Bekijk de nieuwe site van de Meander Klassiekers


Meander
 http://meander.italics.net
 literair  magazine
 aflevering 217 * 6 juli 2003 * verschijnt om de twee weken op zondag 
 meander is gratis, maar vrijwillige financiële bijdragen zijn nodig * kopij is welkom, reacties ook 


uitgelicht * recensies * impressie * proza * nieuws * colofon 
Gedichten



Op bezoek

Als ik binnenkwam
lichtten haar ogen even op
omdat zij in mij vader zag
wat haar zachte kus
een vleugje incest gaf

Ik greep haar tere hand
niet al te stevig vast
toch zei ze nijdig au
en keek mij dan
weer hunkerend aan

Riep ze voor
de zoveelste keer
kom we gaan
zich machteloos
verheffend in haar rolstoel

Dan gingen we
wandelen door de
lege gangen van het huis
waar om geen enkele hoek
een nieuw vooruitzicht gloorde

En speurden
door de glazen wanden
naar een spoor van leven
in de onaandoenlijk
aangelegde rotstuin


Leo Mesman

auteurspagina Leo Mesman
geef commentaar op dit gedicht


Bovenstaand gedicht van Leo Mesman is Meanders Gedicht van de maand juli 2003, zie Uitgelicht




beland op de mooiste bladzijde
sloeg ik het hoekje om

en dacht: hier kom ik ooit
terug, een vouw bleef als

een kruimel kleven, zo vond
ik de weg, maar geluk liet

zich niet plooien naar de
grillen van wat er eens was


Chris Sonck

auteurspagina Chris Sonck
geef commentaar op dit gedicht
Chris Sonck leest het gedicht voor




Tweestrijd

Hij zoekt zijn weg bij kaarslicht door de gangen
van haar paleis. Zij is zijn koningin,
maar wil haar trouwste dienaar niet ontvangen.
De slang die sist en kronkelt binnenin

vergiftigt hem met wrok en doodsverlangen.
Dus sluipt hij ongezien de kamer in
waarvan hij weet, dat daar de wapens hangen
die slaven maken. Zelfs van een vorstin.

Hij volgt de weke treden naar beneden,
maar aarzelt aan de deur van haar verblijf
om die geheime kamer te betreden.
Ze fluistert. Tracht ze hem te overreden?

Kom binnen, hoort hij haar. Kom binnen, drijf
je dolk maar in dit reddeloze lijf.


Jan Doornbos

auteurspagina Jan Doornbos
geef commentaar op dit gedicht





Meisje gevangen

Het meisje gevangen in het raam
trekt zo van het lijf gevraagd
streep voor streep haar jurk uit
legt die ongeschonden op het bed

ze kent de code ze zet een vers glas
neer en wacht achter haar ogen af
wie er komen wil om haar
om wat van haar nog rest

er zijn dagen dat ze hoopt
dat ze overbodig is niemand
die zich om haar bekommert
ook handen niet - geen hand

is voor haar beter als zo afwezig
als ze fluistert van waarom
niet iemand met zijn woord
het gordijn gesloten houdt


Frans Terken

auteurspagina Frans Terken
geef commentaar op dit gedicht





Vader met zoon

Beschermd door prikkeldraad, vers van de rol gekruld
Om niet herkend te worden, over 't hoofd een zak
In het zand zit vader met zoon berustend in geduld
De voeten in oude sandalen, machteloos mak

Hoe zou ik u beiden niet herkennen, onlangs nog
zag ik u, mijn broer hield tegen zijn borst bemind
een breekbaar lijfje en in zijn palm rustte toch
precies zo'n handje van zijn klein slaperig kind

Moe heeft het zijn ogen dichtgedaan
alleen zijn adem toont dat het leeft
niet de bolle wangen of glanzende haren

Ik ken u, ik schaam mij maar wat heeft u daaraan
Ik denk dat u 't gezicht verborgen heeft
Teneinde uw blik mij te besparen


Tille

auteurspagina Tille
geef commentaar op dit gedicht








advertentie

verbeter je schrijftalent via e-mail bij

WRITERS @T HOME
thuis in literatuurworkshops
klik hier voor meer informatie





gedichten * recensies * impressie * proza * nieuws * colofon 
Uitgelicht


Het gedicht van de maand

besproken door Milla van der Have


Op bezoek

Als ik binnenkwam
lichtten haar ogen even op
omdat zij in mij vader zag
wat haar zachte kus
een vleugje incest gaf

Ik greep haar tere hand
niet al te stevig vast
toch zei ze nijdig au
en keek mij dan
weer hunkerend aan

Riep ze voor
de zoveelste keer
kom we gaan
zich machteloos
verheffend in haar rolstoel

Dan gingen we
wandelen door de
lege gangen van het huis
waar om geen enkele hoek
een nieuw vooruitzicht gloorde

En speurden
door de glazen wanden
naar een spoor van leven
in de onaandoenlijk
aangelegde rotstuin


Leo Mesman


Ik heb de oma van mijn moeder nog gekend, een vrouw die, zelfs op hoge leeftijd, levenslustig en ietwat onverzettelijk was. Bij haar op bezoek gaan stond op mijn ranglijst van Leuke Dingen Doen slechts één plaats onder 'mijn opa en oma bezoeken'. Dat kwam omdat mijn overgrootmoeder in een bejaardentehuis woonde en ik het toen al buitengewoon onprettig vond om daar te komen. Net als ziekenhuizen geuren bejaardentehuizen, wat mijn onderbewuste betreft, naar ziekte en ellende, en de naargeestige uitwerking die dat op mij heeft, wordt nog versterkt door de volstrekte leegte die vaak op de gangen aldaar heerst. Als kind kwam daar nog bij dat knopjes, in groten getale aanwezig in zowel zieken- als bejaardentehuizen, een onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij uitoefenden, waarna ik mijn misstappen moest uitleggen aan verongelijkt verzorgend personeel dat voor niets was komen opdraven. Nu ik ouder ben weet ik de knopjes te weerstaan, maar waarom wij oude mensen hun laatste dagen in zo'n naargeestige omgeving moeten laten doorbrengen, ontgaat mij ten enen male.

