Meander op Zondag
Afl. 159   /   4 november 2001
Gedichten - Mooi blauw - Recensie - Nieuws - Artikel - Colofon

Meander verschijnt wekelijks via e-mail  *  Site http://meander.italics.net
Abonneren, adres wijzigen of opzeggen? Kopij insturen? Zie onderaan de krant hoe dat kan.


<> Gedichten ..................................................
 

Wetenschap

Je kunt wel alles denken
dat je wie weet wat,
dat de wortel getrokken
uit je bestaan
een mooi rond getal geeft,
het product van je wezen
een hogere macht is

maar:

waar kiemt de liefde,
waar wortelt je lust,
door welke trage lagen
sijpelt het sap
van de groeiende onmacht,
wie legt van je zijn
de bleke uiteinden bloot.


Atze van Wieren



Bovenstaand gedicht werd door de redactie van Meander gekozen tot het gedicht van de maand november 2001.
Milla van der Have maakte er een analyse van:

Alles kan poëzie zijn en poëzie kan over alle onderwerpen gaan. Wetenschap is vaak een dankbaar thema voor de dichter, zoals bijvoorbeeld voor dichter-bioloog Leo Vroman. Daarnaast houdt poëzie zich vaak bezig met zaken waar de wetenschap geen uitspraak over kan of wil doen, zoals het hogere, de metafysica, of belicht zij kleine details in ons bestaan. En soms stelt zij de wetenschap zelf ter discussie, zoals in Meanders gedicht van de maand november.
Lees de complete tekst on line.



Rust naar believen (over de 'fermate')

Het thema van dit stuk is
uitgerust, voor onbepaalde tijd,
met een dak boven het hoofd
waar de toon zich verschuilt.

Tot de adem verdwijnt,
houdt de hand halt,
de boog zich ontspannen,
duikt de punt onder de regel uit.

Neem de tijd
niet op, tel even niet
op je vingers na wat zal volgen.

Wacht tot de klank is
uitgeteld, en laat de maat
dan weer beduidend naar buiten.


Daniël Brandsema





over[LEVEN]

haiku 1

de geworpen steen
het opspattende water
de cirkel verdrinkt

haiku 2

de zon breekt binnen
vensters lijsten bomen in
veelkijkers dromen

haiku 3

de stilte luistert
een uil doorklieft het duister
wijsheid is zijn prooi


Robert Vollekindt





Ouderdom

Ik droomde dat het vroeger was
jong, onschuldig, ongeschonden,
mijn broer en ik, zo klein, we stonden
tot onze knieën in het hoge gras.

Intens gelukkig van het duin gegleden
waarna je in de wolken las
dat het een warme zeewind zomer was
van haast een mensenleven lang geleden.

Ontwaakt is 't weer gewoon vandaag
waar zou je 't allemaal nog voor doen
gedeprimeerd met zorgproblemen.

Het opstaan gaat oneindig traag,
mijn broer gaat weldra met pensioen
en ik moet zo mijn pillen nemen.


Frank Heine


 



advertentie

verbeter je schrijftalent via e-mail bij

WRITERS @T HOME
thuis in literatuurworkshops
klik hier voor meer informatie



<>

Mooi blauw

Neem de segrijnslak.

Is hij dan eetbaar, zoals zijn voldane familie?
Wordt ook hij gedood door het zout, voor de boter met kruiden?

Slakken zijn reizigers, hun zak met organen
op de rug gebonden. Zo rijk gevuld dat mantel en zak
precies in het huis passen. Tussen de wanden
kalken pijlen en kristallen stelen om het eten te roeren.
Zij zijn op pad, zij bestaan slechts uit huis,
ogen en voet. Pelgrims met een vergeten doel.

Wat moet ik je vertellen om je op te vrolijken?
Zij, de wandelaars weten wat winst en verlies is.
Hun huizen zijn verkocht als sieraad om de hals
van smalle, slagvaardige vrouwen. Betaalmiddel
zijn ze geworden en symbool voor de dood
en het overleven. Zelf gegeten en in hun huis
is olie opgeslagen. Ze dienden
in vreemde muziekkorpsen. Hun geheimste
missie is het leveren van purper aan
de Romeinse keizers. Hun kleinsten
tonen een grote doorzichtigheid:
parelmoeren miniatuurpaleizen
trillen bij de eerste wandelpas. Lijfje
van gelatine, huis van glas.
Met slijm lijmen ze onderweg hun liefdes
en ze schieten hun pijlen gevoelig
in de ander. Jij zwicht, jij
bent mijn segrijnslak. Ik proef je en richt
mijn pijl in je zoetste delen. Geen zout,
geen puntje. Met het voorste lik ik je.


