Interview met Frouke Arns

Mensen die je misschien kent

 

In de knusse boekhandel Roelants, gesitueerd in het sfeervolle filmtheatergebouw Lux in Nijmegen, presenteerde Frouke Arns op de warme vrijdagavond 4 oktober haar debuutbundel Mensen die je misschien kent. Uitgever Marc van Gisbergen van uitgeverij Marmer in Baarn lichtte in zijn openingswoord toe wat zijn plannen zijn met het nieuw opgerichte poëziefonds, waarin jaarlijks vier poëziedebuten verschijnen. Met trots overhandigde hij Frouke het eerste exemplaar van de bundel. In haar toespraak vertelde Frouke over de totstandkoming van de bundel; dat er tussen het eerste manuscript en de presentatie van de bundel veel beslissingen genomen moesten worden in samenspraak met redacteur Jasper Henderson.
De bundel bevat nieuw werk, eerder gepubliceerde gedichten en herschreven werk. Dichtercollega’s Marijke Hanegraaf (stadsdichter van Nijmegen) en Johanna Geels (die haar derde bundel bij Marmer zal uitbrengen in januari 2014) spraken lovende woorden en lazen uit de nieuwe bundel voor en legden er een gedicht van zichzelf naast. We werden gastvrij onthaald met hapjes en drankjes en de sfeer werd verhoogd door prachtige Zuid- Amerikaanse harpmuziek gespeeld door Claudia van Trigt. Frouke las zes gedichten uit haar bundel. Ze besloot met het mooie ‘Hoe sneeuw groeit aan bomen’. Op dit gedicht is de illustratie van de twee rode gympen op de radiator op de omslag mede geïnspireerd.
Het publiek reageerde enthousiast, gezien de lange rij mensen die na afloop van de presentatie een exemplaar wilden laten signeren. Meander stelde haar naar aanleiding van de presentatie de volgende vragen.

Frouke ArnsJe bent in 2008 serieus begonnen met dichten en debuteert nu met een dichtbundel. Heb je lang aan deze bundel gewerkt?
Begin dit jaar werd ik door Jasper Henderson gevraagd of ik een manuscript wilde insturen naar Marmer, de uitgeverij waar hij als freelance poëziescout en redacteur voor werkt. Hij had al vaker gedichten van mij gezien en vond dat ze pasten binnen het nieuw opgerichte poëziefonds van Marmer. Ik stond op het punt om werk te bundelen en aan een uitgever voor te leggen, dus de timing was perfect. Na enige tijd kreeg ik groen licht van Marc van Gisbergen (de uitgever) dat Jasper en ik aan de slag konden met mijn debuut, dat de titel Mensen die je misschien kent kreeg. Ik heb er vooral tussen maart en september intensief aan gewerkt, ruim een half jaar.

Wat zijn de thema’s in je bundel?
In de bundel staan 42 gedichten, waarvan sommige eerder verschenen in een tijdschrift, poëziekalender of als los gedicht in een verzamelbundel. Het is eigenlijk een overzicht van werk dat ik de afgelopen drie jaar heb geschreven, verdeeld over drie afdelingen: ‘Vreemde huizen kraken anders’, ‘Big Sur’ en ‘Brieven van het eiland’. Een terugkerend thema is de onmogelijkheid van communicatie en interactie tussen mensen; wat sluimert er onder de oppervlakte, onder het laagje glazuur waarmee veel is bedekt? Die intermenselijke ruis blijft me fascineren.

Wat schrijf je op het moment?

Ik ben met verschillende dingen bezig; er liggen veel korte verhalen, die ik wil bewerken en bundelen, ik heb een serie Amerikaanse reisgedichten (geschreven in het Nederlands) die ik nog wil uitbreiden zodat de bundel Godfearing Folks & Flat Tires het levenslicht kan zien en ik werk aan een novelle waarbij de protagonist afgehaakt is. Af en toe verdicht ik één van mijn korte verhalen, terwijl het andersom – het tot een verhaal maken van een gedicht- voor mij niet werkt. Het maken van de bundel was vooral gericht op wat er was. Nu hij af is, heb ik gelukkig weer oog voor wat er vóór me ligt.

In een vorig interview zei je dat je ook wel rechtstreeks in het Duits of Engels zou willen dichten. Ben je daar nog mee bezig geweest?
Van dichten in het Duits of Engels is het niet gekomen, maar ik heb wel een aantal eigen gedichten vertaald naar het Duits. Een mooie oefening in het secuur lezen en duiden van je eigen poëzie.

Het vertalen van je eigen werk maakte je secuur. Wat bedoel je daarmee?
Het vertalen van poëzie luistert nauw. Je moet niet alleen de letterlijke inhoud, maar ook de gelaagdheid, de klank en het ritme in die andere taal zien over te brengen. Net als bij het vertalen van literatuur, waar het ook gaat om de vraag ‘hoe vertaal je het literaire aspect’, geldt dat voor poëzie ook, alleen dan op de vierkante centimeter.

Je bent recent poëzie gaan publiceren. Schreef je voor die tijd ook al?
Ja, ik heb altijd geschreven. Korte verhalen en de laatste vijf jaar ook gedichten. Omdat juist de gedichten hier en daar gepubliceerd werden, kwam ook wel eens de vraag om ze ergens voor te dragen.

Kun je zeggen waarom je de openbaarheid bent gaan zoeken?
Die openbaarheid is een gevolg van de publicaties en optredens die daar weer uit voortvloeien. Het lijkt me een natuurlijk proces, als je schrijft wil je natuurlijk ook gelezen worden. 
 
Heeft je werk als tekstschrijver of vertaler te maken met je poëzie?
Nee, niet direct. Ik ben gewend veel te lezen en te schrijven en in die zin blijf je jezelf wel continu voeden met taal.