Eenzelfde soort sfeer wordt omschreven in Meanders gedicht van de maand juli, Op bezoek van Leo Mesman. De dichter beschrijft hierin hoe de lyrische ik op bezoek gaat bij een oudere vrouw die, zo blijkt uit de eerste strofe, lijdt aan dementie. Zij herkent haar bezoek niet meer en denkt zelfs haar vader tegenover zich te hebben: 'Als ik binnenkwam / lichtten haar ogen even op / omdat zij in mij vader zag / wat haar zachte kus / een vleugje incest gaf'. Ook lichamelijk is de vrouw er niet zo best aan toe. Een lichte handgreep doet haar pijn: 'Ik greep haar tere hand / niet al te stevig vast / toch zei ze nijdig au'. Uit de volgende strofe blijkt dat de vrouw in een rolstoel zit, niet bij machte om op te staan, hoe graag ze ook wil.

Tegelijkertijd wordt beschreven hoezeer de vrouw eigenlijk wil bewegen en léven. Als de ik haar hand vas pakt, doet haar dat pijn, maar een ogenblik later kijkt zij hem 'weer hunkerend aan'. Of de vrouw verlangt dat de ik-persoon haar meeneemt of dat ze hunkert naar een lichamelijk aanraking, het doet er niet toe. Feit is dat ze zich bij haar toestand niet heeft neergelegd en nog ergens, waarnaar dan ook, kan verlangen.

In de volgende strofe neemt haar verzet toe, wat zich uit in haar, niet geslaagde, pogingen uit haar rolstoel te komen. De vrouw laat zich, als het ware, niet aan banden leggen, zelfs niet door haar eigen lichaam. De ik-persoon neemt haar mee en in die laatste twee strofen, waarin hij met haar door het bejaardentehuis wandelt, blijkt de leegte van het leven van de vrouw en haar medebewoners: 'Dan gingen we / wandelen door de / lege gangen van het huis / waar om geen enkele hoek / een nieuw vooruitzicht gloorde'. De gangen zijn leeg, evenals de toekomst. Niet alleen de persoonlijke toekomst van iemand die in het verleden leeft is leeg, maar ook die van alle bewoners tezamen. Er is voor hen niets nieuws en elke wending is slechts herhaling van het voorgaande. Sterker nog, zelfs het leven zelf lijkt verzwolgen door de leegte. 'En speurden / door de glazen wanden / naar een spoor van leven / in de onaandoenlijk / aangelegde rotstuin'. Zelfs geen plantje groeit in het bejaardentehuis waar zij wandelen. Het enige spoor van leven in de hele omgeving is de vrouw zelf.



Milla van der Have




(advertentie)

Een boek publiceren begint met een plan ...
Uitgeverij Boekenplan
Publiceer professioneel
klik hier voor meer informatie





gedichten * uitgelicht * impressie * proza * nieuws * colofon 
Recensies



De Belgen zijn in de mode

Een recensie door Yves Joris


Wat is het verband tussen Rossano Rosi, William Cliff, Marc Dugardin en Eric Clémens? Het zou een leuke quizvraag kunnen zijn. Maar hoeveel mensen zouden zonder dralen antwoorden dat het Belgische dichters zijn? Belgisch? Wat is er dan gebeurd met Van Vliet, Nolens, Claus? Het antwoord heeft een specifiekere geografische verklaring nodig: het zijn Belgische dichters die opereren onder de taalgrens. Met andere woorden: maak kennis met onze hedendaagse Waalse dichters.

Vorig jaar verscheen bij Uitgeverij P de verzamelbundel De Belgen zijn in de mode, samengesteld door vertaler-essayist Jan Baetens. Met deze bloemlezing wil de samensteller de geïnteresseerde lezer meevoeren naar het land van Sambre en Maas, van uitstervende metallurgie en prachtige landschappen. Want laat ons eerlijk zijn, als we in België spreken over Franse poëzie, dan zal men eerder aan Verlaine en Rimbaud denken dan aan Maeterlinck (die trouwens in 1911 de Nobelprijs literatuur in de wacht sleepte) en Verhaeren (en dat was dan in feite nog een Vlaming die in het Frans schreef).
Niet minder dan 27 dichters werden in dit lijvige werk opgenomen. Om de taalbarrière te overbruggen, bevindt zich steeds een mooie vertaling naast het origineel. Bij het doorbladeren van de bundel valt op dat het geheel een allegaartje van stijlen bevat. Zo leest het werkt van Nathalie Gassel meer als een roman dan als een gedicht. Maar wie ben ik om te oordelen als ik in de beknopte biografie die zich achter in het werk bevindt, lees dat deze dame (*1964) dichteres en bodybuilder is en tevens Europees kampioene thai-boksen...

J'ai commencé par quelques tractions. Dans ce mouvement mes mains s'agrippent à la barre fixée en hauteur et je lève mon corps jusqu'à elle. J'effectue dix répétitions lentement, avec cette euphorie particulière du muscle qui s'engorge et exprime ses capacités de force et de volume.

Ik begin met een aantal oefeningen aan de rekstok. Tijdens de beweging grijpen mijn handen de hoge legger vast en ik trek mijn lichaam op. Langzaam herhaal ik de oefeningen tien maal, en ik voel de bijzondere euforie van de zwellende spier met haar duidelijk potentieel aan kracht en volume
(vert.).


