Wat inspireert u? Laat het lezen en zien
Meander
http://meander.italics.net
literair magazine
aflevering 221 * 31 augustus 2003 * verschijnt om de twee weken op zondag
meander is gratis, maar vrijwillige financiële bijdragen zijn nodig * kopij is welkom, reacties ook
Vooraf
Wat inspireert?
Wat inspireert u tot schrijven of andere artistieke activiteiten? Is het uw vrouw of kleinzoon? Is het het landschap van Andalusiƫ of dat van de Achterhoek? Is het uw poes of uw buurvrouw misschien? Wat het dan ook is: vertel het ons en doe er een zelfgemaakte foto bij! Wij zullen als foto en tekst ons bevallen die publiceren op de site van Meander.
We verwachten dit van u: vertel in maximaal 200 woorden wat u inspireert en waarom. Maak van uw inspiratiebron een foto en doe die erbij. Het moet dan wel om een zelfgemaakte foto gaan! We mogen immers foto's alleen maar publiceren als de inzender er het auteursrecht van heeft. Bovendien is het nu juist de bedoeling dat u zowel in tekst als in beeld op eigen manier vastlegt wat u inspireert.
Inleveren kan op de Meandersite: meander.italics.net/inspiratie.
Gedichten
Weg
het laatste briesje neemt je
en in de verte sluiert mist
de zandweg die de onze was
zie, daar staat nog het paard
dat laatste briesje streelt me
dag na dag als onder mij
het fijne zand jouw indruk laat
en stap voor stap tot ver voorbij
ver voorbij de dichte nevel
soms jouw warme adem blaast
en ik maar kijk of ik niets zie
kijk, daar staat nog het paard
Erwin Van De Vijver
auteurspagina Erwin Van De Vijver
geef commentaar op dit gedicht
verlossing
hij ligt naakt
op zijn bed
met zijn benen
gespreid
een hand in zijn
kruis, een hand op zijn dij
en zijn bed dat staat buiten
en voorbijgangers fluiten en
hij weet dat
hij droomt maar
hij wordt maar
niet wakker en
zijn ego wordt
zwakker zijn oogleden
zwaarder
en dan wordt hij wakker
jdtunzi
auteurspagina jdtunzi
geef commentaar op dit gedicht
jdtunzi leest het gedicht voor
Hafiz de bewaarder
In bloei de rozenstruik, de nachtegaal is dronken.
In schenkhuis schitterend van fonkelende schijn
Weerklinken blaasriet, snaren en de tamboerijn.
Het ene na het ander glas wordt uitgeschonken,
De glazen randen rinkelend aaneengeklonken.
Er valt een rode traan in roemer vol van wijn,
Lost er in op als vreugde in de minnepijn.
De dichter in een diepe mijmering verzonken
Verliest zijn aandacht voor het lallende geschater.
Dan zingt de liefdesvogel in het lustprieel.
Hij zingt voor het moment, zich niet bewust van later,
En geeft een les in dichtkunst aan de menestreel.
"Ik schrijf met wijn vergeefs mijn naam neer in het water"
En straks blijft niets meer over van dit tafereel.
Dirk van Babylon
auteurspagina Dirk van Babylon
geef commentaar op dit gedicht
de uitslag
ijslaag in de bloedbaan
levenssappen
staan tijdelijk droog
doornhaag rond
oude toekomstdromen
troostlicht ontvonkt
zelfs de pijnlijkste toekomst
wordt bloei niet ontnomen
Marisca van der Eem
auteurspagina Marisca van der Eem
geef commentaar op dit gedicht
Marisca van der Eem leest het gedicht voor
Bierdoorwaakte nachten
Bierdoorwaakte nachten
metaforen die op vilten pootjes
door de kamer sluipen.
Wie gaat mij nu eens redden?
Voor de gezelligheid
stijg ik op
naar het dakterras
waar de meeuwen
zich druk maken
om mijn aanwezigheid.
Engelen
zullen er niet wezen.
Op vilten voetjes
sluip ik de trap af
het huis in
een kamer.
In de echtelijke sponde
snurkt een lieverd.
Die zal ik
maar eens gaan
beslapen
Sylvia Hubers
auteurspagina Sylvia Hubers
geef commentaar op dit gedicht
Sylvia Hubers leest het gedicht voor
advertentie
verbeter je schrijftalent via e-mail bij
WRITERS @T HOME
thuis in literatuurworkshops
klik hier voor meer informatie
|
Vijf
In de rubriek 'Vijf' leggen we iemand vijf maal het begin van een zin voor en vragen die naar eigen inzicht aan te vullen. Dit keer:
Ronald Giphart
Als kind las ik W.F. Pinkeltje, daarna kwam ik in mijn Harry P. Bell-fase, ik heb gedweept met Gerard ('Thea') Beckman en stiekem ook met De Grote Vijf van Enid Blyton, om te eindigen bij Jan Terlouw en Maarten 't Hart.
De westerse cultuur wordt door gemakzuchtige non-denkers te vaak beschimpt als voedingsbodem van het kwade.
Als staatssecretaris (minister) van cultuur zou ik aftreden.
Zwaar onderschat is het werk van de zanger/kunstenaar Dirk Polak. Zijn nieuwste cd heet Wonder van de Liefde (recensie NRC Handelsblad 30 mei 2003) en is een wonder van schoonheid.
Adembenemend is de roman
De Rotters Club van Jonathan Coe.
Ronald Giphart (1964) is schrijver. Zijn debuutroman Ik ook van jou (1992) werd bekroond met het Gouden Ezelsoor voor het best verkochte debuut en in 2001 verfilmd.
Verder schreef hij o.a. Giph (roman, 1993), Het feest der liefde (verhalenbundel, 1995), Phileine zegt sorry (roman, 1996), De Voorzitter (roman, 1999) en Ik omhels je met duizend armen (roman, 2000).
Giphart schreef het boekenweekgeschenk 2003: Gala.
