Meander op zondag
Afl. 111   /   15 oktober 2000 : Gedichten - Italics - Recensie - Nieuws - Artikel

Meander verschijnt wekelijks via e-mail  *  Site http://meander.italics.net
Abonneren, adres wijzigen of opzeggen? Zie onderaan de krant hoe dat kan.

Voor de duidelijkheid wordt in Meander op Zondag zichtbaar onderscheid gemaakt tussen twee verschillende soorten links. Links die voeren naar adressen waarvoor je online moet zijn om ze te kunnen bereiken zijn onderstreept. Links die ook werken als je niet online bent (omdat die naar een plek in dezelfde krant voeren of een e-mailprogramma te voorschijn brengen) zijn niet onderstreept.
In deze krant bespreekt Jan Bontje een bundel met werk van Homme Piest. In de rubriek Italics weer adressen van literatuur die meer is dan tekst alleen. Rutger H. Cornets de Groot vertelt in een artikel over de verschillen en overeenkomsten tussen Nietzsche en Mulisch.
En natuurlijk zijn er ook gedichten en niet te vergeten het nieuws.
 

Gedichten
<>
 

Placebo

zeer machtige rivier je weet
dat mijn placebovingers vaak
als krabbenpootjes in paniek
sonates tokkelen op jouw
vrijmoedig opengaande sluisdeur
als ik in 't nette pak te water
geraakt ben en de waterratten
proberen mij te inviteren.

zeer machtige rivier je weet
hoe jij een lammeling kunt redden
en niemand hoeft jou dat te leren.


Deen Engels (1926)
p/a



Onthechting

Maar in gedachten loop ik met je mee
Tot bij de bron waar ik je los moet laten
Want in mijn lichaam vallen grote gaten
En heel mijn hartslag hunkert naar de zee

Zeevonk geworden dans ik van je af
Vaarwel staat er in zand, jij was op aarde
Mij lange tijd zo lief, mijn oester baarde
Je duizend roze parels. Bij ons graf

Dat vers gedolven in een duinpan ligt
Zegt helmgras in zichzelf een afscheidswoord
Het gaat over hoe ik je heb gekend

Ontmantelmeeuwen schreeuwen een gedicht
Oefenen met de baar het overboord
Ik ga de golf in die ik was ontwend

En laat het wier een zilverkleurig koord


Anneke Haasnoot (1953)




TMR-1C

Wat een stof, wat een duisternis, wat een ontdekking
de gedachte dat wij machteloos staan, de reis te ver is
het doel te ontzaglijk. De gedachte dat wij wezenloos
rondwaren in een ruimte waar nog nooit geluid

te horen was, nooit stilte zich kenbaar maakte, noch angst
noch troost. Nog houdt zij ons vast, interstellaire wolken
van stof vangen gretig haar licht, scheppen tunnels
van lichtgevende sliert, scheppen navelstreng.

De jonge dubbelster, de moederster, gebundelde waanzin
slingerde ruimte in. Gebroken van oog, gebarsten
van hart, ruig van haar deze plek, deze massa, dit kind.
Wat een geweld, wat een bloed, wat een arena.


Deborah Bolender (1949)




Handgebaren
(zoals je ze voelt)

Onder een balkon met Tantalusreling
wuif ik mijn eenvoud naar boven,
zoals een vlinder de dag vangt
in een speldenknop.
Op haar rug
spart de zegen met toekomstige verliezen
en geven de woorden
al daverend
geen kik.

Op een balkon met Tantalusreling
stomp ik af wat van mij was
in colonnes van vogels,
die cirkelen om beuken
zo paars als gevolgen.

God rust in mijn hand
die rust in mijn zij.
De ander grijpt telkens
weer mis.


Sjoerd van Wijngaarden (1977)


Vincent Scholze over bovenstaand gedicht:
Dit gedicht reikt om de woorden der materie
uit naar de ervaringswerkelijkheid van de dichter.
De interactie tussen het innerlijke en uiterlijke
die zo ontstaat, voert de lezer een klein stukje de
dichter en zijn wereld binnen om uiteindelijk terug
te vallen in een neutraal terrein van de dagelijkse
realiteit.



Opsporingsbericht

Het woord is beeld geworden en
Het scherm roept getuigen op.

Agenten vissen in troebel water.
Ze vangen DNA en kinderharen.

Wie verlangt nog naar overleven?
Niet de moeder, niet de vader.
Zij willen het hoofd van de dader.