Aan de lezer om zelf te bepalen of hij zich in dergelijke teksten kan terugvinden. Een paar bladzijden terug dient William Cliff zich aan. In prachtige taal beschrijft hij een bezoek aan Charleroi, dat ik ten behoeve van de lezers ineens in het Nederlands zal weergeven.

ik ben in Charleroi geweest dat zich
op de flanken van de klotsende Samber uitspreidt
heel langzaam duwt ze haar vuil water voort
ontstaan door lekken van de grootindustrie
haar buizenstel schildert in het
zwarte noodweer een tragisch schilderij
en de rookwalmen die uit hun gezwollen
troep opstijgen geven kracht aan dat doek
door al die chemische producten bewerkt
die Charleroi uit haar ingewanden spuwt.

(uit Charleroi van William Cliff)


Niet dadelijk een tekst die men in een toeristische folder zou zetten, maar de dichter gaat zo nog een tijdje voort en sleurt de lezer als het ware door het vuil van de stad.
Of wat te denken van de korte gedichten van Marc Quaghebeur die naar mijn mening vrij dicht aansluiten bij het werk van Jan Arends:

Les Vieilles

Elles
Poudroient

Il
N'appelle
Plus

Il
Rappelle


*
Elles
S'égrènent

Elles
Épellent

Leur
Perte

Leur
Regard,

*
Elles
Attendent

Elles
S'entendent
(...)
Oude Vrouwen

Ze
Vernevelen

Hij
Komt
Niet meer

Hij
Komt
Voor de geest

*
Ze
Ontrafelen zich

Ze
Ontraadselen

Hun
Nood

Hun
Blik

*
Ze
Wachten

Ze
Waken
(...)


Samensteller Jan Baetens (1957) doceert 'visuele cultuur' aan de universiteiten van Maastricht en Leuven. Daarnaast is hij vertaler en essayist. Met de samenstelling van 'De Belgen zijn in de mode' bewijst hij dat hij ook als bloemlezer over een kritische blik beschikt.

Jan Baetens (sam.) - De Belgen zijn in de mode
Uitgeverij P, Gent 2002
168 blz.; € 23
ISBN 90-76895-56-2



Yves Joris




Het bloed voelen

Milla van der Have bespreekt Bloedtest

van Serge van Duijnhoven


Bloed boeit, al eeuwenlang. Vroeger kreeg het magische krachten toebedeeld. Verbonden tussen mensen en goden (christelijk of anderszins) werden bezegeld met een bloedoffer. Als men in bepaalde culturen een speciale verbintenis met een medemens wenste te bekrachtigen, ging men een bloedbroederschap aan, waarbij een beetje bloed werd uitgewisseld.
Misschien heeft bloed tegenwoordig dankzij het voortschrijden van de medische wetenschap veel van zijn bijklanken verloren. Voor de moderne mens is bloed iets wat door je lichaam wordt rondgepompt, met rode en witte celletjes erin, die allemaal het hun toebedachte werk doen. Uitwisselen van bloed is er niet meer bij (te gevaarlijk). Voor sommige mensen blijft de fascinatie echter bestaan. Zoals voor de dichter Serge van Duijnhoven, die met zijn nieuwste bundel, Bloedtest, blijk geeft van een meer dan dichterlijke interesse voor bloed. Met name in het laatste stuk van de bundel, het Da capo (al fine) komt die fascinatie tot uitdrukking, omdat de dichter daar, in een soort verantwoorde betekenisgeving aan het voorgaande, uitvoerig uit de doeken doet wat hem aan bloed zo boeit: "Bloed staat voor levenskracht. Tegelijkertijd is het een symbool van de dood, dat kan wijzen op miskraam, oorlog of moord, op overschrijding van de regels, de wetten, van grenzen tussen leven en dood, tussen het kenbare en onkenbare, tussen dat wat mensen moeten weten en wat we niet mogen of willen weten" (p. 97).

In de aan deze uitleiding voorafgaande gedichten ligt het bloed minder oppervlakkig. Af en toe een regel in de gedichten verwijst naar de thematiek. De liefde wordt 'een bloedtest' genoemd en tevens een 'lijfstraf / door een bloedraad opgelegd' (p.28). Ook een uitgebreid citaat uit Leviticus, over het onrein zijn van menstruerende vrouwen, wijst de lezer op weg. Maar meer dan zelf thema, is het bloed het bindmiddel voor de eigenlijke thema's van de bundel, die ook in de uitleiding uitvoerig aan bod komen, met name in die stukken waarin de dichter handelt over de Moira, de muze van het Lot en Sarajevo en de Joegoslavische burgeroorlog. Geweld, dood en seks (of begeerte) zijn krachtige aanwezigheden in deze bundel en alledrie staan zij in het teken van het bloed. Niet toevallig zijn deze drie gegevens ook speerpunten van de Franse filosoof Bataille, die in de bundel wordt aangehaald:

'Ik mag haar Adam zijn, die onvolgroeide
brok in haar keel, die mannenman
tussen het laken van madam
zij zegt: Bataille noemt orgasme ergens
een klein sterven'
ik - Mars, minnaar die al honderd doden
vocht voor haar: 'en het grote sterven dan?'
zij: dat is voor later....'


Volgens Bataille groeide door seks het nieuwe op de ondergang van het oude. In die wisselwerking vindt hij aansluiting bij Empedokles, aan wie hij een motto bij het eerste deel van de bundel ontleent. Het citaat van de oude Griek handelt over de voortdurende eenheid van de liefde en de scheiding door haat, waardoor het leven in voortdurende wisseling tussen het ene en het vele is, een oneindige kringloop. Die kringloop komt in verkleinde mate terug in de bundel, die in elke afdeling handelt over een relatie, want van hoeveel begeerte of betrokkenheid er ook sprake is, er is altijd ook de afstandelijkheid en de bijna wetenschappelijke blik van de dichter. Het eerste deel, ook bloedtest genaamd, bestaat uit gedichten die handelen over een liefdesrelatie, geserveerd met filosofische sidedishes, zoals bijvoorbeeld eerder aangehaalde conversatie. In het tweede deel, vingerafdrukken der natuur richt de dichter zich meer op de zichzelf, waarbij hij verwijzingen naar Pessoa niet schuwt:

het ego is weer uitgetreden
het ik is geen ander
maar een menigte
van mij
(uit: solaris solitaris p. 39)


Uiteraard sijpelt de thematiek van het bloed ook door deze en volgende afdelingen heen. "Mijn bloed verdraagt mij niet", noteert de dichter op p. 46. Ook andere lichamelijke elementen staan nu centraal, van membranen tot genen. In het derde deel, nergens welkom, overal thuis, wordt wederom de toon gezet door het motto, ditmaal over het Schengenverdrag. De dichter richt zich weer naar buiten en de relatie van mensen onderling staat nu centraal, met de nadruk op vluchtelingen en reizigers. Als afsluiter concentreren de gedichten zich in het vierde deel op de relatie tussen mens en god, waarbij toepasselijk geciteerd wordt uit één van de grootste mystici aller tijden, de Perzische dichter Rumi.

