Wat inspireert u? Laat het lezen en zien


Meander
 http://meander.italics.net
 literair  magazine
 aflevering 222 * 14 september 2003 * verschijnt om de twee weken op zondag 
 meander is gratis, maar vrijwillige financiële bijdragen zijn nodig * kopij is welkom, reacties ook 


gedichten * uitgelicht * vijf * recensies * proza * artikel * nieuws * colofon 
Vooraf

Binnenkort verschijnt Klassiekers 48, met daarin een uitvoerige bespreking van 'De overlevende' van Simon Vestdijk door Rutger H. Cornets de Groot.
U kunt zich gratis abonneren op de Klassiekers. Kijk op de site: klassiekegedichten.net of stuur een mail aan met in de mail de tekst: subscribe klassiekers


uitgelicht * vijf * recensies * proza * artikel * nieuws * colofon 
Gedichten



Vertrouwde tuin

De tuin heeft jarenlang dezelfde tred gekend
de voetstappen geteld die kuiltjes
vormden in het gras

De slanke enkel met de kleine tatoeage
weerspiegeld in de vijver bij de kas
de stukjes rode nagellak
verloren bij het stoeien
aswitte doeken in de wind
want zij mocht witte doeken dragen
ze had haar kind gered

Maar nu is weer de klok verzet
hij zet de stoelen buiten
streelt ongevraagd haar krullen

Hij plant violen in de bak ververst de oude aarde
poetst haar zwarte laarzen met verlopen ledervet
bidt dat hij blijven mag
verplaatst de foto van haar zoon
met het gezicht naar zee


Cilja Zuyderwyk

auteurspagina Cilja Zuyderwyk
geef commentaar op dit gedicht


Bovenstaand gedicht van Cilja Zuyderwyk is Meanders Gedicht van de maand september 2003, zie Uitgelicht




de zee geeft, de zee neemt

ik struikel over dichters op het strand
ze zijn in drommen naar de zee gekomen
hun adoratie doet het water stomen
de blik naar boven, pen reeds in de hand

ze schrijven over sporen in het zand
die weer verdwijnen bij het overstromen
ik hoor ze over wolkenluchten bomen
hun Lourdes is de zilte waterkant

dan wordt het Nereus eindelijk te veel
hij heeft op wrede wijze wraak genomen
de druppel was het zoveelste cliché

hij vloog het dichtersvolkje naar de keel
de springvloed viel door niemand in te tomen
er drijven dode dichters in de zee


Daan de Ligt

auteurspagina Daan de Ligt
geef commentaar op dit gedicht




Thuiskomen

‘t Was juni aan de oever van de Linge.
Wij hoorden hoe een kleine karekiet
vanuit het naar de hemel tastend riet
bedeesd zijn stotterliedje zat te zingen

en zagen jongens van een steiger springen,
een visdief die zich ijlings vallen liet
wanneer een rimpeling een voorn verried.
Het waren schijnbaar doodgewone dingen

die ‘t eind markeerden van een lange tocht
langs vreemde paden en door verre oorden.
Want alles waar ik rusteloos naar zocht

en wat te veelomvattend leek voor woorden,
het reikte naar me aan die waterkant
en bleek zowaar te passen in mijn hand.


Jan Doornbos

auteurspagina Jan Doornbos
geef commentaar op dit gedicht




Het is goed als
Je gaat, je handen
Zo zacht
Je enkels en wangen
Donker in de
Zomerzon

We praten niet
Meer, de stranden
In je haar
En hoe ik
Mijn vingers erdoor
Laat glijden

Ga maar, ga
Nu je nog rennen wil,
Verdwijn, terwijl ik
Je vasthoud
En heel de zee met jou.


Anne Koeleman

auteurspagina Anne Koeleman
geef commentaar op dit gedicht




alsof die handen

alsof die handen
zich bij het leven
hebben neergelegd
zo strijken ze de
plooien glad

de krullen van de
kapper brengen
vreugde nu oude
kleur het leven
heeft verlaten

en praten doen ze
om gemiste kansen
toch een plek
te kunnen geven
op de bank

waar sparen niet
meer nodig is
de parels laten zij
voor dochters
achter


Trijntje Gosker

auteurspagina Trijntje Gosker
geef commentaar op dit gedicht







advertentie

verbeter je schrijftalent via e-mail bij

WRITERS @T HOME
thuis in literatuurworkshops
klik hier voor meer informatie





gedichten * recensies * proza * artikel * nieuws * colofon 
Uitgelicht


Het gedicht van de maand

besproken door Annette van den Bosch


Vertrouwde tuin

De tuin heeft jarenlang dezelfde tred gekend
de voetstappen geteld die kuiltjes
vormden in het gras

De slanke enkel met de kleine tatoeage
weerspiegeld in de vijver bij de kas
de stukjes rode nagellak
verloren bij het stoeien
aswitte doeken in de wind
want zij mocht witte doeken dragen
ze had haar kind gered

Maar nu is weer de klok verzet
hij zet de stoelen buiten
streelt ongevraagd haar krullen

Hij plant violen in de bak ververst de oude aarde
poetst haar zwarte laarzen met verlopen ledervet
bidt dat hij blijven mag
verplaatst de foto van haar zoon
met het gezicht naar zee


Cilja Zuyderwyk


Een tuin die voetstappen kan tellen. Dat is een origineel begin van een gedicht. Bijna voel je ook de kuiltjes die de voetstappen vormden in deze eerste strofe van de 'vertrouwde tuin'. Cilja Zuyderwyk maakt het ons niet gemakkelijk. In de tweede strofe stapt ze over naar een vrouw met tatoeage, die een kind redde. De enkel vertoont een litteken van eerdere ervaringen, ontberingen. Maar waarvan redde ze haar kind? Van het geboren worden? Of van het verdrinken in de vijver? Van een brand? In elk geval hangen er als een soort vredesteken aswitte doeken in de wind te wapperen. Een welkom voor de wereld, kom maar, ik ben niet vijandig.

