud&id=&list
Arthur Rimbaud: Illuminations in English - www.mag4.net/Rimbaud/poesies/IlluminationsE.html


Vincent Scholze




gedichten * uitgelicht * impressie * recensies * artikel * nieuws * colofon 
Proza




Waterproof

Marjolijn van der Lee


Marion zegt dat ik me anders moet kleden. Ik zie er te flets uit. Ik moet strakkere truitjes dragen en meer kleuren. Marion kan het weten, zij krijgt genoeg aandacht van de jongens. Zij is de expert. Ze wil met me mee naar de stad, kleren voor mij uitzoeken, maar ik heb haar aanbod afgeslagen. Ik ga al met mijn moeder. Laatst had Marion allemaal rode en paarse plukjes in haar blonde lange haar, en ik kon mijn ogen er de hele dag niet van af houden, zo stoer vond ik het. Ik durf dat niet. Mijn haar is bruin en halflang. Ik kan zelfs niet kiezen of ik het lang wil laten groeien of juist heel kort wil. Volgend jaar gaan we studeren, Marion en ik. Volgend jaar wordt alles anders. Dan draag ik korte rokjes en strakke truitjes en een leren jas en heb rode en paarse plukjes in mijn haar.
Mijn moeder roept van beneden dat er telefoon voor me is 'Ga je vanavond mee naar het feest van Jordi?' vraagt Marion. Jordi is haar broer die bedrijfskunde in Rotterdam studeert. Ik zeg toe maar heb al direct spijt. Ik voel me veel te verlegen voor een feest. Het is weer een van die dagen dat ik een half uur met een bruin en een zwart oogpotlood in mijn handen sta, besluiteloos. Alsof iemand het verschil op zal merken. Het loopt bovendien toch uit. Het loopt altijd uit, ook al staat erop dat het waterproof is.
Ik sta in de hoek van een gang en ben Marion al een uur kwijt. De laatste keer dat ik haar zag, stond ze met een brallerige economiestudent, Joris genaamd, te praten en te lachen. Joris zag mij niet staan, was een en al oog voor de mooie grote borsten van Marion in haar felroze korte, strakke truitje. Die van mij had ik verstopt onder een zwart T-shirt dat te wijd viel naar de smaak van Marion. Natuurlijk heeft ze gelijk, maar ik wil ook helemaal niet dat zo'n eikel naar mijn borsten loert. Ik wil ook niet dat hij me helemaal niet opmerkt. Misschien moet ik toch wat strakkere truitjes kopen, denk ik, terwijl ik tegen de muur gedrukt sta. Marion zal wel liggen te krikken met Joris op een van de studentenkamers, misschien wel die van Jordi. Zij heeft al veel jongens gehad. Ik heb tegen Marion gelogen. Dat ik het met André had gedaan, een jongen uit mijn straat. We hebben alleen getongzoend en zijn hand duwde ik weg, toen hij in mijn onderbroek wou.
Een jongen ontfermt zich over mij. Ook een braller, iets minder dan Joris misschien, een beetje dik en met een grijsgeruite blouse en zwarte spijkerbroek aan. Zijn schoenen hebben gaatjes en ondanks dat de vloer hier doordrenkt is van het bier, kan ik zien dat zijn schoenen nog vandaag gepoetst moeten zijn. 'Wat sta je hier alleen in de hoek?' vraagt hij dreinerig en leunt al meteen tegen me aan, bieradem in mijn gezicht blazend. 'En waar is je vriendin? Je was hier toch met een vriendin?'
'Ik weet niet waar ze is. Ik ben een beetje moe.' Ik gaap ter illustratie.