Van Duijnhoven geeft zijn gedichten niet de minste context mee en belaadt ze uit en te na met thematiek. Het is niet zozeer moeilijk de grote lijn te volgen, als wel alle zijsporen die uit het hoofdspoor ontspruiten. Daardoor wordt de bundel eerder een wetenschappelijk experiment in interpretatie. De gedichten zijn een rationele constructie, beladen met betekenis. Wat mist bij alle donkere thematiek, is de passie, die ook onlosmakelijk met bloed verbonden is, die het bloed doet koken. De dichter schrijft wel over begeerte, maar voor hem is dat een 'zwart entropisch reservoir'. Zelfs de liefde wordt vanuit afstand bezien en op een paar gedichten na is het moeilijk 'het bloed te voelen'. En dat terwijl een groot deel van de bundel toch opgedragen lijkt te zijn aan een muze, 'zij die de lieren beroert'. Zeker in het eerste deel speelt 'een zij' een hoofdrol en dat ze het hoofd beroerd heeft, staat vast, maar de lier blijft nog wat achter, althans de lier die van passie en begeerte getuigt. Wat dat betreft lijkt het wel alsof, zélfs in deze bundel, het bloed veel van zijn vroegere connotaties verloren heeft en ondanks alle betekenissen die het in het Da capo (al fine) krijgt toegediend, voornamelijk een lichaamsvocht is, dat rode en witte bloedcelletjes rondpompt. Maar ook het bloed van een dichter kruipt waar het niet gaan kan en soms beroert de muze, wie zij ook moge zijn, wel degelijk de lier:

ik wil de tijd terug dat ik wijs werd uit mijn dromen
ik wil de tekens terug die ik heb nagelaten op je huid
ik wil je kunnen voelen met mijn ogen in het doner
met mijn nagels nagaan waar je bent geweest

ik wil dat jouw handen me in koele lakens wikkelen
ik wil zien of jouw zijde van de mijne verschilt
ik wil dat je sterker zal zijn naar het einde
ik wil je laten denken dat je wint

ik wil dat je je zonder mij een vondelinge voelt
een zonderlinge in de leegte, ik wil je zien bibberen
in de kou. Ik wil je zwetend, warmgewreven
ik wil je hondsdol, biddend om berouw

(uit bij een slapend lichaam (p. 19)



Serge van Duijnhoven - Bloedtest, gedichtenbundel en CD
Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 2003
104 blz.; € 19,50
ISBN 90 234 1081 5
www.sergevanduijnhoven.com



Milla van der Have




(advertentie)
Schrijf verhalen en gedichten die alle noodzakelijke elementen bevatten.

www.writersathome.nl/Schrijvenvoorauteurs.htm




gedichten * uitgelicht * recensies * proza * nieuws * colofon 
Impressie


Poëzie uit andere mond

Mooi Weer Spelen, Delft /
Poetry International, Rotterdam


Een impressie door Edith de Gilde


Ook als er niets bijzonders te doen is, is wandelen door het oude Delft geen straf. Op een zonovergoten zondag tijdens het straattheaterfestival Mooi Weer Spelen, op 15 juni, kan het plezier helemaal niet op. Je kunt je laten verrassen door straatoptredens en optochten, maar ook even de drukte ontvluchten bij de waterlelies op de Verwersdijk of een plekje opzoeken waar je van gedichten kunt genieten. Dichters rond Stichting Jambe presenteren zich op het Doelenplein en op het tuinterras van drankenhandel Hellebrekers (alleen voor de naam zou je er al heengaan) aan de Voorstraat draagt de Vlaamse Lizi Meynendonckx gedichten voor uit een breed scala: van Annie M.G. Schmidt tot M. Vasalis, van Hans Andreus tot Patrick Calvin en van Jo Gisekin tot Eddy van Vliet. Sober en levendig tegelijk laat zij de gedichten volledig tot hun recht komen. De dagen van Charlotte Köhler keren niet terug en dat hoeft ook niet. Maar naast de al dan niet overschreeuwde en misschien nooit helemaal te vermijden gêne die het voordragen van eigen werk met zich meebrengt, is het een verademing om te luisteren naar een voordracht die elk woord tot zijn recht laat komen en waaruit bewondering en waardering voor het voorgedragene spreekt.

Twee dagen later, op 17 juni, wordt bij het avondprogramma van Poetry International in de Rotterdamse Schouwburg die indruk bevestigd. De kennismaking met Ismet Özel (Turkije) en Uday Prakash (India) is zeer de moeite waard en de Vlaamse dichter Leonard Nolens draagt zijn werk zo goed voor dat mijn stelling van hierboven bijna wordt ondergraven. Toch kom ik het dichtst bij wat poëzie te geven heeft, als ik luister naar Ramsey Nasr die Awater voordraagt en naar de derdejaars theaterstudenten die in witte kleding de schouwburghal bevolken. Zij vragen de bezoekers of die een gedicht willen horen, gaan met hen in een rustig hoekje zitten en dragen voor. Drie keer valt me die eer te beurt en drie keer is het prachtig. Als we (zoals velen vroegen) Dichter bij Meander nog eens overdoen, ga ik toch eens een balletje opgooien: zouden we elkaars gedichten niet eens kunnen voordragen in plaats van die van onszelf? Al zijn wij geen voordrachtkunstenaars of acteurs, toch zou ik wel eens een mooie Leibbrand of een felle Snel willen proberen of mijn eigen gedichten horen uit andere mond...