Als er een klok verzet is, de tijd verlopen is, komt er een man in beeld. Hij is actief. Zet stoelen neer, plant bloemen, poetst, bidt. Hij is de ijver zelve in vergelijking met de vrouw en de tuin. De handelende, die hier een kalm leven binnentreedt, bemoeit zich bovendien met de vrouw. Streelt ongevraagd krullen. Hij mag dat blijkbaar. Maar ze is het niet gewend. Misschien is er lang geen man in haar leven geweest, behalve haar zoon op de foto. Maar juist deze zoon wordt door de man een andere kant op gekeerd. Die mag richting zee. Weg. Niet meer naar binnen gluren bij zijn moeder, niet meer overheersen in haar leven. Het kind is immers al gered. Hij is er nu. De nieuwe man. Die zal poetsen en strelen. En misschien de moeder weer laten stoeien en lachen bij de vijver. Zo hevig dat ze stukjes nagellak kan achterlaten. Haar pose mag laten varen. Zichzelf zijn in een nieuwe relatie.

De opbouw van dit gedicht vind ik erg fraai, het lijkt een film die hier voorbij draait. Eerst kijken we vanuit het perspectief van de tuin, dan een totaalshot van de tuin met vijver en kas. Dan komen we steeds verder omhoog, kijken naar wapperend wasgoed en naar een vrouw. En dan pas als er lucht en ruimte is zien we de man die handelt. Pas dan komt er ook geluid en geur bij dit gedicht. De violen, verse aarde. Hier komt alles tot leven, het leven van alledag, maar uit de voorgaande strofen blijkt dat dit voor de vrouw lange tijd niet normaal geweest is. Ze verkeerde onder de grond in de tuin of was bezig met herinneringen. Pas in de laatste strofe is ze weer in de werkelijkheid, bevindt ze zich in een nieuwe relatie, met een man die voor haar zorgt en bij haar wil blijven. Daar wordt ook de titel duidelijk. De tegenstelling tussen de 'nieuwe man' en de vertrouwde tuin. De tuin die als constante aanwezig is geweest in haar leven en haar zo vertrouwd is dat hij in de eerste strofe zelfs een eigen identiteit heeft. De tuin registreert wat zich afspeelt tussen de mensen die hij ontvangt.



Annette van den Bosch




gedichten * uitgelicht * recensies * proza * artikel * nieuws * colofon 
Vijf

In de rubriek 'Vijf' leggen we iemand vijf maal het begin van een zin voor en vragen die naar eigen inzicht aan te vullen. Dit keer:

Vincent Bijlo

Als kind las ik alles wat maar gebrailleerd was, maar toch het liefste de encyclopedie. Ik onthield alles, ik wist ongelofelijk veel.

De westerse cultuur is veel te veel gericht op het snel bevredigen van behoeftes. Dat maakt haar zeer oppervlakkig, schreeuwerig en dom.

Als staatssecretaris (minister) van cultuur zou ik een verbod op slechte dialogen in Nederlandse speelfilms uitvaardigen en flink snoeien in het cabaret.

Sterk overschat: Leon de Winter.

Adembenemend: De Kleine Vriend van Donna Tartt.

Vincent Bijlo (1965) is cabaretier en schreef twee romans: Het instituut (1998) en Achttienhoog (2001).
www.vincentbijlo.com
literatuurlinks.net


Vul op uw manier aan wat wij zijn begonnen: ga naar meander.italics.net/vijf




gedichten * uitgelicht * vijf * proza * artikel * nieuws * colofon 
Recensies



Geen geslepen diamanten

Peter Jongsma over Mos en gladde paadjes van Jane Leusink


In juni van dit jaar won Jane Leusink (1949) de C. Buddingh'-prijs voor de nieuwe Nederlandstalige poëzie 2003. Dat deed zij met haar debuutbundel Mos en gladde paadjes die een aantal maanden eerder verscheen bij uitgeverij Mozaïek. De jury prees de bundel en de dichter vooral vanwege de nauwgezetheid waarmee de gedichten zijn gecomponeerd. Het rapport spreekt van een 'bewonderenswaardige neiging tot precisie' en noemt Leusink 'trefzeker als een boogschutter'.
Van de vier genomineerden heb ik er slechts twee onder ogen gehad, dus of Leusink in mijn ogen de prijs terecht heeft gewonnen kan ik niet zeggen. Wel kan ik het juryrapport volledig onderschrijven en ik wil graag nog wat loftuitingen toevoegen.
Wat mij meteen opvalt aan de bundel is de klassieke sfeer die de gedichten uitstralen. Leusink is erg gedegen omgesprongen met de vorm van de gedichten, niet alleen binnen een cyclus, maar ook binnen de bundel als geheel. Mos en gladde paadjes oogt als een vergeten bundel van Adriaan Morriën, alsof alles met beton in een traditionele mal is gegoten. Maar de schijn, of in dit geval de vorm, bedriegt. De gedichten zijn geen geslepen diamanten, maar brokken erts, waar je al lezend voortdurend verrast wordt door een treffende glinstering. Leusink is een vertelster die prozaïsche anekdotes weet om te toveren tot een ritmisch spel van woorden, leestekens en witregels. Als Leusink schrijft naar aanleiding van een kunstwerk is ze de gids die je, al vertellend, meesleurt naar de wereld achter het werk.

[...]
Of een beeld dat stof steelt tot er geen
excuus meer is voor de rest van ons dan die zusjes
wier zielen nu in verf zijn gehouwen
[...]


(fragment uit: Bij het schilderen van wenkbrauwen)

Jane Leusink houdt je bezig. Bij iedere alinea daagt ze je uit haar te volgen in haar taalspelletjes zonder dat je weet wat er na de volgende alinea op je zit te wachten. En taal, daar is ze dol op. Ze gebruikt het veelvuldig als onderdeel van haar beeldspraak, zoals in het gedicht 'Stilteoefening' waar de taal terugkruipt 'in verborgen lichamen'. Voor Leusink is de taal bij uitstek het middel om grip te krijgen op haar onderwerpen, maar ook om de lezer vast te houden. De woorden zoekt ze uiterst secuur bij elkaar; ze spreekt, vraagt, benoemt, schrijft, zwijgt, luistert en dit alles in dienst van haar zoektocht naar de juiste tekst. Dat er beperkingen aan de taal zitten, daar is ze zich van bewust als ze schrijft "Zat de zon weer boven de ranok, woeien woorden / weg, kerfde het tekort mijn ziel kapot." (Uit: 'Kwam er geen einde aan het maken van veel boeken').