De film naar Phileine zegt sorry, gemaakt door Robert Jan Westdijk, gaat dit najaar in première.
www.giphart.nl
literatuurlinks.net
Vul op uw manier aan wat wij zijn begonnen: ga naar meander.italics.net/vijf
Levenslang retoucheren
Annette van den Bosch sprak met Luuk Gruwez
De man die vriendelijk zwaaiend naar me lacht is Luuk Gruwez (1953). Hij haalt mij af van het station nadat is gebleken dat ik de weg niet kon vinden naar zijn huis in Hasselt. Na een kort autoritje, een houten hekje tussen twee hagen en een paadje door het gras, betreden we zijn huurhuis. Hij woont dertien jaar in dit huis en nog langer in Hasselt. Al sinds zijn benoeming bij het kunstonderwijs in 1976. Zijn West-Vlaamse afkomst wordt in zijn gedichten en boeken ruimschoots uit de doeken gedaan. Geboren in Kortrijk, jeugd doorgebracht in Deerlijk. Opgevoed met 'de rolluiken langs de ramen, de weggestopte emoties achter de hand.'
'De man met een tekort aan woede', heeft hij zichzelf eens genoemd. Een zachtaardige man die observeert en in de loop van zijn leven weerbaarder is geworden 'met het mes op tafel'. Het overlijden van zijn ouders op jonge leeftijd (51 en 54 jaar), de kanker die bij zijn geliefde werd geconstateerd en het overlijden van vrienden speelden een belangrijke rol in het ontwikkelen van het schrijversschap. Gruwez vertelt graag over schrijven. Over de misverstanden. Hoe men hem indeelt bij de neo-romantici, samen met Jotie T'Hooft, Miriam Van Hee, Eriek Verpale. Deze schrijvers bindt het geboortejaartal, maar geenszins hun manier van schrijven. Gruwez steekt ook zijn bewondering voor De Coninck niet onder stoelen of banken, vooral niet voor het feit dat hij altijd wars van dogmatiek is geweest, dat hij meningen kon herzien. Hij vertrouwde bovendien blindelings op diens goede smaak. Van de Nederlandse dichters staan Menno Wigman en Marjoleine de Vos hem na. Zij zijn minder op taligheid gericht en minder fundamentalistisch dan de huidige generatie dichters in Vlaanderen.
In de loop der jaren bleven de centrale thema's van Gruwez gelijk, maar hij koos een andere invalshoek. Waar eerst het zelf, de ik centraal staat in lyrische teksten, wordt het een 'wij' in aardsere teksten die meer beeld vertonen. En nu is de periode aangebroken van een ander ik, nu mag ook meer fantasie aan de orde komen. Het ik is een personage geworden, waarin de dichter zich verplaatst.
Gruwez blijft zijn werk levenslang retoucheren. Weliswaar staat hij achter de inhoud van zijn gedichten, maar de tijd leert hem welke gedichten stilistisch blijven voldoen. Tegenwoordig zijn er weinig schrijvers die voortdurend herzien. Vroeger was dat gebruikelijk, kijk maar naar Petrarca. Schrijven en herschrijven is een biologische impuls. Het gaat immers om een overlevering naar volgende generaties, dan moet de laatste stand van zaken worden overgeleverd. Gruwez schrijft niet voor de eeuwigheid, maar voor die eerstvolgende generatie, zelfs al is die slechts enkele minuten verder dan het eigen leven.
'Het land van de wangen', legt hij uit, 'staat voor Oost-Vlaanderen, voor Hasselt, de rust, de mentaliteit in dit gebied, waar men niet iets hoeft te doen om iets te zijn. Waar aanwezigheid vanzelfsprekend is. Dit staat lijnrecht tegenover 'Het land van de handen', West-Vlaanderen waar men moet presteren om mee te tellen, om te mogen bestaan.' Zowel erg jonge als erg oude mensen komen voor in zijn boeken. Met hen kan hij het beste overweg, omdat zij nog niet of niet meer geringeloord zijn door plicht. Ze zijn ludiek, kunnen zich veel permitteren, mogen verwennen, eigenlijk beheren zij het vakantiedomein. De voorkeur van Gruwez gaat uit naar het begin en het einde van het leven. 'Iemand die geen verleden heeft bestaat niet. Als het verleden kwijt is, moet je zelf een verleden scheppen. Maar als iets is opgeschreven, mag het worden vergeten; ik schrijf, omdat ik anders een gedicht niet onthouden kan.'
Zijn schrijven verloopt volgens een vast, bijna maniakaal, systeem. 's Avonds vertrekt Gruwez naar zijn studeerkamer, neemt twee Duvels en een glas lichter bier en dan begint de creatieve schrijfarbeid. De biertjes zijn nodig omdat hij anders de confrontatie met het witte blad niet aankan; zijn ingebouwde censor zou hem het zwijgen opleggen. Onafhankelijk hoe de arbeid vordert, hij gaat op dezelfde vooraf vastgestelde tijd naar bed. De volgende ochtend bewerkt en herschrijft hij. En zo rijgen de dagen zich aaneen tot het gedicht, na gemiddeld een maand, af is.
Schrijven vormt voor Gruwez een bestaansbewijs en dan vooral als daarover gepubliceerd wordt in kranten of als er op radio dan wel televisie verslag over wordt gedaan. Dan pas is iets maatschappelijk relevant en telt het mee in West-Vlaanderen. Die façade is van belang. Na de dood van zijn vader ontdekte hij dat zijn vader een knipselarchief bijhield van zijn dichtactiviteiten. Gruwez was blij verrast en heeft dat archief uit respect voor het werk van zijn vader voortgezet. Voor hem is zijn vader de opperrechter bij wie het bestaansrecht moet worden afgedwongen, zelfs na zijn dood. Schrijven blijft 'strafschrijven' een schuld inlossen aan de ouders, zijn vader. Het moet perfect zijn. 'Vaders dienen om tegen op te kijken, niet om mee te praten', zegt hij, ook al weet hij dat het een inbeelding is; zijn zus had namelijk niet dezelfde ideeën over zich moeten bewijzen. In 'Volière' heeft Gruwez de binding met zijn vader 'gedicht', in meerdere betekenissen. Dit gedicht verscheen in april 2003 in het eerste exemplaar van het tijdschrift 'Het liegend konijn'. Het spreekt voor zich.
Volière
Van top tot teen vol vogels zit mijn vader.
Er hangen korenblauwe luchten in zijn lijf
en vergezichten om bij weg te dromen
en takken waar men, vogel zijnde, graag op slaapt.
De meest diverse soorten herbergt hij.
Bijvoorbeeld in zijn hoofd iets hoogs,
een torenvalk, een nachtegaal, een kardinaal
of welbespraakten als de papegaai, alsook de ara
uit de karaokebar. Omstreeks zijn kolossale kont,
daar wonen enkel en alleen de doodgewonen:
kanaries, zebravinken, pimpelmezen,
meerstemmig maar saamhorig in hem thuis.