Tomas Lieske
Uit "Grondheer", Querido 1993


 

Yassine Ganouter: Het schijnt zo moeilijk te zijn om de liefde te beschrijven, dat de meeste mensen stamelend beweren dat er geen woorden bestaan waarmee ze hun liefde kunnen uitdrukken. Thomas Lieske daarentegen gaat door waar bijna iedereen het opgeeft en komt op de proppen met de segrijnslak. Dit gedicht is daarom ook een poging om dat abstracte en walgelijk zoete gevoel dat liefde heet te ontdoen van haar bovenzinnelijke natuur en het te reduceren tot iets aards. In dit geval dus de segrijnslak.
Ik heb het niet op met gedichten die een particuliere ode zijn aan een of ander goddelijk wezen, omdat het meestal gepaard gaat met zoveel geslijm, dat een slak er stikjaloers van zou worden. De segrijnslak is in hoge mate ook zo een gedicht en ik zou er ook over heen hebben gekotst als ik niet een paar verzen was tegengekomen die het gedicht in zijn geheel ontstijgen, alsof ze daar niet helemaal op hun plaats waren.
De zin: hun huizen t/m slagvaardige vrouwen is zo een plotselinge kwinkslag die dit gedicht toch nog smakelijk maakt. Het is bedoeld als een tegenstelling tussen de snelle geldmakers etc. en de trage levensgenieters. Maar afgezien van het anti-globalisten thema is dit een zin waar ik maar geen genoeg van kan krijgen vanwege de krachtige alliteratie die van het papier lijkt te springen. Een geval apart zijn de twee vragen die in het begin worden gesteld. Het zijn ogenschijnlijk twee naïeve vragen van het niveau: dom blondje, die net zo weg konden worden gelaten, ware het niet dat ze juist door hun lichte toon iets prettig zachtaardigs over het gedicht heen strooien waardoor je nooit het gevoel hebt dat hier poëzie met een metershoge hoofdletter bedreven wordt. Ik zou kunnen proberen om te vertellen hoe ongelofelijk walgelijk
     ongelofelijk walgelijk
ik de verzen: jij zwicht t/m lik ik je vind, maar ik weet dat het mij niet zou lukken. Want hoe groot ook mijn ressentiment is tegen dit soort gedichten, de dichter is er toch in geslaagd om met een of twee mooie verzen prettige muziek te maken. Het is daarom een verdienste van de dichter dat hij met zo weinig middelen een gedicht heeft geschreven dat heerlijk in mijn oren nagalmt. En dat is geloof ik waar alle poëzie voor bedoeld is.

Men neme een gedicht en laat een aantal jongeren vertellen wat zij er over vinden.

Dat is het recept voor de rubriek "Mooi blauw" Deze keer vertellen Erik Verhaar, Diana van der Pluijm en Yassine Ganouter wat zij vinden van het gedicht "Neem de segrijnslak" van Tomas Lieske.

 

Diana van der Pluijm: Noem me maar ouderwets in mijn opvattingen over poëzie, maar gedichten die rijmen of toch enigszins een ritme bezitten, genieten toch over het algemeen mijn voorkeur.
Toch spreekt er een zekere schoonheid uit sommige zinsneden die mooie beelden oproepen, zoals dit: “Zij zijn op pad, zij bestaan slechts uit huis, ogen en voet. Pelgrims met een vergeten doel”. Dat is zeker een originele manier om naar een slak te kijken! Voor de rest geldt echter dat het meer lijkt op een verhaal waarin kort de geschiedenis en bijzondere rol van slakken wordt verteld dan op een mooi stukje poëzie.
Het einde is weer een verhaal apart, omdat dit plotseling het perspectief van de lezer, dat tot dan toe op de slak gericht was, richt op iets dat veel dichter bij huis is: het liefdesleven van de mens. Een totaal onverwacht en niet op zijn plaats zijnd einde, omdat het in feite de interne continuïteit volledig om zeep helpt. Waarom een gedicht wijden aan de segrijnslak en dan op het einde plots de vergelijking trekken naar het menselijke liefdesleven? Waarom komt dit dan niet eerder naar voren? Ik durf te wedden dat de dichter dan nog meer vergelijkingen had kunnen trekken tussen dit beestje en de mens, hoewel ik het einde van het gedicht in dat opzicht ook een beetje, tja, iets te dubbelzinnig seksueel getint vind worden op deze manier (“met het voorste lik ik je”? - ach, toe nou zeg!).
Ondanks de soms mooie zinsneden, is dit gedicht in mijn ogen geen gedicht, eerder een mislukte poging
     een mislukte poging
hiertoe. En geef nou toe, een gedicht over een slak? Er zijn veel leukere dieren om een gedicht over te maken, en laten we daarom dit kleine stukje geschiedenis op z´n rechtmatige plek terecht laten komen: een biologie- of misschien wel geschiedenisboek.