Dichters staan met volle monden.
Zij hoeden de schapen niet.

Aan de waslijn bloedt het kinderkleed.
Het woord is geslacht geworden.


Gerard Beentjes (1951)




Italics
<>
 
Samenstelling: Rob de Vos        


Naargeestig geklop
Hoor Lord Tennyson (1809-1892) "The Charge of the Light Brigade" voordragen. Nee, het is geen opname uit het hiernamaals. Ook al doen de geluidskwaliteit en het naargeestige geklop halverwege wel zoiets vermoeden. Maar wat kan je anders verwachten van een geluidsopname van 110 jaar oud, in opdracht van Edison gemaakt?
Er is meer voorgedragen poezie te vinden bij de BBC.

Op dezelfde site is ook een kleine verzameling "visual poetry" te vinden. Je hebt er wel Flash voor nodig.

Nederlandstalige bewegende poëzie, die ook niet zonder Flash werkt, bij Poetry in Motion.
De animaties zijn gemaakt door John van der Wens, de gedichten zijn van Mark Boog. Misschien af en toe wel wat erg luidruchtig voor de zondagmorgen, maar wie Flash nog niet heeft geinstalleerd zou het alleen al voor deze site moeten doen.

Wat rustiger is het stemgeluid van Kristien Hemmerechts op deze pagina met nog meer fragmenten van haar.
Ook Tessa de Loo en Kader Abdolah lezen voor op de site van de Volkskrant.
Je kunt je afvragen wat het nut is van voorgelezen prozafragmenten, maar het is in ieder geval leuk stemmen van auteurs te kunnen vergelijken.
Toch nog maar iemand die gedichten voordraagt: H.H. ter Balkt

Tot slot, vanwege de actualiteit en omdat het min of meer beweegt, maar zeker niet omdat het een adembenemend multimediaspektakel is, de bekendmaking van de toekenning van de Nobelprijs voor Literatuur aan Gao Xingjian. Te vinden bij het Nobel e-Museum.



Recensie
<>
 

Gedichten * Homme Piest
Een bespreking door Jan Bontje

Een merkwaardige bundel. Een keuze uit het nagelaten werk van een dichter die het geloof in zijn poëzie verloor en niet wilde dat zijn gedichten na zijn dood gepubliceerd zouden worden. Homme Piest werd op 8 september 1965 in Steenwijkerwold geboren en vond de zelfgekozen dood op 1 januari 2000 in Leiden, de stad waar hij algemene taalwetenschappen en astronomie studeerde. Hij heeft enige tijd meegewerkt aan Meander. Een merkwaardige bundel ook in de meest letterlijke en oorspronkelijke betekenis van het woord: waard opgemerkt te worden. Het zou zonde zijn deze zo levendige poëzie nu al aan het niets prijs te geven. Want deze dichter komt uit zijn werk als een homme d’esprit naar voren.
Uitgeverij Ersatz - een non-profit organisatie die als doelstelling heeft het laten voortleven van Homme’s werk - en de familie van Piest hebben er goed aan gedaan deze selectie van 101 gedichten uit te geven. De eerste druk - mei 2000 verschenen - bestaat uit een oplage van driehonderd handgenummerde exemplaren. Een collectorsitem dus, al kan dit wrang overkomen als je bedenkt dat als het aan de dichter had gelegen er geen snipper zou zijn overgebleven.

De bundel opent met een gedicht dat het korte leven van deze honnête homme typeert:


Dood gaan
is wind worden
op een lome dag in mei
Doodgaan
weemoedig blij
over het wasgoed zweven
opnieuw
het oude gras beleven
niets meer moeten
niets meer zijn


Het doodsverlangen klinkt door in de hele bundel. Maar ook Piest wist dat eenmaal neergeschreven woorden zich losmaken van hun maker en een eigen leven gaan leiden. Het gedicht "VOOR DE OVERLEVENDEN" eindigt met:


- En wat zal er morgen zijn overgebleven?

Ik zal mijn woorden de vrijheid geven:
misschien dat ze mij overleven.


Hoopte Piest heimelijk dat hij in en door zijn gedichten zou voortleven? Het is niet aan mij deze vraag te beantwoorden.

Hij was bepaald geen vrolijke Frans. Wel een gevoelig mens en wellicht een realist. In "APOCALYPSE NOW" lezen we:


Het leven is een jungle van de allerergste soort.
Gedruis van walkuren wordt de wiekslag gehoord:
een uniforme cherubijn gooit napalm overboord.