'Ach, ben je een beetje moe? Moet je gewoon een biertje nemen, en lol maken.' Hij geeft me bier. Hij geeft me nog meer bier. Ik zeg nee, maar krijg een volgend flesje in mijn handen geduwd. Ik word misselijk. Hij begint me te zoenen en dan tilt hij me op en ik ben te dronken om me te verzetten. Hij draagt me een kamer binnen en legt me op een twijfelaar met hard matras, en duwt zijn handen onder mijn truitje. Ik voel ze onder de beugels van mijn bh glippen. De beugels liggen nu op het midden van mijn beide borsten. De student blijft er een paar seconden hangen en gaat dan naar mijn onderbroek. Ik duw zijn hand weg. Hij lacht en lispelt 'tuttuttut' en gaat door. Ik zeg dat ik moet kotsen en hij haalt een emmer uit een hoek bij de wasbak vandaan. Ik geef over en hij zit naast me op het bed te wachten tot ik uitgekotst ben.
'Ik haal even een glas water voor je', zegt hij.
Dankbaar om zijn hulp en om de arm die hij om mijn schouder heeft gelegd, en omdat ik me schaam en iets goed probeer te maken, kus ik hem op zijn wang. Dan begint het opnieuw. Ik ben er maar half bij maar merk ineens dat hij in me is en ik denk nog: klote, geen condoom, hij heeft geen condoom om! Hij stoot en stoot. Het doet best pijn, maar niet zo erg dat ik ermee wil stoppen, want ik wil toch ook weten wat het is en dan moet ik maar even doorbijten. Ik kan dan wel morgen meepraten met Marion. Hij schreeuwt, ik denk dat hij nu klaarkomt, en ploft op me neer en valt in slaap. Ik stap uit het bed en loop de gang op, op zoek naar kamer 4 waar Jordi woont. De deur is gelukkig open. Alleen Jordi ligt op de grond te slapen. Marion is blijkbaar bij die vreselijke Joris. Ik ga verder slapen op het matras dat al voor me klaar was gelegd.
De volgende ochtend aan het ontbijt verschijnt Marion weer. Ze vertelt over haar geweldige nacht met Joris. Ze is bijna irritant vrolijk en vraagt helemaal niet naar mij. Toch hang ik aan haar lippen, want ik heb haar nog niet eerder gezien met uitgelopen make-up en verwarde haren en wallen onder haar ogen en dat boeit me. Ik wil alles van Marion weten. Ik vind haar altijd mooi.
We bespreken de mensen die op het feest waren. Zo komt ze ook op Igor. Ze beschrijft hem en ik schrik. Het moet de jongen zijn op wiens kamer ik vannacht was. 'Die is zo smerig, eet met zijn handen, en altijd van die diepvriespizza's, wast nooit af en Jordi zegt dat-ie ook nooit zijn kleren wast en dat-ie stinkt. Alleen zijn schoenen poetst hij altijd keurig.'
Mijn gezicht wordt warm. 'Ik vond het wel meevallen toen ik met hem praatte,' sputter ik tegen.
'Weet je, hij heeft zo'n reptiel op zijn kamer en in zijn keukenkastje heeft-ie dan van die bakjes met wormen en die voert-ie aan zijn reptiel. Moet je nagaan, bakjes met wormen in je keukenkastje, tussen je brood en pindakaas!'
'Ja, dat is wel erg.' Ik voel plotseling dat er iets uit me loopt en het duurt even voor ik besef dat het Igors zaad moet zijn dat nu langs mijn benen loopt. Een golf van walging trekt over mijn rug.
Het lijkt me beter niet te vertellen wat ik gisteren heb gedaan.
'Marion, zullen we zo op de metro stappen, ik voel me eigenlijk niet zo goed', spreek ik naar waarheid. Gelukkig luistert ze naar me en ik ben erg opgelucht wanneer we de deur achter ons dichttrekken, nog voordat die vieze Igor is opgestaan.