 

Erik Verhaar: Het is een vreemd gedicht, of misschien is vervreemdend een beter woord, en volgens mij is dat het resultaat van het meanderen tussen enerzijds de concentratie op het beschrijven van de slak zelf, het beest zeg maar, en anderzijds het uitwaaieren, het uitweiden over de culturele en culinaire rol die de slak in deze wereld speelt. Hierdoor is er weinig eenheid, maar dat is ook wel weer de charme van het gedicht: het gedicht balanceert op ernst en onzin, en dat houdt de lezer alert.
Op deze manier schetst de dichter de plaats van die slak in deze wereld: een nietig onooglijk dier dat er al eeuwen lang in slaagt om te overleven, roeiend met de riemen die het beest heeft, namelijk huis en slijm om op voort te leven. Die overlevingskracht
     overlevingskracht
geeft de dichter iets glorieus door middel van grootse beelden, zoals Romeinse keizers, slakvormige sieraden en blaasinstrumenten, en paleizen.
Maar de werkelijke waarde van het gedicht schuilt, denk ik, in het feit dat dat paradoxale (de nietigheid van het dier tegenover zijn gehardheid) in de laatste verzen wordt overgebracht op de band die de ik-persoon en zijn geliefde hebben. Ook zij worden zo twee nietige wezentjes in een grote boze omringende wereld, maar zichzelf ontstijgend door hen zelf gecreëerde kleine te(de)re wereld.




<> Recensie ..................................................
 

Een warm lichaam van taal

Een recensie van "Lyfsange" door Milla van der Have


In Zuid-Afrika werd vele jaren lang gediscussieerd over het doel van literatuur en poëzie. In een maatschappij waar alles gepolitiseerd is, vonden velen dat een schrijver een mening moest ventileren over de maatschappij en dat poëzie geëngageerd moest zijn. Literatuur moest de maatschappij veranderen of op zijn minst een spiegel voor houden. Anderen vonden juist dat kunst helemaal niets te maken mocht hebben met de werkelijkheid en schreven poëzie om de poëzie, taal om de taal.

In Lyfsange van Marlise Joubert wordt de taal alleen in zijn poëtische functie gebruikt. Bij Joubert geen verwijzingen naar de Zuid-Afrikaanse maatschappij, geen engagement. Verwijzingen naar de werkelijkheid zijn sowieso schaars in Lyfsange. De bundel speelt zich af in een eigen poëtische wereld, waar huizen en tuinen symbool staan voor en de achtergrond vormen voor de poëzie van verlies en verlangen die Joubert bedrijft.

De titel is bijzonder sprekend voor het grootste gedeelte van deze aardse, lichamelijke en af en toe onmiskenbaar erotische gedichten in de bundel, die verdeeld is in de afdelingen Lyfsange I, II en III. In deel II en III barst de 'lyfsang' volledig los. De dichteres bezingt in ieder vers opnieuw het verlangen naar een afwezige of verdwenen geliefde. Huizen en tuinen dienen als symbool voor het verlies.


'in elke vertrek bly altyd iets van verlies agter' (p.61)

'dwaal ek deur my huis
loop ek oral teen jou vas
en ek onthou hoedat ons was' (p. 33)


Centraal in de bundel staan de volgende strofen:


Laat ek nog 'n vers bedryf
Vir die voels van jou geluk
Vir die eende wat ons tone byt
Vir die dam wa die maan insluk

Laat ek meer as een vers
Om jou hang 'n snoer van woorde
Vir elk landskap wat ons verdeel
Vir jou vure wat langs strate smeul
Vir ie klippe wat bult en brokkel
Lans oewers van jou geheue
(p. 37)


In feite is het grootste gedeelte van de bundel het woordsnoer waar de dichter het in bovenstaand citaat over heeft. Elk gedicht opnieuw is een kraaltje in dat snoer, een herinnering van hoe het was en een beschrijving van het verlangen naar de afwezige jij.