Zie:
www.mooiweerspelen.nl/index.html
www.poetry.nl/algemeen/home.html



Edith de Gilde




advertentie

tijdschrift
SCHRIJVEN
tussen fascinatie en publicatie
Diamonds r 4 ever
klik hier




gedichten * uitgelicht * recensies * impressie * nieuws * colofon 
Proza




De horlogemaker van Sint-Pietersbanden

Time is on my side

Joris Denoo


De Belgische kwartjes met het gaatje middenin waren nog in omloop. Op de maan had nog geen sterveling de fameuze grote stap voor de mensheid gezet. En het regende vaak zoals het alleen in Vlaanderen en in de herinnering regenen kan: eindeloos en grijs. Het straatje was zo smal dat je er amper met z'n drieën naast elkaar kon lopen. Het had ook geen naam. Het was een vergeten kasseisteegje in een provinciestad, dat de Oude Burg met de kerk Sint-Pietersbanden verbond. Het bestond uit blinde muren en achterkanten van opslagplaatsen en ateliers, met hier en daar hoge, opake ramen. Daartussen weggemoffeld woonde en werkte de horlogemaker: een deur, een venster. Het huisnummer hadden kwajongens uit de jaren vijftig afgerukt en meegenomen. Na de zondagcinema drukten kauwgumpubers er hun bakvissen tegen de blinde muren en harpoeneerden hun tong tegen hun gehemelte. Op dat tijdstip had de horlogemaker al zijn voorbehoedmiddel gebruikt: hij liet zijn rolluik voor zijn raam neer. Hij benutte overdag namelijk de schaarse lichtinval die het steegje toeliet door vlak achter zijn raam zijn minuscule werk te verrichten, versterkt door de lichtplas van een extra lamp.

Wat doet een horlogemaker nog anders dan vermoord worden in een klokkentorenverhaal van Simenon? Met de regelmaat van een, nou: klok, sloop ik door weer en wind het steegje in om stiekem poolshoogte te nemen. Ik weet niet hoe oud de man toen was. In de ogen van jonge snuiters is iedere volwassene oud. Misschien ben ik nu al ouder dan hij toen was. Hij droeg een onwerelds eierbrilletje op zijn neus, lang voor de Lennonmode. Op dat brilletje waren extra kleppen en glazen gemonteerd. Ik tipteende tot vlak bij de lichtbundel die uit het raam naar buiten viel, ondertussen ook de steeg in de gaten houdend. Het gebeurde namelijk dat een avondlijke kerkganger of een boodschappend kind er zijn fiets stalde. Maar alleen de honden en de katten uit de provinciestad vergaten het steegje niet; voor de rest passeerde er zelden een sterveling. De horlogemaker was op kleine schaal altijd druk in de weer. Ik kon me voorstellen dat hij elke dag opnieuw een uur werktijd goed moest maken, omdat hij voor en na schooltijd om de haverklap glurende en joelende deugnieten met nijdig getik tegen het raam weg moest jagen. Waarna hij zich weer geconcentreerd over zijn miniheelal boog, moeilijke formules tegen zichzelf mompelend. (Misschien heeft hij zich mettertijd ook over de horloges van die kwelduivels ontfermd, toen ze de leeftijd bereikt hadden waarop ze meenden dat ze de tijd aan hun pols moesten binden en aldus het statuut van 'sterveling' verkregen). Ikzelf deed het dus stiekem, want ik had alle Pim-Pandoerboeken gelezen. Ik was een schimmige, geheimzinnige detective met een duister verleden, wiens schaduw slechts één van zijn vele vermommingen was. Onder mijn waakzame maar ongeziene oog dissecteerde en construeerde de horlogemaker. Hij kende de oude geheimen van de tandjes en de raderwerkjes die de Tijd met een trage, ongeziene, maar massieve kracht vooruitduwden, fractie per fractie, vaak splinter per splinter. Hij had verjaardagen in de hand, gedenk- en doemdata. Op zijn bevel was er geen oud- of nieuwjaar. Onder zijn loep kon hij de tijd fragmenteren en de geschiedenis even halt laten houden. In het stadje speelde de film; in zijn stulpje maakte hij de stills. Hij zou de tijdmachine uit kunnen vinden. Of het perpetuum mobile, zoals de oude Douwe Tjaarsma uit een verhaal in Taptoe, jaargang 1959. Zo bespiedde ik hem vele malen, terwijl ballonnen gevuld met fantasie zich uit mijn jongenshoofd losweekten en in de steeg bleven zweven, naast de warmebakkersgeurtjes. Time was on my side. In de schaduw van de klokkentoren van Sint-Pietersbanden kende ik vele onbewaakte ogenblikken.