Als al die vogels simultaan duizeling-
wekkend aan het kwetteren slaan,
kan ik de nagalm van zijn zwijgen horen.
Nooit is het stil wanneer mijn vader zwijgt.
In het schrijven van columns voelt Gruwez zich vrijer, doordat daar niet vanaf het begin het plichtsgevoel heeft bestaan. Daarin is meer humor en fantasie te bespeuren dan in zijn gedichten. Hierin mag zelfs een mislukking voorkomen. Deze vorm van schrijven geeft hem een vakantiegevoel. Volgend jaar verschijnt er nog een boek met in kranten en tijdschriften gepubliceerde columns; dan is het autobiografische en biografische materiaal op en moet hij nieuwe wegen inslaan.
Het enige boek dat Gruwez met plezier schreef was 'de maand van Marie'. Dit boek wordt volgend jaar op toneel gebracht. In het boek laat hij vier vrouwen van verschillende generaties aan het woord, die elk een eigen dialect spreken. Door hun wijze van spreken, wordt een andere gedachtewereld geopend. Hun taal staat voor wie ze zijn. Personages zijn pas oprecht als ze kritisch zijn in de ogen van Gruwez. Maar dat gevoel is tweeslachtig, want het liefst zou hij zelf als een soort Oblomow aan alle kritiek en activiteit ontsnappen. Daarbij zou hij ook nog eens de tijd onder controle willen hebben. Hij is een verzamelaar, net als zijn vader, die opgezette dieren verzamelde. Door het verzamelen heeft hij controle over de wereld om hem heen.
Poëzie leest hij graag voor. Daarbij vormt het publiek een surrogaat vaderfiguur voor hem. Daardoor is het uitputtend, maar hij zoekt die confrontatie en als het klikt is hij een kwartier lang bijzonder tevreden. Aan die enkele minuten is hij verslaafd.
Onlangs begon hij een interessant project met zijn vriend, de Vlaamse dirigent Paul van Nevel. De première vond plaats op 4 juni in Parijs. Hij schreef daarvoor vijf nieuwe gedichten op Petrarcische thema's en die las hij voor in het Frans tussen de door Orlandus Lassus op muziek getoonzette gedichten van Petrarca. Interessant is dat op 12 juli j.l. aan Gruwez de toegang tot het muziekfestival in de kerk van Saintes werd geweigerd vanwege het vermeende pornografische karakter van de verzen in kwestie. Bij wijze van compromis las hij zijn teksten in een niet-sacrale ruimte van de abdij. Van het Petrarca-programma, dat in samenwerking met Paul van Nevel en zijn koor en orkest wordt uitgevoerd, zijn Nederlandstalige uitvoeringen gepland in Gent (februari 2004) en Brussel (april 2004). Ik acht de kans groot dat nog vele plaatsen zullen volgen die dit unieke project willen meebeleven.
Luuk Gruwez heeft een website op users.belgacom.net/luuk.gruwez
Annette van den Bosch
ouwehoeren mag van god
Edith de Gilde bepreekt
god is geen heer van Wim Busink
Een dichter die zijn bundel laat beginnen met de regel 'de herfst dat is het bruin café van god' heeft meteen mijn aandacht, maar wekt geen al te hoge verwachtingen. Ik wil natuurlijk wel weten hoe het zit met dat café (dat valt tegen: het café is open in de herfst, sluit in de winter en gaat weer open in de lente; tja), maar meteen zo'n stoplap als 'dat' om een regel vol te krijgen? Met die stoplappen valt het verder wel mee, maar toch is met deze eerste regel de toon gezet. Een breed scala beslaat de tweede bundel van Wim Busink niet. Waar zijn eerste bundel, een in 1989 verschenen reeks kwatrijnen, de geneugten van het fietsen beschreef, bezingt deze bundel sonnetten dood, drank, angst en twijfel. Kerkhof en kroeg zijn veelbezochte locaties. God die geen heer is, is in veel gedichten aanwezig en de kwaadste niet: hij houdt wel van een glaasje en is altijd goed voor een relativerend bon mot:
in 't donker als de rest naar bed is dan
krijg ik een enk'le keer god zelf te spreken
met zijn persoonsbeschrijving vergeleken
is hij zo menselijk als het maar kan
iemand gewoon met wie wel valt te praten
wanneer het buiten duister is en stil
en die vooruit nog best een glaasje wil
laat op de avond vraagt hij uitgelaten
waar ik in vredesnaam bevreesd voor ben
want jij verdient toch dik je eigen brood
om van de wijn nog maar te zwijgen en
ik onderbreek 'em het gaat om niks minder dan
het levenslange bang zijn voor de dood
o ja lacht hij daar heb ik niet zo'n hinder van.
God is het ook die de dichter troost als die zich weer eens bang in zijn woning heeft opgesloten omdat buiten de herfst, duister en gevaar heersen: 'in je gedichten mag je ouwehoeren'. Da's een goeie, want wie durft god zelf tegen te spreken, heer of geen heer? Toch is het wel een beetje veel koekoek één zang in deze bundel. Een enkel gedicht valt er wat buiten en valt dan ook meteen op, zoals het mooie 'de polder heeft z'n bedje wijd gespreid', dat al in 1975 in De Revisor werd gepubliceerd.
Het liefste las ik de sonnetten waarin het thema wordt belicht aan de hand van een ander dan de ik-figuur zelf. Zoals in het volgende; tussen de zorgeloze verwachting van zijn zoon en de rotsvaste overtuiging van zijn vader staat de ik-figuur die vader én zoon is en twijfelt.
ik heb m'n zoontje naar de trein gebracht
hij droeg z'n kleine rugzak vol vakantie
een vracht verwachting en geen een garantie
dat het zo fijn zo zijn als hij wel dacht
daar tilde hij niet zwaar aan en hij praatte
tot de coupé aan toe toen gaf de klok
het sein de optocht van wagons vertrok
met het perron werd ik alleen gelaten
ten tijde dat mijn vader kwam te sterven
ging hij naar god daar kon hij van op aan
en opgelucht is hij uit huis gegaan
ik heb z'n voorpret niet willen bederven
ik hield m'n mond m'n twijfel gaf geen pas
als het nou maar geen tegenvaller was.