Wat Leusink in mijn ogen met Mos en gladde paadjes wil, is niets meer dan het vertellen van een persoonlijk verhaal, maar op zo'n uitzonderlijke manier dat je je als lezer op geen enkel moment buitenstaander waant. Te vaak sterven dichtbundels een te vroege dood, doordat de gedichten onbenaderbaar zijn; doordat de dichter zichzelf etaleert terwijl niemand in zijn verhaal geïnteresseerd is. Vertellen is een gave. Niet iedereen weet van een persoonlijk voorval een boeiend verhaal te maken, net zo min als weinigen van dat voorval een boeiend gedicht kunnen maken. Jane Leusink blijkt dat echter wel te kunnen. Het is haast niet voor te stellen dat Mos en gladde paadjes haar debuut is, want het is een bijzonder volwassen bundel: consistent, doordacht en bovenal ritmisch.

Geen spaak

Dat we ooit konden weten hoe het echt was, vroeger
toen we nog kinderen waren en achter op de fiets
bij onze vader zaten, benen uitgespreid in veiligheid
van rafelige tassen, geen spaak die ons wat deed.

Dat we ooit in onze herinnering opnieuw geboren
werden, met onze handen stevig aan zijn ruige stof
de geur van koppelriem en leger snuivend, midden
in geborgenheid aanwezig waren.

Of voorop in het met rode stof beklede stoeltje zaten,
steentjes tuurden in de groeven van zijn band, een muur
van vader onze achterkant. O, dat hij dan: hé voorzichtig,
val niet op – wat was het woord? – je smoeltje.

In hoeverre bovenstaand gedicht autobiografisch is, daar kun je als lezer alleen maar naar raden. Opvallend is wel dat ze vermijdt het woord 'ik' te gebruiken. In plaats daarvan schrijft ze "toen we nog kinderen waren". Dat is niet alleen in dit gedicht het geval. Hoe persoonlijk haar herinneringen en verhalen ook zijn, ze beschrijft ze in de meeste gevallen neutraal, maar met heel veel inlevingsvermogen. In het middelpunt staat meestal de 'wij', de 'jij' of de ander. Leusink neemt afstand van haar onderwerpen, maar ze blijft dicht genoeg aan de zijlijn om een belangrijke rol te blijven spelen. De hoofdrol is weggelegd voor de lezer.
Dat doen weinigen haar na.


Jane Leusink – Mos en gladde paadjes
Uitgeverij Mozaïek, Zoetermeer 2003
68 blz.; € 13,50
ISBN 90 239 9077 3

Peter Jongsma.




It nachtlân en De stobbewylch van Albertina Soepboer nu in het Nederlands

Een recensie door Atze van Wieren


Het nachtland/De knotwilg van Albertina Soepboer is een bundel gedichten die eerder voor een deel in het Fries verschenen (1998 en 2000). Ze werden vertaald door Jabik Veenbaas. Albertina Soepboer (1969) is geboren aan het Wad, in Holwerd, en haar werk, zeker in deze bundel, is doortrokken van de zee.

Het Nachtland opent met het prachtige 'De zeeschriften', dat bestaat uit de cycli 'In het oog van de schiere monniken', 'Waterstromen' en 'De schelp'. De eerstgenoemde cyclus beschrijft het proces om dat wat moet worden verwoord te pakken te krijgen: "je bent hier om te vangen en dan te overmeesteren," en het geluk als dat soms, zomaar, gebeurt: "je schreeuwt haast als het verschijnt."
In 'Waterstromen' wordt de dichter bezocht door de Muze (of geliefde) in de gedaante van een zeevogel. De dichter zoekt 'de ziel van de zeevogel'. Onbegonnen werk. De cyclus eindigt veelzeggend: "Ook zal ze schrijven / dat het blauwe zeevogelvlees die nacht in stormweer / vergaan is, dat de duindistels in bloei staan en dat / de golven altijd maar kantelen en kantelen."
In 'De schelp' komt een thema naar voren dat vaker opduikt in het werk van Soepboer: iemand moet haar openen, waardoor de taal kan gaan stromen: "een vinger streelt je rimpels open en / breekt door al je lagen heen."
Het Nachtland gaat verder met 'De landschriften', gedichten over de stad, maar ook over de woestijn en sluit af met de cyclus 'Finisterre', waarin de dichter het geografisch en poëtisch spoor van de dichteres Rosalía de Castro volgt in Galicië. Het laatste gedicht van deze cyclus heet 'Reitdiep' (we zijn weer thuis) en beschrijft prachtig hoe de dichter met het Diep mee naar het Noorden wil, maar bij Lauwersoog vindt ze "de pen in mijn zak/en ik liep het pad terug." Er is geen ontkomen aan, ze zal moeten blijven schrijven, hoe moeilijk vaak ook.
De gedichten waarin de dichter dicht bij haar geboortegrond blijft, vind ik heel sterk. Zeer authentiek. Prachtige poëzie. Als zij daarvan afdwaalt, bijvoorbeeld in de woestijngedichten, vind ik de beelden wel eens gezocht: "mijn mond schuurt zich droog in het gezicht", iets wat ook in haar eerdere bundel Hengstenvrouw (1997) nogal speelde.

De Knotwilg begint weer 'Aan het Wad'. Mooie cyclus over de jeugd, over de geliefde (Muze) die komt en gaat, over de dood. Daarna volgen 'Havenliedjes', 'De helden op de brug', 'Lied van dood en liefde', en wordt afgesloten met het prachtige 'Knotwilg': "we lachen / allemaal de wijde wereld in."

In haar gedichten wisselt Soepboer nogal eens de onderwerpsvorm, alsof ze terugschrikt voor de opgeroepen emotie en zich dan snel achter een 'we' of 'ze' verstopt. Gedichten worden daardoor soms nodeloos duister. Ik geef daarvan een voorbeeld middels het intrigerende gedicht 'Dood'.

Dood

Nu ik dood ben, ligt de gang
van het oor leeg. Mama praat.
Als een klein kind luister ik door
de eindeloze bergen met woorden.

De adem stroomt opnieuw naar
het hart. Bloedcirkels worden wakker,
het strottenhoofd jeukt. Ze is doodop.
We weten dat onze taal sterft.

