Meander
http://meander.italics.net
literair magazine
aflevering 229 * 21 december 2003 * verschijnt om de twee weken op zondag
meander is gratis, maar vrijwillige financiële bijdragen zijn nodig * kopij is welkom
reageren, abonneren, opzeggen, adres wijzigen, zie: meandermagazine.net/service
Vooraf
Zo aan het eind van een jaar vol mooie Meanders willen we een aantal mensen bedanken. Onze auteurs, omdat zonder hen Meander een lege mail zou zijn, en onze adverteerders en donateurs, zonder wie Meander voor ons als makers al lang onbetaalbaar zou zijn geworden.
Met ieders medewerking belooft ook 2004 weer een mooi Meanderjaar te worden.
We wensen al onze lezers mooie kerstdagen.
advertentie
|
Kerstkaarten
kaarten.dichtertje.nl
|
|
Poëziekaarten
kaarten.dichtertje.nl
|
Gedichten
Schildpad
Mijn huisschildpad sleept zich in een rechte
lijn naar het midden van de moestuin, stopt
tussen de tomaten, kruipt in zijn schulp, blijft
zo voor enige uren zitten om daarna rechtdoor
zijn weg te vervolgen, zich achter de uitgelopen
kroppen sla te verstoppen voor het aantredende
winterlicht - Zo brengt het pointillisme van het
najaar met kleurige vlekken die als uitgelopen
inkt opdrogen in een soort van zwarte aarde
hem in een ongehoord decemberzwijgen - Zo
moet het zijn gegaan: half het voorjaar vond ik
hem terug, zonder kop, een onbewoonbaar
verklaarde woning - Mijn schildpad kon zijn
draai niet vinden, ik heb er geen woorden voor
Herbert Mouwen
auteurspagina Herbert Mouwen
geef commentaar op dit gedicht
van daar naar hier
toen met iedere sprong het water
nog merkbaar minder diep werd
ving ik je adem in mijn vuist.
zo was de wereld soms
niets dan deze geur, de jouwe, die
van cornflakes in de morgen.
was er om je hoofd niets
dan een aureool van graan
dat werd gedorst tot gouden regen,
zo droog plots in mijn mond
toen ik eerbiedig zweeg
in de stilte van het lange gras
dat over je borsten boog
en die even plotseling
als onherroepelijk bepaalde.
hier is het gras kort, het water
ondiep. jij ademt ook
de wereld niet meer uit.
Erwin Vogelezang
auteurspagina Erwin Vogelezang
geef commentaar op dit gedicht
X tekent de plaats
Misschien is er niets wat mij nog bedreigt,
nu alle uilen zijn uitgevlogen,
nu akkers en ogen alsnog zijn gedicht.
Ik weet dat ik voortreffelijk kon liegen,
dat de overtuiging mijn souffleuse was,
dat men ook een taal levend kan begraven.
Maar het littekenweefsel in mijn hersenen
ligt hermetisch rond de vindplaats
van mijn mogelijke schuld.
Gezichten blijven klokken zonder wijzers,
handen het verlengde van een ongrijpbaar verleden.
Steden blijken uitgevlakt als takken aan een stamboom,
een plein of een straat wordt getekend door een kruis.
Dagen lijken kamers in onbewoonde huizen,
maanden vallen samen, jaren storten in.
G.M. Berelaf
auteurspagina G.M. Berelaf
geef commentaar op dit gedicht
Athos
Hier koestert men onder nachtelijke rituelen
het eeuwenoude knekelhuis
en knerst de aanbidding van de Maagd
van het memento mori.
Hier trilt nog de bourdon van een geloof
in hemel en in hel, in doodzonde
om de lusten des vlezes en in het leed
dat Caïn zijn broeder aandeed.
Hier leeft nog de legende van de onverwoestbare
woestijn waarin het goed strijden
met de duivel was, met soms een brandend
braambos of het offer van een zoon.
Berg zonder rede, met zwartgerokte mannen
rond het gouden kalf van een verstreken tijd.
Kees Klok
auteurspagina Kees Klok
geef commentaar op dit gedicht
Moeder en kind
Midwinter slaat kerst toe;
de herders horen een nieuw lied,
dat Jezus is geboren;
zij weten 't niet.
De M van Bethlehem
staat midden in de nacht.
De auto wordt nog wel ontdooid,
vertrekt met blinde vracht.
De weg naar de stal is door sneeuwval
tijdelijk gestremd. De koningen lopen vast.
Goud, wierook, mirre-, hun schat
is hen levenslang tot last.
Binnen is het niet veel minder koud.
Os, ezel, oogbal, alles is versteend
tot kerststal. Adem stokt. Het kind
is blauw en moeder ligt er uitgebeend.
Schreeuwt het lelijk uit de krib
nu moeder op haar laatste ogenblik
oogluikend onze namen ademt...
Hij lacht. Zij geeft geen kik.
Johan Hendrikx
auteurspagina Johan Hendrikx
geef commentaar op dit gedicht
Johan Hendrikx leest het gedicht voor
Midwinter
Als "Jingle Bells" één ogenblik verstomt
Dan hoor ik vaag
En in de verte
De echo van een eeuwenoud gezang
Al is dat ook al even lang gesmoord.
Dan zie ik in gedachten
Hoe in de donkerste der dagen
Op heuvels en in dorpen
Een vreugdevuur wordt aangestoken
Om daar het licht mee te begroeten.
Want onder klatergoud en kitsch
Glanzen nog steeds,
Verwrongen weliswaar en zwaar verminkt,
De waarden van ons heidense geloof.
En ook al heet het Kerstmis,
Het was en is
Midwinter.
Marc van Caelenberg
auteurspagina Marc van Caelenberg
geef commentaar op dit gedicht
advertentie
verbeter je schrijftalent via e-mail bij
WRITERS @T HOME
thuis in literatuurworkshops
klik hier voor meer informatie
|
Recensies
Vertraagd afscheid
Bert van Weenen over Gigantische dagen van Eddy van Vliet
Eddy van Vliet, die op 5 oktober 2002 overleed, net na de verschijning van zijn bloemlezing
Gigantische dagen, schreef een alledaagse poëzie die verwantschap vertoont met het werk van C. Buddingh'. Autobiografische anekdotes krijgen een meerwaarde door ze op te nemen in een dichterlijk universum dat vooral geschapen is om de herinnering langer maar niet voor eeuwig vast te houden. De dichter vertraagt zijn pas en geeft zich over aan een langdurig oponthoud ('Mistel'). En het gefluit van een vogel op een anonieme binnenplaats geeft hem de volgende gedachte in:
Evenmin als wij geloofde hij, die gekooid
en eenzaam de seizoenen door elkaar had gehaald,
in de omkeerbaarheid van de tijd, al had
zijn fluiten ons afscheid even vertraagd.
Dit fragment is afkomstig uit het titelgedicht van de bundel
De binnenplaats (1987). Andere bundels waaruit gedichten in
Gigantische dagen zijn opgenomen, zijn:
Na de wetten van afscheid & herfst (1978),
Glazen (1979),
Jaren na maart (1983),
De toekomstige dief (1991) en
Zoals in een fresco de kleur (1996). De bundel
Vader uit 2001 werd in
Gigantische dagen integraal herdrukt.