De eerste dagen na het feest hou ik mijn hart vast. Als Marion maar niets te weten is gekomen, als Igor maar niet heeft gepraat... Elke ochtend ben ik misselijk als ik naar school ga, van de zenuwen. Na een week krijg ik er vertrouwen in dat Marion echt niets te horen heeft gekregen. Toch blijf ik elke ochtend misselijk. Het kost me de grootst mogelijke moeite 's ochtends een boterham weg te werken onder het toeziend oog van mijn moeder.
Ik verzin in mijn hoofd het verhaal dat ik opnieuw met André naar bed ben geweest, dat we wat hebben nu. André ligt ook niet zo best bij Marion. Ze vindt hem jong en niet knap en niet interessant. Maar André is tenminste beter dan Igor. In ieder geval, ik ben met André naar bed gegaan en het condoom is geknapt en ik denk nu dat ik misschien zwanger ben. Ik repeteer dat verhaal voor mezelf en ga ermee naar Marion.
'Wat? Wanneer?' roept Marion uit.
'De dag na het feest bij Jordi.'
'Maar dat heb je me helemaal niet verteld.'
Ik kijk naar de grond en haal m'n schouders op. 'Misschien schaamde ik me er een beetje voor.'
'Jeetje, en jij vertelt het mij niet eens! Ik dacht dat we elkaar alles vertelden!'
'Sorry.'
Marion is zichtbaar verontwaardigd, maar zet zich eroverheen, omdat het probleem ernstig genoeg is. Na schooltijd gaat ze mee naar de drogist. Met de zwangerschapstest gaan we naar Marions huis. Een kwartier lang zit ik op de wc, dan pas lukt het me om te plassen. Ik hou de test in de straal en geef hem daarna af aan Marion. 'Kijk jij maar'. Op haar bed lig ik met een kussen op mijn hoofd. Marions kamer is angstaanjagend groot en stil. De klok tikt dreigend en tergend langzaam. Ik trek mijn benen op om mijn misselijkheid en buikpijn te verzachten. Dan voel ik een hand van Marion op mijn schouder en voel ik haar lippen tegen mijn rechteroor. 'Je bent niet zwanger,' fluistert ze. Ik omhels haar en barst in snikken uit.
Als ik gekalmeerd ben, staat Marion op en zet thee voor me. Ze komt terug en legt weer een arm om me heen. Ik leg mijn hoofd op haar schouder en voel nog steeds mijn ogen prikken van de tranen.
'Bedankt, Marion', zeg ik.
Ze geeft me een kus op mijn voorhoofd. 'Ik ben blij voor je'.
Vrijdagavond staat ineens André voor mijn neus, in het café waar Marion en ik elk weekend gaan stappen. Vrolijk komt hij op me aflopen. Marion kijkt een beetje wantrouwig naar André, maar geeft me ook een goedbedoelde knipoog. Het verhaal dat ik aan haar heb opgehangen, is voor mij zo levensecht geworden dat ik pas in tweede instantie bedenk dat ik helemaal niet met André naar bed ben geweest. Toch voel ik me veel vertrouwder met hem dan vroeger.
De volgende ochtend word ik wakker in mijn eigen bed en denk aan de nacht ervoor, waarop ik met André had gezoend en toen met de taxi naar huis was gekomen. Niets gebeurd, niets om me zorgen om te maken. We hebben afgesproken voor de week erop. Ik voel me nu minder schuldig tegenover Marion. Het had tenslotte gewoon waar kunnen zijn. Ik lig in bed voor me uit te staren en besluit vandaag alleen te gaan winkelen en iets uit te zoeken wat ik nog nooit heb durven dragen.