Op een gure valavond zat de horlogemaker ingespannen maar volslagen roerloos achter zijn raam. Hij was dood. Regende het? Ik weet het niet meer. Jaren later zit ik hier zelf, op zijn plaats, over hem te schrijven. Dit is ons verhaal. Tussen de regels moet u zich een gure wind uit de jaren vijftig inbeelden.
Jaak was op Caroline en trok elke valavond met wapperende jas ('paletot') de wacht op achter het standbeeld van het Heilig Hart tussen de twee gazons aan de achterkant van de kerk Sint-Pietersbanden. Om de haverklap had hij daardoor een fikse verkoudheid te pakken. Hij verbeet die telkens weer dapper, in liefdesnaam. Danny's ma werkte in het dameskapsalon op de hoek van het Beerstraatje. Ze assisteerde er op drukke dagen de kapster, die veel jonger dan zij was. Danny was een vroegrijpe teddyboy, met een beroepsmilitair als mannelijke ouder. Didier-van-de-dokter was verslaafd aan chocola. Het beroep van zijn pa en zijn lieve krullen bezorgden hem om de twee jaar één van de hoofdrollen in de Credostoet, die zich religieus murmelend en mompelend door de straatjes van de stad voortbewoog. Hij beeldde dan het Heilig Kindje Achas uit, wiens beenderen in Sint-Pietersbanden als relikwie werden bewaard. Toen hij wat groter werd, was hij de hoofdherder, een echt lammetje om zijn nek gedrapeerd. Geert leefde al van jongsaf in de wolken, wazig door straffe brillenglazen starend. Al heel vroeg kocht hij zich een rode jekker, bekeerde zich tot het hippiedom en spoelde enkele jaren later levenloos aan de oostkust aan. Jef was de klassieke kleine van de bende. Hij fokte ook, brak ettelijke brilletjes, wekte overal medelijden, kreeg als eerste van ons een heuse 'grote' fiets en verongelukte mettertijd stomweg in de omgeving van een Thier-Braü-Hof. Met die vijf kornuiten lag, zat of stond ik na schooltijd gewoonlijk op de loer in de aura die het Heilig Hart over de duistere kerkgazons uitstraalde. Aan de overkant gaapte de donkere spelonk van cinema Ons Huis: ideaal voorgeborchte en perfecte uitvalsbasis voor ons, halfgewassen schooljongens van twaalf. Die 'coiffeuse' waar Danny's ma werkte, had 'moeten' trouwen. Oorzaak: de blinde muur in het steegje van de horlogemaker. We slopen als indianen over het kerkgazon en bespiedden de volslanke silhouetten die de ramen passeerden. Af en toe werden we door belgerinkel van een schoolmeester of felle stralenbundels van een auto als een klad kraaien uiteengedreven. Dan waaierden we opgeschrikt uiteen, om na vijf minuten weer ergens anders samen te zweren. 'Ze heeft tieten als warmwaterkruiken,' zei Danny. 'Weet je dat je niet kunt pissen als je vrijt?' merkte Jaak op. 'Je kunt dus niet missen. Het komt er zo uit, en het is geen pis.' Jef glimlachte ongemakkelijk en verlangde naar bedtijd en zijn geheime collectie filmster-chromoprenten tussen de lakens. Geert en Didier kietelden mekaar af als kleine kinderen. Ikzelf wachtte met een hart als een drumstel tot de Drie Musketierinnen van de Liefde op de fiets in het Beerstraatje zouden passeren: Bea, Liliane en Ria. Ondertussen, op schootsafstand van ons, zat de horlogemaker ingewikkelde mechanismen te dissecteren.

'Hela daar! Van dat gras af, Kongolese slingerapen!' Geschrokken veerden we op. 'Kongelose slingerapen' was het ons welbekende scheldwoord, gebruikt door vijandige scouts. Wij waren allemaal K.S.A., Katholieke Studenten Actie. Het was Sapperloot, de leraar aardrijkskunde van de 'grote' school én aalmoezenier van de stedelijke scouts. Een pestkerel. 'En vlug wat!' Dreigend hield hij halt op zijn solex, waardoor zijn lichtbundel op slag fletser werd. Wij krabbelden recht en stormden naar de vijf windstreken uiteen, ons gezicht zo veel mogelijk afgewend. Sapperloot wrong weer aan zijn handvat en de solex verdween pruttelend en knallend. Het was diezelfde gedenkwaardige avond waarop Danny verbaasd gezegd had: 'Tiens, ze is er niet.' 'Wie?' 'Ewel, mijn moeder. Ik zie ze niet.' We hadden gezamenlijk extra geloerd, en inderdaad: geen vrouwelijke ouder van Danny in kapsalon Lucrèce te bespeuren. We kregen alleen de fraaie vormen en de veelbelovende rug van de jonge kapster in ons vizier. Na Sapperloots steen in de kikkerpoel zochten we elkaar die avond niet meer terug op. Ik lanterfantte wat op de Oude Burg, wachtend op de drie fietsende gratiën, die ik later, zeker weten, ooit zou neuken, maar die daagden niet op. Toen sloop ik nog maar eens het duistere kasseisteegje in. Mijn hart begon te bonzen als een pendule. Met ogen als schoteltjes keek ik toe. De horlogemaker was in de achterkamer Danny's mama aan het dissecteren. Met zijn onwerelds brilletje op zijn neus zat hij, gespreid geknield, in aanbidding voor al dat blanke mamavlees. Waar Tigris en Eufraat in Tweestromenland samengutsten, daar stak hij keer op keer zijn tong in, minutieus getimed, met de regelmaat van een buigende, geile boeddha. Daarna richtte hij, heerser over de microkosmos der wieltjes en radertjes en tandjes, zich op, een indrukwekkende zonnewijzer als voorbode voor zich uit torsend. En hij nam liefdevol de temperatuur van al dat prachtig mamavlees. O ja, dàt was een still uit de vettige film van de werkelijkheid. Ik heb het nooit iemand durven te vertellen.

Anderhalve week later trof ik hem dood achter zijn raam aan. Ik liep naar de pa van Didier, de dokter. Die verschafte zich toegang tot het kleine pand, trof er de horlogemaker op zijn vertrouwd werkterrein aan, broek op de enkels, en constateerde hartstilstand. De tikker had opgehouden te tikken.
Niemand van de vijf kornuiten is nu nog in leven: verkeer, drugs. Ik heb het gevoel dat ik moest overschieten om ze nog eens te memoreren. Maar de echte hoofdpersonages in mijn herinnering zijn de jaren vijftig, de gure wind, het smalle steegje en de horlogemaker. Ik heb het pandje gehuurd om te schrijven: ik verkies de pen boven polshorloge en pendule om de strijd met de Tijd aan te gaan.