En "DEATH & RESURRECTION" (met als ondertitel "-marihuaiku-") is al evenmin een deuntje à la Toon Hermans of Woody Guthrie:


Zwart landbouwplastic
bedekt het dode water -
het ís het water.


Het is goed dat deze bundel is uitgegeven. Homme A. Piest mag dan zelf het moment van zijn opgaan in het niets hebben gekozen, zijn woorden mogen, sterker: moeten, naklinken. Het bundeltje is te verkrijgen door NLG 25,00 + verzendkosten over te maken op giro 5828895 t.n.v. R. Wichers # Ersatz, Leiden. Voor 1 exemplaar bedragen de verzendkosten NLG 5,00, voor twee of drie exx. NLG 8,00 en voor vier t/m tien exx. NLG 10,00. Voor 11 of meer exemplaren worden geen verzendkosten in rekening gebracht. Op het internetadres http://back.to/homme vindt men een overzicht van alle poëzie, een paar stukjes proza en een aantal geluidsopnames van Homme die zijn eigen gedichten voorleest.


HOMME A. PIEST - "GEDICHTEN"
Uitgeverij Ersatz, Leiden
Eerste druk mei 2000
120 pagina’s in paperback
ISBN 90-9013841-2




Nieuws
<>
 
Samenstelling: Yves Joris        


Schrijvers in Steden
James Joyce koesterde zijn Dublin. Fernando Pessoa bezong Lissabon. Jorge Luis Borges deed ons proeven van het exotische Buenos Aires.
Tot 12 november loopt in het Centrum Brussel 2000, Schildknaapstraat 50, 1000 Brussel een tentoonstelling over steden doorheen de wereldliteratuur. Dat Brussel daarin niet mag ontbreken wil deze tentoonstelling ons op interactieve wijze bewijzen.
Toegangsprijs bedraagt 200 Bef.
Info: 02 278 20 00
http://www.brussels2000.org/schrijversinsteden

Charlotte Mutsaers in Haarlem
Tot en met zondag 29 oktober loopt in de Vleeshal, Grote Markt te Haarlem de overzichtstentoonstelling 'Schilderen en Schrijven'.
De dichteres, die debuteerde in 1983 met 'Het circus van de geest', mocht onlangs de Jacobus Van Looyprijs in ontvangst nemen als 'dubbeltalent'. Ter ere hiervan besteedt deze tentoonstelling aandacht aan haar schilderijen, grafieken, boeken en poëzie. Naar aanleiding hiervan verscheen eveneens het boek 'Fik en Snik'.
Info: 023 511 57 75

Limerickwedstrijd van "Lukraak"
Op de Lukraaksite houdt men maandelijks een limerickwedstrijd, voor een originele limerick die men dient op te bouwen met de opgegeven eerste versregel. De winnaar krijgt een compact-disc toegezonden, en er zijn tien eervolle vermeldingen. In het "Winnaarshoekje" op de Lukraaksite vindt men de namen van alle winnaars en alle eervolle vermeldingen, evenals hun ingezonden limerick, vanaf december 1999. Ook deze maand waren er heel wat namen van abonnees van de Meanderkrant in het winnaarshoekje te vinden. Bedenk ten laatste op 30 oktober een limerick met als eerste regel:
"Een warmbloedig blondje uit Bingen"
Stuur uw limerick online in op:
http://www.antwerpen.be/p/lukraak/lukbe/lukraak.htm
Meer inlichtingen over Lukraak of over deze wedstrijd kan men vragen bij Els Ergo op het adres:




Artikel
<>

 

