Bart FM Droog doet onderzoek

Zodat mensen zelf hun conclusies kunnen trekken

Bartelomeus Frederik Maria Droog (1966), meestal Bart FM Droog genoemd, is volgens de Nederlandse Poëzie Encyclopedie dichter, bloemlezer en encyclopedist.
Van die encyclopedie is hij de bedenker, oprichter en eerste uitvoerder. Hij houdt ervan de zaken op een rijtje te zetten. Dat geldt ook voor dingen die volgens hem niet deugen.
Zo is hij nu onder andere bezig met een dossier over de activiteiten van Chrétien Breukers (
www.bartfmdroog.com/cb).

Volgens mij gaat er enorm veel tijd zitten in het samenstellen van zo’n dossier. Wat drijft je om dat te doen?
Heel simpel: al vanaf 2008 dupeert Chrétien Breukers, al dan niet in zijn hoedanigheid van eenmansbedrijf De Contrabas (uitgeverij en weblog), vrijwel iedereen met wie hij zaken doet. Het gaat daarbij om bedragen van een paar tientjes tot vele duizenden euro’s. Aangezien ik geen rechter ben, kan ik de zwendel niet stoppen. Ik kan er wel voor waarschuwen. En dat is precies wat het doel van het Dossier De Contrabas is. Om aan de hand van bewijsmateriaal (getuigenverklaringen, documenten, rechterlijke uitspraken) te laten zien wat gaande is, zodat mensen zelf hun conclusies kunnen trekken.

Er zullen mensen zijn die zeggen: je doet dit alleen maar omdat je, om de een of andere reden, persoonlijk wilt afrekenen met Breukers.
Mensen die dat zeggen of denken hebben zich laten voorliegen door Breukers. Die er alles aan gelegen is om een onderzoek naar zijn frauduleus handelen als directeur van een commerciële onderneming af te schilderen als een persoonlijk geschil tussen hem en rancuneuze ex-(zaken)partners. Dit is precies het gedrag dat hij altijd vertoont. Zodra iemand die door hem belazerd is zich daarover uitspreekt, draait Breukers de situatie om en schiet hij in de slachtofferrol. Hij begint van alles te roepen, maar doet dat zonder enig bewijs aan te dragen.

Mensen die willen weten wat er in het verleden is voorgevallen tussen Breukers en mij, verwijs ik naar het interview van Jan Holtman met mij op Extaze (september 2014) – antwoord 6.

Voor Meander lijkt ons die dichtbundelkwestie het meest interessant. Zoals bijvoorbeeld wat er is gebeurd rondom de bundel van Theo Bakker (zie de recensie). Ik begreep dat jij je vooral hebt bezig gehouden met de gang van zaken rondom een bundel van Nina Werkman (zie recensie). Wat was daarmee aan de hand?
De ervaringen van Nina Werkman met De Contrabas zijn exemplarisch voor wat veel dichters overkwam die met Chrétien Breukers in zee gingen. In augustus 2013 sloot ze een contract met Breukers voor haar bundel Vrouwenwerk, die op 2 november van dat jaar bij De Contrabas zou verschijnen. Hij beloofde haar een mooi boek uit te brengen, dat kon rekenen op goede promotie en distributie. In het contract had hij expliciet vermeld: ”De auteur ontvangt 15 bewijsexemplaren. (…) Als bijdrage in de kosten schaft schaft Nina Werkman 100 bundels aan, voor 7,5 euro per stuk, vooraf te voldoen na facturering van De Contrabas op [bankrekeningnummer] t.n.v. C. Breukers te Utrecht. Dit wordt voor eind augustus onderling geregeld. Van opbrengst van de tijdens de presentatie verkochte exemplaren, ontvangt de auteur (na aftrek van eventuele kosten, zoals reiskosten en ‘gratis drank’) 25%.” en ”De bundel wordt op 2 november gepubliceerd in een oplage van 350 exemplaren. Vervolgens houdt de uitgever het boek een jaar beschikbaar via het Centraal Boekhuis (en daarmee samenhangend: alle webwinkels van grote boekhandels) en na dat jaar via de webshop van de uitgeverij.”