Maar vooral als humor de angst verlicht, komt ook een sonnet waarin de ik-figuur alleen is tot leven:
ik hou van wandelen wanneer het regent
geen neerslag als een zweep in je gezicht
maar aarzelende regen mild en licht
met net genoeg zwaarmoedigheid gezegend
de straten raken alle kleuren kwijt
ze zijn niet helder meer en niet meer statig
ze zijn alleen maar grijs en gelijkmatig
ze staan doodstil en stijf van treurigheid
het moet dit type weer geweest zijn toen
god wandelde met henoch langzaamaan
is hij met hen in nevels opgegaan
zou hij dat wonder nog eens willen doen
kennelijk niet de lucht kaart op ik zucht
teleurgesteld en ook wel opgelucht
Aan hoofdletters en interpunctie wordt niet gedaan in deze sonnetten, waar dat bij gedichten in een klassieke vorm toch wel gebruikelijk is. Dat zorgt soms voor hakkelig lezen. Titels zijn er ook niet, maar dat hoeft voor een inhoudsopgave geen bezwaar te zijn. Deze ontbreekt echter ook. Als uitgave oogt het geheel een beetje magertjes en de inhoud, al zijn er zeker uitschieters, is dat uiteindelijk ook.
Wim Busink - god is geen heer
De Beuk, Amsterdam, 2003
47 blz.; € 12,-
ISBN 90-6975-434-7
Edith de Gilde
Een gezonde Hollandse jongen
Joop Leibbrand over Vroege sneeuw
van Frank Koenegracht
Frank Koenegracht (1945), psychiater en 'dichtmans' te Leiden ("de psychiatrie is de poëzie van de geneeskunde", verklaarde hij ooit), verzamelde in
Vroege sneeuw. Gedichten 1971-2003 een groot deel van zijn poëzie tot nu toe. Uit de bundels
Een gekke tweepersoonswesp (1971),
Camping De Vrijheid (1976),
Stichting De Drie Lichten (1980),
Epigrammen (1986),
Zwaluwstaartjes (1994) en
Alles valt (1999) handhaafde hij 160 gedichten en vulde die aan met een elftal nog ongebundelde. Geen complete uitgave van al het werk dus, geen integrale herdruk van de bundels; wie wil weten hoe die zijn ingedeeld, of welke motto's ze meekregen, zal op zoek moeten gaan naar de oorspronkelijke uitgaven. (In
De verdwijning van Leiden uit 1989 was al eerder een keuze gemaakt uit de eerste vier bundels.)
Iets over de helft van de bundel staat in 'Rug gebroken, verder goed': "Vergeving voor dit lied. / Vandaag ben ik mezelf haast niet. Dat kan nog even duren", maar er zijn weinig dichters die vanaf hun debuut zo overtuigend zichzelf gebleven zijn als Koenegracht. Vanaf het begin plaatst hij zich in een werkelijkheid die de zijne wel is en die hij ook uitstekend kent, maar waarin hij zich niet thuis voelt, omdat hij er niet zichzelf in kan zijn. "Soms voel ik mij / zo 'van deze tijd' dat ik / enorme trek krijg in // cigaren / en princessen", lezen we op een van de eerste bladzijden en dat klinkt dan nog als een onschuldig grapje. Het gevoel in een ongewenst 'hier en nu' gevangen te zitten, wortelt echter heel diep; het is existentieel van aard ("Als het een betekenis had / dat ik bestond / dan leg ik die ruiterlijk neer") en gaat gepaard met een sterk besef van vergankelijkheid: "Eerst zijn wij er niet. / Daarna is tijdelijk alles vreemd. Dan zijn wij verdwenen // en de gekrenkte zielen / waarvan onze verzen berichten / hangen te drogen in een trapportaal." Er is geen ontsnappen aan: "Wat mankeert er aan de vluchtweg? / De vluchtweg is meermalen te lang" en "Wie zo zichzelf zoekt valt uiteen". Een dergelijke levensvisie kan loodzwaar overkomen en de lezer meetrekken in een afgrond van somberte. Bij Koenegracht is er evenwel in bijna iedere tekst de relativering door (zelf-)ironie of morbide humor. Lees het begin van 'Een gezonde Hollandse jongen':
Hoe ik er kwam ben ik vergeten
maar ik leunde over de rand
van een put en beschouwde de diepte.
Zeker is, dat het een stralende dag was,,
maar onder in de put
was het zo duister
als in de reet van een kerkvorst.
(...)
Het is duidelijk, een 'gedoemde dichter' wil hij zeker niet zijn, het zou voor hem in de meest letterlijke betekenis van het woord 'miskendheid' inhouden, een ernstige vergissing. Ondertussen wijst hij voortdurend haast laconiek op meedogenloze waarheden:
Epigram
Net als alle grote komieken voor hem, moeder
werkt de dood met de techniek van de herhaling.
En zo komt het dat de kinderen het huis uit gaan,
de vrienden vertrekken
en je alleen achterblijft.
Ongaarne verplaats ik mij in de jonge moeder
die van deze dingen hoort of leest.
Een constante die in het verlengde hiervan ligt, is Koenegrachts preoccupatie met 'gekte' en de absurditeit van het bestaan, die qua authenticiteit de louter 'professionele' belangstelling ver overstijgt:
'Endegeest revisited'
Vroeg grijs, thee en suïcide.
Herfst parkeert tussen het geboomte.
In de mist staat de tuinploeg
als roerloos
als coniferen verspreid.
Zo stil aan de harken geklonken.
De dreiging die van dit beeld uitgaat, vindt hij ook in het 'gewone' dagelijks leven. Misschien is in Koenegrachts optiek het volgende gedicht wel de ultieme metafoor voor 'gelukkig' Nederland:
Huwelijk en gezin
Het onweer is de vader van de dingen.
Maandag is de moeder.
Vader hangt in 't tuintje
met een blauwe kop,
maar moeder laat hem er niet in.
En hij hangt daar maar
terwijl van angst
alle kinderen koffie zetten.
In het gedicht 'Szymborska' schrijft hij: "Ze kalmeert de grote geesten in de kleine dichters". Koenegracht lezen heeft eenzelfde louterend effect. In zijn nawoord wijst Rudy Kousbroek dan ook terecht op de coherentie en inwendige kracht van deze gedichten.
