Meander op Zondag
Afl. 154   /   30 september 2001
Gedichten - Afrikaans - Poëzie ... - Nieuws - Verhaal

Meander verschijnt wekelijks via e-mail  *  Site http://meander.italics.net
Abonneren, adres wijzigen of opzeggen? Kopij insturen? Zie onderaan de krant hoe dat kan.


<> Gedichten ..................................................
 

Orde

als elke letter
ieder plaatje in een boek
elk geluid dat al dan niet
met iets te maken heeft
iedere beweging van troepen
mieren kevers klasgenoten
krijtstreep op het naakte bord

als elk wolkje ieder zuchtje
motregen en frisse wind
iedere gedachte aan een ijsje
soapserie of eerste kus
elk stukje blote meisjesenkel
door de stof priemende tepel

als elke blikken oogopslag
ophalen van de neus
van wie dan ook

als elk gedeclameerd gedicht
elk wegtrekkend gezicht
iedere aanval van interne pret
gevoel dat ongecontroleerd
het lichaam kan verlaten

als alles eigenlijk
van rumoer bevalt

kan meester
beter zwijgen


Rob Passchier





Antigolven

Nauwelijks kalmeerde de zee -
haar gal juist uitgespuwd
schuimkoppen rolden nog
over het strand -
of ik jutte weer

hou vondsten in de kring
bouw onverdroten
aan stijl- en regelwerk, wetende
er is geen nood want
groeiende leegstand

geen weg terug ook:
moet zo nodig antigolven
maken: ont
roeren voor een rimpelloos
moment van

meld jou alvast de
bont en blauw gewaaide
hemel, het scheepje
daarin, de zon die alweer
om een hoekje gluurt
de onverstoorbare bergen
rondom -

dit alles verenigd
in de langzame dans
het wiegelied
der spiegelende golven


Gerrit Massier





Metafysica

Ik recycle het heden
breek het vingertje naar de toekomst
plak mijn kauwgom onder het verleden

Ik schiet de tijd uit de lucht
sla de maat niet langer aan
knak de ruimte in een muizenval

Ik knip mijn geest doormidden
zet de stofzuiger open
doe de logica in de uitverkoop

Ik snuit mijn neus in de liefde
vouw haar fopbril op
verdamp alle ethica in een traan

Ik bind Gods schoenveters aan elkaar
eet een banaan bij Z'n voordeur
en leg de schil netjes klaar


Job Schellekens





Pol groet 's morgens de dingen

Dag Albanees op weg naar 't Falconplein
Dag Pools meisje dat niet in ons land mag zijn.
Dag meisje mijn, klein en fijn
Met wit poppengezicht van porselein.
Dag Poolse porseleinen meid
Die wordt opgewacht op de hoek
Door een donkere wagen, die toetert en
FOOOOOOOOOeeeeetert
In de stilstaande straat.

Dag chauffeur die tiert en raast
In de stilstaande straat.
Dag razende chauffeur
Van de dure Duitse wagen.
Dag dure wagen die stilstaat
In de drukke straat.

Dag waggelende wandelaar
Langs wachtende wagens.
Waarheen waggelt de wandelaar
Langs de wagens in de straat?
De wandelaar is te laat,
Hij mag niet op straat.

Dag dood vogeltje op de stoep
Dag vogel-lief-lijk naast hondenpoep.
Poep op de stoep!
Op de hoek weer geroep
Van de razende chauffeur.

Vogel in de lucht.
Dag luchtige vluchtvogel,
Vliegende vluchteling
Vlugvlerkende vogel
Neem dat meisje met je mee.
In plaats van de razende man
In de BMW.


Darwin Steel





Dode zanger

Een jonge merel vond ik, uit het nest gestoten.
Behoedzaam pakte ik hem op. Mijn hand omsloot
een tenger lijfje dat al geen verzet meer bood.
Het leven week terug uit ogen half gesloten.

Niet zwaarder dan een brief, zo op de hand gewogen,
werd zijn bestemming nu de rietkraag van een sloot.
Een dode zanger die nog niet één wijsje floot
en daar werd neergelegd uit louter mededogen.