Albertina Soepboer is een dichteres die haar sporen inmiddels heeft verdiend, zowel in haar 'Memmetaal', het Fries, als wel in het Nederlands, ook al legt zij zich de laatste tijd meer toe op het schrijven van proza. Deze bundel is van haar dichterschap opnieuw een bewijs.
Wat mij stoorde was het overdadig gebruik van subtitels, motto's e.d. in de bundel. Het wemelt ervan. Omdat we in deze bundel ook geografisch al de halve wereld over reizen, maakt dat de indeling onnodig druk en onrustig.

Albertina Soepboer - Het Nachtland/De Knotwilg
Uitgeverij Contact, Amsterdam/Antwerpen 2003
110 blz.; € 19,90
ISBN 90 254 15261

Website Albertina Soepboer: www.geocities.com/baduenna


Atze van Wieren.




Met een volmaakte tegenzin


Joop Leibbrand over Met flinke pas van Anton Korteweg


Al twee keer eerder stelde Anton Korteweg (1944) uit bestaand werk een compleet nieuwe bundel met een eigen ordening samen. Dierbare tijden (1988) kwam voort uit zijn debuut Niks geen Romantic Agony (1971), Eeuwig heimwee drijft hem voort en De stormwind van zijn hand; voor Comfortabel ongelukkig (1999) putte hij uit Tussen twee stilten, Geen beter leven, Voor de goede orde en Stand van zaken. In Met flinke pas brengt hij werk bijeen uit de twee eerdere verzamelbundels (gedichten hieruit gingen dus nog een keer door een kritische zeef) en uit de nieuwe bundels In handen (1997) en Al fluitend (2001), in totaal 123 gedichten die achter elkaar, zonder aparte afdelingen en zonder verwijzing naar de bundels waaruit ze oorspronkelijk afkomstig zijn, worden gepresenteerd. Er is wel een duidelijke thematische ordening. De voor het merendeel duidelijk autobiografische gedichten volgen het leven van de dichter op de voet en van heel dichtbij: geboorte, gezin, familie, puberteit, leraarschap, ambtelijk bestaan, huwelijk, huiselijk leven, vakantie-ervaringen, ouder worden en het vooruitzicht op de dood: de lezer denkt Korteweg te leren kennen als zichzelf. Is niet alle kennis in wezen zelfkennis, en is het opdoen daarvan niet de verrijkendste ervaring die men kan hebben? Korteweg helpt ons meteen al in het eerste, haast programmatische gedicht uit de droom:

Zelfkennis

Dat men weet wie men is, in
wezen, ontdaan van – niets
heeft men er aan. Het dwingt
tot door het leven gaan met van
zich afgewende blik. Voor
worden die men is, is het
voor niemand ooit te laat.
Ontstentenis van zelfkennis,
daarmee is men gebaat!

De mens is 'niets', en niets heb je er aan dat te beseffen, maar alleen met die wetenschap kun je het leven aan. Minimaler kan het niet; het is de paradox van Sisyfus, van 'Ich hab' mein' Sach' auf nichts gestellt' en 'wees blij dat het leven geen zin heeft'.
Vanaf het begin beschrijft de dichter zichzelf als een buitenstaander, als "een erg ver ding", als iemand die fundamenteel verdwaald is, maar dan wel in de hoop "dat er in godsnaam niemand is die naar je zoekt." Het is iemand die per se niet 'gevonden' wil worden, niet door anderen, niet door zichzelf. In 'Wassenaarse slag' staat dan ook: "Want wat je wilt, is dit: niets zien en niets / herkennen, dat je bent niet merken. / Uitgewist, niet vermist. Vooral maar niet vermist." Wie vermist wordt, wordt gezocht en god betere het, gevonden... Toch schrijft hij ook:

Ik niet

Biesheuvel lezen. Binnen handbereik
port en sigaren. Naast me het getik
van breinaalden. Zwartje en Borre spinnen.
Wie er ook ongelukkig is – niet ik.

Het lijkt in tegenspraak met elkaar, maar ditzelfde beeld houdt blijkens 'Je brûle tout l'hiver' heel iets anders in: "Vergenoegd spinnend als voor mijn buik de kat, brand / ik op barre gedachten, koude denksels, de / winter lang. Mij hoor je niet."
Het is alleen dankzij consequent volgehouden ironie en zelfspot dat zijn leven te dragen is. Of het nu gaat om zijn directeurschap van het Letterkundig Museum ("hoe goed is het dat ik niet in mijn schoenen sta"), of de 'onderwereld' van het huwelijk, waarin hij weet dat "niet alleen de liefde ons niet past / maar zelfs, bij uitbreiding, het hele leven", in alles proef je de tweede natuur van een sterke ambivalentie tegenover het bestaan an sich, zelfs tegenover datgene wat hem ondanks alles gaande houdt, de poëzie: "(...) Zelfs als / 't iets zijn zou waar het echte niettemin / als je het schrijft met een volmaakte tegenzin / uit oplicht – wie wordt er gelukkig van?"
Het antwoord is snel gegeven. Als het dan Korteweg zelf niet is (wat trouwens ernstig valt te betwijfelen), dan toch in ieder geval de lezer van deze onnadrukkelijke, nooit vervelende poëzie.

Het voorplat van de bundel toont een afbeelding van Edouard Manets 'Bellenblazende jongen'. 'Homo bulla est', 'de mens is een waterbel' is de boodschap. Van het gelijknamige gedicht luiden de laatste strofen: "Trouwhartig blaas je maar bellen. / Je maakt ze zo groot als maar kan. / Je laat ze zo laat mogelijk los. // Je moest daar maar mee doorgaan." Hopelijk neemt Korteweg dat laatste ter harte.


Anton Korteweg – Met flinke pas
Meulenhoff, Amsterdam 2003
122 blz.; €13,50
ISBN 90 290 7370 5

Zie ook: www.literatuur.nu/~moz-archief/woe/woe040.html


Joop Leibbrand.





(advertentie)
Schrijf verhalen en gedichten die alle noodzakelijke elementen bevatten.

www.writersathome.nl/Schrijvenvoorauteurs.htm




gedichten * uitgelicht * vijf * recensies * artikel * nieuws * colofon 
Proza




Gevallen vrouw

Tine Moniek


De buurvrouw brak haar voet. Dat was haar eigen fout.

