Gedichten

“Wat zag je in mij?”, vraag je

Ik kijk naar je, zeediep.
Ik daal af in je vijver
en kom boven met vragen,
geheimen die waarheden zijn.
Ik ben de onzichtbare draad gevolgd
die uit je buik ontsprong
en kwam mijzelf tegen.
Ik heb me vastgeklampt aan je licht
ben opgegaan in jouw kracht.

Ik,
ik heb naar je gekeken
en de helderheid gezien
die zeemeerminnen verwart.

*

«¿Qué viste en mí?» –me preguntas

Yo te miro con fondo de mar.
Yo desciendo en tu estanque
y emerjo con respuestas,
secretos que son verdades.
Yo he seguido el hilo invisible
que salía de tu vientre
y me he encontrado a mí misma.
He abordado tu faro
he sido pasto de tu fuerza.

Yo,
yo te he mirado
y he visto la claridad
que aturde a las sirenas.




Rozenstruik

Ik zal een rozenstruik planten.
Ik zal een rozenstruik planten in jouw herinnering.
De enige rozenstruik in de vergane roest van je zeebodem.
Een zeldzame rozenstruik in jouw verborgen tuin
kronkelend over muren die jou niet omlijnen.
Mijn wezen zal
aan zachte doornen blijven haken,
bladeren zullen mijn licht doorlaten
bijen zullen mijn naam opzuigen.
Zo zal ik voortleven in andere bloemen
en je tuin met mijn aanwezigheid in vlam zetten.

*

Rosal

Dejaré plantado un rosal.
Dejaré plantado un rosal en tu recuerdo.
Único rosal en la herrumbre marchita de tu fondo de mar.
Singular rosal de tu jardín oculto
circundado por murallas que no te definen.
Quedará mi esencia
prendida de sus espinas mansas,
sus pétalos me destilarán en luz,
las abejas libarán mi nombre.
Permaneceré así vivida en otras flores
e incendiaré tu jardín de mi presencia.




Je zegt…

Je zegt dat ik je niet ken.
Zelfs op afstand voel ik
dagelijks je pols,
adem ik je ieder moment.
Ik lees je
wiegend op je getijden.
ontcijfer je
in de verborgen atlas van je verlangens.
ik vaar
blind op je lach,
je angsten,
je begeerte naar mij.
Als je mij nadert
als je je verwijdert
als je me aanbidt,
als je de schaduwen veracht
die ik werp
in wat jou het leven
leek.

Ik ken je.
Ik was er al die tijd.

*

Dices…

Dices que no te conozco.
Yo, aun en la distancia,
te tomo el pulso cada día,
instante a instante, te respiro.
Te leo
en el vaivén de tus mareas.
Te descifro
en el atlas oculto de tus anhelos.
Navego
a merced de tus risas,
de tus temores,
de tus ansias de mí.
Cuando me acercas
cuando me alejas
cuando me adoras,
cuando detestas las sombras
que voy desplegando
en lo que te parecía
la vida.

Te conozco.
Yo siempre estuve.





Alleen jij weet

Alleen jij weet mij te roven,
de mieren te verslaan die mij beklimmen,
mij te redden uit de bron der poëzie,
uit de holle oorsprong der woorden,
uit het stroeve waterreservoir der afwezigheid.

Alleen jij weet
mij te ontbloten onder de enige zon.

*

Sólo tú sabes

Sólo tú sabes robarme,
ganarle el pulso a las hormigas que me trepan,
rescatarme de la fuente de la poesía,
del origen vacío de las palabras,
del aljibe hosco que desatan las ausencias.

Sólo tú sabes
desnudarme al único sol.




Dakraam

Een dakraam jouw ogen;
mijn blik, schede voor jouw inval.

En eeuwigheid buigt voor het moment.

*

Tragaluz

Un tragaluz tus ojos;
mi mirada, vaina de tu invasión.

Y lo eterno se doblega ante el instante.




Afwezigheid

Amper een schram in de tijd
jouw afwezigheid en ik drijf al weg.
De knipperende ogen in mijn stoel
vormen een zoektocht zonder patroon,
een onevenwichtigheid die schouders ophaalt,
de aanval op de nachtwaker
met doolhofogen
om hem een route te ontfutselen;
cirkel die de vishaak verstrikt
wanneer die naar
de draaikolk verlangt;
de sleutel, uiteindelijk,
die zijn slot overleefde
en niet rust
tot hij sterft.

*

Ausencia


Apenas un rasguño en el tiempo
tu ausencia y ya derivo.
Un pestañeo desde mi silla
es una búsqueda sin patrón,
desequilibrio que sacude hombros,
el asalto al sereno
con los ojos del laberinto
para robarle una ruta;
círculo que deshace
el anzuelo cuando anhela
alcanzar el vórtice;
la llave, al fin,
que sobrevivió a su cerradura
y no descansa
hasta morir.





Mij zijn in jouw geheugen

Ik wil neerstrijken in jouw tijd,
de vaste draad zijn in het raderwerk
van jouw herinneringen.
Ik wil me tot leven wekken in een ver verleden
waarvan je het begin bent vergeten.
Ik wil er zijn wanneer je terugkijkt,
achter alles,
jezelf voorbij.
Ik wil het kristal van je routine zijn,
het atoom van je eerste geeuw,
het slot van je laatste gedachte.

Ik wil mij in jou zijn
en dat de tijd verstrijkt…

*

Serme en tu memoria

Quiero posarme en tu tiempo,
ser hilo constante en el engranaje
de tus recuerdos.
Quiero hacerme vida en un pasado remoto
del que olvidaste el comienzo.
Quiero estar cuando mires atrás,
detrás de todo,
más allá de ti.
Quiero ser cristal de tu rutina,
átomo de tu primer bostezo,
cabo de tu último pensamiento.

Quiero serme en ti
y que pase el tiempo…




Gedichten van Milagros López, A ras del mar, Torremozas, Madrid, 2014
Vertaling: Sander de Vaan