Frank Koenegracht - Vroege sneeuw. Gedichten 1971 - 2003
Uitg. De Bezige Bij, Amsterdam 2003
198 blz.; € 25,-
ISBN 90 234 1082 3
Joop Leibbrand
Prozarecensie
Jan Sonnergaard - Radiator. Stadsverhalen
Elly Woltjes bespreekt een Wilde Aardbei
Het boek
Radiator, Stadsverhalen (2003) van
Jan Sonnergaard is een zogenaamde
Wilde Aardbei. Onder die noemer brengen het 'Scandinavisch Vertaal- en Informatiebureau Nederland' en 'Skanderbeg Publishing' boeken uit van Scandinavische schrijvers die door de Nederlandse uitgevers niet worden uitgegeven.
Radiator bestaat uit negen verhalen die het moderne stadsleven beschrijven. Zo vloeit er rijkelijk drank, wordt er veel gerookt en wordt soms de wet overtreden. De hoofdpersoon is meestal een man van in de dertig, die het nog niet heeft gemaakt. Zo bijvoorbeeld de hoofdpersoon uit 'Deens eterniet', Aalborg genaamd. De man is op sollicitatiebezoek geweest en heeft de baan niet gekregen. In de trein terug ontmoet hij een vreemdsoortig stel mensen die elkaar verhalen vertellen over hun ergste daad. De man wordt vanwege zijn dure uiterlijk en zijn voorraad drank ruimhartig in het gezelschap opgenomen, maar door een toevallige omstandigheid loopt het verkeerd af.
Eigenlijk gaan de verhalen steeds over dingen die op het randje zijn. In een van de eerste verhalen doet een groep jongeren van alles in de stad wat niet mag. Het is een meeslepend verhaal, waarin je stiekem kunt genieten van de verboden dingen. Het eindigt met een braspartij in een restaurant die volledig uit de hand loopt.
Jan Sonnergaard (1963) had in Denemarken veel succes met zijn verhalenbundels. Sommigen stelden zelfs dat zijn bundel in het vredige Deense literaire leven insloeg als een bom. De satirische en meer dan realistische novellen werden heftig bediscussieerd.
De opgenomen verhalen komen uit twee bundels. De langere verhalen zijn boeiender, het lijkt of de schrijver dan pas goed op dreef komt. De kortere verhalen zijn door hun pointe toch ook de moeite waard. Over het algemeen is dit een zeer toegankelijk boek van een schrijver die echt iets te vertellen heeft.
Zijn verhalen werpen een kritische blik op een samenleving waarin machthebbers hun macht zonder schroom misbruiken en waarin sommigen alles hebben en anderen niets. Het is geen protestliteratuur, maar Sonnergaard is wel een moralist die er op wijst, dat je je medemens moet respecteren.
Jan Sonnergaard - Radiator. Stadsverhalen
Wilde Aardbei, Groningen / Utrecht 2003
188 blz.; € 18,-
ISBN 9076905142
Zie: www.svin.nl/wilde_aardbeien.htm
Elly Woltjes
(advertentie)
Schrijf verhalen en gedichten die alle noodzakelijke elementen bevatten.
www.writersathome.nl/Schrijvenvoorauteurs.htm
Proza
Koffie verkeerd
John Hoogeveen
Regelmatig reis ik met het vliegtuig voor zaken naar Rome. Het Schengen-accoord heeft voor mij weinig verschil opgeleverd. Ik ben in mijn hele leven nog nooit gecontroleerd door douanebeambten. Toch krijg ik altijd een enigszins zenuwachtig gevoel in de buik bij het naderen van de besnorde geüniformeerden, die streng naar mij kijken. Ik smokkel niets, maar voel me aangesproken door de arendsogen boven de snorren. Het vliegtuig heeft nog geen vertraging. Dat zullen we in Rome nog wel krijgen, denk ik als ik in de vertrekhal naar het bord kijk. In Italië zal tenslotte wel weer vliegveldpersoneel aan het staken zijn voor heel redelijke eisen. Voor de temperatuur van het viswater of de diepte van hun maîtresse.
Vrouw, blonde haren, gekleed in een donkerblauw mantelpakje van Versacci, staat in rij naar niemandsland. Verscheidene mannenogen geloven hun ogen niet, maar starten direct een collectieve poging haar uit te kleden met hun ogen. Ze wordt door de snorrenmannen uit de rij gehaald. Nietswetend kijkt en glimlacht ze onschuldig. Ik smelt. Een douanier doet met veel handgebaren een keer voor hoe heel langzaam en heel sensueel door de metaaldetector poort gelopen kan worden. Ondertussen door alle mannenogen gezamenlijk half ontkleed, loopt ze door het metalen poortje. De metaaldetector detecteert niets. Ze loopt terug en blijft heen en weer lopen. Snorrenman houdt haar tegen. Er piept volgens mij niets, maar ik kijk tevreden zolang ze heen en weer loopt. Het lukt ons maar niet haar telepathisch helemaal bloot te maken. Vermoedelijk heeft ze een sterke geest, want dat lukt normaal altijd. De prachtige vrouw wordt ondertussen ruw door de douaniers doorgeduwd. Ze staat er wat verlegen bij en fleurt pas weer op als er iemand uit de rij stapt die niet streng gecontroleerd is. Samen met haar vriendin lopen ze verder. Ik hou haar in de gaten. Haar slip heeft ze nog steeds aan. Ik krijg hem niet uit.
De controleurs kijken mij vuil aan en maken met een minzaam vingerbeweginkje duidelijk dat ik heel snel moet doorlopen. Ik loop matig snel door. Ik ben in het door vrouwen meest geliefde stukje van Schiphol aangekomen. De taxfree zone. Alhier zijn heel dure dingen zonder belasting nog steeds duur, maar net weer betaalbaar in vergelijking met die dure reis. Ik winkel niet, maar observeer zoals elke man wel alle vrouwen.
Het donkerblauwe mantelpakje is samen met de andere vrouw bij een koffietentje neergestreken. Daar moet ik heen. Tenslotte moet ik nog een karweitje afmaken. Ik moet die slip er nog afdenken.
"Koffie verkeerd!", bestel ik nadat de ober bij de dames twee koffie verkeerd heeft neergezet. Aansluiten bij de doelgroep is nooit verkeerd. Het bestellen geeft mij de gelegenheid haar nog eens goed te bekijken. Ik val voor de glanzende panty, waartegen ik wel eens met mijn beentje wil aanglijden. Ze eet beschaafd een koekje. Lijnen doet ze ook niet. Wat een wereldvrouw!