So far so good. Nina stort de ‘bijdrage in de kosten’, oftewel € 750,-, twee maanden voor de verschijningsdatum. Vanaf dat moment gaat het mis. De communicatie met Breukers verloopt heel stroef, de vormgeving is niet naar wens en Breukers belt vlak voor de presentatie af, omdat een van z’n kinderen ziek zou zijn (wat, weten we nu, niet waar was).

Wel krijgt Nina een doos met de boeken geleverd. Honderd exemplaren, rechtstreeks van de drukker. Het zijn de door haar zelf betaalde exemplaren, dus zonder de vijftien die ze als ‘bewijsexemplaren’ zou ontvangen. Op de presentatie verkoopt ze er 27 uit haar voorraad (de opbrengst maakt ze, volgens contract, over naar Breukers) en later die maand geeft ze ter verkoop vijf exemplaren  in consignatie bij boekhandel Godert Walter, – dit nadat Breukers verzuimd had die boekhandel van Vrouwenwerk te voorzien.

Breukers zegt haar vervolgens toe de 47 exemplaren die Nina uit haar eigen voorraad als ‘uitgeversexemplaren’ heeft gedistribueerd te vervangen. Herhaaldelijk belooft Breukers bij haar in Groningen langs te komen. Drie expliciete afspraken blaast hij op het laatste moment af, met als reden – achtereenvolgens – rugproblemen, een optreden in Limburg en de plotse dood van een familielid. Ook de toezegging recensenten van Vrouwenwerk te voorzien komt Breukers niet na – de enige recensie die verschijnt, van Joep van Ruiten in het Dagblad van het Noorden, komt tot stand nadat Breukers hem een digitale versie had gestuurd, voor het boek gedrukt was.

Juni 2014. Ik benader Nina Werkman met vragen over haar Contrabasbundel. Bij m’n onderzoek naar de bedrijfsvoering van De Contrabas merk ik dat het boek nergens verkrijgbaar is. Dat is voor Nina aanleiding om Breukers te vragen waar haar beloofde 47 bundels blijven. Ze krijgt te horen dat die binnenkort geprint gaat worden op de printstraat van het Centraal Boekhuis. Printstraat? Er zouden toch 350 exemplaren gedrukt zijn? Begin juli staat Vrouwenwerk opeens op Bol.com vermeld – heel kort. Maar de beloofde levering van de exemplaren blijft uit.

Juli 2014 neemt Nina contact op met de drukker van het boek, Holland Ridderkerk. Daar krijgt ze te horen dat van haar boek maar honderd exemplaren gedrukt zijn – precies het aantal dat zij afgeleverd heeft gekregen. Nu wordt ook duidelijk waarom het boek nergens te koop was en waarom Breukers geen recensie-exemplaren heeft rondgestuurd: simpelweg omdat er geen verkoop- of recensie-exemplaren bestonden. Ze informeert ook via een bevriende boekhandelaar bij het Centraal Boekhuis (CB). Die krijgt te horen dat het CB geen zaken meer wil doen met Breukers, vanwege onbetaalde rekeningen. Dat laatste vertelt drukkerij Holland Ridderkerk haar ook – als ik daarover in augustus navraag doe, blijkt Breukers bij deze drukkerij nog een rekening uit februari 2014 open te hebben staan: de drukkosten voor het drukken van de Contrabasbundel van Wim Brands – en het gaat daarbij ook om een oplage van honderd exemplaren. Maar dit terzijde.

Eind oktober 2014 stuurt Nina weer een mail aan Breukers en verzoekt om levering van de door haar vooruit betaalde boeken. Weer belooft Breukers die boeken te leveren. En weer gebeurt er niets.