Rutger H. Cornets de Groot

Dichtung & Wahrheit


In zijn bundel autobiografische essays Voer voor psychologen (1961) beschrijft Harry Mulisch een periode aan de vooravond van zijn schrijverscarrière, waarin hij geteisterd werd door een storm van inspiratie:
'Met angst en beven (nog steeds!) zie ik het uur naderen, waarin ik definitiever dan nu te spreken zal krijgen over de periode, die aanbrak na mijn afscheid van E. De onderwereld brak los. De bovenwereld brak los. Alles wat er is brak los. Wat, in godsnaam, was er gaande in mij het jaar dat volgde? Wij schrijven 1949. Ik was in een sterrenregen terechtgekomen. In mijn hoofd brandden bengaalse vuren, steenrode, pruisischblauwe, zonwitte, sommige zo zwart als vogels; mijn handen vonkten wanneer ik iets aanraakte; waar ik liep werd de grond verschroeid. In winkels gaven klanten mij voorrang, trams stonden klaar wanneer ik bij de halte aankwam, spoorwegwachters hielden hun bomen half geopend en wachtten tot ik gepasseerd was. Zeldzame boeken, die ik plotseling nodig had, vond ik nog dezelfde dag in antikwariaten, en ook vrouwen liepen mij ieder gewenst ogenblik in de armen (...). Een gebied, dat om alle psychologische of theologische naamgevingen lacht, ejakuleerde honderden dagen achtereen in mijn bestaan. Ik wist alles. Ik begreep alles. Van de vroege ochtend tot de late nacht waren mijn uren gevuld met een koortsachtig noteren van inzichten, visioenen, verlichtingen, euforisaties, alles van een intensiteit en zekerheid, waarvan ik later in Archibald Strohalm heb getracht een beeld te geven.'
De titel 'De dijkbreuken' suggereert een typisch Hollandse aangelegenheid, maar Mulisch vertelt even verder: 'Jaren nadien, toen ik Nietzsche las, begreep ik als waarschijnlijk weinig anderen wat hij bedoelde, toen hij vroeg (in Ecce Homo):
* "Heeft iemand er aan het einde van de negentiende eeuw een duidelijk idee van wat dichters uit een vitaler tijdperk dan het onze onder inspiratie verstonden?"



** "Zo heb ik inspiratie ervaren: ik twijfel er niet aan dat men duizend jaar terug moet gaan om iemand te vinden die zeggen kan: zo ervoer ook ik het"
  "Hat Jemand, Ende des neunzehnten Jahrhunderts, einen deutlichen Begriff davon, was Dichter starker Zeitalter Inspiration nannten?" *
Wat hij vervolgens beschrijft, herkende ik woord voor woord als mijn eigen ervaring, - en wanneer hij aan het slot zegt: "Dies ist meine Erfahrung von Inspiration: ich zweifle nicht, dass man Jahrtausende zurückgehen muss, um Jemanden zu finden, der mir sagen darf 'es ist auch die meine'" ** - dan moet ik toch in alle bescheidenheid opmerken, dat hij in ieder geval nauwelijks 75 jaar vooruit hoefde te gaan om zo iemand te vinden.'
De zelfingenomenheid die hieruit spreekt is exemplarisch, maar er is geen twijfel aan dat Mulisch meent wat hij hier zegt. Het zal inderdaad niet eenvoudig zijn om zoveel zegen alleen te moeten dragen, en zijn bekentenis dat hij 'met angst en beven' aan een periode terugdenkt waarin trams en vrouwen overal voor hem klaar stonden, mag het bewijs zijn van de authenticiteit van zijn ervaringen.Tegelijk verklaart het relaas zijn zelfingenomen en pedante imago. Want ongetwijfeld zal een dergelijke staat van bewustzijn, waarin men bij wijze van spreken op het toeval gaat rekenen, hem het onbehaaglijke idee hebben gegeven dat de wereld alleen om hem draaide. En daarmee staat dat beroerde imago dus niet op zichzelf: het heeft zijn basis in diep lijden. Zijn debuutroman Archibald Strohalm, die hij volgens eigen zeggen 'uit therapeutische noodzaak' schreef, laat daar ook geen misverstand over bestaan; de daarin beschreven kwellingen maken dat latere malle gedrag ook heel wat begrijpelijker.