Niet die van hem die naakt danste op de stenen vloer. Ook niet van haar die er niet was en hem de sleutel gaf en daarbij de toegang tot haar doen en laten. Toen mevrouw Francine haar begonia's begoot, verklapte het keukenlicht een geheim dat ze graag ontdekken wou. Alleen kon ze er niet goed bij.

Ze ging op haar tenen staan, maar haar nagels waren te lang, zodat ze kraakten.

Hij hoorde niets. Danste verder op de stenen vloer.

De buurman werd gelokt, met stil gefluister. "Haal me een laddertje!" Omdat meneer Rafaël al met pensioen was, haalde hij vlug een trapladdertje uit het berghok. (Wat moest hij anders met zijn tijd? Sigaren roken mocht ook al niet.)

Zijn vrouw gebaarde hem om stiller te sloffen. "Breng me ook mijn dieptebril!"

Wou ze zien hoe diep hij ging? Wou ze weten of zijn hielen plakten op de tegels? Wou ze weten of hij zijn eigen sporen wiste?

In elk geval krulde haar neus vanonder haar hoed vandaan.

De schaduwen op de gele muur tekenden de bewegingen van de naakte man nauwkeurig na. Vinnig snel, niet vloeiend, wel boeiend. Net zo boeiend hadden ze geleken, de vorige nacht. Toen konden de muren het zelfs niet bijhouden.
Ze trilden bij elke nieuwe lijn. Maar dat had de buurvrouw niet gemerkt omdat ze droomde over haar kalkoen die ging lopen omdat haar gehakt niet van de beste slager kwam. (Ze besloot dan ook om ander te gaan halen in een dorp wat verderop.)

Nu bleven de muren staan. Maar de vloer tintelde roodaangeschoten.

Buurman haalde zijn schouders op toen zijn vrouw de treden besteeg, met haar knalgroene dieptebril. "Hij is er weer." siste ze. "Bloot zelfs!" Dat dacht ze toch te zien. "De schande!" Meneer Rafaël dacht na over de blote billen van het meisje. Die zag hij bijna elke dag, door het gleufje van de muur.
Hij floot een aardig wijsje en ging de keuken in. "Elk zijn eigen zin", zei hij tot zijn ingewanden en smeerde een boterham.

Trede voor trede loerde mevrouw Francine het huisje in. Het huisje van het buurmeisje. De schim werd duidelijker. Hij was het inderdaad. De gast van elke week. Ze herkende zijn schedeldak maar al te goed. Hoger klom ze en door haar bril, miste ze een trapje en schoof onderuit. Haar korte gil doorklonk tot in de keuken. De buurman verslikte zich in zijn boterham met gehakt. Stond langzaam op. Slofte naar buiten. Vond zijn vrouw in pijnscheuten en haalde nogmaals zijn schouders op.

"Alweer?" zei hij. Droeg haar naar de overkant, waar de dokter woonde. Ging dan maar in het tuinhuis een sigaartje roken, terwijl het gips droogde. Hij was dat buurmeisje eeuwig dankbaar voor het plezier dat ze hem verschafte en legde een briefje op haar mat: "Zal ik de struiken voor je snoeien?"


Tine Moniek




advertentie

tijdschrift
SCHRIJVEN
tussen fascinatie en publicatie
Diamonds r 4 ever
klik hier




gedichten * uitgelicht * vijf * recensies * proza * nieuws * colofon 
Artikel



Twee versies van het leven
Over Narziss en Goldmund van Hermann Hesse

door Carl De Strycker


Hermann Hesse is veertig jaar dood, maar hij leeft en herleeft. Dat bewijzen de talrijke revivals van zijn werk. Zowat elk decennium opnieuw wordt Hesse (her)ontdekt en bijzonder gretig gelezen; ook nu weer, begin eenentwintigste eeuw. Getuige daarvan de heruitgave van zijn bekendste werken, en ook de aandacht voor zijn minder gekende geschriften. Bij De Bezige Bij verscheen onlangs een fraaie band met Siddharta, De Steppewolf, Demian en Reis naar het morgenland; Atlas verzorgde na drieëntwintig jaar een herdruk van Fabuleuze vertellingen. Dat de boeken van deze Nobelprijswinnaar nog steeds door een groot publiek verslonden worden, heeft alles te maken met de algemeen menselijke thematiek die hij op een heldere manier behandelt. Hesses figuren zijn zoekende personages die vechten tegen nihilisme en zich afvragen wat de zin van het leven en de liefde is. Kortom: de Grote thema's en dat is niet anders in de middeleeuwse vertelling Narziss en Goldmund die voor Thomas Mann 'het belangrijkste boek van Hesse' was.