Ik besluit haar strak aan te kijken. Oer-Hollands onbeschoft brutaal kijken tot er weggekeken wordt. Dan kan ik later wel een openingszin verzinnen van:
"Goh, jij zat mij steeds aan te kijken."
"Kom jij hier vaak?"
"Nee, maar speelde jij laatst niet in een film?"
"Volgens mij heb jij een clit als een augurk."
Ze kijkt niet weg. Sterker nog ik krijg haar slip niet uit en ze heeft ondertussen ook al weer een beha aan, die haar cup C voor mijn oog verborgen houdt. Ik besluit maar naar haar volle lippen te kijken. Die beloven veel goeds.
Het signaal wordt gegeven. Het gaat nu nog even niet lukken. Ik moet inchecken in mijn vliegtuig en ik bid de goden dat ik op een goede plek zit. Wat is op dit moment een goede plek. Rij 7, stoel 8 pal voor de TV en de meeste beenruimte? Rij 25, bij de vleugel, zodat ik in het geval van een vliegramp de grootste kans heb dat ik de ramp overleef en een bestseller kan schrijven over mijn overleving in de Zwitserse Alpen? Hoe ik in leven blijf via het eten van mensenvlees, het smelten van ijs, en via een ingenieuze slede in staat was weer in de bewoonde mensenwereld te komen? Of is de beste plek, de plek naast het mantelpak? Mijn geilheid geeft direct het goede antwoord, bovendien is de kans op een goede film of een vliegramp bijzonder klein. Het lot had me slechter gezind kunnen zijn. Met slechts twee rijen tussen het mantelpakje en mijn penis kan ik haar bijna ruiken. Ze ruikt lekker.
Een stewardess doet een schertsvertoning met een luchtmasker, pijpt een reddingsvest en vraagt of ik wat wil drinken. "Koffie verkeerd!", schreeuw ik de verbaasde stewardess tegemoet, in de hoop dat de reikwijdte van mijn stemgeluid precies twee rijen zou zijn en dat mijn mantelpakje nog nooit een man tegen is gekomen die ook koffie verkeerd drinkt. De koffie drink ik op met het uitzicht op twee prachtige, subtiele, perfect op het fraaie oortje passende zilverkleurige oorbellen, die in volstrekte harmonie met het zilverkleurige Dolce & Gabanna brilletje zijn. Haar gebruinde, gespierde, symmetrische schouderbladen, die ik, enkele alinea's geleden nog net had kunnen ontbloten worden ontsierd door een zijde ivoorwitte beha. Ik dreig te gaan verliezen. De sluiting is normaal overigens geen enkel probleem. Ze beweegt niet veel. Het is me onduidelijk of ze nu TV kijk of ascetisch en stoïcijns aan het denken is. Natuurlijk is deze droomvrouw niet aan het kwekken of aan het giechelen met haar vriendin. Ze denkt. Of ze is op dit moment aan het fantaseren over seks. Seks met dat matig geklede kleine mannetje een kaal plekje tussen zijn naar voren staande oortjes. Zoals ik. Ze zoent net die brede bek van die man met die rare niet symmetrische wenkbrauwen en lacht. Iedereen blij. Of toch niet.
Nee toch niet. Ze zit rustig voor zich uit te staren. Ze kijkt niet op of om.
"DOET U MIJ NOG MAAR EEN KOFFIE VERKEERD!!", gil ik om het geheimzinnige drankverbond dat ik overduidelijk al met het mantelpak heb te benadrukken. De vijf rijen voor me en negen rijen achter me kijken me verbouwereerd aan en sissen me iets toe. Het klinkt niet vriendelijk.
Liefde kan veel aan en ik bedank de stewardess hartelijk voor dat heerlijke kopje koffie verkeerd.
"DANK U WEL VOOR DIE HEERLIJKE KOFFIE VERKEERD!!"
Op het schoteltje ontstaat een voetbad omdat een of andere overprikkelde, slecht tegen luchtdrukverschillen kunnende al wat oudere man in mijn rugleuning beukt en vraagt of ik wat zachter kan doen. Ik was van plan dezelfde krant te bestellen als mijn favoriet, maar ze leest niet. Ik kies dan maar voor de veilige Herald Tribune. Voor vrouwen met smaak altijd de goede krant.
De minimale lunch wordt geserveerd door een paar dikke vrouwen. Allen in een te klein stewardessenpak. Vermoedelijk mag de piloot vanavond iemand uitkiezen. Maar ik mag kiezen uit het passagierbestand. En die keus is gemaakt. Een mantelpak. Eerst mijn eten opeten en tussendoor schalks kijken hoe zij eet.
Ze eet met haar handen. Niets geciviliseerd. Ze is puur. Aan het eten herken je de sekser. Ze is puur. Op mijn rug voel ik al nieuwe littekens. Littekens ontstaan door het krabben met haar lange donker gelakte nagels, terwijl ik in vier golven gillend klaarkom. Ze roept me met haar eetgedrag naar voren. Ik moet het gemorste olijvensap van haar kin likken. De naast mij zittende passagiers laten zich niet wegduwen. Ik kan verdomme niet weg. Ik kan het niet weglikken. Mijn gulzige tong haalt geen twee stoelen. Ik richt mij op mijn broodje zalm. Het broodje is keurig afgewerkt met dille en pijnboompitten. Ik breng het broodje naar mijn mond en scheur met mijn tanden ruw een stuk dode vis van mijn broodje, tegelijkertijd vraag ik verbaasd aan mijn buurman waarom hij bestek gebruikt.
"HOEZO GEBRUIKT U BESTEK?"
Mijn buurman negeert me. Hij wil niet de suggestie opwekken dat ik bij hem hoor. Mijn broodje is op. Ik kijk nog even hoe mijn mantelpakje haar bordje aflikt en verheug me op de koffie. Nog eens goed kijken hoe ze drinkt.
Ik moet plassen. Hoewel ik rechtsom langs 14 benen moet en linksom langs vier kies ik voor rechtsom, om uiteindelijk het gangpad te nemen dat me het dichtst langs de geglansde panty's brengt. Ik kom aanstommelen. Ik hoest en probeer me tegelijkertijd voor te doen alsof ik hoofdschuddend lach om een zojuist door één van mijn (vele) vrienden goed geplaatste grap.