  Waarheid
Een aanval van inspiratie zoals Mulisch beschrijft zal inderdaad buitengewoon bedreigend zijn.
'Hoeveel waarheid kan een mens verdragen?' vroeg Nietzsche, die er een criterium voor zijn übermenschtheorie in zag. Inderdaad liggen niet zelden onze belangen elders. Wie dreigt te bezwijken onder een lawine als deze van Mulisch, blijft maar éen ding over: ingrijpen, orde aanbrengen, - welke orde dan ook. Hoe zitten de dingen in elkaar: die vraag moet worden beantwoord. Maar met de beantwoording van die vraag geeft de schrijver niet zozeer een beschrijving van de wereld, als wel van zichzelf. Want de orde die hij aanbrengt is natuurlijk niet neutraal, objectief, wetenschappelijk, - ze komt in de eerste plaats tegemoet aan zijn eigen nood. Alleen dan kan hij zijn weg in de chaos vinden; dan pas kan hij er, zoals Mulisch deed, een Suvre uitslepen.Van filosofie (laat staan wetenschap) is op dat moment dan ook geen sprake meer. Vragen als: wat plaatst de schrijver in het centrum van zijn gedachten, hoe verhouden zijn andere gedachten zich tot dat centrum, waardoor wordt het gevoed (of uitgehongerd desnoods) - dergelijke vragen betreffen niet de wereld, maar het universum van de schrijver. En zodra die in het geding is, heet het literatuur en literatuurbeschouwing.
Het is daarom de vraag hoeveel waarheid Nietzsche zelf eigenlijk kon verdragen. Met al zijn poëzie en muzikaliteit kan hij immers onmogelijk een kunstenaar worden genoemd. Zijn preoccupatie met zichzelf was een erkenning van het belang van het subject: de vragende, onderzoekende mens zelf. Maar die vraag werd door zijn filosofie gemotiveerd, niet andersom - ook niet toen die preoccupatie vlak voor zijn instorting in grootheidswaan ontaardde. Zijn betrokkenheid bij de wereld ging altijd voorop.
Veelzeggend is het feit dat hij de vorm waarin zijn ideeën tot hem kwamen vrijwel intact liet. Zijn hele Suvre lijkt de rechtstreekse neerslag van invallen: beschouwingen van meer dan anderhalve pagina zijn een uitzondering bij hem. En al probeerde hij zijn filosofie in later jaren wat meer te organiseren, hij is daar toch niet in geslaagd. Pogingen daartoe vormen integendeel de chaos waaruit zijn Nachlass is samengesteld.

Balans
In Nietzsches laatste geschrift Ecce homo, waar Mulisch zijn eigen autobibliografie Voer voor psychologen misschien naar modelleerde, vertelt Nietzsche over zijn hoofdwerk Aldus sprak Zarathoestra onder meer: 'De conceptie, die aan het werk ten grondslag ligt, de gedachte van de eeuwige terugkeer, (...) hoort thuis in augustus van het jaar 1881: zij is neergesmeten op een velletje, met eronder geschreven: "6000 voet voorbij mens en tijd". Ik liep op die dag door de bossen bij het meer van Silvaplana; aan de voet van een machtig optorenend piramidaal rotsblok niet ver van Surlei hield ik halt. Toen viel mij deze gedachte in.'
Niet een gave, zorgvuldig geconstrueerde methode bracht hem dus tot zijn hoofdgedachte, maar dit in de grond onbevangen, flexibele en vrolijke aforistische talent. Het is waar dat hier ook een praktische reden voor was: als verwoed wandelaar (op doktersvoorschrift) was hij gedwongen zijn gedachten ter plekke in een opschrijfboekje te noteren. Maar dan nog: niet alleen gunde hij zich de tijd niet om zijn notities verder uit te werken, hij zag er ook de noodzaak niet van in. Moesten zijn bevindingen dan soms nog aan zijn wensen worden aangepast?
Ziedaar het verschil met de schrijver van een boek met de titel De compositie van de wereld. Niet alleen duidt die titel op ongeveer het tegendeel van Nietzsches aforistische benadering, hij verraadt bovendien een merkwaardige metafysische inslag (explicieter nog in De ontdekking van de hemel), waar Nietzsche zeker van zou hebben gegruwd. Interessant is ook het feit dat Mulisch aan het einde van zijn loopbaan steeds buikiger boeken schrijft, waarin hij zijn leven steeds verder in kaart brengt. Natuurlijk kan dit op rekening worden gebracht van zijn gevorderde leeftijd, maar Voer voor psychologen, die voortijdige memoires, wijst erop dat deze behoefte niet van vandaag of gisteren is. Het merkwaardige is nu dat ook Nietzsche op het allerlaatste moment de balans opmaakte: in datzelfde Ecce homo. Maar anders dan Mulisch was Nietzsche zich van zijn naderende einde helemaal niet bewust. Nog maar 45 jaar oud meende hij tijdens het schrijven ervan juist op het toppunt van zijn geestelijke vermogens, en niet in de laatste plaats ook van zijn roem te staan: ingebeelde invitaties door koningen en keizers en op handen zijnde huldigingen in alle hoofdsteden van Europa moesten daarvan het bewijs zijn. Maar de inkt was nog niet droog of hij stortte in.