De gekozen gedichten uit de eerste twee bundels zijn niet zo sterk, vind ik. Pas vanaf
Jaren na maart krijgt Van Vliets stem een eigen geluid. Deze overschakeling begint in
Gigantische dagen op bladzijde 26 met het gedicht 'Nieuwjaar 1956':
NIEUWJAAR 1956
Een en al bedrijvigheid zou het jaar zijn.
De kater diende gesneden, de notelaar
voor omvallen behoed en wie ziek was zou genezen.
Met zorg werd de kleur der tegels gekozen.
Deuren moesten worden uitgebroken. Uit Parijs
zouden nichtjes en neven overkomen.
Alles wat ons verenigde werd in gele doosjes verpakt.
Op hun terugkeer werd zenuwachtig gewacht.
Maart, de maand waarin alles veranderde, moest nog komen.
Hoe ik niet kon geloven dat het waar was
hing al in de lucht, zoals de verfgeur in mijn haren.
Ook in een ander opzicht verdient dit gedicht een centrale plek in Van Vliets werk. Het roept het probleem op waar de dichter voortdurend mee bezig is: de vader die zijn gezin van de ene op de andere dag in de steek laat. In de jaren na deze dramatische maand maart zal de zoon steeds maar weer op deze gebeurtenis terugkomen.
De moeder speelt in dit hele verhaal nauwelijks een rol. Even komt zij ter sprake in het gedicht 'Moeder', dat begint met de regels: 'Het is niet eerlijk. Niet over jou, maar over hem / die mij verlaten heeft, heb ik geschreven'. Wordt het geen tijd dat moeder en zoon het verlies dat hen beiden trof, samen verwerken? Maar deze expliciete schuldbekentenis ten spijt blijft de vader alle aandacht van de zoon opeisen, wat uiteindelijk in 2001 resulteert in Van Vliets magnum opus: het epische gedicht 'Vader' (in
Gigantische dagen terug te vinden op bladzijde 107-181). Dit lange gedicht, dat wordt gekenmerkt door eenvoud en subtiliteit, is 'in grote lijnen een nostalgische herstelpoging'. Zie verder *mijn bespreking in Meander 181*.
Op het omslag van Van Vliets laatste bundel staat een afbeelding van het knappe, indrukwekkende schilderij 'Les jours gigantesques' van René Magritte. Net als bij de Giganten die zich volgens de Griekse mythologie verzetten tegen de olympische goden, is het verzet van de mens tegen vergankelijkheid en verlies tevergeefs. En dat is meteen de aanleiding voor zwaarmoedige gedachten bij de dichter, want 'tederheid valt nauwelijks te dragen', zoals Van Vliet constateert in het gedicht 'Aardedonker'.
Uit deze persoonlijke tragiek heeft Eddy van Vliet een robuuste, voor iedere lezer begrijpelijke poëzie gedestilleerd, die je vooral op herfstige dagen met instemming kunt lezen. Er zit veel melancholie in en ook onversneden romantiek. Nog één prachtig voorbeeld daarvan tot besluit:
VERLIEFD
Zo gaat het, zo ging het en zo zal het altijd gaan.
Afspreken in cafés op de sluitingsdag.
Aan de verkeerde zijde van bruggen staan.
Tussen duim en wijsvinger, als brandende as,
het fout begrepen telefoonnummer.
Parken te nat, hotels te vol, Parijs te ver.
Liefde als een veelvoud van vergissingen.
Onbeholpen woorden als zo-even op zak en
zoveel zin om, los van de wetten
van goede smaak en intellect, te schrijven
dat van de stad waar je elkaar voor het eerst zag,
een plattegrond bestaat, waarop een kus,
die het nauwelijks was, geregistreerd werd.
Eddy van Vliet - Gigantische dagen
De Bezige Bij, Amsterdam 2002
190 blz.; 19,50
ISBN 90-234-1020-3
Bert van Weenen
De liefde doet pling plong
Milla van der Have bespreekt Men zegt liefde van Sylvia Hubers
De terugkijkrage, die ergens aan het eind van de vorige eeuw begonnen moet zijn, is inmiddels zo ver doorgevoerd dat aan tv-series van nog geen vijf jaar oud een terugblikkerig meta-programma wordt gewijd. Eén zo'n serie die een dergelijke eer te beurt viel, is de hitshow
Sex and the city. In deze serie gebeurt niet veel anders dan dat vier moderne, geslaagde New Yorkse vrouwen hun liefdesleven met elkaar bespreken en daarbij veelal geen blad voor de mond nemen. Ze zijn mondig, vaak rechtdoorzee en ze weten wat ze willen en vormen daarmee een afspiegeling van de moderne jonge vrouw. Maar dan wel een geïdealiseerde afspiegeling, zo leert ons het meta-programma I Love....
Sex and the city. Want jonge vrouwen willen weliswaar zijn zoals Carrie en haar vriendinnen, in het echte leven gaat het er alsnog wel iets anders aan toe.
Wie wil weten hoe het de single vrouw in het echte leven vergaat, slaat Sylvia Hubers er op na. Haar debuut
Men zegt liefde is, de titel zegt het al, gewijd aan de liefde, gezien vanuit een vrouwelijke, rechtdoorzee invalshoek.
Gedicht voor drie borrels
Ik ga stevig zitten
op jou op jou
op jou op jou
op jou.
Hoe vind je mij zitten?
Wil je nog 't een of ander?
Ik ben een beetje moe en beschonken.
Ja, beschonken mensen
zijn heel zwaar.
Oké ik ga naar de keuken.
Ik ga je ijskast openen
die vol zit met geneugten.
In de tussentijd kun je het raam openschuiven
en verdwijnen in het duister.
Je kunt ook blijven.
Ik zal eten en drinken.
Je zult mij zien eten en drinken.
Je zult mij zien eten en drinken en kotsen.
Je zult me zien kotsen en slapen.
Je zult me misschien zien wakker worden.
Met schorre stem zal ik aan je vragen:
wat doe jij hier?
En dan: dan kun je je:
waarmaken
Ja.
Laat mij jou maar eens zien
(p. 32)
Wat
Men zegt liefde gemeen heeft met
Sex and the city is de nietsontziendheid ten opzichte van de hoofdpersoon. Zoals in de serie de dames al in een scala genante situaties te zien zijn geweest, zo wordt ook hier de ik-figuur niet gespaard. Kotsende lyrische ikken kom je weinig tegen in de poëzie. In al haar facetten wordt de ik aan ons geopenbaard, etend, drinkend, dronken, angstig, gemeen, geen menselijk voelen is haar vreemd. Overigens komen de mannen er in de bundel, ik zou bijna zeggen: uiteraard, ook niet al te best van af. Ze zijn veelal kalend en/of harig, worden ploert genoemd, hebben een grote neus of worden getypeerd met woorden waaruit hun primitieve aard blijkt: oerwoedman, eiland...., vroegste mens.
Tegelijkertijd deelt de bundel een bepaalde luchthartigheid met de serie. Problemen worden nergens problematisch, maar juist parlando besproken, met her en der een woordgrapje, wat overigens niets af doet aan de openhartigheid. Als moderne vrouw, weet ook de ik uit deze gedichten namelijk dondersgoed wat ze wil, ook al krijgt ze het dan niet altijd:
Ik stal wat blikken van de man nee de mannén
die verderop een schoorsteen stonden
te repareren.