Hij zou mij meer te bieden hebben dan ik hem.
Hij zou mijn dagen kunnen vullen met zijn stem,
als bomen staan te beven in de avondwind
en zijn gezang de dartelheid heeft van een kind.

Maar toch, ik hield een echte zanger in mijn hand.
Eens, wellicht, zingt hij voor mij, in een ander land.


C. Wulffelé


Joop Leibbrand over het gedicht "Dode zanger":
Wie als dichter het nooit geklonken lied van de merel zo tot leven weet te brengen, is zeker geen dode zanger. Niet onmogelijk dat hij zich in dit leven wel 'displaced' voelt, 'uit het nest gestoten', want deze poëzie, ouderwets in de goede zin van het woord, is haast niet meer van deze tijd.


 



<> Afrikaans ..................................................
 


ingestem

en soggens, wanneer jy weer vertrek
lê ek sonder jou gelaken jou nageur
tussen voue opgewek
herhaal ek alle gisters
die landskap singend van jou tong
wat oor my heupviool bly streel
sodat jy tog vergeet van vroeër
en wat ander sou vertel van fluite
wat hulle huis toe bring

hoe lank, hoe lank was daardie aljander
deur die tuin? het jy gewonder
was dit besonders en was daar vreugde?
ek kan niks onthou behalwe
die gras was droog en sonder drome
daar was tuimelende kosyne
en 'n plafon wat breek -
'n huis soos 'n roof inderdaad

maar nou jare later is dit ons
op mekaar ingestem

nootvas wil jy bou aan hierdie huis
en ek stuur die klanke tussen liefdeslyne in
want as ek sterf
moet jy my optel soos 'n partituur
en elke lied oor ons
wondloos
sing


Marlise Joubert




Alfred Schaffer verklaart enkele woorden:
* lê - lig
* gelaken - zoiets als "in lakens"
* gisters - vorige dagen (lett: "gisterens")
* aljander - kinderspelletje, een soort touwtje trekken
* het jy gewonder - heb jij je (ooit) afgevraagd
* roof - korst




advertentie

verbeter je schrijftalent via e-mail bij

WRITERS @T HOME
thuis in literatuurworkshops
klik hier voor meer informatie



<> Nieuws
Samenstelling: Else Marlies Schaftenaar en Raymond Noë
.................................

  Poëziemiddag Utrecht
Vanmiddag kunt u van 15 - 17 uur in literair café 'De Baas' aan de Utrechtse Lijnmarkt terecht voor een poëzie-middag georganiseerd door de literaire groep Smaragd. Xander Jongejan, Sylvia Hubers, Joris Lenstra en Pom Wolff treden op. Kleinkunstenaar Bernard Christiansen presenteert. Na het hoofdprogramma volgt een open podium. De entree is gratis.
Tijdens deze middag wordt de poëziebundel 'Voorbij de poort' gepresenteerd. De bundel bevat werk van Smaragd-dichters en een selectie van bijdragen aan het e-zine 'De Poort'. De bundel is alleen op deze middag verkrijgbaar voor NLG 15. Daarna bij diverse Utrechtse boekwinkels voor NLG 19,50.
Meer informatie over Smaragd, De Poort, De Baas of de bundel op http://www.leesdepoort.nl, via een mail naar smaragdnl@hotmail.com of bij
-Rinse de Valk 030-2581630
-Sharon Nijland 030-2448870

Straatpoëzie
Op donderdag 4 oktober in het Korzo-theater, Prinsestraat 4, Den Haag: het Nationale Straatpoëziefestival, met voordrachten van 20 thuis- en dakloze dichters. Verder met o.a. Marjan Berk, De Dichters uit Epibreren, Sara Em en Joop Visser.
Aanvang 19.30 uur.
Nadere informatie: .

Portugese poëzie
Op vrijdag en zaterdag 5 en 6 oktober is er in het Bibliotheektheater, Hoogstraat 110 in Rotterdam een programma rond Portugese poëzie, georganiseerd door Poetry International m.m.v. dichter des vaderlands Gerrit Komrij. Het programma omvat Portugese dichters, Nederlandse vertalingen en fadomuziek. Aanvang: 20.30 uur.
Nadere informatie: http://www.poetry.nl.