"Ha, ha, ha, ha."
Het plassen ging niet lekker. Hoewel ik het vliegje raak dat in de pispot is getatoeëerd krijg ik daar weinig bevrediging van. En het denken gaat ook niet goed. Ik kom niet om op een bijzonder contactidee met het mantelpak. Ik wandel terug naar mijn plek. Roekeloos als ik soms ben, wandel ik langs haar en vraag nonchalant of ik haar niet ergens van ken.
"Ken ik jou niet ergens van?"
De halve rij keek minzaam mijn richting op. Het mantelpak reageerde niet. Toch de verkeerde aanspreekzin. Verdomme. Ik ga terug naar mijn plek. Me bezinnen over de laatste aanval.
De landing wordt ingezet. Keurige landing. Applaus. De mensen in het vliegtuig maken zich gereed en pakken hun handbagage en beginnen het gangpad te versperren. De deur van het vliegtuig is nog niet open of het mantelpak wandelt met haar vriendin door de vliegtuigslurf naar de ontvangsthal. Ik kan niet direct bij haar komen. Ik zal nog even moeten wachten voor mijn laatste poging.
In de ontvangsthal zie ik haar weer. We vormen een keurige rij en ik sta ditmaal vlak achter haar. De Italiaans douane merkt mijn mantelpak ook op. Zij zijn ondanks het Schengenverdrag ook niet veranderd. Knappe macho's, gedistingeerde snorretjes. Misschien kunnen zij me helpen om gezamenlijk met onze gedachten het mantelpak uit te doen. Het lukt niet. Ze blijft in haar slip staan. Mooie slip. Vlak voor me staat ze halfbloot. Ze hoeft ditmaal niet uit de rij. Ik fantaseer hoe ik de slip met mijn tong afstroop. Hoe ik haar lijf insmeer met stroop en aflik. Ik laat haar alle standen van de Kamasutra en alle hoeken van het huis zien. Kirrend van genot komen we hangend aan het plafond klaar. Pfffff. Meteen laat ze haar paspoort zien en loopt samen met haar vriendin van me af. Ook ik word niet gecontroleerd en loop achter haar aan.
Ik spreek haar aan.
"Hallo?"
Ze loopt stoïcijns door. Ook haar vriendin kijkt niet om.
"HALLO?"
Ze kijkt recht voor zich uit. Haar vriendin kijkt schuchter om. Mijn beeld dat knappe vrouwen om hun eigen schoonheid te benadrukken altijd begeleid worden door een lelijke vrouw wordt bevestigd.
Ik vraag met zaaddoorlopen ogen of ik even met haar vriendin mag praten.
"Mag ik even met Uw vriendin praten?"
Mantelpak kijkt niet op of om. De lelijke vriendin draait zich om en zegt dat, dat mag.
"Dat mag."
Het mantelpak loopt gewoon door.
"Is uw vriendin zo afwezig dat ze gewoon doorloopt?", vraag ik aan de lelijke trol, terwijl ik hoop een telefoonnummer te bemachtigen van het mantelpak.
"Nee, ze is doof vanaf haar geboorte!"
"Aangeboren doof? Dat wil zeggen doof bij de geboorte. Doofstom?!"
Ik krijg een klein tikje in mijn nek. Vraag me af of ik mag fantaseren over neuken met een doofstomme. Of die ook pijpen of juist veel pijpen. Ik bedenk dat ik eigenlijk toch niet met vrouwen kan praten.
"Mmmmm!", antwoord ik.
"Wilt U nog iets?", vraagt de lelijkerd.
Ik draai me peinzend om. Ik bedenk dat uiterlijk totaal onbelangrijk is voor mij. Dat ik heel soms wil praten en bovendien innerlijk een grote rol speelt.
Ik ren weg. Ik ben een fascist. Ik ben tegen gehandicapten.
John Hoogeveen
advertentie
tijdschrift
SCHRIJVEN
tussen fascinatie en publicatie |
|
Diamonds r 4 ever
klik hier |
|
gedichten * interview * vijf * recensies * proza * colofon
Nieuws
NS Publieksprijs
De Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) heeft zes boeken genomineerd voor de NS Publieksprijs. Het gaat om 'De geboorte van een gezin' van Daphne Deckers, 'De larf' van Midas Dekkers, 'Sleuteloog' van Hella Haasse, 'De nieuwe man' van Thomas Rosenboom, 'Godin van de jacht' van Heleen van Royen en 'God's gym' van Leon de Winter. Lezers kunnen van 13 oktober tot en met 25 oktober stemmen via internet ( www.boekvanhetjaar.nl ) en in de boekhandel en bibliotheken. Er kan ook een zelfgekozen boek worden aangemeld voor de prijs. Het moeten oorspronkelijk Nederlandse boeken zijn. Op donderdag 30 oktober wordt het winnende boek bekendgemaakt. De NS Publieksprijs werd in 1987 ingesteld en was in de eerste vijf jaar een oeuvreprijs. In 1992 werd besloten het publiek het beste boek van het jaar te laten kiezen, waarmee de CPNB hoopt de uitkomst beter te kunnen spiegelen aan de bekende literaire prijzen van vakjury's in ons land.
Website: www.boekvanhetjaar.nl.
Poëziefestival 'Onbederf'lijk Vers'
Op woensdag 29 oktober vindt in Nijmegen het Poëziefestival 'Onbederf'lijk Vers' plaats, waarbij dertig bekende en onbekende dichters, waaronder Simon Vinkenoog, Remco Campert en Gerrit Kouwenaar, op verschillende locaties in de binnenstad zullen voordragen uit eigen werk.
Zie: www.onbederflijkvers.nl.
Open Podium Kraaij & Balder
Op zondag 7 september vindt ter gelegenheid van het honderdste Open Podium om 15.30 uur een feest plaats in het Café Kraaij & Balder aan de Strijpsestraat 79 te Eindhoven, waarbij dichters uit het verleden en heden van dit evenement zullen voorlezen. De presentatie van de middag is in handen van Jack van Hoek en Erwin Troost. De bijeenkomsten van het Open Podium vinden telkens plaats op de eerste zondagmiddag van de maand. Beginnende en ervaren dichters wordt de kans geboden uit eigen werk voor te lezen. In de maandelijkse uitgave getiteld 'LOPER' worden de gedichten gepubliceerd. Informatie is in te winnen bij Jack van Hoek, 040 251 53 51 of via e-mail: .