De eerste zin van Narziss en Goldmund neemt een halve bladzijde in beslag. Wie echter dit typisch barokke Duitse proza aan het begin van de roman doorworstelt, wordt al gauw beloond met een schitterend verhaal. Dit boek is een Bildungsroman, maar even goed een avonturenverhaal, het is een liefdesstory en een kunstenaarsroman.
Hesse vertelt het verhaal van Goldmund die als jongen aan het begin van de dertiende eeuw door zijn vader naar de strenge kloosterschool Mariabronn wordt gestuurd. Daar ontmoet hij de jonge monnik Narziss en de twee worden vrienden hoewel ze in zowat alles elkaars tegenpool blijken te zijn. Goldmund is helemaal niet in de wieg gelegd voor het rigide ascetische leven vol wetenschap en gebed dat de broeders leiden. Als hij dat met behulp van Narziss inziet, vlucht hij en trekt hij de wijde wereld in. Hij zwerft rond en geeft zich over aan een liederlijk leven vol nieuwe indrukken en erotiek. Talrijk zijn de vrouwen die hij verovert en dan weer verlaat, even talrijk de avonturen die hij op zijn tochten meemaakt. Goldmunds tamelijk onverschillige leven is gericht op zoveel mogelijk plezier en genot, tot hij op een dag in een kerk getroffen wordt door de schoonheid van een Mariabeeld. Hij vraagt wie de kunstenaar is, zoekt hem op en wil bij hem in de leer gaan. Goldmund leert beeldhouwen en vindt zo een nieuwe passie, maar toch blijft hij een rusteloos zoeker en ook nu weer hij trekt er terug op uit. Wanneer hij met de pest en de dood van zijn grote liefde Lene geconfronteerd wordt, lijkt hij tot inkeer te komen. Hij wil terug naar het klooster, terug naar Narziss. Op weg daarheen verleidt hij echter de vrouw van de graaf, wordt betrapt en ter dood veroordeeld en het is slechts op voorspraak van Narziss dat hij wordt vrijgelaten. Deze neemt hem mee naar Mariabronn, waar Goldmund een schitterend kunstwerk maakt, maar nog steeds niet tot rust kan komen. Opnieuw krijgt hij de zwerfkriebels en nog een laatste keer trekt hij erop uit. Het wordt een teleurstelling: hij ziet in dat hij oud wordt en het vitalisme van weleer is hem nu vergaan. Goldmund sterft met Narziss aan zijn zijde, nadat beide mannen hun vriendschap en waardering voor elkaar hebben uitgesproken.
In Narziss en Goldmund verkent Hesse de mogelijkheden van het leven en stelt hij ook de plaats van de kunstenaar ter discussie. Dat gebeurt meesterlijk door de twee grondhoudingen tegenover het leven tegen elkaar uit te spelen: eros of logos, lichaam of geest, zinnelijkheid of ascese. Elk titelpersonage vertegenwoordigt een van deze polen. Narziss is een asceet en wetenschapper, die een uitgebalanceerd en ingehouden leven van studie en gebed leidt. Daartegenover plaatst Hesse de vrijbuiter Goldmund. Doordat de auteur echter op Goldmund en zijn avonturen focust, komt de nadruk wel bij diens levensbevestigende houding te liggen. In dit personage verwerkt Hesse dan ook de artiest en het lijkt erop dat hij daarmee kiest voor een Dionysische houding. Grote kunst ontstaat uit een rijk gevuld leven met hoogtes en laagtes, ze ontstaat uit gestileerde ervaringen van een gevoelsmens, meent de schrijver. Toch probeert Hesse vooral duidelijk te maken dat deze twee visies op het bestaan uiteindelijk tot voldoening kunnen leiden en dat alles afhangt van het karakter en temperament van het individu. Hier worden beide houdingen niet tegen elkaar uitgespeeld, maar twee versies van het leven getoond.

In dit meesterwerk zijn duidelijk de invloeden van Hesses lectuur van Nietzsche terug te vinden, maar ook de psychoanalyse speelt een belangrijke rol. Narziss heeft meer dan eens iets weg van een anachronistische therapeut die zijn patiënt Goldmund over zijn problemen laat praten. Niet enkel filosofeert de vrome broeder met zijn vriend Goldmund over diens grote belangstelling voor vrouwen, hij helpt hem ook van een bijzonder opdringerig moedercomplex af.
Dat deze roman soms een beetje schematisch overkomt door een aantal moraliserende passages en de duidelijke polarisatie, doet niets af van de grootheid van dit werk. Hesse toont zich in dit boek immers een meesterlijk verteller, die met veel gevoel voor romantiek de talrijke vurige liefdesverhoudingen beschrijft en met evenveel vakmanschap er altijd de juist spanning weet in te houden. Steeds neemt het verhaal een nieuwe onverwachte wending, nooit beantwoordt het einde van een hoofdstuk aan de verwachting van de lezer, altijd is de verrassing compleet. Hesse houdt steeds nog een sterke pointe achter de hand.
In Narziss en Goldmund zijn alle grote thema's en obsessies van de auteur meesterlijk bijeen gebracht in een stilistisch hoogstaand verhaal over de spanning tussen hartstocht en moraal.

Gebruikte bronnen:

Decloedt, Leopold - 'Voorwoord', in: Stassijns, Koen - De mooiste van Hermann Hesse, Lannoo/Atlas, 2002.
Hansen, Wil - 'De tobber met vakantie', in: De Morgen, 7 augustus 2002, p. 21.
Krans, Alfred – 'Hesse revival', Schoon Schip, 9/1 (2002), p. 32-36.
'Narziss und Goldmund', Kindlers Literatur Lexikon, ed. Wolfgang von Einsiedel e.a., Kindler, Zürich 1970.
Ross, Martin – 'Nawoord', in: Hesse, Hermann - Narziss en Goldmund, vert. Pé Hawinkels, Singel Pockets, Amsterdam 2002.

Dit artikel verscheen eerder in Bibem. Tijdschrift voor literatuur & theater, 16de jaargang – nr. 4/2002

Carl de Strycker




gedichten * uitgelicht * vijf * recensies * proza * artikel * colofon 
Nieuws



Uitreiking Jan Hanloprijzen
Op woensdag 24 september worden om 20.00 uur in de Balie te Amsterdam de Jan Hanlo Essayprijzen 2003 uitgereikt. Sinds 2001 is de Stichting LIRA (Literaire Rechten Auteurs) hoofdsponsor van de Stichting Jan Hanlo Essayprijs, die sindsdien twee prijzen behelst, namelijk de Jan Hanlo Essayprijs Groot (€ 7.000) voor essaybundels en de Jan Hanlo Essayprijs Klein (€ 1.500) voor eerder gepubliceerde essays.
De drie genomineerden voor de Jan Hanlo Essayprijs Groot van dit jaar waren Douwe Draaisma met 'Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt', H.W. von der Dunk met 'Mensen, macht, mogelijkheden' en Stefan Hertmans met 'Het putje van Milete'; de prijs gaat naar deze laatste.
De Jan Hanlo Essayprijs Klein wordt toegekend aan het essay 'Imagoprobleem, zei u?' van Geert Buelens, dat uit 44 inzendingen als beste is verkozen.
Naast het prijzengeld ontvangen de winnaars een door Jose van Bergen ontworpen trofee.
Zie voor meer informatie: www.essayprijs.nl of www.slaa.nl
Het adres van de Stichting Jan Hanlo Essayprijs is: W.G.-plein 7, 1054 RA Amsterdam, te. 06 21 837 147, e-mail:


Kandidaten AKO Literatuurprijs bekend
Op 24 oktober wordt in een tv-uitzending van Barend & Van Dorp bekendgemaakt welk boek met de AKO Literatuurprijs 2003 zal worden bekroond. De jury staat dit jaar onder voorzitterschap van oud-premier Wim Kok. Op 31 augustus j.l. zijn de overgebleven genomineerden voor de prijs bekendgemaakt: Hella Haasse met de roman 'Sleuteloog', Marek van der Jagt met 'Gstaad 95-98', Mensje van Keulen met 'Het andere gezicht', Dik van der Meulen met 'Multatuli - leven en werk van Eduard Douwes Dekker', Thomas Rosenboom met 'De nieuwe man' en Arjan Visser met 'De laatste dagen'.