Alle kraaltjes in de bundel zijn met elkaar verbonden. Centrale begrippen zijn verlangen en liefde, maar ook 'onthouden' en 'herinnering'. Ieder gedicht vormt zo'n herinnering, een terugdenken aan de tijd dat het stel nog samen was. Tegelijkertijd is het een smeekbede aan de jij om weer terug te komen.

De dichteres heeft haar woorden nodig om in leven te blijven, de woorden binden haar aan de geliefde. Tegelijkertijd bieden de woorden houvast, een herleven van het verleden. De woorden bezweren de doodsangst, want zij brengen een vroegere tijd terug en daarmee de geliefde, zonder wie de ik-figuur zo goed als dood is.

Het knappe van Joubert is dat Lyfsange geen moment verveelt, terwijl veel van de gedichten toch niet alleen hetzelfde thema, maar vaak ook dezelfde opbouw hebben. Zij valt niet in herhaling, maar rijgt inderdaad kralen aan een snoer van woorden, waarbij ieder kraaltje het snoer mooier en indrukwekkender maakt.

Wat juist tegenvalt is het eerste deel van de bundel, waar de lyfsang nog niet is losgebarsten en de dichter ingehouden wat afstandelijker onderwerpen beschrijft, zoals een vrouw die op straat loopt. Joubert is op haar best als ze haar poëzie van verlangen en zinnelijkheid bedrijft en als ze zich terugtrekt in haar eigen poëtische wereld, waar een verlaten huis het enige decor vormt.

In Zuid-Afrika zal het laatste woord over al dan niet maatschappelijke betrokkenheid in poëzie nog niet gezegd zijn, evenmin als in de rest van de wereld. Maar taal kan zijn doel, wat dat dan ook moge zijn, pas echt dienen als hij ten volle wordt benut. Marlise Joubert heeft dat heel goed begrepen.


Lyfsange
Marlise Joubert
Protea Boekhuis, 2011
ISBN 1919824304

Milla van der Have



 



<> Nieuws ......................................

  Prijs der Nederlandse Letteren 2001
Op 21 november neemt Gerard Reve deze driejaarlijkse prijs in ontvangst uit handen van de Belgische koning Albert II. De jury, bestaande uit Jos Borré, Gillis Dorleijn, Kees Fens (voorzitter), Geert van Istendael, Nelleke Noordervliet en Bert Vanheste, was van oordeel dat het werk van Gerard Reve de belangrijkste literaire prijs van het Nederlandse taalgebied verdient, omdat "Het oeuvre wordt (...) beheerst door een onnavolgbare stijl, waarvan elke zin terstond herkenbaar is als van Reve afkomstig. In elk deel ervan is het geheel aanwezig." "De ongewone kwaliteit van Reves poëzie" was voor de jury mede reden hem voor de Prijs der Nederlandse Letteren voor te dragen.

Poëziegenerator
Bij Kurzweil CyberArt Technologies is een poëziegenerator te koop. Het programma kan het werk van bepaalde dichter bestuderen, en maakt vervolgens gedichten die aan alle kenmerken van dat werk voldoen. In een testgroep die zowel gegenereerde als handgeschreven gedichten kreeg voorgelegd, bleek men in meer dan de helft van de gevallen niet te kunnen onderscheiden of de auteur een mens of een machine was.
www.kurzweilcyberart.com/poetry/rkcp_overview.php3
De Grabbelton
Drs. P heeft weer een nieuwe versvorm geconstrueerd: de grabbelton. Het is een vijf- of meerregelig versje waarin het laatste rijmwoord alle letters bevat die in de voorgaande rijmwoorden voorkomen.
Bij Nijgh & Van Ditmar is een bundel vol grabbeltonnen verschenen.
Titel: Grabbelton. Prijs 22,04 NLG.
ISBN 90 388 1405 4

Het uitzicht is als van een hoge toren -
Veel weidser dan toen ik de klim begon
Nu zie ik tal van onderwerpen gloren
Ik ben verliefd tot over beide oren
Op deze nieuwe vorm, de grabbelton.