Te re-pa-re-ren ik zou ook weleens ge-re-pa-reerd
willen worden als een schoorsteen de ene
steen weer op de andere maar niet door die mannen nee
degeen die mij mag repareren zit lekker thuis
en bijt
op
zijn
nagels
Hubers' taal is de eenvoud ten top. Haar gedichten zijn helder en to the point, met af en toe een absurdistische draai. Bij zoveel eenduidigheid is het dan ook af en toe storend dat de dichter meent het een en ander nog te moeten verduidelijken door middel van cursiveringen of onderstrepingen. Er is al zo weinig te raden in deze recht-voor-zijn-raappoëzie. En soms gaat Hubers toch wel over de schreef, met rijm als O! Laat mij je marsmannetje zijn / was mijn opperste gedachte. / Jij die op de komst van / nieuwe wezens zit te wachten / je laat me naar me smachten. (p.40) of té simpele gedichten als deze:
Nee, niet mijn benen in mijn nek
Nee, niet mijn benen in mijn nek
doe maar vandaag even niet
het is goed, maar genoeg
ja, nu mokken, dat is oké
dan ga ik even naar de slager.
Goedemiddag, slager
(p.56)
Daar staat tegenover dat enige humor Hubers niet ontzegd kan worden en dat haar helderheid soms ook wonderwel op z'n plaats is en een eenvoudig, mooi en warm gedicht kan opleveren:
Met heel m'n adem
Met heel m'n adem ben ik bij je
uit en in
in ieder adem een verhaal
een verhaal van lucht
vermengd met liefde
werveling vandien.
Men zegt dat men een lief
in een lief kan zien, welnu
ik haal jou
bij elke ademhaling binnen
je troubadourt in mij
je moet aan mij te zien zijn.
Voor wie jou niet ziet
zal ik praten
voor wie jou niet hoort
zal ik zingen.
En in de avond ga ik zitten
hoor het geheimzinnige geneurie
het heel zachte kloppen
van ritme in mijn buik
(p. 14)
Als de eigentijdse poëzie inmiddels al een traditie is, dan staat Hubers er middenin. Qua taalgebruik en benadering van de thema's is
Men zegt liefde ontegenzeggelijk een moderne bundel. Hubers deelt haar no nonsense stijl met meer (jonge) dichters. Haar debuut is toegankelijk en kan (dus) mogelijk een nieuw publiek winnen voor de poëzie, een publiek wat zich door de 'zap-benadering' die hier bij tijd en wijle gehanteerd wordt, aangesproken zal voelen. De hele sfeer die de bundel uitademt is er eentje van de jaren nul nieuwe eeuw; het hoeft weliswaar niet makkelijk, maar zeker niet moeilijk en als iets gecompliceerd wordt, zap je door. Onderkoeld, afstandelijk, geen grote gebaren, dat zijn de toverwoorden van deze tijd.
Met dergelijke methoden zijn mooie gedichten te maken; soms profiteert poëzie van het kleine gebaar, het rustige, eenvoudige. Je kunt het echter ook overdrijven. Niet alle poëzie hoeft per se begrijpelijk of toegankelijk te zijn. Wat ondergetekende betreft mag het wel weer eens tijd worden voor het grote gebaar in de poëzie, voor een moeilijk, ja misschien zelfs wel hermetisch gedicht, dat niemand begrijpt maar wat wel mooi klinkt, vol met grote woorden en duistere metaforen. Een gedicht dat méér oproept dan alleen een niet geheel gelukzalige relatie. Gedichten geven naast een kijk op het leven ook een doorkijk in iets anders, een glimp van iets wat zonder gedicht onzichtbaar zou zijn en mét gedicht nog onzegbaar blijft. Hoe het alledaagse leven van Patty Brard, Frans Bauer, New Yorkse columnistes én dichters in elkaar zit, dat weten we ondertussen wel. Wat is er meer? We leven in spannende tijden, wordt het dan niet eens tijd voor spannende poëzie?
Bij Hubers echter geen dreigend aanzwellende violen. De liefde doet nogal van pling plong in deze bundel, een ongevaarlijk geluid, van iets wat er plotseling en/of kortstondig is. De liefde is er, plotseling (pling!) en even plotseling weer niet. Zo ook met de gedichten uit
Men zegt liefde. Ze zijn er (pling!) even, maar nadat je ze leest zijn ze weg. Ze beklijven niet en dat is jammer. Het pling plong houdt geen stand, maar is vermaak, zoals een serie op de televisie, weinig meer, maar evengoed weinig minder. Een modern geluid, soit. Maar ook het geluid dat het verlangen achterlaat naar een (desnoods ouderwets) groots en meeslepend lied.
Sylvia Hubers - Men zegt liefde
Uitgeverij Fagel, Amsterdam 2003
78 blz.; 14,95
ISBN 9059140036
Milla van der Have
Proza kort
Ingmar Heytze (1970) werkt gestaag voort aan de verovering van een plaats in de Nederlandse literatuur. Met zijn poëzie is hem dat inmiddels gelukt: In
Alle goeds kon hij in 2001 tien jaar dichtwerk verzamelen en direct het jaar daarop verscheen de zeer geprezen bundel
Het ging over rozen (zie de recensie in M 207). Nu komt hij met
Ik ben er voor niemand, een bundeltje zogeheten prozaminiaturen: zo'n 180 korte en ultrakorte schetsjes in de vorm van fictieve brieffragmenten en al of niet verzonnen dagboeknotities. Het zijn losse stukjes uit het levensverhaal van Heytze's stuurloze alter ego Retour Afzender en diens relatie met Egel (zijn geliefde), Kabouter, Vos en Eenhoorn, personages die tot in hun manier van praten en redeneren toe duidelijk geïnspireerd lijken door Toon Tellegen. Een bezwaar is dat niet, want Heytze claimt nergens grote originaliteit en lijkt als voornaamste doel te hebben een soort vaardigheidstraining in het zo onbekommerd en lichtvoetig mogelijk beschrijven van de alledaagse verbazing en ontreddering. Het kan daarbij gaan over het verschil tussen drentelen en slenteren, de reikwijdte van geuren of de vraag hoe lang een afgehakt hoofd niet dood is, maar ook over wat balans is, en ademen, en de liefde, de dood en de eeuwigheid ('wat zal ik ervan zeggen... ik ben er niet op gebouwd'). 'Niet steeds van die grote gedachten, die met goed fatsoen niet in je kop passen', houdt hij zich voor. 'Kleine gedachten voor in een klein hoofd, daar moeten we naar toe.' Weinig tot niets, meer pretenties zegt hij niet te hebben. Het is niet waar en daarom mag het resultaat er zijn.