Zondichtmiddag in Den Haag
Op zondag 7 oktober organiseert SLAG, Stichting Literaire Aktiviteiten 's-Gravenhage, een 'zondichtmiddag' in theater-café TOUSS 50, Toussaintkade 50, Den Haag. Jean Pierre Rawie, Natalia Walenkamp, Rijn Vogelaar en Jan de Bas treden op. Er is een muzikaal intermezzo en een open podium. Presentatie: Karel van den Berg.
Toegangsprijs NLG 10,- (scholieren, studenten, senioren: NLG 7,50)
Zaal open 13.30 uur
Aanvang: 14.00 uur

Gezongen klassiekers
Marcel Vanthilt (medepresentator van Tien voor Taal) heeft samen met muzikant Ad Cominotto een programma samengesteld waarin eigentijdse muziek samengaat met klassieke poëzie. Gezongen teksten dus, van onder andere Hooft, Gezelle, Van Ostaijen en Gust Gils, te horen op diverse Belgische podia en ook in Enschede, en tevens op cd onder de titel 'U nu!'.
Nadere informatie: http://www.lcmusic.com.

"E" for energy
www.mchawking.com is een site met mp3-tjes waarop Stephen Hawking te horen is als gangsta rapper: "E" stands for energy, yo that's me, / I'm a brilliant scientist and a dope MC. / Before you step to me I'd think twice G, / I'm the Lord of Chaos, King of Entropy.

Poet laureate USA
In de Verenigde Staten is een nieuwe poet laureate ('dichter des vaderlands') aangesteld. Hij krijgt in de gegeven omstandigheden geen gemakkelijke taak. Billy Collins wordt gekenschetst als een opgewekte, grappige man die toegankelijke gedichten schrijft. Zelf noemt hij ze liever 'gastvrije gedichten', aldus de New York Times.

Stadsdichter Groningen
Als alles goed gaat wordt binnen afzienbare tijd Groningen de eerste stad met een eigen stadsdichter.
Naar verluidt voelen o.a. Daniël Dee en Albertina Soepboer wel iets voor de functie. Ook de Man van Taal, Ruben van Gogh zou wel willen, maar die woont intussen in Utrecht. Bij degenen die het in elk geval níet (willen) worden, zijn onder meer Jean Pierre Rawie en Driek van Wissen.
Zie: http://www.poeziemarathon.nl/



Poëzie ...

Bert Anciaux

Poëzie is voor mij verbeelding en verheviging, taalrijkdom en expressie, emotie en ratio, klank en kleur, diepte en betekenis, stilte en stilstaan. Poëzie is voelen en aanvoelen, denken en bedenken, luisteren en horen, bezinnen en verzinnen. Poëzie is blues, droevig en hoopvol, traag maar hevig.


Bert Anciaux is Vlaams minister van cultuur.

- advertentie -

Op papier

Geluk is gevaarlijk - R. Kopland

Liefdesgedichten van Hans Andreus

Doen en laten - J. Herzberg

De mooiste liefdespoezie

Snikken en grimlachjes - Piet Paaltjens

Verzamelde gedichten - Gerrit Achterberg

Gedichten over afscheid en rouw

Metamorphosen - Ovidius

(met uw bestelling bij BOL steunt u Meander)




advertentie

tijdschrift
SCHRIJVEN
tussen fascinatie en publicatie
Op vakantie?
Nu een spoedcursus reisverhaal schrijven.

Klik hier voor meer informatie.



<> Verhaal ..................................................
 

Sabel en de Walrus

Olaf Grobbe

Alhoewel ik inmiddels door alle verhalen zelfs de beelden voor me zie, kan ik me niets meer herinneren van het moment dat ik hier kwam. Ze vertelden me dat ik er zo mooi uit had gezien die ochtend. Ik stel mezelf altijd voor in een net pak. Ik was drie. Ze vertelden me dat ik zo had geschreeuwd toen ik een koffer op mijn hoofd had gekregen bij de voordeur. Ik stel me een groene koffer voor, die lijken me het minst pijn te doen. Een hond had me gelikt, de regen was in mijn capuchon blijven liggen die ik later opzette, een buurvrouw had een spreuk van voorspoed uitgesproken en me overgoten met kleine roze bloemetjes, de wind was hard die dag en alles zat mijn moeder tegen. Ze had me beschermd in haar winterjas tot ik haast stikte en paars aanliep. Ze had een liedje voor me gezongen uit een sprookjesboek waarvan ze zelf de melodie had bedacht en het laatste couplet had verzonnen. Zo liep het beter af. Ik heb de oorspronkelijke versie later eens gelezen. Er werd een jongetje opgegeten door een wolf.