Wereldpoëzie
Op woensdag 21 november 2001 heeft in de Stedelijke Openbare Bibliotheek, Schijfstraat 105 te 2020 Antwerpen een literaire avond plaats. De auteurs, die ook eigen werk brengen, laten ons kennismaken met gedichten uit verre en minder verre oorden:
Annmarie Sauer - Indiaanse poëzie
Guy Commerman - Franstalige poëzie
Roger Nupie - Afrikaanse poëzie
Francis De Preter, die tevens de avond inleidt - Spaanse poëzie
Aanvang 19.30 uur. Toegang gratis
Tel.: 03 237 99 45

Lisianthus, dans met mij
Op 25 november 2001 om 10.30 uur wordt tijdens het weekend Laarne & Kalken Creatief de dichtbundel 'Lisianthus, dans met mij' gepresenteerd. Vijf uit de streek afkomstige dichters (Walter Verraes, Marc van Caelenberg, Bert Erens, Emiel Fack en Arsizoë) zullen dan eigen werk voordragen.
Er werden vijf thema's gekozen: "Natuur", "Metaforen", "Ouderdom, ziekte en dood", "Speels en speelse liefde" en als laatste "En dan nog...". Dit alles wordt omlijst door Ultreya, een duo dat oude muziekinstrumenten bespeelt. Elk thema omvat ongeveer zeven gedichten. Tijdens het gehele weekend 2van 4 en 25 november is er ook een visuele presentatie.
Locatie: zaal WILBRA, Colmanstraat 51, Kalken
Info: Tanja De Clercq, Gaaiakker 8, 9270 LAARNE
Tel.: 09 366 73 39 of 0495 59 53 14
E-mail:


Het nieuws wordt samengesteld door: Yves Joris, Raymond Noë en Else Marlies Schaftenaar.

Gulle Vlamingen
(bestaan er andere?)
Gulle Vlamingen kunnen nu zonder extra kosten en moeite Meander financiëel steunen door een bijdrage te storten op onze Belgische rekening:
rekening 402.2004409.95 ten name van Meander


(hoezo?)
Meander is gratis voor de abonnees, maar kost wel geld. Denk bijvoorbeeld aan de site en aan de listserver. We hebben wat inkomsten uit advertenties, maar vrijwillige bijdragen van abonnees blijven nodig en welkom.

(en de Nederlanders ...?)
Nederlanders kunnen hun financiële bijdrage aan Meander als vanouds storten op:
Postbank giro 8941864 t.n.v. G.C. Kool te Delft



advertentie

tijdschrift
SCHRIJVEN
tussen fascinatie en publicatie
Op vakantie?
Nu een spoedcursus reisverhaal schrijven.

Klik hier voor meer informatie.



<> Artikel ..................................................
 

Vergeten Poëten (3)

Henk Ruijsch


Hoe word ik gebundeld? (slot)

In de vorige twee afleveringen was duidelijk dat de adviezen "geef zelf een bundel uit" en "word Belg" wel zinvol zijn. Het verschil dichter / dichteres ligt complexer. Er staan relatief meer mannen in de 'verzamelbundels', maar er zijn tekenen, dat dit anders gaat worden.

Over de verhouding in aantal tussen mannelijke en vrouwelijke dichters is het laatste woord nog niet gesproken. De dichteressen zijn in ieder geval in opmars, hoewel dat moeilijk te bewijzen is, omdat het telling vergt van aantallen bundels en uitsplitsing per dichter of dichteres per jaar waarin het gedicht werd gemaakt. De uitgeverijen zijn vaak nogal kinderachtig in het beschikbaar stellen van gegevens. Op de eenvoudige vraag naar oude fondslijsten van Querido werd niet ingegaan. In de grote bloemlezing van Komrij (1) zijn niet eens de uitgeverijen vermeld waar de gedichten zijn verschenen! En dat terwijl uitgeverij Bert Bakker, mede dankzij die andere uitgeverijen, hier toch al tenminste elf drukken mee heeft gehaald!

