Recensie van Witte vlag - Emily Kocken

Een intelligente, ontregelende roman

Emily Kocken
Witte vlag
Uitgever: Querido
2013
ISBN 9789021446639
€ 19,95
392 blz.

Met haar debuutroman Witte vlag heeft Emily Kocken, die een aantal jaren een gewaardeerd poëzierecensent voor Meander was, direct de aandacht weten te trekken. Na verschijning werd in het vaste Volkskrantrubriekje de eerste zin geciteerd (‘De stok die ik gooide naar de eerste hond die ik van mijn vader mocht trainen, kwam niet terug.’) Voor veel boeken blijft het dan bij die eenmalige signalering, maar al een week later kwam de positieve recensie van Arjan Peters die sprak van een fascinerend boek, dat van de lezer weliswaar geduld vraagt om het te veroveren, maar hem daarvoor beloont met secuur geslepen zinnen.

Op het achterplat wordt de roman ongeveer als volgt samengevat:
Het leven met de in Amsterdam gevestigde Amerikaanse kunstenaar Henry Theodore Watson is voor de jonge Elzbieta Różewicz een vlucht uit het Berlijn van 1999, waar ze alleen was achtergebleven nadat haar van oorsprong Poolse ouders – dierenartsen die moesten leven als hondentrainers – waren omgekomen bij een auto-ongeluk. Henry laat haar in het begin van hun huwelijk nog meewerken aan zijn kunstprojecten, maar na een vernietigende recensie van hun performance in het Stedelijk Museum sluit hij haar buiten. Wanneer Henry in New York is, sterft hun doodzieke hond. Henry grijpt de situatie aan voor een nieuw kunstproject. Elzbieta’s gedrag begint provocerende trekken te vertonen.

Het is een synopsis die nauwelijks recht doet aan de inhoud van de roman, die het niet van de zich traag ontwikkelende verhaallijn moet hebben, maar in de eerste plaats van de weergave van de gedachte- en verbeeldingswereld van de hoofdpersone.
Bijna 400 bladzijden lang, in 110 hoofdstukjes, soms niet langer dan een enkele zin of een paar woorden, zijn we in het hoofd van Elzbieta Różewicz die Elisabeth Watson-Różewicz werd. Omdat zij regelmatig in staat van verwarring verkeert, staat de lezer telkens voor de keus het perspectief op de beschreven gebeurtenissen wel of niet betrouwbaar te achten, of dat nu gaat om het sterven van de doodzieke hond, de vervuiling van het appartement (ergens tussen Kinkerstraat, Surinameplein en Rembrandtpark), de merkwaardige prioriteiten van de politieagenten van het korps Amsterdam-Amstelland, het weinig adequaat zijn van maatschappelijk werk, de impact van wildplassen, de overlast die buren elkaar kunnen aandoen en nog diverse andere onderwerpen.

Centraal staan echter – naast de huwelijksproblematiek – de pogingen van Henry met de hond een kunstperformance à la Joseph Beuys te realiseren, wat juist tegen de achtergrond van de manifestatie ‘Nederland schreeuwt om Cultuur’ (het massale protest tegen de voorgenomen cultuurbezuinigingen van het kabinet op 20 nov. 2010) tamelijk hilarisch werkt, en de vlucht van Elzbieta in de eigen dichterlijke verbeelding die gericht is op Rilke en de Poolse dichter Tadeusz Różewicz, met wie zij haar achternaam deelt. De inleving in een zelfgecreëerd dichterlijk personage – haar al of niet fictieve overbuurman – , een soort mannelijk alter ego, is als het ware háár performance, mooi verbonden met lijntjes naar de taxidermiste elders in het land die voor het opzetten van de hond moet zorgen.

Witte vlag is een intelligent geschreven boek, waarin de verhaalde gebeurtenissen ondergeschikt zijn aan het schrijfproces; in een wat onderkoelde, ontregelende stijl wordt het dwangmatige, wereldvreemde, gedesoriënteerde knap uitgedrukt. Daarbij is het, naast een ‘kunst-‘ boek, ook een ‘talig’ boek. Er komt relatief veel Duits en Engels in voor, er worden gedichten geciteerd, maar vooral grossiert het in mooie zinnen, Peters zei het al.

Twee voorbeelden uit vele: ‘De ekster. Of hij weet dat stil zijn op dit moment gepast is? Wijdgestrekt en streperig zijn de vleugels wanneer hij neerkomt op de tak, en kalm de vleugels die hij vouwt, de kop op, de ogen van hieraf niet goed te zien, de ernst van een jonge lichtmatroos bij het strijken van de zeilen.

Ook heel fraai: ‘Welke straat is in staat mij meer in de steek te laten dan de straat waar ik sinds jaar en dag in stilte hoop dat heimwee mij verlaat? Voor de deur staan van mijn huis en dankzij overspannen verwachtingen (zeg angst) om me heen in de huizen van de anderen enkel lege ramen zien, omdat niemand weten wil wat mij overkomt.’

Witte vlag kreeg een motto mee van Alain Badiou uit diens Handbook of inaesthetics: ‘Art is incapable of the truth.’ Emily Kocken schreef een wáár boek. Literaire kunst, zonder meer.

***
Emily Kocken (New York, 1963) is beeldend kunstenaar en schrijver. Ze publiceerde onder meer korte verhalen in De Revisor en in Tortuca, een tijdschrift voor literatuur en beeldende kunst.