Medio november blijkt Vrouwenwerk opeens wel verkrijgbaar te zijn via Bol.com, als Printed on Demand-uitgave. Als ik uitzoek hoe dat kan, kom ik erachter dat de distributie van De Contrabas per 1 november door uitgeverij Liverse verzorgd wordt. Dat heet: een aantal Contrabasbundel is vanaf dan als POD-boek leverbaar via de webwinkels. Voor elk verkocht exemplaar ontvangt Liverse een percentage. Echter: de betrokken auteurs zijn niet van deze deal op de hoogte gebracht en Nina Werkman wacht tot op de dag van vandaag op haar al in augustus 2013 betaalde boeken.

Het geld dat Nina Werkman met dit boek verloren heeft is niet het ergste – ze had begin 2013 de ‘Literaire Pries 2009-2011’ à € 2500,- van Stichting het Grunneger Bouk voor haar Groningstalige oeuvre gekregen – een deel van dat geld wilde ze sowieso in kunst investeren. Wat veel erger is, is dat ze een ijzersterke dichtbundel heeft gemaakt, die zodra hij verscheen eigenlijk al ten dode was opgeschreven – vanwege laksheid van de uitgever.

We vroegen Chrétien Breukers om commentaar op deze dichtbundelkwestie. Dat gaf hij niet.

Bart FM DroogEven genoeg Breukers. Wat ben je in de loop der jaren allemaal nog meer voor zaken tegen gekomen die niet door de beugel kunnen, waarbij dichters benadeeld zijn?
Er is één duidelijk risicogebied: poëziewedstrijden. In 2002 kwam ik op het spoor van een Amerikaanse organisatie, de ‘International Society of Poets‘, met als website www.poetry.com. Deze club draaide jaarlijks een miljoenenwinst door op een geraffineerde wijze in te spelen op de ijdelheid en publicatiedrang van (amateur)dichters van over de hele wereld.

Op de site van de organisatie kon iedereen gedichten publiceren. Wie dat deed kreeg korte tijd later een opgetogen mail, waarin stond dat het geplaatste gedicht bekroond was met de ‘Poetry Award’ en zou worden afgedrukt in een bloemlezing. Als je de club 50 dollar betaalde kreeg je een exemplaar van dat boek toegestuurd. Voor nog eens 600 dollar (exclusief reis- en verblijfskosten) mocht je de prijsuitreiking – van een prijs bestaande uit een waardeloze oorkonde en een lelijke bokaal – bijwonen.

Alle deelnemers aan deze wedstrijden hadden zich verplicht om wedstrijdbloemlezingen à 50,- dollar te kopen. Alle inzendingen werden daarin ongecorrigeerd afgedrukt, ongeacht de taal. De oplage was gelijk aan het aantal ingezonden gedichten. De organisatie schreef jaarlijks meerdere wedstrijden uit en wist met de gedwongen bloemlezingverkoop en de ‘prijsuitreikingen’ een miljoenenomzet te behalen.

Zie ook: Poëzie en geld (2)

Iets soortgelijks, maar dan veel kleinschaliger, werd in Nederland gedaan door uitgeverij De Vleermuis uit Roermond. Deze schreef jarenlang de Pipistrelllus Proza- en Poëzieprijs uit (later omgedoopt tot de ‘Strellus Prozaprijs’ en de ‘Strellus Poëzieprijs’. Winnende teksten werden uitverkoren voor een bloemlezing. De enthousiaste schrijvers merkten bij lezing van het wedstrijdreglement dat ze verplicht werden een aantal exemplaren van die bloemlezing te kopen, wilden ze erin worden opgenomen. Verplichte winkelnering, dus.

Mijn advies: doe nooit aan een poëziewedstrijd (of ander evenement) mee, als je verplicht wordt een X aantal boeken af te nemen. De enigen die iets aan
deze prijzen verdienen zijn de organisatoren, niet de dichters.

Behalve met misstanden in de poëzie hou je je ook bezig met de mooie kanten van de dichtkunst. Welke activiteiten op dat gebied zijn dat nu?
De meeste tijd besteed ik aan het samenstellen van de online Nederlandse Poëzie Encyclopedie (NPE) www.nederlandsepoezie.org . Daarin moeten uiteindelijk alle Nederlandstalige dichters die van enig belang zijn geweest en die op of na 1 januari 1900 leefden, worden ondergebracht. De site rust op twee pijlers: de alfabetische namenlijsten en de jaaroverzichten.