Joris Denoo




gedichten * uitgelicht * recensies * impressie * proza * colofon 
Nieuws



Geluid van verder
In het kader van het Feest van de Vlaamse Gemeenschap presenteert Wim Haazen op vrijdag 11 juli om 15.00 uur een literair programma onder de titel 'Geluid van Verder'. Plaats van handeling is gebouw 'De Remise', de voormalige bibliotheek, in het Park van Brasschaat (nabij het centrum; ten noorden van Antwerpen). In dit programma gaat de schrijver (als man) gedurende tweemaal 35 minuten middels poëzie en proza op zoek naar de kracht van de vrouw, die hij in spraakmakende teksten steeds dichter tracht te benaderen. Toegang is gratis.


Krambambouli & vrienden
Op zondag 13 juli organiseert café Krambambouli & vrienden een eerste literaire avond in het gelijknamige café aan de Hendrik Consciencestraat in Mechelen. Het wordt een avond gevuld met poëzie, kleinkunst en standup-comedy. Aanvang 19.30 uur, toegang gratis.


Poëziezomer 2003
Tijdens de Poëziezomer 2003 van Watou, die plaatsvindt van 5 juli tot 7 september, gaan dichters en vijfentwintig kunstenaars afkomstig uit diverse werelddelen de confrontatie aan met elkaar en hun omgeving. Vorig jaar werden er met de activiteiten vijfduizend geïnteresseerden bereikt. Aanwezig zijn o.a. Remco Campert, Anna Enquist, Rutger Kopland, Hugo Claus, Leonard Nolens, Gerrit Komrij, Jozef Deleu en Dirk van Bastelaere. Zie voor meer informatie de website: users.pandora.be/poeziezomers.watou.


Poëzie in de Bonnenpolder
Op zondag 20 juli vindt vanaf 13.00 uur de derde editie plaats van het literair festival 'Poëzie en proza in de Bonnenpolder' aan de Bonnendijk in diezelfde Bonnenpolder. Voor meer informatie kunt u mailen naar of bellen met 06 54 60 25 14.


Dichters in de Prinsentuin
In de drie noordelijke provincies Drenthe, Friesland en Groningen wordt op 24, 25 en 26 juli voor de zesde keer het literair botanisch festival 'Dichters in de Prinsentuin' gehouden. Dit jaar wordt het festival georganiseerd samen met Stichting Krag en de stichting Poëziemarathon. Het festival bestaat onder andere uit workshops, een tentoonstelling, eindfeest en een literaire wandeling. In samenwerking met literair magazine Krakatau wordt een bloemlezing uitgegeven. Voorts worden onder meer voordrachten gegeven door Mowaffk Al-Sawad, Wouter Boonstra, Daniël Dee, Job Degenaar, Bart FM Droog, Karel ten Haaf, Jan Atze Nicolai, Henk Puister, Jean Pierre Rawie, Hannie Rouweler en Victor Vroomkoning. Voor meer informatie: of telefonisch bij Wimer van der Veen, 06 27 00 56 22, Tsead Bruinja, 06 11 40 71 90.
Website: www.dichtersindeprinsentuin.nl.


Bloemlezing Poetry International
Het Rotterdamse Poetry International Festival is al jaren niet alleen een van de grootste, maar ook een van de meest toonaangevende poëziefestivals ter wereld. Van het vorige maand gehouden 34ste festival, waarin dit keer de mediterrane landen centraal stonden, verscheen de pronte bloemlezing Hotel Parnassus. Poëzie van dichters uit de hele wereld., met werk van 34 dichters. Naast gedichten van Blonk, Van Gogh, Jellema, Kouwenaar, Lauwereyns, Nolens, Schouten en Albertina Soepboer (haar Groningse cyclus 'Wortels' werd door Jabik Veenbaas in het Nederlands vertaald) is er interessante poëzie van o.a. Chris Abani (Nigeria), Abbas Beydoun (Libanon) en Franco Buffoni (Italië). "Die mooie bundel zou u kunnen kopen", schrijft Remco Campert. Aanbevolen!
Hotel Parnassus
Uitg. De Arbeiderspers, 2003
156 blz.; € 18,-
ISBN 90 295 0067 0


Centrum Hydepark
In de week van 4 tot en met 8 augustus wordt op het Landgoed Hydepark in Doorn een cursusweek Kreatief Schrijven georganiseerd onder leiding van Gerard Beentjes. Het thema van de cursus is 'Schrijven op muziek'.
Voor meer informatie kan contact worden opgenomen met Centrum Hydepark, postbus 220, 3940 AE Doorn, 0343 514 051, of met de docent Gerard Beentjes, 035 533 54 91.


Boek.be
Boek.be is een overkoepelende vereniging van uitgevers, importeurs en boekverkopers die probeert in België de liefde voor het boek warm te houden. Nog tot eind augustus loopt in de boekhandel de promotie-actie 'De Zomer van het Spannende boek'. Op 17 juni ging 'Boekbegin' van start, de nieuwe leesbevorderingsactie voor kinderen van 0 tot 3 jaar. De actie loopt in Vlaanderen gedurende de komende zes maanden en er zullen maar liefst 34.000 (knisper)boekjes worden verspreid.
Zie de website: www.boek.be.


Dichter aan huis
Dit najaar vindt op 27 en 28 september de zevende editie plaats van 'Dichter aan huis' in Den Haag. Vijftig Nederlandse en Vlaamse dichters zullen optreden in vijftig Haagse woonkamers en ateliers. De Stichting 'Dichter aan huis' organiseert sinds 1991 dit tweejaarlijkse poëziefestival.
Zie voor meer informatie de website: www.dichteraanhuis.nl.