Meer ik dan ik
Beiden zijn dus bij soortgelijke inspiratie tot tegengestelde resultaten gekomen. De schrijver Mulisch bleef gezond en schreef een boek met objectieve, wetenschappelijke pretentie, terwijl de filosoof Nietzsche in de titels van zijn twee belangrijkste boeken - Aldus sprak Zarathoestra en Ecce homo ("Zie de mens") - het belang van het subject onderstreepte en tenslotte aan waanzin ten prooi viel. Toch is geen van beiden erop uit geweest zichzelf tot bovenmenselijke proporties op te blazen. Integendeel, Mulisch ging het er juist om te ontsnappen aan zijn 'ik', om vervolgens de weg naar wat hijzelf het 'meer ik dan ik' noemt in te kunnen slaan. Een vergelijking van dat idee met uitspraken van Nietzsche als 'Ik ben geen mens, ik ben dynamiet' en 'Ik ben een noodlot', of, ten overvloede, met het meer bekende 'Ik ben Gods Zoon' maakt veel duidelijk. Alledrie zijn het uitdrukkingen van het idee buiten zichzelf te treden en de mensheid in zich op te nemen, maar de formuleringen wijzen toch min of meer rechtstreeks de weg naar respectievelijk een superstardom, de waanzin en het kruis.
En zo is het ook gebeurd. Mulisch overleefde de storm en vond in de afgrond van zijn bestaan de bron voor een heel Suvre. Aan het begin van zijn schrijversloopbaan splitste hij Strohalm, zijn menselijk-al-te-menselijke 'ik' van zich af: die zwakkeling kon hij niet meer gebruiken. Het gevolg van deze depersonalisatie was een übermenschwording: de zonnegod Mulisch, die als 'grote masturbator' in het midden van zijn universum zetelt, en die zich voor zijn geestelijke gezondheid inmiddels geen al te grote zorgen meer hoeft te maken.
Nietzsche daarentegen trof op die januaridag in 1889 geen menigte om hem te huldigen; de waarheid verscheen hem in de gedaante van een mishandeld paard, dat hij snikkend om de hals viel. De resterende tien jaar tot zijn dood bleef hem niets over dan in duisternis het tegendeel van zijn eigen übermensch te belichamen.


Bronnen:
Harry Mulisch, ‘De dijkbreuken’, in: Voer voor psychologen, De Bezige Bij, 1961.
Nietzsche, Ecce homo, Arbeiderspers, 1969. Vertaling Pé Hawinkels.

Rutger H.
Cornets de Groot (1963)
is schrijver en
vertaler Engels-Nederlands.
Homepage



Site
<>

  Al de vorige afleveringen van Meander op Zondag (MoZ) zijn terug te vinden op onze site:
Alle MoZ's vanaf nummer 109 * Alle MoZ's t/m nummer 108 * Alle woensdagedities * Overige uitgaven

In het archief vindt u de weg naar alles wat in de afgelopen jaren op de site van Meander is gepubliceerd.


Colofon
<

Redactie
Sati Dielemans, Edith de Gilde,
Hans Hamburger, Yves Joris,
Gerard Kool, Joop Leibbrand,
Vincent Scholze, Anja Sicking,
Betje Vangheluwe, Rob de Vos,
Elly Woltjes.

Kopij is welkom bij [email protected] Lees eerst de voorwaarden voor het insturen van kopij op voorwaarden voor het insturen van kopij.

Vragen over Meander? Stuur een

Vrijwillige bijdragen voor Meander zijn welkom op giro 8941864 t.n.v. G.C. Kool te Delft. Vermeld 'donatie Meander' en uw e-mailadres.

Verdere verspreiding van de in deze uitgave opgenomen teksten is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s)
  Abonneren: stuur een bericht aan met als inhoud: subscribe meander-l
(het laatste teken is de letter 'l' van lijst)

Opzeggen: stuur een bericht aan met als inhoud: unsubscribe meander-l
(het laatste teken is de letter 'l' van lijst)
Verstuur het bericht vanaf het e-mailadres waarop u de krant ontvangt. Als u van de listserver bericht krijgt dat u niet in de lijst voorkomt ontvangt u de krant op een andere e-mailadres dan waarvanaf u probeerde op te zeggen.

Adres wijzigen: zeg op vanaf uw oude adres en neem een abonnement vanaf uw nieuwe adres.