Volkskrantjournaliste
Marcia Luyten (1971) verbleef twee jaar als diplomatenvrouw in Kigali. Zij beschrijft niet alleen de ingrijpende gevolgen van de Rwandese genocide in 1994, maar vormde zich ook een politiek oordeel over heel 'zwart' Afrika. In
Witte geef geld toont zij bijvoorbeeld overtuigend aan hoe democratie op z'n Afrikaans door het patronagesysteem het altijd voorrang moeten geven aan leden van de eigen groep - haast niet anders dan corrupt kán zijn. Daarnaast maakt zij duidelijk hoe voor de Afrikaan de blanke per definitie 'schuldig' is (vandaar het overal klinkende 'mzungu faranga', 'witte geef geld'), maar dat daarbij het Westen wel in bijna alle opzichten het referentiekader is. Hoe beter zij de Afrikaanse cultuur leerde kennen, hoe groter haar onbegrip werd, of liever gezegd, hoe meer zicht ze op dat onbegrip kreeg. Want of het nu ging om zaken als de man-vrouwverhouding of de seksualiteit, de schadelijkheid van gewoontes op het gebied van magie, hekserij en duiveluitdrijvingen, of het feit dat de traditionele Afrikaanse cultuur koopwaar geworden is, zij staat tegenover een cultuur en vooral een mentaliteit die haar in laatste instantie vreemd blijft, hoeveel sympathie en vooral betrokkenheid zij ook wil opbrengen. De uitgever noemt het een 'reisboek', maar de lezer moet geen toeristische verhalen verwachten. Wat getoond wordt, is een samenleving die in alle opzichten volop in ontwikkeling is, en dat doet Luyten op een vlotte, heldere en daarbij zeer informatieve wijze. Aanbevolen!
De Man Booker Prize 2003 ging dit jaar naar de in Australië geboren maar in Engeland woonachtige ex (?)- verslaafde Peter Finlay, die als
DBC ('Dirty But Clean') Pierre zijn boek
Vernon God Little met deze prestigieuze prijs bekroond zag, nadat hij er eerder al de Bolinger Wodehouse Prize for Comic Writing voor gekregen had. Deze
Een eenentwintigste komedie in de aanwezigheid van de dood beschrijft enkele cruciale maanden in het leven van een onhandige, introverte vijftienjarige jongen, die geheel onterecht verdacht wordt van medeplichtigheid aan een door zijn beste vriend aangerichte massale moordpartij op zijn High School, een geschiedenis die natuurlijk direct ontleend is aan de tragedie op Columbine High School van enige jaren geleden. Het is een boek dat het niet in de eerste plaats van de verhaallijn moet hebben, of zelfs maar van de personages (die zijn verre van overtuigend), maar van de stijl, die heen en weer springt tussen absurdistisch, provocerend hard en direct (nooit een boek gelezen waarin bijvoorbeeld zo vaak het onvertaald gebleven woord 'fucking' voorkomt) en ernstig en gevoelig: het lijkt één lange oefening in 'creative writing'. Geen grote roman, en blijvende invloed op een nieuwe generatie schrijvers valt er dan ook niet van te verwachten. Maar toch een aanrader, al is het maar om te zien wat elders bekroond wordt.
Ingmar Heytze Ik ben er voor niemand
Uitg. Podium, Amsterdam 2003
116 blz.; 13,50
ISBN 90 5759 385 8
Marcia Luyten Witte geef geld
Uitg. Podium, Amsterdam 2003
184 blz.; 16,-
ISBN 90 5759 026 3
DBC Pierre Vernon God Little
Vertaling Dennis Keesmaat
Uitg. Podium, Amsterdam 2003
304 blz.; 17,50
ISBN 90 5759 345 9
(Voor België Van Halewyck, ISBN 90 5617 539 4)
Joop Leibbrand
(advertentie)
Een boek publiceren begint met een plan ...
Uitgeverij Boekenplan
Publiceer professioneel
klik hier voor meer informatie
Proza
De uitnodiging
Atze van Wieren
De reiger spreidde zijn vleugels en kwam statig zijn kant op. Het dier had stil ineengedoken in de onderwal van de bevroren sloot gestaan, maar was door zijn dichterbij komen opgeschrikt. Het beest trad langzaam nader, rekte z'n nek, werd alsmaar groter, de vlerken zwaar als vleugels van een engel. De vogel had vrouwenbenen met volle, blanke dijbenen.
`Kom dan, liefje, kom dan,' sprak het dier met vreemd krassende stem, de vleugels uitnodigend open.
Wietse slikte. Zijn keel was kurkdroog. Wat een rare droom. Hij sloeg het dekbed op en liep in het donker op de tast naar de wc. Het plassen ging moeilijk, hij had een stevige erectie. Rillend nam hij een slok water uit de kraan. Huh...wat was het koud. Voordat hij weer in bed stapte keek hij door het slaapkamerraam naar buiten. Er lag blauwachtig maanlicht over de velden. De kale takken van de bomen verderop stonden roerloos tegen de hemel. Van heel ver klonk het blaffen van een hond.
Hij nestelde zich. Voor de zoveelste keer overdacht hij zijn plan voor morgenavond. `Kerstnacht,' zei hij zacht. Ja, hij ging het doen, absoluut. Deze Kerstnachtdienst zou misschien alles veranderen. Hij gaapte.
De kerk was van buiten in het licht gezet. Een warm, gelig schijnsel lag op de muren. Van binnen scheen wit licht door de ramen. Het eeuwenoude gebouw troonde boven zijn omgeving uit.
Wietse duwde het hek open. Over knersend grind ging hij het pad dat naar de zijingang leidde. Het voerde tussen graven door. De dorre dode bladeren van de beukenhaag, die het kerkhof omzoomde, ritselden. Hij dacht aan zijn ouders, al zo lang dood. Hij miste ze. Voor hen was niemand in de plaats gekomen.
Hij tastte in de linkerbinnenzak van zijn jekker. Ja, dat was in orde. In de ruimte onder de toren hing hij zijn jas op. Hij groette de mensen die er kleumend en handenwrijvend bijeen stonden, hem nieuwsgierig opnamen. `En straks maar weer lekker kletsen, vrome kwezelaars,' zei hij in zichzelf. Hij was geen lid van een kerk. Vorig jaar was hij voor het eerst naar de Kerstnachtdienst gegaan. Het had gesneeuwd. In zijn huis buiten het dorp was het hem te stil geworden.
Toen, pats! was het gebeurd. Zomaar. Een nooit eerder gevoelde sensatie. Hij kon het niet uitleggen. Het was...je wilde... Het liefst liet je alles in de steek om...om... Zoals zij op de preekstoel had gestaan, zo jong nog, zo meisjesachtig, maar in haar eenvoudige toga ook al zo vol ernst. Ze had hem zo nu en dan, als terloops, met heldere ogen aangekeken. Die Kerstnachtdienst had hij ervaren wat het is hals over kop verliefd te worden.
Wietse duwde de tussendeur open. In de kerk brandden kaarsen. In de verste hoek stond een grote kerstboom.
Hij ging vooraan zitten, dichtbij de kansel. De laatste maanden had hij alsmaar gebroed op zijn plannetje. Straks ging het gebeuren.
Een grijskoppig koortje zong moeizaam kerstliederen.
De dienst zelf ervoer hij als een roes. Hij had alleen oog voor haar: de heldere, rustige ogen in het open bleke gezichtje, het kortgeknipte, blonde haar, de fijngevormde handen. Ze sprak met een lichte vertraging, aarzelde soms even. Haar jonge stem leek na te klinken in de zilverkleurige versierselen van de kerstboom. Het was doodstil in de kerk. Keek ze hem aan? Glimlachte ze? Hoe oud zou ze zijn? Vast nog geen dertig. Hij zuchtte. Nogal een verschil met hem.
Toen ze aan het eind de zegen uitsprak, trok een rilling door zijn lijf. Zie, hoe ze daar stond, zo mooi! Dat tengere lichaam, haar armen uitnodigend wijd gespreid, de door de stof heen zichtbare opbollingen van haar kleine borsten. `Een engel,' zei hij in zichzelf, `een engel is gekomen.'