Ondanks alles was het een mooie ochtend geweest, de ochtend dat we hier kwamen. Ik weet er niets meer van. Ik weet nog wel hoe de kamer eruit zag. De muren hadden grijs behang en er hingen allerlei kleine schilderijtjes van statige mensen en van bergweiden. Mama zei dat de mensen familie waren, maar ik had ze nog nooit gezien. Mama zei dat ik ook door die weiden had gerend, maar daar wist ik niets meer van. Een keer is er iemand uit de schilderijen langsgekomen, maar toen moest ik naar de buurvrouw, dus ik heb niets gezien. Mama zei dat het die dikke man was met die halve bril, maar dan met grijs haar. Ik kon me niet voorstellen dat dat familie was. Mama was helemaal niet dik. Ze had lang blond haar en soms in vlechten, net als de meisjes uit de buurt. Andere moeders hadden krullen en leken wel oma's te zijn. Als ik bij anderen was liepen ze altijd met pannen te sjouwen en dingen naar hun kinderen te schreeuwen. Een moeder heeft ook eens naar mij geschreeuwd.
'Je moet er toch eens aan wennen', schreeuwde ze, ' dat het hier anders gaat dan daar! Wij komen niet aan andermans spullen zonder het te vragen!'
Ik had de staartklok bekeken en daarbij het houten deurtje aan de voorkant geopend.
'Dat zijn jouw zaken niet, stom joch!'
Ik ben zonder wat te zeggen naar huis gegaan. Mama had nog nooit naar mij geschreeuwd. De moeder leek op een walrus die ik in een boek in de kast had zien staan.
'Die walrus schreeuwde naar me', had ik tegen mama gezegd.
'Je verzint weer dingen', zei mama, 'Er zijn hier geen walrussen.'
Twee dagen later gingen we naar de zee. Mama zei dat er daar misschien wel walrussen waren, maar we hebben niets gezien. Er stond wel een dikke man die op de man uit het schilderij leek, maar hij had zwart haar en droeg een moderne jas. Het waaide zo hard als de ochtend dat we hier aankwamen en we moesten schreeuwen om elkaar te verstaan.
'Er zijn hier geen walrussen, het is vast te koud!', schreeuwde mama.
'Waar zijn ze dan nu?', vroeg ik.
'Ergens waar ze de hele winter rustig kunnen zwemmen zonder zich zorgen te maken over de kou!', schreeuwde ze terug.
Ik keek naar de zee tot waar hij ophield. We dronken chocolade in een leeg paviljoen. Er brandde een vuur in het midden en de wind suisde door de kieren.
'We komen nog wel eens in de zomer', zei mama en ze aaide me door mijn haar. Ik veegde mijn mond af aan mijn mouw en keek of mama daarom zou schreeuwen, maar ze schreeuwde nooit. De eigenaar van het paviljoen draaide krakende plaatjes met oude dansmuziek. Er werd niet op gezongen, maar mama neuriede alles mee. We hebben er heel lang alleen gezeten en vlak voor we weggingen kwam er een oude man met een hond binnen die bang gromde naar het vuur.
'Ho maar Sabel, ho maar!', zei de man en dit leek te helpen. Sabel ging liggen en viel in slaap. Hij keek niet eens op toen hij een bak water kreeg.