Bij het overbrengen van gegevens van dichteressen uit de bloemlezing van Cox Habbema (2) naar een 'dichtersdatabase' die al ongeveer 1500 namen bevatte, bleek iets merkwaardigs: Bijna de helft van de vermelde dichteressen stond daar nog niet in, terwijl uit recente andere bloemlezingen slechts zo'n 10% daar nog niet in stond. Cox Habbema neemt dus veel dichteressen op die weliswaar wel een eigen bundel hebben uitgebracht, maar die nog geen grotere bekendheid hebben.
Uit het feit dat zij veel put uit recente bundels, zou kunnen worden afgeleid dat er de laatste decennia meer dichteressen met een eigen bundel(tje) aan bod komen.

Het voorwoord van Cox Habbema moeten we met de nodige korrels zout nemen, hetgeen moge blijken uit de volgende citaten:
"Voor het samenstellen van deze bundel ben ik alles wat Nederlandse dichteressen hebben geschreven opnieuw gaan lezen. En dat was veel. Ik lette daarbij niet eens zozeer op eenvoud van vorm of kwaliteit, maar puur op inhoud. Ik wilde antwoord op de vraag: schrijven vrouwen anders."

Zij selecteert een paar oude dichteressen, een handvol uit de periode tot de Tweede Wereldoorlog, daarna tot 1970 vijftien, maar uit de periode tussen 1971 en 2000 selecteert zij er 76!
Als het inderdaad zo is dat ze alles las wat er door dichteressen is geschreven, is het zonder meer duidelijk dat ofwel het dichten van vrouwen thans op een bijzonder hoog peil staat (in het anderszijn?) of dat er veel meer door vrouwen wordt gepubliceerd dan vroeger.
In het voorwoord schrijft zij ook:
"En ik zag mijn vraag beantwoord: natuurlijk schrijven vrouwen anders." En: "Na een hernieuwde 'gedwongen' terugkeer naar huis in de jaren vijftig - na de vrijheid die de oorlog voor vrouwen met zich meebracht - brengen de anticonceptiepil en de 1968-revolutie bevrijding in het leven van vrouwen. Maar ook in dat van mannen. Daar waar vrouwen de moed tot woede en seks vinden, staan mannen gevoel en sensualiteit toe. Vrouwen schrijven vanaf dat moment 'minder anders', maar nu zijn het de mannen die anders gaan schrijven, over liefde, kinderen, stervende ouders of de poes."

Is het in het kader van hetgeen zij hier stelt niet absurd om ons een bundel voor te schotelen met ongeveer 75% gedichten van na 1968 onder de naam 'vrouwen dichten anders'? Of is er na 1968 zo ontzettend veel door vrouwen geschreven, dat daaruit nog aardig wat 'anders' kon worden genoteerd?
De gedichten zijn inderdaad meestal wel anders. Het zou echter een psychologische studie vergen om precies na te gaan in hoeverre dat zo is. Er kunnen heel veel gedichten worden aangewezen waarin het 'andere' bestaat uit typisch vrouwelijke zaken als mannen, borsten, het gevoel meisje te zijn en wat dies meer zij, maar kunt U aan het volgende gedicht zien of het van een man of vrouw afkomstig is? Tenzij het algemeen bekend is dat alleen vrouwen op 21-jarige leeftijd hun ouders het bos plegen in te sturen:

MIJN OUDERS

na éénentwintig jaren
bracht ik hen het bos in
geblinddoekt
met broodkruimels in hun zak

(waarop ik al mijn vogels losliet)

en nog
keren zij weer

Ria Giskes-Pieters (uit: Alleen maar het gevoel van leven, Feministische uitgeverij De Bonte Was, Amsterdam 1977)


Het is goed bladeren in de bundel van Cox Habbema. Het is echter heel erg lastig om alles van een bepaalde auteur te lezen, want de gedichten zijn over de hele bundel verspreid en er is geen alfabetische inhoudsopgave.
We sluiten af met het gedicht "Bij den zingenden ketel" van dominee-dichter Eliza Laurillard (1830-1908) (uit "Huisraad en speelgoed", D.B.Centen, Amsterdam 1889), door Robert-Henk Zuidinga (3) gerangschikt onder de humoristische en nonsensdichters - maar dit gedicht is toch wat meer dan alleen humor - zou ook wel door een 'Tachtiger' opa kunnen zijn geschreven, want zo'n ketel stond de hele dag op het vuur. Maar toch niet in déze tijd, want de fluitketel van Blokker zou na het eerste couplet al van het gas zijn gehaald.