Hij had zijn jekker aangetrokken en stond in de rij om haar bij de uitgang de hand te schudden. Nu kwam het eropaan. Zenuwachtig slikte hij. Toen stond hij, zomaar, oog in oog met haar. Ze legde haar smalle hand in de zijne. Haar blauwe ogen glommen blij.
'Dag Wietse', zei ze, 'goed jou hier te zien.'
Wietse? Kende ze hem bij naam? Hij voelde zijn hart bonzen bij zijn slapen.
Er trok een duizeling door zijn hoofd. Met zijn vrije hand frunnikte hij
nerveus in de rechterbinnenzak van de jekker.
`Alsjeblieft dominee,' zei hij hees, drukte haar het samengevouwen papier
in de handen en beende met onhandige passen naar buiten.
Daar tussen de zerken drong het verschrikkelijke tot hem door. Hij had haar
niet zijn wel twintig keer opnieuw geschreven uitnodiging voor een etentje
overhandigd, maar een naaktfoto uit Playboy, onlangs gevonden langs de weg
en bij zich gestoken. Terug! Maar toen zag hij haar al, de schouders tenger
gebogen, in het heldere lamplicht naar de opengevouwen afbeelding kijken.
Onderweg naar huis ging het heel licht sneeuwen, flinterlicht.
Atze van Wieren
|
Lees. Schrijf. Lees Schrijven.
Het nieuwe nummer ligt nu in de winkel.
Deze keer: Schrijfstad Groningen, omgaan met kritiek, Reisschrijven en meer...
|
|
www.schrijven.org |
|
Artikel
Brel, chansonnier, acteur en... dichter?
Guy Dupré
'Een echte dichter laat zich niet met liedjes in, iemand met een waarachtig talent heeft bij ons niets verloren. Chansonniers zijn mensen die in hun leven tien minuten lang Rimbaud willen zijn, en zich na die tien minuten vlijtig op de chanson toeleggen.'
[1] Aldus Jacques Brel. Het
Oeuvre Intégrale [2] telt 192 titels, maar Brel zou ongeveer vijfhonderd teksten geschreven hebben. Ernst van Altena heeft een groot aantal van de chansons vertaald.
[3]
Jacques Brel wordt op 8 april 1929 in de Brusselse gemeente Schaarbeek geboren. Hij groeit op in een Franstalig burgerlijk milieu en zijn leven lijkt uitgestippeld; hij zal met een even burgerlijk meisje trouwen en werken in de kartonfabriek van zijn vader. De eigenzinnige jongeman denkt er echter anders over.
[4] In 1953 laat hij karton en gezin in Brussel achter, trekt naar het Mekka van de chanson waar hij verkondigt dat de liefde alles is. Met het nogal stroperige
Quand on n'a que l'amour, (1956) snijdt de minstreel, die naar verluidt veel weg heeft van een predikende pater, het eerste van de traditionele thema's aan. De tekst van het liedje is eenvoudig, de portee ervan is naïef. Samengevat: liefde overwint alles, liefde legt de kanonnen het zwijgen op, wie liefheeft bezit de hele wereld. Een beetje zoals Make love... enz. Het deuntje is uitstekend geschikt om door een groep padvinders te worden gezongen. Terloops, de grootmeester Léo Ferré brengt in 1957 zijn hommage aan Charles Baudelaire:
Les fleurs du mal.
Nog steeds zeer sentimenteel is het beroemde
Ne me quitte pas (1959). Veel hangt af van de gemoedsgesteldheid van de luisteraar; het is niet ondenkbaar dat het gemier van de wanhopige minnaar belachelijk klinkt, wat overigens door Brel werd beaamd. Natuurlijk kun je moeilijk onbewogen te blijven als je Liesbeth List
Laat me niet alleen hoort zingen. Ernst van Altena vertaalde: 'Laat me niet alleen.../ Ik bedenk voor jou/ woorden rood en blauw,/ taal voor jou alleen...' Brel besteedt meer aandacht aan de beeldspraak: parels van regen, een gebied waar de liefde troont. De herhaalde smeekbede gaat crescendo van de vraag om de ruzies te vergeten tot de waanzinnige belofte een schaduw te zullen worden. De beelden moeten bewijzen dat de liefde opnieuw kan opflakkeren: de schijnbaar uitgedoofde vulkaan, de grond die weer vruchtbaar zal worden. Van belang is hier ook de absolute onderworpenheid aan de geliefde. Maar, is kolkende emotie voldoende om van poëzie te mogen spreken?
De acteur Brel voert een reeks eenakters op, waarin hij diverse facetten van het amoureuze leven vertolkt. Met
Marieke, een aardige schets uit 1961, lonkt de cabotin naar het Vlaamse publiek. Het gebruik van het Vlaams in het refrein verleent aan Marieke een certificaat van authenticiteit. Voor het relaas over het echte Marieke verwijs ik naar Johan Anthierens.
[5]
La Fanette is een heus scenario, tragisch, voorspelbaar. 'Fanette...mijn vriend...en ik: Fanette hield van mij.' Een enkele zin annonceert het drama; er wordt meer gesuggereerd dan verteld, wat de tekst ten goede komt. ''t Is waar:/ ze zijn direct die keer/ te blij in zee gegaan,/ te vrij in zee gegaan: geen mens zag ze ooit weer.
Met
Ces gens-là (Dat soort volk),
Les bourgeois (De burgerij) en
Madeleine vinden we naast zelfspot ook een giftige karikatuur van het eigen milieu, terwijl
Mathilde een uitbarsting is van desperate viriliteit, met een knipoog. Brel wordt zoetjesaan misogyn. De man is als nomade geboren, de vrouw kluistert hem aan een huis, aan kinderen.
Hoewel...
La chanson des vieux amants (Lied van de oudere minnaars, 1966)
[6], getuigend van een met bitterheid gekruide berusting, de liefde niet volledig uitsluit. 'Twintig jaar liefde is een illusie:/ jij hebt ook vaak naar lucht gesnakt./ En in ons kinderloze huis/ weet elke stoel en elke kast/ nog van de storm uit vroeger tijden:/ dan gooide jij servies aan gruis,/ dik werd mijn tong, mijn gang onvast,/ jij vocht in plaats van te verleiden...' Zie E. van Altena, blz. 188. Is het vergezocht, als ik hier denk aan Het huwelijk van Willem Elsschot?
In 1966 stopt Brel met optreden. In 1969 vinden we hem in het uitgelezen gezelschap van Léo Ferré en Georges Brassens. In 1971 ontmoet hij Hugo Claus in Amsterdam. De vitalist treedt op in films, hij bestuurt zijn eigen vliegtuig, hij staat aan het roer van zijn zeilschip. Minzaam glimlachend, reist de dood met hem mee. Voorlopig is het nog Brel die zijn vrienden beweent.
Is de absolute liefde niet van deze wereld, vriendschap is reëel. 'We kunnen elkaars geluk vermoorden/ Maar een vriend zien huilen kan ik niet.'
[7] Vrienden zijn er om samen te vreten en te zuipen, om elkaar te troosten als het verdriet, gemarineerd in alcohol, zomaar, ergens op een stoep losbarst. 'Jef, je bent niet alleen/ hou op met dat gejank/ dat iedereen kan zien... / Alleen omdat dat wijf, dat rottig stuk verdriet/ jou barsten liet, misschien?' Voor de volledige tekst: zie E. van Altena, blz. 177.