De trein van het strand naar huis was vol, mama en ik moesten staan en ik kreeg drie keer een roze paraplu in mijn neus. Een oude vrouw lachte naar me, maar ik kon niet teruglachen met een paraplu in mijn neus. Ik wilde ook niet teruglachen, want de vrouw leek op een walrus. Mama keek heel vaak uit het raam om te zien waar we waren. Ik vroeg daarom ook maar steeds waar we waren. Ik wist verder niet veel anders te zeggen, want die oude mevrouw en de jongere mevrouw van de roze paraplu luisterden steeds mee. Ik heb toen heel lang naar mama gekeken en toen ik weer omkeek waren de mevrouwen weg. Ze waren uitgestapt of ergens gaan zitten. Ik wilde ook wel zitten, want mijn benen werden moe. We konden niet zitten, dus toen heeft mama me opgetild.
'Je wordt zo zwaar, Ben', zei ze, maar ik leunde alleen maar op haar schouder zonder wat terug te zeggen. Ik kon toen ook uit het raam kijken en ik zag de dingen van de heenweg in omgekeerde volgorde langsschieten. Een watertoren, een paar boerderijen, de brug over een rivier waar we overheen reden en die heel veel lawaai maakte. De bomen in de verte leken eerder met ons mee te rijden dan dat we ze passeerden. Ik ontdekte een ooievaarsnest op een hoge witte paal, maar ik zag er geen ooievaars bij.
'Daar wonen ooievaars', zei mama tegen me.
'Dat wist ik al', zei ik.

We stopten bij een station en de mevrouw met de roze paraplu kwam uit een coupé om uit te stappen. Ik keek snel weer naar buiten voor ze weer zou prikken met haar paraplu. Ik geloof dat ik bijna in slaap was gevallen toen we er waren. Het was al donker en de wind was gaan liggen. Mama zette me op haar fiets en we reden door de brede lanen van de stad naar huis. Langs de Sterrensingel, waar ik nu zit. Als ik door mijn raam kijk kan ik zien hoe we daar gefietst moeten hebben in het donker.

Ik wilde niet naar school, ik bleef liever thuis. Dat kon niet volgens mama, want iedereen ging naar school. En zij moest weg overdag om geld te verdienen. Ik lette niet op, want ik dacht aan mama tijdens de lessen en ik tekende walrussen. Een jongetje met een kapsel als een ragebol pakte ze altijd af om ze te verscheuren. Dat was niet erg, zo kon ik weer een nieuwe tekenen. De meesters en juffen zeiden er soms wel wat van, maar vaak lieten ze me mijn gang gaan. De walrussen werden steeds beter en het jongetje met het kapsel als een ragebol steeds agressiever. Een keer heb ik hem in een plas geduwd en moest ik nablijven. Mama werd gebeld, maar ze kwam niet meteen. Pas toen ik al mijn strafregels af had kwam ze me halen. Ik was boos, want als zelfs zij me niet kon redden uit een situatie als het schrijven van strafregels dan kon niemand het. Ik huilde op de fiets en mama zong een liedje dat ze zelf had verzonnen. Het ging over een ooievaar die verdwaald was en zijn nest niet kon vinden. Hij vloog zo ver dat zijn vleugels moe werden en toen hij uitrustte op een watertoren heeft een vleermuis hem de weg gewezen naar huis. Ik huilde niet meer, maar ik zong in mijn hoofd mee. Niet hardop, want ik kende het liedje niet. Ik zag een hond onderweg die op Sabel leek, maar hij had een gemener hoofd en zijn staart was eraf. Hij had ook geen oude man bij zich, hij was alleen. Hij stak zijn hoofd in een plastic tasje dat op straat lag en rende weg toen hij ons zag. 's Avonds hebben mama en ik geprobeerd te schaken, maar ze was de regels vergeten.
'Als oom Leopold eens op bezoek is, zal ik vragen of hij je leert schaken', zei mama.
Ik wist niet wie oom Leopold was, maar hij was gelijk mijn lievelingsoom.

