Gedichten

door Pieter Boskma (1956)

PIETER BOSKMA (1956) debuteerde in 1987 met de dichtbundel Quest. Sindsdien verschenen twaalf dichtbundels, waarvan Het violette uur, het spraakmakende, diverse malen herdrukte  Doodsbloei, en Mensenhand (bekroond met de Ida Gerhardt Poëzieprijs) de meest recente zijn. Verder publiceerde hij de novelle Een foto van God, het roman-gedicht De aardse komedie en de verhalenbundel Westerlingen. In september 2014 verscheen zijn nieuwe dichtbundel Zelf bij uitgeverij De Bezige Bij.
Er werden van hem enkele gedichten in het Turks vertaald. Hieronder de oorspronkelijke gedichten en de vertaling in het Turks. Zie ook het interview met vertaler İbrahim Eroğlu .

 

Je as danste een moment op de zuidenwind
en loste op boven het duin, als een traan in zee.
Ik had het niet verwacht, maar het viel me mee:
als ik hier voortaan kom, adem ik je immers in!

Zal ik dan ook de geuren weer opsnuiven
van je haren, je parfum en je warme schoot?
Je mond zo lang nadat ik naar je toe boog  
voor een laatste kus, en wat was hij zuiver.

Nu kus ik lucht en zon en wind en wolk,
een sprietje gras, een veertje aan een tak,
maar ook de langste en de scherpste doorns,

en prikkeldraad en een gebroken glas,
opdat ik bloeden zal, mijn lieveling,
tot de hele mensheid van je zingt.

 

(Uit: Doodsbloei , 2010)

 

ZELFPORTRET ALS BLOEIENDE SCHAKEL

Er zit een knik in de dagen,
ze vouwen zich niet meer goed uit
alsof ze iets verborgen houden.

Er is ook wat met het zonlicht,
het lijkt wel door tralies te vallen
al is het onzeker wie vastzit.

Wat is het toch dat zich niet prijsgeeft?
Of is de tijd aan het krimpen geslagen
en vallen er gaten in wat je beleeft?

Je kust een vrouw voor het eerst op de mond,
opent je ogen en bent weer gescheiden.
Je knielt als een christen en staat op als heiden.

Het lied van een merel dat je ooit bekoorde
klinkt nu als een mars waarop soldaten
brandschatten, verkrachten en moorden.

Staar je jong en verrukt naar een veld rode tulpen
dan heeft het ineens wel een meter gesneeuwd
en gaat je hand gelaten door je laatste haren.

En bij elke tel dat je je afvraagt
waarom je neus alle kanten opgaat
zonder één vaste richting te kiezen,

strijk je de kreukels stuk voor stuk glad,
rekken de uren zich glanzende uit
en waar je raadsels of een leemte dacht

zie je de bloeiende schakel.

 

 (Uit: Zelf , 2014)

 

Küllerin bir süre dans etti güney rüzgârında
Ve savruldu (sahildeki)kum tepesinin üstünde, denizde bir gözyaşı gibi
Beklemezdim doğrusu bu kadar kolay olacağını
Eğer bundan sonra buraya gelirsem,  zaten solurum seni

Saçlarıyın kokusunu, parfümlerini ve sıcak kucağını
yine koklayacak mıyım?
Ağzın  o kadar güzel kokuyordu ki
Seni son kez öpmek için eğildiğimde

Şimdi öpüyorum gökyüzünü, güneşi, rüzgârı ve bulutu
Bir çimeni, bir dala takılmış küçük bir teleği
ama dikenin en uzununu en sivrisini de

Ve dikenli tel ve kırık bir cam
Kanamam için sevgilim
Bütün insanlık seni şarkı olarak söyleyene dek

 

(Doodsbloei, 2010 adlı  şiir kitabından)

 

PORTREM PEKİŞEN BAĞ GİBİ

Bir kırıklık var günlerde
Artık iyi doğmuyorlar
Bir şeyleri saklar gibiler

Günışığında da bir tuhaflık  var
demir parmaklardan öyle vuruyorlar ki
Sanki içeridekini bilmezmiş gibi

Nedir kendini saklayan
Yoksa zaman daralıyor mu?
Yaşadıklarında kör delikler mi açılıyor?

Bir kadının ağzından öpersin ilk kez
Açtığında gözlerini, yeniden boşanırsın
Bir Hristiyan gibi diz çöküp, kalkarsın bir kâfir gibi

Seni cezbeden bir sığırcığın şarkısı
Şimdi  askerlerin marş söyleyerek
yağmalamaları, tecavüzleri ve öldürmelerine benziyor

Gözlerini kırmızı bir lale tarlasına dikerken
Bakmışsın bir metre kar yağmış
Ve elinle usulca son kalan saçlarını okşarsın

Ve her saç telini sayışında
Neden bir yön belirlemeden
Burnun her tarafa yöneliyor?

Buruşuklukları birer birer açarken
Parlayanları saatleri uzatırsın
Ne zaman bulmacalar ya da lekeleri düşündüğünde

Görürsün pekişen bağları.

 

(Zelf/ Kendi, 2014 adli  şiir kitabından)

 

Hollandaca’ dan çeviren İbrahim Eroğlu / In het Turks vertaald door İbrahim Eroğlu