Jef (1964) is een sketch over stoere mannen die teder zijn voor elkaar. De vrouw is teef of hoer; we zijn ver verwijderd van de zaligmakende liefde. Mannen voeden zich met friet en mosselen en drinken witte wijn. In de verte lonkt de zee, dichterbij is er de warmte van de kroeg. Cabaret badend in pathos.
Jojo, soberder, is een eerbewijs aan zijn kompaan Georges Pasquier die in 1974 overlijdt. Detail: kort daarop wordt bij Brel een long weggenomen.
Er wordt toch veel gehuild in Brels chansons. Don Quichot voelt wel dat hij er nooit in zal slagen alle sterren aan zijn lans te rijgen. Het firmament is met weemoed bekleed; in de kroegen van de havenstad Amsterdam lallen de zeelieden. 'En ze draaien hun wals/ als een wentelende zon/ op de klank, dun en vals, van een accordeon...' Zie E. van Altena, blz. 163. Wie zich laat meeslepen door het opzwepende ritme van het lied, blijft beduusd achter in een wolk van sigarettenrook en alcohol. Het lijkt wel of de Brusselaar een metamorfose heeft ondergaan en zelf een ruwe zeebonk geworden is. Althans als men niet blijft stilstaan bij het clichématige van de beelden: de romantiek (?) van elke havenstad. Overigens zou Brel zijn inspiratie gevonden hebben tijdens een kroegentocht in Amsterdam in het gezelschap van Ernst van Altena. De kroegentocht zou hem in elk geval beter zijn bevallen dan zijn optreden 'Het Huis met de Pilaren in Bergen' in 1964.
[8]
Maar de Brusselaar moet natuurlijk ook over zijn stad zingen. En dat doet hij dan schalks, ironisch met een vleugje nostalgie zo van 'vroeger, weet je nog wel...', en met alweer een paar allusies op het eigen kleinburgerlijke milieu. 'En, ...op 't tramdak zaten/ twee mensen blij te praten:/ hij, mijn opa zaliger, zij, mijn oma zaliger./ Voor hem kwam de oorlog nader./ Bij haar kwam gauw mijn vader.' Zie E. van Altena, blz. 168. Het gaat erin als koek, althans op de bühne, maar dat is ook de bedoeling.
'Ik ben, Lemaire, een rasechte Vlaming.', zegt de francofoon.
[9]
De rasechte Vlaming schoffeert in 1959 zijn Vlaamse landgenoten met de satire
Les Flamandes (Vlaamse Vrouwen). 'Vlaamse vrouwen dansen uitgedroogd,/ uitgedroogd de Vlaamse zondag door.../ Vlaamse Vrouwen dansen uitgedroogd,/ Vlaamse vrouwen zijn een beendroog koor...' Zie E. van Altena, blz. 213. Als men Brel interpelleert, reageert hij een beetje als een kwajongen die net een ruit heeft gebroken: ik heb het niet zo bedoeld. Het was een grapje.
In 1961 flirt Jacques met
Marieke: 'Zonder liefde, warme liefde/ Lijdt het licht, het donker licht/ En schuurt het zand over mijn land/ Mijn platte land, mijn Vlaanderenland.'
[10] De vertederde Vlamingen hebben er een symbool bij. Tijl, Nele, Marieke...
Een jaar later lijkt het alsof de torens van Gent en van Brugge de troubadour verpletteren, alsof de Noordzee hem op de knieën dwingt. 'Wanneer de Noordzee koppig breekt aan hoge duinen/ en witte vlokken schuim uiteenslaan op de kruinen,/ wanneer de norse vloed beukt aan het zwart basalt/ en over dijk en duin de grijze nevel valt,/ wanneer bij eb het strand woest is als een woestijn/ en natte westenwinden gieren van venijn,/ dan vécht mijn land... Mijn vlakke land...'
[11]
Vlaanderen houdt de adem in, en bewondert. Terecht, naar mijn gevoel.
De sfeer doet me denken aan
Herinnering aan Holland van Hendrik Marsman: ' [...] de lucht hangt er laag/ en de zon wordt er langzaam/ in grijze veelkleurige/ dampen gesmoord,/ en in alle gewesten/ wordt de stem van het water/ met zijn eeuwige rampen/ gevreesd en gehoord.'
[12]
De liefde voor zijn vlakke land zal echter van korte duur zijn. Hoe kan het ook anders? Probeert u maar eens Belg, Brusselaar, Franstalig en ook nog Vlaming te zijn. Dit moet tot spanningen leiden. In 1966 krijst de wispelturige cabaretier dat hij schijt heeft aan de flaminganten. En leve de republiek! Verontwaardiging en heibel alom; een storm in een glas water. Dat alles belet Brel niet om het jaar daarop zijn liefde voor Brugge nog maar eens onder woorden te brengen. In 1967 brengt hij
Mon père disait (Mijn vader zei), een poëtische evocatie van de opvatting dat Londen en Brugge ooit een geheel vormden. 'En Londen is/ niet meer als vóór die vloed/ het bolwerk dat/ Brugge behoedt/ maar Londen werd een buitenwijk van Brugge,/ verzonken in de Noordzeevloed.' Gedragen door de stem van Liesbeth List klinkt de vertaling van Altena als een oude legende: 'De meisjes hier/ geeft hij de kalme blik/ van stadjes oud/ en winterkoud;/ hun breekbaar haar klost hij met stramme hand/ tot Brussels kant, tot Brussels kant.'
Maar buiten de muren van de stad dreigt de zee en wacht de dood. 'Mijn vader zei: de noordenwind/ zal straks mijn zielloos lijf ter aarde dragen./ Hij neemt mij mee, de Noordenwind/ en draagt me tot aan de zee.' Voor de volledige tekst, zie E. van Altena, blz. 164. Geen friet, geen mosselen, geen rauwe taal, maar een tekst bewerkt als een kopergravure. 'Het is de wind/ die men zijn adem-noord/ in de ogen boort/ van man en kind/ en die zijn klokkenspel van noorderkou/ doet tintelen in hun ogenblauw.' Het lijkt wel alsof de geest van de Franstalige dichter Emile Verhaeren
[13] de chansonnier heeft geïnspireerd.
Tien jaar later explodeert de haat. Met
Les F... (De flaminganten) spuwt de franskiljon
[14] Brel zijn gal uit over de hoofden van de verbijsterde Vlamingen. '.... maar wel eis ik: stoof onze kinderen niet de kool/ dat ze verplicht zijn Vlaams te blaffen in de school.' Zie ook E. van Altena, blz. 183. Ay, Marieke, Marie, ook dit is Brel, maar geen poëzie. Rimbaud wendt het hoofd af.
La Mort dateert van 1960. 'Dood groeit al in de rozentwijg die ik straks in mijn grafkrans krijg/ en geurt: haha... geur met je dagen./ Terwijl hij ook mijn bed al spreidt/ met lakens van vergetelheid/ en roept: als wind/ als wind je dagen!' De dood, zie E. van Altena, blz. 186.