VDAB Verhalenwedstrijd
De VDAB en het Vlaams Ministerie van Werkgelegenheid schrijven een verhalenwedstrijd uit voor jongeren tussen zestien en dertig jaar. Het thema is 'De eerste keer'. De Belgische overheid wil hiermee creatievelingen aan een job of een eerste professionele ervaring helpen. Tot 30 november kunnen verhalen worden ingestuurd. Uitgeverij Manteau bundelt de door een vakjury geselecteerde inzendingen tot een boek. Zie: www.vdab.be of www.schuyesmans.be/jeugdlit/


Dichterbij de Bezige Bij
Op vrijdag 12 september is de website www.dichterbijdebezigebij.nl gelanceerd. Op deze site zijn alle Nederlandse en vertaalde dichters uit het fonds van 'De Bezige Bij' vertegenwoordigd met poëzie, bio- en bibliografische informatie, beeld- en geluidsfragmenten en honderden omslagen van de dichtbundels die in de zes decennia van het bestaan van de uitgeverij zijn verschenen. Op de openingspagina staat iedere dag een ander gedicht. De website is gemaakt door Ed Gebski, Erik Lindner en Martin Reints voeren de redactie.


Prijs voor beste christelijke kinderboek
Acht jaar geleden stelde de Werkgroep Christelijke Kinderboek de kinderboekenprijs 'Het Hoogste Woord' in als stimulans voor het christelijke kinderboek. Het boek 'Mijn vriend Samuel' van Janne IJmker is in deze categorie uitgeroepen tot het beste kinderboek van 2002. De schrijfster, die docente is geweest op een basisschool, ontvangt op 20 september tijdens de CLK-boekenbeurs in Zwolle € 500,- en een bronzen beeldje.


Boekpresentatie Marie Melai
Op zaterdag 20 september vindt om 14.00 uur in de bibliotheek van Ommen de presentatie plaats van de roman 'Stenen in het water' geschreven door Marie Melai. Het boek is na 20 september verkrijgbaar in de boekhandel en de prijs hiervan is € 15,-.


Zweed schrijft geschenkboekje voor Maand van het Spannende Boek
De Zweedse misdaadschrijver Henning Mankell schrijft het geschenkboekje voor de Maand van het Spannende Boek in juni 2004. Het motto van de Maand van het Spannende Boek is 'In het spoor van de thriller - van Amsterdam tot Venetië'. De thrillerschrijver Mankell, geboren in 1948, heeft behalve dit genre ook romans geschreven over Afrika, kinderboeken en toneelstukken. Zijn bekendste personage, inspecteur Kurt Wallander, kwam in negen boeken voor, waarvan er vijf voor de Zweedse tv zijn verfilmd. Bij besteding van € 13,45 aan Nederlandstalige boeken krijgt men het boekje van Mankell in juni 2004 dus cadeau.


Maison Descartes eert Jean Cocteau
Op 11 oktober is het veertig jaar geleden dat de veelzijdige dichter, schrijver, filmregisseur en kunstenaar Jean Cocteau overleed. De in 1889 geboren Cocteau werkt nog steeds op de verbeelding van veel Fransen. Maison Descartes, het Franse instituut in Nederland, gevestigd aan de Vijzelgracht te Amsterdam herdenkt op woensdag 1 oktober Jean Cocteau in samenwerking met uitgeverij Atheneum/Polak/Van Gennep die dan een tweetalige bloemlezing met gedichten van Cocteau presenteert. Studenten van de Rietveld Academie maakten een tentoonstelling, die dezelfde avond wordt geopend. Verder zijn er die avond voordrachten van prof dr. David Gullentops van de Universiteit van Brussel en acteur Thomas de Bres, een interview met vertaler Theo Festen en wordt de documentaire 'Portrait d'un inconnu' vertoond.


Dichter bij zee
Bij elke strandafgang en bij ieder uitkijkplateau aan de boulevard in Egmond aan Zee worden nog tot uiterlijk 1 oktober gedichten, afgedrukt op plexiglas, tentoongesteld van onder meer Gerrit Kouwenaar, M. Vasalis, Bernlef, Lucebert en Remco Campert.


Dichter aan Huis
In het weekend van 27 en 28 september lezen in Den Haag op diverse locaties, zoals woonkamers en ateliers, vijftig Nederlandse en Vlaamse dichters voor uit eigen werk. Toegangskaarten zijn schriftelijk te bestellen (€ 27,- voor één dag; € 50,- voor beide dagen). Contact kan worden opgenomen met Stichting Dichter aan huis, tel. 070 346 57 86. Website: www.dichteraanhuis.nl


Festival voor de nieuwe letteren
Op 25, 26 en 27 september wordt in de Rotterdamse schouwburg het Festival voor de nieuwe letteren gehouden met o.a. Maarten van Roozendaal, Hans Verhagen en de Woorddansers. Kaarten à € 15,- voor één dag, € 25,- voor twee dagen, € 30,- passepartout zijn verkrijgbaar bij de kassa van de schouwburg, tel. 010 411 81 10. Voor meer informatie kan contact worden opgenomen met Stichting Passionate, tel. 010 276 26 26.


Poëzie aan Zee 2003
Bijna twintig dichters uit de regio Leiden treden op vrijdag 17 oktober om 19.30 uur op tijdens de manifestatie 'Poëzie aan Zee 2003' die dan wordt gehouden in het zalencentrum Tripodia aan het Hoornseplein te Katwijk. De presentatie van deze avond is in handen van Jana Beranova. Toegangskaarten à € 7,50. Voor meer informatie:


Iraans - Nederlandse poëziemiddag
De Iraanse Stichting voor Cultuur en Kennis organiseert op zondag 21 september om 13.45 uur in het Bibliotheektheater aan de Hoogstraat 110 te Rotterdam een poëziemiddag met voordrachten van Iraanse en Nederlandse dichters. Dichter, acteur en regisseur Naser Nadjafi en dichter, publicist en columnist Rien Vroegindeweij vertellen over theater, poëzie en kunst. Toegang € 4,50. Informatie via het telefoonnummer 010 281 62 62, e-mail: of zie de website: www.bibliotheek.rotterdam.nl


Magazijn vol schrijvers
Vanaf januari 2004 zal onder de titel 'Magazijn' een jaarlijkse bloemlezing verschijnen met daarin nieuwe bijdragen van en informatie over Nederlandse schrijvers. Jaarlijks verschijnen er gemiddeld 45 debuten en evenzoveel 'tweede uitgaven' bij de bekende uitgeverijen. Niet alleen buigt een redactie zich over de inhoud van 'Magazijn', maar worden ook de lezers in de gelegenheid gesteld zich hierover uit te spreken, waarvoor een samenwerking wordt aangegaan via de website www.literairnederland.nl . Interviews, foto's en literaire varia zullen het geheel completeren tot een veelzijdig jaarboek.