Marjolijn van der Lee




gedichten * uitgelicht * impressie * recensies * artikel * proza * colofon 
Nieuws



Finalisten sonnettenwedstrijd
Tijdens de Nacht van het Sonnet op zaterdag 10 mei van 21.00 tot 2.00 uur in het Bethaniënklooster, Barndesteeg 6B te Amsterdam worden de finalisten van de daaraan verbonden sonnettenwedstrijd in de gelegenheid gesteld hun gedichten voor te lezen. De finalisten zijn Marjan van der A, G.M. Berelaf, Roderik Bouters, Jan Doornbos, Mark Meekers en Edith de Gilde. Edith is medewerkster van Meander en deed tot januari 2003 deze nieuwsrubriek. Van de zes finalisten vallen er drie in de prijzen. Kaarten voor de Nacht van het Sonnet zijn verkrijgbaar bij Island Bookstore, Westerstraat 15 in Amsterdam of via e-mail: [email protected]. Het is de moeite waard een kijkje te nemen op de website, waar ook de gedichten van de finalisten zijn te lezen: www.webhome.demon.nl/sonnet.


Poëzie in de Plataan
Op zondag 20 april, eerste paasdag, presenteert Stichting Jambe 'Poëzie in de Plataan' in Hotel de Plataan, Doelenplein 10 in Delft met poëzie van Anita Wieman, Frans Terken en Maaike van Steenis. De muziek wordt verzorgd door Gerard Cleton en Ton Zijpveld. Er is een open podium voor drie mensen uit het publiek. De toegang bedraagt 4 euro. Voor informatie kunt u bellen naar Anton Born, 0174-270354 of 06-28827293, of mailen: [email protected].


Nieuw internationaal literatuurfestival
Een groot literatuurfestival, dat de naam 'Literair Rendez-vous' meekrijgt, moet Brussel definitief op de literaire wereldkaart zetten. De eerste editie vindt plaats op 8, 9 en 10 mei in het Paleis voor Schone Kunsten, hoewel het festival zich ook enkele dagen deels in de open lucht van de benedenstad zal afspelen. 'Literair Rendez-vous' wordt een tweejaarlijks festival en wisselt af met 'Het groot beschrijf' (dat op 24 en 25 april 2004 aan een vijfde editie toe is). Meer informatie: Literair Rendez-vous, Adolphe Maxlaan 55/4, 1000 Brussel, 02 226 04 56, e-mail: .
Website: www.litlit.be.


Boekensite VPRO vernieuwd
Eind maart is de vernieuwde boekensite van de VPRO heropend. Op de site onder meer een verslag van de Nacht van de Poëzie en honderden radiofragmenten uit 'De Avonden'. Wekelijks nieuwe gedichten, korte verhalen, interviews, besprekingen en reportages van bekende en minder bekende schrijvers en dichters.
Zie: boeken.vpro.nl.


Schrijfcursussen
Stichting Lodewijk de Raet organiseert dit voorjaar en deze zomer enkele creatieve en schrijfcursussen. Zo vindt van 25 tot 27 april het lenteweekend poëzieschrijven plaats in Trefcentrum Lo-Reninge, van 6 tot 8 augustus poëzieschrijven bij beeldende kust in Hoevehotel d'Hommelbelle, Watou, en van 11 tot 15 augustus 'Wonen in woorden', een basiscursus creatief schrijven in Kasteel Mariagaarde Hoepertingen. Literair schrijfdocent Erik Vanhee begeleidt al deze cursussen, die voor iedereen openstaan. Verder organiseert de stichting ook drama- en kunstcursussen. Voor een folder met meer informatie kunt u contact opnemen met Stichting Lodewijk de Raet, Liedtsstraat 27-29, 1030 Brussel, 02 240.95.02, e-mail: [email protected].
Website: www.stichtingderaet.be.


Verkeerde benen
Op woensdag 16 april wordt de nieuwe dichtbundel van Karel ten Haaf, getiteld 'Verkeerde benen', gepresenteerd in café Marleen, Kleine Pelsterstraat 7 in Groningen. Men grijpt deze gebeurtenis tevens aan om vanaf 21.00 uur een poëtisch protest te laten horen tegen de oorlog in Irak, door middel van optredens van de zogenaamde 'Dichters tegen de Oorlog', w.o. Karel ten Haaf, Daniël Dee, Stefan Nieuwenhuis en Mowaffk Al-Sawad. Informatie: 050-3115153.