In
Le moribond (De stervende, zie E. van Altena, blz. 196) vinden we de spotvogel terug. De stervende neemt afscheid van zijn vriend Emile, van de pastoor, van de man met wie zijn vrouw hem bedroog, en van zijn eega. In
Les vieux (1963) kijkt de dood geduldig toe hoe de oudjes aftakelen; hij wacht op hen, hij wacht op ons. Een mijmerende Brel brengt ons een sobere tekst. Het beeld van de ongenadig tikkende klok is weliswaar niet nieuw, maar het sluit perfect aan bij de korte, suggestieve zinnen die voorafgaan. Er is geen grootsprakerigheid, geen opstandigheid, geen verzet. 'De oudjes sterven niet,/ eens vallen ze in slaap/ en slapen ál te lang./ Ze klampen zich wel vast,/ maar vallen doen ze toch/ al zijn ze vallensbang.' De oudjes, E. van Altena, blz. 215.
Brel is ook de auteur van chansons waarin hij zijn wanhoop en zijn dromen (altijd weer zijn dromen) verwoordt, zoals dat enige, wondermooie
La ville s'endormait. Nog net vóór de zon ondergaat bereikt een vermoeide ruiter de indommelende stad. Hij brengt zijn paard naar de fontein en kijkt hoe het drinkt. Hijzelf drinkt nauwelijks, hij wil immers heer en meester zijn over zijn vermoeide lichaam. In de verte klinken kreten van haat; oude mannen schelden op oude wijven. Nog even verlicht een hoek van de hemel de stad en de rivier. De geradbraakte ruiter wil de stekende pijn niet voelen. Hij moet verder; hem wacht een onthaal, een vorst waardig. Althans, die illusie koestert hij, ofschoon hij weet dat niemand op hem wacht, dat alleen de dood op hem wacht. Hij filosofeert over droom en werkelijkheid. Van de vrouw valt geen heil te verwachten
[15], mediteert hij. Alle vrouwen gelijken op elkaar; de ene is nog stommer dan de andere...Dan komt een verleidelijk meisje langs, bijna naakt onder het dansende linnen van haar jurk. Het gedicht dateert ook van 1977.
Brel sterft een jaar later, op 9 oktober 1978. Hij wordt begraven op Hiva Oa, het eiland in de Markiezenarchipel, waar hij zich met zijn tweede levensgezellin, Maddly Bamy, had teruggetrokken. Nog tien jaar later, in 1988, wordt in Brugge een Mariekebeeld onthuld. De dood maakt veel goed. Enkele prachtige teksten ook. Catherine Sauvage, Léo Ferré, Jean Ferrat en zelfs Georges Brassens vertolkten teksten van Franse dichters; Brel vertolkte Brel. De opstandige Brel is net een rancuneuze adolescent die wild om zich heen schopt, die tiert en huilt, die vergeefs probeert de sterren uit de hemel te plukken. De acteur Brel kruipt zo graag in de huid van de personages die zijn dromen bevolken: ridders, cowboys, rokkenjagende schelmen... . De geëxalteerde zanger Brel gooit zijn hart te grabbel voor zijn publiek, en geniet intens van zijn succes. De eigenzinnige Brel benadert ongeveer alles en bijna iedereen vanuit een haat-liefdeverhouding, wat zowel laaiend enthousiasme als zielig gesnotter kan genereren. De ingetogen Brel wordt een dichter die zijn emotie kan omzetten in beelden als fijne pentekeningen uit lang vervlogen dagen.
1 Gesprek met Denise Glaser, voor het programma Discorama van de Franse televisie, 15 september 1963. In: Anthierens, J., Jacques Brel. De passie en de pijn. Olympus 2003, blz. 174.
2 Brel, J., Oeuvre Intégrale. Paris: Robert Laffont 1982.
3 Altena, E. van, Van Apollinaire tot Wedekind. Bussum: Uitgeverij Agathon 1981. Ik verwijs telkens naar dit werk.
4 Brel trouwt in 1950 met Thérèse Michielsen. In Brussel treedt de zanger op in het cabaret La Rose Noire; hij produceert een eerste 78-toerenplaat en wordt 'ontdekt' door radio Hasselt.
5 Anthierens, J., Jacques Brel. Op. cit. blz. 30.
6 Ook vertaald door Lennaert Nijgh. Liefde van later, gezongen door Herman van Veen.
7 Voir un ami pleurer. Vertaling van Johan Verminnen.
8 Volgens Mohamed El-Fers, die het verhaal brengt in zijn omstreden biografie van de zanger, was Brel behoorlijk pissig omdat hij in een eetcafé moest optreden.
9 Gesprek met de journalist Henry Lemaire; april 1971. In: Anthierens, J., Jacques Brel. Op. cit. blz. 201.
10 Brel, J., Oeuvre Intégrale, op. cit. blz. 184.
11 Het gedicht zou aan de Franse kust zijn geschreven.
12 Marman, H., Herinnering aan Holland. Amsterdam: Querido 1995, blz. 110.
13 Verhaeren, Emile. Geboren te Sint-Amands (Antwerpen) in 1855. De Franstalige Vlaming publiceert in 1883 de gedichtenbundel Les Flamandes waarin hij met zeer plastische beelden zijn bewondering uitdrukt voor het Vlaamse platteland.
14 Franskiljon: Vlaming die voorstander is van de overheersing van het Frans in België. Flamingant (Belg. N.): actief aanhanger van de Vlaamse beweging. De Brels waren Franstalige Vlamingen. In zijn inleiding zegt E. van Altena dat Brel 'met mate' Nederlands sprak.
15 Toespeling op La femme est l'avenir de l'homme van Jean Ferrat.
http://literatuurlinks.net/index.php?auteurs=1&aid=1559&naam=Brel
Guy Dupré
(advertentie)
Ben jij die talentvolle auteur die de uitdaging met zichzelf
aan durft te gaan?
www.writersathome.nl/WriteWedstrijd.htm
Nieuws
Literaire Boeken Top 10
- De onzichtbaren - K. Glastra van Loon
- Een schitterend gebrek - A. Japin
- Liegangst - Y. van 't Hek
- Herinnering aan mijn Chili - I. Allende
- Paravion - H. Bouazza
- De kraaien zullen het zeggen - A. MacDonald
- Het boek Eva - M. Frederiksson
- Sneeuw - O. Pamuk
- Sleuteloog - H. Haasse
- Het zwijgen van Maria Zachea - J. Koelemeijer
De Boeken Top 10 is gebaseerd op de verkopen van boekhandel 'Het Verboden Rijk' te Roosendaal in de periode 2 december t/m 16 december 2003.
Jambe voor de laatste keer in Hotel De Plataan
Literair Café Jambe organiseert op zondag 21 december om 14.00 uur voor de laatste keer een voordrachtmiddag in Hotel De Plataan aan het Doelenplein 10 te Delft. De toegang is 4,-. Aan de middag wordt medewerking verleend door onder andere Mogib Hassan, Stanislaus Jaworski, Paul Middellijn, Bernadette Neelissen en Peter Swanborn. De muziek wordt verzorgd door Marie Anne de Rooij. Vanaf januari 2004 is Jambe te gast in café-restaurant Royal, Voldersgracht 10 in Delft. E-mail: Website: www.jambedelft.com
Wintertuin
Van 26 tot en met 30 december wordt op diverse locaties in het centrum van Nijmegen het festival voor literatuur de Wintertuin gehouden. Er vinden onder andere voordrachten, poetry slams, interviews en debatten plaats, maar ook worden eigen uitgaven gepresenteerd. Informatie over alle activiteiten is te vinden op de site www.wintertuin.nl .