De alfabetische namenlijsten spreken voor zich – via die lijsten zijn de afzonderlijke dichterspagina’s te traceren. Maar ze zijn meer dan alleen een register: ze geven ook uitsluitsel over welke echte naam bij elk bekend dichterspseudoniem hoort.

Op elk jaaroverzicht vind je de jaarlijkse reguliere poëziebundel- en bloemlezingenproductie; het aantal debuutbundels, een overzicht van de in dat jaar overleden dichters, een overzicht van de uitgeverijen die in dat jaar poëzie hebben uitgebracht en ander relevant nieuws. Via zo’n jaaroverzicht kan je – op termijn – elke getoonde dichtbundel aanklikken. Dan beland je op een nieuwe pagina met allerhande informatie over het boek, plus, waar mogelijk, een gedicht uit dat boek, dat we het liefst door de dichter of diens nabestaanden laten uitkiezen. De NPE wordt dus ook een enorme bloemlezing.

Daarnaast blijf ik natuurlijk zelf ook gedichten maken. Zoals dit – naar aanleiding van de aardbevingsproblematiek, die onder ons huis huist:

Bodemschatting

Wie de aarde op waarde schat
weet dat wat gewonnen wordt
ergens ook verloren gaat, geen

stof kan gedolven zonder golven
de grond zal splijten de geesten
verblind door blinkend goud

drijven boren dieper en dieper
pompen bodem tot giga gaping
zo verbouwen we huizen tot gruis.

© Bart FM Droog, 2014

Deze en andere nieuwe gedichten zullen ergens in 2016 of 2017 in boekvorm worden uitgebracht.

Zaterdagochtend 3 januari hoorde ik op de radio in het programma ‘De Taalstaat’ van Frits Spits een interview met Piet Gerbrandy (vanaf 16 minuten na het begin van het programma). Zijn bundel Vlinderslag is in geen enkele krant besproken. Volgens Gerbrandy is poëziekritiek vrijwel non-existent in de reguliere pers. Alleen de Groene Amsterdammer is een uitzondering, omdat hij daarin zelf recensies schrijft. Maar hij maakt zich er niet zo druk om, omdat de poëzie desondanks volop leeft op festivals en op internet. En heel veel mensen schrijven poëzie. Wat vind jij? Is het ontbreken van aandacht voor poëzie in de reguliere pers iets om je druk over te maken?
Wel, op zich denk ik dat we – dichtproducenten- en consumenten – niet hoeven te klagen. Dat het aantal poëzierecensies in reguliere kranten gedaald is klopt. Maar op internet is het aantal recensies significant toegenomen. En je ziet dat kranten vaker en vaker de berichtgeving over poëzie en aanverwante zaken verplaatsen naar de ‘algemeen nieuws’-pagina’s. En dat is ook toe te juichen – omdat het merendeel van de krantenlezers pure cultuurpagina’s simpelweg overslaat.

Als ik kijk naar de jaarlijkse reguliere dichtbundelproductie in Nederland en Vlaandreren zie ik dat die al jaren vrij constant is. Nu zijn uitgeverijen commerciële bedrijven. Het is ondenkbaar dat deze bedrijven jaar-in-jaar-uit zo’n 150 nieuwe titels uitbrengen en daar alleen maar verlies op lijden. Ergo: er zijn mensen die poëziebundels kopen, daarbuiten. Er zijn mensen die poëziebundels lenen, bij de Openbare Bibliotheken [www.mijneigenbibliotheek.nl]. Er zijn mensen die poëziebundels recenseren (hier, op Meander, en op o.a. www.derecensent.nl, leesliter.nl en www.dereactor.org. Er er zijn mensen die poëziefestival bezoeken, zoals binnenkort dit: poezieweek.com/gedichtenbal.html. Dus om met Piet Gerbrandy en premier Colijn te spreken: ‘Er is voorshands geen enkele reden om werkelijk ongerust te zijn’.