Gedichten

door Irene Wiersma (1985)





Beste vriendin

Midas heeft gelijk:
de roden zijn
het meest bekoorlijk.
Met stip op een 
staat Sprankel M.
Lief vlammend rossigharig
volbloedmeisje met
groene filmsterogen
groot alsof een
voorgehouden glas
de ontelbare sproeten telt
die rondom kalm
liggen te wachten
op haar zachtroze huid.

Ze ziet me
ze ziet me precies
daarom is ze de mijne
was ze ook maar
haar eigen




Huizen met ogen

Als huizen geen ogen hebben,
waarom die in mijn buurt dan wel?
Ramen bekokstoven snode plannen,
luisteren af, kijken op van
mijn ontbijtkeuze:
waarom altijd bruin?
Zonnebaden mag ik niet,
zo’n wit, groot, bijna bloot
vrouwenlichaam
daar voelen ze zich toch
wat ongemakkelijk bij.

Ik ben de kwaadste niet,
dus zit ik binnen met
de zwarte, zware gordijnen
gesloten en de sloten ook
voor de zekerheid,
want als huizen ogen hebben,
waarom dan ook geen voeten?
Verder verzamel ik moed
en spaar ik vanwege die
bekroonde middenweg
voor nieuwe namen en
luxaflex voor de ramen.
Als huizen geen ogen hebben,
waarom die in mijn buurt dan wel?