Druksel in Gent
In het weekend van 26 en 27 april vindt in Gent 'Druksel' plaats, een beurs voor boekenmakers, bibliofiele drukkers en kleine uitgevers. Op zaterdag zijn er lezingen door Dirk van Bastelaere en vormgever Geert Setola, op zondag lezingen door Anneke Brassinga en de schilder Robert Devriendt. Bovendien is er een tentoonstelling met een selectie uit de boekenproductie van Jozef Cantre. Ter gelegenheid van de beurs wordt er van Van Bastelaere en Brassinga nieuw werk uitgebracht. De toegang is gratis.
Informatie: www.druksel.be.


Dag van het onuitgegeven boek
Op zondag 4 mei houden Vlaamse auteurs die hun boek in eigen beheer uitgeven, hun jaarlijkse boekenbeurs. Niet alleen boekenliefhebbers komen aan bod die dag, vanaf de boekenbeurs vertrekken er om 14.00 en 16.00 uur wandelingen naar omliggende natuurgebieden.
Locatie: zaal Ermelindus, tegenover kerk Meldert, 3320 Meldert. Informatie: 016 76.54.11 (Alvin De Coninck).


Lucebertexpositie
Tot en met 11 mei loopt in De Beyerd in Breda een expositie waarin tekeningen van Lucebert gecombineerd worden met een selectie van zijn gedichten (verwerkt in gouaches, groot op de museummuren aangebracht of door geluidsopnamen van de dichter zelf). De Beyerd wil zo zijn bezoekers overtuigen van het dubbeltalent van deze grote Cobra-kunstenaar. Geopend di t/m vr 10-17 uur, za zo 13-17 uur, 076-5299900.


Herkenrode in haiku (the sequel)
Van 4 april tot 31 mei kunnen liefhebbers van haiku's terecht in de Japanse tuin in Hasselt om te genieten van de 'Herkenrode in haiku'-tentoonstelling. De tentoonstelling combineert de sfeervolle omgeving van de tuin met de haiku's die geschreven werden naar aanleiding van de opening van de tiendenschuur in Herkenrode.
Op www.hasselt.be/uold.nl/japanl.htm krijgt u een mooi sfeerbeeld van wat de Japanse tuin te bieden heeft.


Poëzieworkshop in bibliotheek Boxtel
Ter afsluiting van de lezingencyclus 'Tussen droom en werkelijkheid' geeft Marijke van Hooff op donderdag 24 april van 20.00 tot 22.00 uur een poëzieworkshop in de bibliotheek van Boxtel. Leden van de bibliotheek betalen 3 euro 50, niet-leden 4 euro 50. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de Openbare Bibliotheek Boxtel, Burgakker 4, 5281 CH Boxtel, 0411-672970.


Maand van de Filosofie
In de Centrale Bibliotheek te Amsterdam staat de maand april in het teken van de filosofie. Filosofisch consulent Dries Boele geeft op woensdag 23 april om 19.30 uur een lezing waarin hij zal ingaan op de wijsgeren uit de Oudheid en het Oosten, maar ook op de vraag wat typisch is voor een hedendaagse vorm van levenskunst. In de Nacht van de Filosofie, op zaterdag 5 april, werd in Felix Meritis de Socrates-wisselbeker uitgereikt aan het meest prikkelende Nederlandstalige filosofieboek. De boeken van de genomineerden zijn te zien op de tweede etage van de Centrale Bibliotheek aan de Prinsengracht 587 te Amsterdam.
Zie voor meer filosofische activiteiten: www.filosofiemagazine.nl en/of www.maandvandefilosofie.nl.


