Orde
als elke letter
ieder plaatje in een boek
elk geluid dat al dan niet
met iets te maken heeft
iedere beweging van troepen
mieren kevers klasgenoten
krijtstreep op het naakte bord
als elk wolkje ieder zuchtje
motregen en frisse wind
iedere gedachte aan een ijsje
soapserie of eerste kus
elk stukje blote meisjesenkel
door de stof priemende tepel
als elke blikken oogopslag
ophalen van de neus
van wie dan ook
als elk gedeclameerd gedicht
elk wegtrekkend gezicht
iedere aanval van interne pret
gevoel dat ongecontroleerd
het lichaam kan verlaten
als alles eigenlijk
van rumoer bevalt
kan meester
beter zwijgen
Rob Passchier
Antigolven
Nauwelijks kalmeerde de zee -
haar gal juist uitgespuwd
schuimkoppen rolden nog
over het strand -
of ik jutte weer
hou vondsten in de kring
bouw onverdroten
aan stijl- en regelwerk, wetende
er is geen nood want
groeiende leegstand
geen weg terug ook:
moet zo nodig antigolven
maken: ont
roeren voor een rimpelloos
moment van
meld jou alvast de
bont en blauw gewaaide
hemel, het scheepje
daarin, de zon die alweer
om een hoekje gluurt
de onverstoorbare bergen
rondom -
dit alles verenigd
in de langzame dans
het wiegelied
der spiegelende golven
Gerrit Massier
Metafysica
Ik recycle het heden
breek het vingertje naar de toekomst
plak mijn kauwgom onder het verleden
Ik schiet de tijd uit de lucht
sla de maat niet langer aan
knak de ruimte in een muizenval
Ik knip mijn geest doormidden
zet de stofzuiger open
doe de logica in de uitverkoop
Ik snuit mijn neus in de liefde
vouw haar fopbril op
verdamp alle ethica in een traan
Ik bind Gods schoenveters aan elkaar
eet een banaan bij Z'n voordeur
en leg de schil netjes klaar
Job Schellekens
Pol groet 's morgens de dingen
Dag Albanees op weg naar 't Falconplein
Dag Pools meisje dat niet in ons land mag zijn.
Dag meisje mijn, klein en fijn
Met wit poppengezicht van porselein.
Dag Poolse porseleinen meid
Die wordt opgewacht op de hoek
Door een donkere wagen, die toetert en
FOOOOOOOOOeeeeetert
In de stilstaande straat.
Dag chauffeur die tiert en raast
In de stilstaande straat.
Dag razende chauffeur
Van de dure Duitse wagen.
Dag dure wagen die stilstaat
In de drukke straat.
Dag waggelende wandelaar
Langs wachtende wagens.
Waarheen waggelt de wandelaar
Langs de wagens in de straat?
De wandelaar is te laat,
Hij mag niet op straat.
Dag dood vogeltje op de stoep
Dag vogel-lief-lijk naast hondenpoep.
Poep op de stoep!
Op de hoek weer geroep
Van de razende chauffeur.
Vogel in de lucht.
Dag luchtige vluchtvogel,
Vliegende vluchteling
Vlugvlerkende vogel
Neem dat meisje met je mee.
In plaats van de razende man
In de BMW.
Darwin Steel
Dode zanger
Een jonge merel vond ik, uit het nest gestoten.
Behoedzaam pakte ik hem op. Mijn hand omsloot
een tenger lijfje dat al geen verzet meer bood.
Het leven week terug uit ogen half gesloten.
Niet zwaarder dan een brief, zo op de hand gewogen,
werd zijn bestemming nu de rietkraag van een sloot.
Een dode zanger die nog niet één wijsje floot
en daar werd neergelegd uit louter mededogen.
Hij zou mij meer te bieden hebben dan ik hem.
Hij zou mijn dagen kunnen vullen met zijn stem,
als bomen staan te beven in de avondwind
en zijn gezang de dartelheid heeft van een kind.
Maar toch, ik hield een echte zanger in mijn hand.
Eens, wellicht, zingt hij voor mij, in een ander land.
C. Wulffelé
Joop Leibbrand over het gedicht "Dode zanger":
Wie als dichter het nooit geklonken lied van de merel zo tot leven weet te brengen, is zeker geen dode zanger. Niet onmogelijk dat hij zich in dit leven wel 'displaced' voelt, 'uit het nest gestoten', want deze poëzie, ouderwets in de goede zin van het woord, is haast niet meer van deze tijd.