Op een dag werd mama ziek en dat bleef zo. We gingen niet meer naar het strand, want mama moest zoveel mogelijk slapen. Ik werd ouder en mama zieker. Ze riep me bij zich. Ze lag in bed toen ik thuis kwam van school. De buurvrouw vouwde de was op en draaide de sokken in ronde bolletjes. De was rook anders sinds de buurvrouw bij ons kwam. Ze deed ook de boodschappen en nam vieze koekjes voor me mee, maar van mama mocht ik niet zeuren. Ik kwam bij haar bed staan en ze glimlachte met meer moeite dan ze ooit had gedaan.
'Ben', zei ze, 'Als ik wegga, dan lijkt het alsof ik nog verder ben dan het strand. Dan lijkt het alsof zelfs het einde van de weilanden, waar de lucht begint, nog dichterbij is dan waar ik ben. Weet je nog de verhalen over de schilderijen, waar wij vandaan kwamen? Het lijkt dan wel of dat zelfs dichterbij is dan waar ik ben.'
De buurvrouw legde de sokken-bolletjes op een stoel en liep de kamer uit. De deur liet ze openstaan en ik hoorde haar rommelen in de badkamer.
'Maar Ben, hoor je me als ik zeg dat als ik wegga, dat ik dan vlak bij je ben?' Ze legde haar hand op mijn borstkas, en speelde met haar vingers met de gespen van mijn tuinbroek. Door haar stem klonken tranen en ik fluisterde.
'Mag ik dan niet mee?', fluisterde ik, 'Ik zal heel lief zijn, mama.'

Maar ik kon niet mee, op de dag dat ze wegging. Ik hield de hand vast van een dikke man met een halve bril. Volgens de buurvrouw was het mijn oom. Iedereen had zwarte kleren aan en ze spraken met woorden die ik niet verstond. Mijn oom ook. Hij keek mij recht aan en sprak in een taal die bekend maar onverstaanbaar was. De buurvrouw zei dat mijn oom het heel erg voor me vond en dat hij wilde dat ik hem kon verstaan. Ik wilde dat niet, ik wilde mama en ik keek naar de verte.

Ik kijk nog veel naar de verte. Naar waar het landschap ophoudt en de lucht begint. Vanuit mijn kamer aan de Sterrensingel zie ik de onzichtbare lijn die mama toen bedoelde. Ze had gelijk. Nog steeds lijkt het alsof ze verder is dan daar. Alles trouwens, het huis van toen, de school, de reisjes naar het strand. Alles uit die dagen lijkt verder dan je kijken kan. Onbereikbaar als het einde van de zee. Soms is het alles wat ik heb, de tijd met mama in dit nieuwe land. Soms is het alles wat ik ben, die tijd, maar meestal is het een verhaal dat ik lees, een lied dat ik hoor. Alsof ik het nooit echt meegemaakt heb.

Olaf Grobbe
 



<> Site ..................................................
  Al de vorige afleveringen van Meander op Zondag (MoZ) zijn terug te vinden op onze site:
Alle MoZ's vanaf nummer 109 * Alle MoZ's t/m nummer 108 * Alle woensdagedities * Overige uitgaven

In het archief vindt u de weg naar alles wat in de afgelopen jaren op de site van Meander is gepubliceerd.

Verder op de site: gedichten * verhaal * artikelen * recensies * poëziekaarten * klassiekers * hedendaagse dichters * links
 


< Colofon ..................................................
  Redactie
Adelheid Bekaert, Sati Dielemans,
Edith de Gilde, Hans Hamburger,
Milla van der Have, Yves Joris,
Gerard Kool, Joop Leibbrand,
Else Marlies Schaftenaar,
Vincent Scholze, Marnix Speybroeck,
Rob de Vos, Elly Woltjes.

Vrijwillige bijdragen voor Meander zijn welkom op Postbank giro 8941864 t.n.v. G.C. Kool te Delft. Vermeld 'donatie Meander' en uw e-mailadres.
Vanuit België een donatie sturen? Vraag op onderstaand informatieadres hoe dat het beste kan.

Vragen over Meander? Stuur een

Verdere verspreiding van de in deze uitgave opgenomen teksten is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s)
  Kopij is welkom bij Meander. Zie:
http://meander.italics.net/kopij/

Abonneren: stuur een bericht aan met als inhoud: subscribe meander-l
(het laatste teken is de letter 'l' van lijst)

Opzeggen: stuur een bericht aan met als inhoud: unsubscribe meander-l
(het laatste teken is de letter 'l' van lijst)
Verstuur het bericht vanaf het e-mailadres waarop u de krant ontvangt. Als u van de listserver bericht krijgt dat u niet in de lijst voorkomt ontvangt u de krant op een andere e-mailadres dan waarvanaf u probeerde op te zeggen.

Adres wijzigen: zeg op vanaf uw oude adres en neem een abonnement vanaf uw nieuwe adres.
 

naar begin krant