Brieven Achterberg
In het Maandblad voor Geestelijke volksgezondheid dat op woensdag 3 september verscheen zijn brieven gepubliceerd die dichter Gerrit Achterberg tijdens zijn tbr-periode schreef aan de nu 94-jarige publicist en psychiater Hans Keilson. Achterberg, P.C. Hooftprijs- en Huygensprijswinnaar, doodde in 1938 zijn hospita. In het tijdschrift zegt psychiater Jan Vink bij de dichter een ernstige persoonlijkheidsstoornis te constateren, die ook in diens gedichten aan te treffen is. De brieven van Gerrit Achterberg gaan na deze publicatie naar het Letterkundig Museum.


Nieuw seizoen Jambe in de Plataan
Het nieuwe seizoen van Literair Café Jambe begint op zondag 21 september met een poëziemiddag van 14.00 tot 17.30 uur in Hotel de Plataan aan het Doelenplein 10 in Delft. De literaire middagen vinden hier telkens plaats op de derde zondag van de maand. Zie voor meer informatie de site: www.jambedelft.com


Zuiderzinnen
Op zondag 21 september wordt de vierde editie georganiseerd van 'Zuiderzinnen', het Festival van het Woord. Dit jaar worden bij het festival onder meer Vincent Bijlo, Geert Buelens, Anna Enquist, Raymond van 't Groenewoud, Kristien Hemmerechts, Jos Vandeloo, Bram Vermeulen en Jan Wolkers verwacht. Het thema van dit jaar is 'A Dead Poets Society' en refereert aan de hulde die aan overleden dichters en literatoren als Jacques Brel, Herman Brood, Herman De Coninck, Roald Dahl en Annie M.G. Schmidt wordt gebracht. Het evenement wordt gehouden op twintig locaties in de stad Antwerpen. In verband met de autoloze zondag is er een gratis pendeldienst met bussen. Ook is er aandacht voor kinderen, met verteluurtjes en andere creatieve bezigheden. Het ticket dat toegang geeft tot alle manifestaties kost vijf euro. Voor kinderen tot zestien jaar gratis toegang.
De manifestatie is tevens aanloop naar het jaar 2004, wanneer Antwerpen wereldhoofdstad van het boek zal zijn. Zie de website: www.zuiderzinnen.be


Writers at Home
In verband met het tweeënhalfjarig jubileum organiseert Writers at Home vanaf zaterdag 20 september het schrijfspektakel 'Avonddichters'. Alle details zijn te vinden op: www.writersathome.nl/Avonddichters.htm


Koffiewedstrijd
Het Humanistisch Instituut voor Ontwikkelingssamenwerking (Hivos), de Nationale Jeugdraad, Loesje en Poetry International nodigen je uit een spreuk, leus, songtekst of gedicht van maximaal 16 regels te schrijven over koffie. Het woord 'koffie' moet er minimaal een keer in voorkomen, verder mag alles. Ingezonden gedichten worden in december 2003 aan Douwe Egberts voorgedragen met het verzoek zich harder in te spannen voor fatsoenlijke leefomstandigheden voor koffieplukkers in ontwikkelingslanden. Je maakt kans op een reis naar Kenia! Zie voor meer informatie de website: www.hivos.nl/poetry/



Het nieuws werd samengesteld door Jan Boonstra en Yves Joris.

Nieuwsberichten voor Meander 223 van zondag 28 september dienen uiterlijk dinsdag 23 september in ons bezit te zijn. Stuur geen attachments mee.
Berichten kunnen worden gestuurd aan (de letters X uit dit adres verwijderen!)





gedichten * uitgelicht * vijf * recensies * proza * artikel * nieuws 
Colofon


Site: meander.italics.net

E-mailadres: (de letters X uit dit adres verwijderen!)

Redactie:
Adelheid Bekaert, Yves Joris, Gerard Kool, Joop Leibbrand, Margo Verbiest, Rob de Vos

Vaste medewerkers:
Jan Boonstra, Annette van den Bosch, Yvonne Broekmans, Hans Hamburger, Milla van der Have, Vincent Scholze, Remi van Trijp, Elly Woltjes.

Verder werken mee:
Edith de Gilde, Rutger H. Cornets de Groot, Peter Jongsma, Bert van Weenen.

De gedichten worden beoordeeld door: Annette van den Bosch, Yvonne Broekmans, Hans Hamburger, Milla van der Have, Joop Leibbrand en Vincent Scholze.
De verhalen worden beoordeeld door: Annette van den Bosch, Remi van Trijp, Margo Verbiest, Rob de Vos en Elly Woltjes.


Financiën:
Meander is gratis, maar ook uw financiële bijdrage is nodig!
Bijdragen vanuit Nederland kunnen worden overgemaakt op Postbank giro 8941864 t.n.v. G.C. Kool te Delft.
Voor bijdragen vanuit België: Rekening 402.2004409.95 ten name van Meander.
Vermeld 'donatie Meander' en uw e-mailadres.

Mailinglist:
Zie http://www.lists.nl/mailman/listinfo/meander
Abonneren door een mail aan met als onderwerp: subscribe (de letters X uit dit adres verwijderen!)
Opzeggen door een mail aan met als onderwerp: unsubscribe (de letters X uit dit adres verwijderen!)

Kopij is welkom bij Meander. Zie http://meander.italics.net/kopij/

Verdere verspreiding van de in deze uitgave opgenomen teksten is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s)


Zie ook op onze site: gedichten * verhalen * artikelen * recensies * links * klassiekers * archief

naar begin van deze krant




Zoek
naar