Muzeval
De Muzeval is de naam voor een reeks poëzie-avonden elke tweede donderdag van de maand om 20.00 uur in café De Muziekdoos , Verschansingstraat 63, Antwerpen-Zuid. Na optreden van de gastdichter is er open podium. Op donderdag 8 januari 2004 zal Guy van Hoof te gast zijn en op donderdag 12 februari Peter Terryn. Een extra Muzeval is er op donderdag 29 januari ter gelegenheid van de Vlaams-Nederlandse Gedichtendag met een poëzie-estafette van 18.00 tot 01.00 uur, waarvoor deelnemers zich nog aan kunnen melden. De toegang is steeds gratis.
E-mail: Website: users.pandora.be/stichtingpipelines
Gedichtendag
Op donderdag 29 januari 2004 wordt in Nederland en Vlaanderen het eerste lustrum van Gedichtendag gevierd. Het thema van de vijfde editie is 'Helden en heldendichten'. De Gedichtendag wordt op 28 januari met een Gedichtennacht in de Kunsthal Rotterdam geopend, waaraan onder meer Menno Wigman en Ilja Leonard Pfeijffer medewerking verlenen. Gerrit Komrij geeft om 0.00 uur het startsein voor de verkiezing van een nieuwe Dichter des Vaderlands. Staatssecretaris van Cultuur Medy van der Laan reikt de Gedichtendagprijzen voor de mooiste gedichten van 2003 uit.
De Nederlandse Spoorwegen maken op Gedichtendag de tien favoriete gedichten van reizigers bekend. Op www.tijdvoorlezen.nl kan hiervoor een stem worden uitgebracht. Voorzitter van de Tweede Kamer Frans Weisglas opent traditiegetrouw de Kamerzitting met een gedicht.
(lees verder in rechterkolom)
|
(vervolg van linkerkolom)
De winnaars van de Gedichtendagprijzen zijn vanaf 29 januari te beluisteren op 0909GEDICHT. Een totaaloverzicht van de activiteiten op Gedichtendag 2004 is te vinden op www.gedichtendag.nl . Voor infomatie kan worden gemaild naar
Gedichtenlijn
Op 0909GEDICHT (0909 4334248) zijn sinds enige tijd gedichten uit de wereldliteratuur te beluisteren. Er zijn elke dag nieuwe gedichten, maar die van voorafgaande dagen blijven ook te horen. De beller betaalt 50 cent per minuut, eventuele winst zal worden gebruikt om literaire projecten te sponsoren.
Toegelicht
'dichter dan in je eigen oor kan een gedicht niet komen'
Aansluitend op de opening van de Nationale Gedichtendag op 30 januari 2003 werd de Gedichtenlijn in gebruik genomen. Het initiatief voor deze telefoonlijn ontstond bij neerlandicus en classicus Marjon van Es, cultuurambtenaar Ellen Fernhout, theatermaker Mieke Lelyveld en juriste en poëzieminnaar Barbara Richel. Elke maand maken zij een selectie van zestig à tweeënzestig gedichten, die via keuzetoetsen zijn te beluisteren. De mogelijkheid bestaat om te reageren of suggesties te doen.
"Voor het gedicht van de dag zoeken we ruim; in alle tijden en in principe ook in vertaalde poëzie. Je moet het gedicht bij één keer horen kunnen pakken," aldus Marjon van Es. Bij acties, onder keuzetoets twee, kunnen dichters die een nieuwe bundel uitbrengen hun gedichten lezen. In november was dat bijvoorbeeld Anneke Brassinga. In februari hopen ze Jan Wolkers te krijgen. Ook is er ruimte voor slampoëzie en in het algemeen dichters die hun werk naar buiten willen brengen, via keuzetoets 3 kunnen dichters zichzelf aanmelden.
Op de vraag of het eerste jaar succesvol is verlopen, vertelt Marjon dat er vele positieve reacties zijn ontvangen, maar dat de lijn nog niet kostendekkend werkt. "Zegt het voort en bel ons op!" is haar devies dan ook, "Voor een moment van schoonheid, ontroering en troost."
De vier initiatiefneemsters hebben de motivatie om poëzie voor zoveel mogelijk mensen toegankelijk te maken en aan te tonen dat gedichten mooi en leuk zijn om naar te luisteren voor een breder publiek dan de geijkte inner circle van poëzieminnaars.
Bibliotheek Breda in teken van poëzie
De Centrale Bibliotheek in Breda staat tijdens de Gedichtendag in het teken van de poëzie. Er is een tentoonstelling en tijdens de middagmanifestatie wordt er een workshop gegeven. Gedichten zullen worden voorgedragen door Adelheid Roosen, Yvonne Né en Peer de Graaf. Zie voor meer informatie de site www.gedichtgeopend.nl
Het nieuws werd samengesteld door Jan Boonstra en Yves Joris.
Nieuwsberichten voor Meander 230 van zondag 4 januari dienen uiterlijk dinsdag 30 december in ons bezit te zijn. Stuur geen attachments mee.
Berichten kunnen worden gestuurd aan (de letters X uit dit adres verwijderen!)
|
Colofon
Site: meander.italics.net
E-mailadres: (de letters X uit dit adres verwijderen!)
Redactie:
Adelheid Bekaert, Yves Joris, Gerard Kool, Joop Leibbrand, Margo Verbiest, Rob de Vos
Vaste medewerkers:
Jan Boonstra, Annette van den Bosch, Yvonne Broekmans, Hans Hamburger, Milla van der Have, Remi van Trijp, Elly Woltjes.
Verder werken mee:
Chris Coolsma, Rutger H. Cornets de Groot, Bert van Weenen.
De gedichten worden beoordeeld door: Annette van den Bosch, Yvonne Broekmans, Hans Hamburger, Milla van der Have en Joop Leibbrand.
De verhalen worden beoordeeld door: Annette van den Bosch, Remi van Trijp, Yves Joris, Margo Verbiest, Rob de Vos en Elly Woltjes.
Financiën:
Meander is gratis, maar ook uw financiële bijdrage is nodig!
Bijdragen vanuit
Nederland kunnen worden overgemaakt op Postbank giro 8941864 t.n.v. G.C. Kool te Delft.
Voor bijdragen vanuit
België: Rekening 402.2004409.95 ten name van Meander.
Vermeld 'donatie Meander' en uw e-mailadres.
Abonneren, opzeggen en uw adres wijzigen gaat het eenvoudigst op het adres:
http://meandermagazine.net/service
en omslachtiger door gebruik te maken van de volgende e-mailadressen:
Abonneren door een mail aan met als onderwerp: subscribe (de letters X uit dit adres verwijderen!)
Opzeggen door een mail aan met als onderwerp: unsubscribe (de letters X uit dit adres verwijderen!)
(U kunt ook de hele krant aan ons retour zenden met ergens bovenaan de uitroep 'Unsubscibe!' of iets dergelijks, maar dat is de meest onbehouwen manier ...)
Kopij is welkom bij Meander. Zie http://meandermagazine.net/kopij/
Verdere verspreiding van de in deze uitgave opgenomen teksten is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s)
Zie ook op onze site: gedichten * verhalen * artikelen * recensies * links * klassiekers * archief