Poetry from the Netherlands
In februari 2004 verschijnt een door de Zuid-Afrikaanse romancier John Maxwell Coetzee geschreven en samengestelde bloemlezing getiteld 'Landscape with rowers. Poetry from the Netherlands' waarin een uitvoerige inleiding over de moderne dichtkunst van de Lage Landen en in het Engels vertaalde gedichten worden opgenomen van Hugo Claus, Cees Nooteboom, Gerrit Achterberg, Sybren Polet, Rutger Kopland en Hans Faverey. De bloemlezing wordt uitgegeven door de prestigieuze Princeton University Press, wier publicaties behoren tot de hoogste gewaardeerde in de academische wereld.
In de roman 'Portret van een jongeman' liet schrijver Coetzee zijn hoofdpersonage nog het volgende zeggen: "De Nederlanders zijn het saaiste volk ter wereld en de meest anti-poëtische natie." Maar de, twee keer met de Engelse Booker Prize bekroonde, auteur denkt er zelf anders over getuige zijn uitspraak: "Sinds de Vijftigers is er een intense poëtische activiteit in Vlaanderen en Nederland, maar de Nederlandstaligen hebben dat goed geheim kunnen houden." Onlangs werd zijn roman 'Wachten op de barbaren', uit 1980, heruitgebracht.


Libris Literatuurprijs 2004
De voorbereidingen voor de Libris Literatuurprijs 2004 zijn al in volle gang. Voorzitter van de jury, Ronald Plasterk, riep in zijn Volkskrant-column lezers op mee te denken en mee te lezen. De makers van de website www.literairnederland.nl willen deze lezers met elkaar in contact brengen door middel van een forum waar alle ingezonden titels worden opgenomen; er kan gediscussieerd worden en op de boeken worden gestemd. Op de site www.libris.nl is meer informatie te vinden over de Libris Literatuurprijs en de reeds ingezonden boeken.


Tuinfeest Theater Bouwkunde
Theater Bouwkunde uit Deventer organiseert dit jaar, op zaterdag 2 augustus, voor de zesde keer het poëziefestival 'Het Tuinfeest'. Zo'n dertig bekende Nederlandse en Vlaamse dichters, onder wie Gerrit Komrij, Jean Pierre Rawie, Eva Gerlach, Judith Herzberg, Remco Campert en Rutger Kopland, dragen voor uit eigen werk in de historische stadstuinen van de Deventer binnenstad. 'Het Tuinfeest' wordt muzikaal opgeluisterd door Loes Luca en het Willem Breuker Kollektief. Ook wordt jong talent gepresenteerd en wel de nummers een en twee van de Landelijke Finale van de Poetry Slam: De Woorddansers en Maarten Das. De manifestatie wordt afgesloten door zanger en dichter Huub van der Lubbe.
Toegangskaarten zijn tijdens kantooruren te bestellen bij Theater Bouwkunde op telefoonnummer +31 (0)570 614 075 of via e-mail .
Zie voor meer informatie de website: www.theaterbouwkunde.nl.


Nieuwegeinse Literatuurprijs 2003
Tot 1 augustus kunnen nog verhalen en gedichten worden ingestuurd voor deelname aan de Nieuwegeinse Literatuurprijs 2003. Het thema is naar eigen keuze. Een verhaal mag maximaal 1.000 woorden bevatten en een gedicht mag niet langer dan 32 regels zijn. Deelnemers mogen maximaal twee verhalen en drie gedichten insturen. Alle bijdragen, in vijfvoud, moeten zijn voorzien van naam, adres en telefoonnummer en e-mailadres. Men wordt verzocht een korte C.V. mee te sturen en akkoord te gaan met publicatie in 'OpsSpraak' en op de internetpagina's van 'Beeldspraak'. Verhalen en gedichten worden niet geretourneerd. De prijsuitreiking is op 29 oktober 2003 in de Centrale Bibliotheek, Raadstede 27, Nieuwegein, aanvang 20.15 uur. Het adres voor inzending van wedstrijdbijdragen is: Stichting Beeldspraak, secretariaat, Ansinghlaan 26, 3431 GT Nieuwegein.
Zie voor meer informatie en/of het volledige reglement: www.opspraak.net.


Nieuwsberichten voor Meander 218 van zondag 20 juli dienen uiterlijk dinsdag 15 juli in ons bezit te zijn. Stuur geen attachments mee.
Berichten kunnen worden gestuurd aan





gedichten * uitgelicht * recensies * impressie * proza * nieuws 
Colofon


Site: meander.italics.net

E-mailadres:

Redactie:
Adelheid Bekaert, Yves Joris, Gerard Kool, Joop Leibbrand, Margo Verbiest, Rob de Vos

Vaste medewerkers:
Jan Boonstra, Annette van den Bosch, Yvonne Broekmans, Hans Hamburger, Milla van der Have, Stacey Knecht, Vincent Scholze, Elly Woltjes.

Verder werken mee:
Edith de Gilde, Rutger H. Cornets de Groot, Peter Jongsma, Bert van Weenen.

De gedichten worden beoordeeld door: Annette van der Bosch, Yvonne Broekmans, Hans Hamburger, Milla van der Have, Joop Leibbrand en Vincent Scholze.
De verhalen worden beoordeeld door: Annette van den Bosch, Margo Verbiest, Rob de Vos en Elly Woltjes.


Financiën:
Meander is gratis, maar ook uw financiële bijdrage is nodig!
Bijdragen vanuit Nederland kunnen worden overgemaakt op Postbank giro 8941864 t.n.v. G.C. Kool te Delft.
Voor bijdragen vanuit België: Rekening 402.2004409.95 ten name van Meander.
Vermeld 'donatie Meander' en uw e-mailadres.

Mailinglist:
Zie http://www.lists.nl/mailman/listinfo/meander
Abonneren door een mail aan met als onderwerp: subscribe
Opzeggen door een mail aan met als onderwerp: unsubscribe

Kopij is welkom bij Meander. Zie http://meander.italics.net/kopij/

Verdere verspreiding van de in deze uitgave opgenomen teksten is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s)


Zie ook op onze site: gedichten * verhalen * artikelen * recensies * links * klassiekers * archief

naar begin van deze krant




Zoek
naar