Wanneer de ketel
In 't schemeruur
Zacht staat te zingen
Op 't glimmend vuur,

Dan zweeft de mijm'ring
Mij door den geest
En 't stil herdenken
Wat is geweest.

Verdwenen beelden
Zie 'k voor mij staan,
En 'k hoor nog stappen,
Die niet meer gaan.

'k verneem nog stemmen,
Al jaren stom,
Ik zie mijn dooden
Nog eens weerom.

'k Voel vroeg're vreugd weêr
En vroeg're smart,-
De wolk en 't maanlicht
zijn me in het hart

En 'k denk bij 't letten
Op heil en ramp:
Ach! 't gansche leven
Is als de damp.

Maar, schoon 't zoo vluchtig,
Zoo ras ontwijkt,
Geen nood, als 't hierin
Naar damp gelijkt,

Dat zich de golving
Ten hoogen richt,
Dat in 't vervliegen
Het stijgen ligt.

Conclusie:
Er zijn in totaal duidelijk meer dichters dan dichteressen, maar dat aantal lijkt de laatste drie decennia te verschuiven ten gunste van de vrouwen. Het zou wenselijk zijn precies uit te zoeken hoeveel dichtbundels de laatste ruim honderd jaar zijn verschenen en hoe de verdeling man/vrouw door de jaren heen is geweest. Eenvoudige statistische analyse hiervan zou veel meer aan het licht brengen dan kreten als: "krankzinnig ondergewaardeerde vrouwen".
Wellicht is er een instantie waar dit wordt genoteerd? Anders lijkt dit een mooie taak voor bijvoorbeeld het Letterkundig Museum.


(1) Gerrit Komrij, De Nederlandse poëzie van de negentiende en twintigste eeuw in 1000 en enige gedichten, 1996, elfde druk, uitgeverij Bert Bakker.
(2) "Vrouwen dichten anders", "een eigenzinnige keuze uit de Nederlandse poëzie" samengesteld en ingeleid door Cox Habbema, uitgeverij Bert Bakker
(3) Voorwoord van de bundel "droggen zijn bedroom", Nederlandse nonsenspoëzie uit de 19e en 20e eeuw, samengesteld en ingeleid door Robert-Henk Zuidinga, Sijthoff Amsterdam, 1984


Henk Ruijsch

 



<> Site ..................................................
  Al de vorige afleveringen van Meander op Zondag (MoZ) zijn terug te vinden op onze site:
Alle MoZ's vanaf nummer 109 * Alle MoZ's t/m nummer 108 * Alle woensdagedities * Overige uitgaven

In het archief vindt u de weg naar alles wat in de afgelopen jaren op de site van Meander is gepubliceerd.

Verder op de site: gedichten * verhaal * artikelen * recensies * poëziekaarten * klassiekers * hedendaagse dichters * links
 


< Colofon ..................................................
  Redactie
Adelheid Bekaert, Sati Dielemans, Edith de Gilde, Milla van der Have, Yves Joris, Gerard Kool, Joop Leibbrand, Else Marlies Schaftenaar, Vincent Scholze, Marnix Speybroeck, Rob de Vos, Elly Woltjes.

Vrijwillige bijdragen voor Meander zijn vanuit Nederland welkom op Postbank giro 8941864 t.n.v. G.C. Kool te Delft.
Voor bijdragen vanuit België: Rekening 402.2004409.95 ten name van Meander.
Vermeld 'donatie Meander' en uw e-mailadres.

Vragen over Meander? Stuur een

Verdere verspreiding van de in deze uitgave opgenomen teksten is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s)
  Kopij is welkom bij Meander. Zie:
http://meander.italics.net/kopij/

Abonneren: stuur een bericht aan met als inhoud: subscribe meander-l
(het laatste teken is de letter 'l' van lijst)

Opzeggen: stuur een bericht aan met als inhoud: unsubscribe meander-l
(het laatste teken is de letter 'l' van lijst)
Verstuur het bericht vanaf het e-mailadres waarop u de krant ontvangt. Als u van de listserver bericht krijgt dat u niet in de lijst voorkomt ontvangt u de krant op een andere e-mailadres dan waarvanaf u probeerde op te zeggen.

Adres wijzigen: zeg op vanaf uw oude adres en neem een abonnement vanaf uw nieuwe adres.
 

naar begin krant