Website: www.kraaijenbalder.nl.
250 Jaar Nederlandse literatuur
Een permanente tentoonstelling in het Letterkundig Museum te Den Haag biedt een overzicht van de Nederlandse literatuur vanaf de tweede helft van de achttiende eeuw tot heden. In 29 deelopstellingen wordt de literatuurgeschiedenis chronologisch-thematisch gepresenteerd, waarbij aandacht wordt besteed aan de verschillende stromingen, schrijvers en tijdschriften. Het Letterkundig Museum is gevestigd aan de Prins Willem-Alexanderhof 5 te Den Haag, 070 333 96 66.
Website: www.letmus.nl.
Martinus Nijhoffprijs voor Tineke van Dijk
Het Prins Bernhard Cultuurfonds heeft op 19 augustus bekendgemaakt dat de Martinus Nijhoffprijs 2003 is toegekend aan Tineke van Dijk voor haar expressieve en originele vertalingen van de Italiaanse literatuur. De prijs van 50.000 euro wordt op 30 oktober in de Nieuwe Kerk te Amsterdam uitgereikt.
|
Tineke van Dijk heeft vertalingen op haar naam staan van schrijvers als Giorgio Bassani, Luigi Pirandello, Paola Capriolo, Leonardo Sciascia en Ermanno Cavazzoni.
Historische kinderboeken
Schrijvers van historische kinderboeken vormen het genootschap 'De Kring van Schrijvers van de Ronde Tafel'. In het weekend van 20-21 september heeft in het themapark Archeon in Alphen a/d Rijn de landelijke prijsuitreiking van het beste historische kinderboek plaats. In dat weekend zijn er schrijvers die uit eigen werk voorlezen en hun boeken signeren. Er zijn tentoonstellingen van illustratoren en historische strips, een boekenmarkt en demonstraties van middeleeuws schrijven.
Zie: www.archeon.nl/nl/i_evenementen.htm.
Simia Literario
In het kader van de Boekenweek 2003 organiseerde de Stichting Simia Literario dit voorjaar een prijsvraag proza en poëzie met als thema 'Mi realidat, nos realidat' ('Mijn werkelijkheid, onze realiteit') waarmee men het schrijverschap onder Antillianen en Arubanen wilde stimuleren alsmede de Nederlands- en Papiamentstalige literatuur bevorderen. Op 11 augustus maakte de jury bestaande uit Paulette Smit, Walter Palm en Henry Habibe de selectie bekend waaruit werken worden gekozen die in aanmerking komen voor een prijs. De genomineerde verhalen voor het genre proza zijn 'Passport to reality' van Joan Leslie en 'E señora Indjan' van Joe Fortin. Voor het genre poëzie zijn de volgende gedichten genomineerd: 'Bo presencia' van Egbert Juliana, 'Tende pal'i shimaruku' van Buchi Ibu, 'Werkelijkheid en realiteit' van Miriam Bloem, 'Renace' van Rufat Geerman, 'De droomrealiteit' van Munje Winklaar en 'Mundo di tempo y soledad' van Mercedes Petrochi. De prijzen voor proza en poëzie, alsmede een aanmoedingsprijs voor het meestbelovende talent, worden op zondag 5 oktober in het Cosmic Theater in Amsterdam uitgereikt.
Zie: www.profor.nl/schrijversgroep/schrijversgroep.htm.
Nieuw werk van Jan Wolkers
Tijdens de 'Vers van de Pers'-beurs die op maandag 1 september wordt gehouden in De Meervaart te Amsterdam zal uitgeverij De Bezige Bij bekendmaken dat dit najaar een nieuwe dichtbundel getiteld 'Wintervitrines', een dvd en een verhalenbundel beide onder de titel 'De achtertuin van Jan Wolkers' van schrijver en beeldhouwer Jan Wolkers zullen verschijnen. De verhalenbundel, die begin november uitkomt, bevat illustraties van Wolkers' zonen Bob en Tom. Jan Wolkers kwam de laatste jaren hoofdzakelijk in het nieuws door zijn werk als kunstenaar. Bij een jeugdig publiek kwam hij recentelijk in de belangstelling door zijn medewerking aan het VPRO-kinderprogramma 'Villa Achterwerk'.
Het nieuws werd samengesteld door Jan Boonstra en Yves Joris.
Nieuwsberichten voor Meander 222 van zondag 14 september dienen uiterlijk dinsdag 9 september in ons bezit te zijn. Stuur geen attachments mee.
Berichten kunnen worden gestuurd aan
|
gedichten * interview * vijf * recensies * proza * nieuws
Colofon
Site: meander.italics.net
E-mailadres:
Redactie:
Adelheid Bekaert, Yves Joris, Gerard Kool, Joop Leibbrand, Margo Verbiest, Rob de Vos
Vaste medewerkers:
Jan Boonstra, Annette van den Bosch, Yvonne Broekmans, Hans Hamburger, Milla van der Have, Vincent Scholze, Remi van Trijp, Elly Woltjes.
Verder werken mee:
Edith de Gilde, Rutger H. Cornets de Groot, Peter Jongsma, Bert van Weenen.
De gedichten worden beoordeeld door: Annette van den Bosch, Yvonne Broekmans, Hans Hamburger, Milla van der Have, Joop Leibbrand en Vincent Scholze.
De verhalen worden beoordeeld door: Annette van den Bosch, Remi van Trijp, Margo Verbiest, Rob de Vos en Elly Woltjes.
Financiën:
Meander is gratis, maar ook uw financiële bijdrage is nodig!
Bijdragen vanuit
Nederland kunnen worden overgemaakt op Postbank giro 8941864 t.n.v. G.C. Kool te Delft.
Voor bijdragen vanuit
België: Rekening 402.2004409.95 ten name van Meander.
Vermeld 'donatie Meander' en uw e-mailadres.
Mailinglist:
Zie http://www.lists.nl/mailman/listinfo/meander
Abonneren door een mail aan met als onderwerp: subscribe
Opzeggen door een mail aan met als onderwerp: unsubscribe
Kopij is welkom bij Meander. Zie http://meander.italics.net/kopij/
Verdere verspreiding van de in deze uitgave opgenomen teksten is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s)
Zie ook op onze site: gedichten * verhalen * artikelen * recensies * links * klassiekers * archief