Gouden Zoen
Op woensdag 2 april heeft Isabel Hoving de Gouden Zoen 2003 gekregen voor haar jeugdboek 'De Gevleugelde Kat'. De Gouden Zoen is de prijs voor het beste jeugdboek voor jongeren van twaalf tot zestien jaar. Aan de prijs is een bedrag van 1300 euro verbonden. Het bekroonde boek is het debuut van Hoving. Inmiddels zijn ook de Engelse vertaalrechten van het werk al verkocht voor een bedrag van 100.000 euro.


Grensgeluiden
Op zondag 27 april vindt in café-restaurant Oncle Jean, aan de Ginnekenweg 338 te Breda, 'Grensgeluiden' plaats, een festival voor Vlaamse literatuur, met een middag- en avondprogramma waarbij Vlaamse schrijvers en dichters optreden. In de Wintertuin is er een een boeken- en schrijversmarkt. 's Middags is er een opvoering van het toneelstuk 'Angelique', met aansluitend de presentatie van de gelijknamige novelle door Erik Vlaminck. Voorts zijn er discussies en lezingen. Voor meer informatie: Boekhandel Van Kemenade & Hollaers, Ginnekenweg 330, 4835 NL Breda, 076-565 70 66, e-mail: . Website: www.kemhol.nl.


Poëzie in de Consul
Vanmiddag, 13 april, organiseert Stichting Weerwoord het poëziepodium Poëzie in de Consul op de Westersingel 28 te Rotterdam. Vier dichters lezen voor uit eigen werk en er is muziek van het duo Namandu. Speciale gasten zijn Chitra Gajadin en Harold de Boer, winnaars van de Dunya Poëzieprijs 2002. Er is een open podium waarbij drie dichters een korte proeve van hun werk kunnen laten horen. Aanvang van de middag is om 13.45 uur. De entree bedraagt 2 euro 50. Informatie: 015-214 10 08, e-mail: .


Het nieuws werd samengesteld door Jan Boonstra en Yves Joris.

Nieuwsberichten voor Meander 212 van zondag 27 april dienen uiterlijk dinsdag 22 april in ons bezit te zijn. Stuur geen attachments mee.

Berichten kunnen worden gestuurd aan




gedichten * uitgelicht * impressie * recensies * artikel * proza * nieuws 
Colofon


Site: meander.italics.net

E-mailadres:

Redactie:
Adelheid Bekaert, Yves Joris, Gerard Kool, Joop Leibbrand, Margo Verbiest, Rob de Vos

Vaste medewerkers:
Jan Boonstra, Annette van den Bosch, Yvonne Broekmans, Hans Hamburger, Milla van der Have, Vincent Scholze, Elly Woltjes.

Verder werken mee:
Edith de Gilde, Rutger H. Cornets de Groot, Peter Jongsma, Bert van Weenen.

De gedichten worden beoordeeld door: Annette van der Bosch, Yvonne Broekmans, Hans Hamburger, Milla van der Have, Joop Leibbrand en Vincent Scholze.
De verhalen worden beoordeeld door: Annette van den Bosch, Margo Verbiest, Rob de Vos en Elly Woltjes.


Financiën:
Meander is gratis, maar ook uw financiële bijdrage is nodig!
Bijdragen vanuit Nederland kunnen worden overgemaakt op Postbank giro 8941864 t.n.v. G.C. Kool te Delft.
Voor bijdragen vanuit België: Rekening 402.2004409.95 ten name van Meander.
Vermeld 'donatie Meander' en uw e-mailadres.

Mailinglist:
Zie http://www.lists.nl/mailman/listinfo/meander
Abonneren door een mail aan met als onderwerp: subscribe
Opzeggen door een mail aan met als onderwerp: unsubscribe

Kopij is welkom bij Meander. Zie http://meander.italics.net/kopij/

Verdere verspreiding van de in deze uitgave opgenomen teksten is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s)


Zie ook op onze site: gedichten * verhalen * artikelen * recensies * links * klassiekers * archief

naar begin van deze krant




Zoek
naar