Interview met Sannemaj Betten

‘Ik ben mijn eigen doelgroep’

 

Alja Spaan sprak met Sannemaj Betten (1995). Een dichteres?

We zouden net zo goed een interview kunnen hebben met een regisseuse, politiek activiste, arts of pedagoog, Sannemaj Betten wil zich niet beperken tot poëzie alleen. Het gaat altijd om de inhoud: zij wil de verandering, het verschil. Taal heeft dat in zich, zij heeft dat in zich.

In de rechtlijnigheid van Almere, de nieuwe stad, kan ze niet verdwalen. Ze heeft het tot haar centrum gemaakt: van daaruit bereikt ze gemakkelijk het Fryslân van haar ouders. Maar ook de diverse podia waarop ze haar verhaal vertelt. Ze studeert hier en heeft hier haar vrienden. De studie is nog pedagogiek maar ze twijfelt.
Het overzichtelijke en de rust van Almere mist ze in haar eigen hoofd. Daar loopt alles door elkaar heen. Ze beperkt zich niet, krijgt tijdens ons gesprek meerdere ingevingen en is heel moe na afloop. Het praten met haar is intens en associatief. Intussen proberen we de kinderschare -het is schoolvakantie-
uit ons hoekje in de bibliotheek te weren.

Ze vertelt uit een creatief nest te komen met alle ruimte voor eigen initiatief, het kunstcentrum in Leeuwarden in de buurt en een school die haar stimuleert. Wel voelt ze zich een buitenbeentje, anders dan anderen. Misschien is dat de eenzaamheid die ze wel bij een schrijver vindt passen. Omdat haar
directe omgeving haar aanmoedigt -ze las haar gedichten eerst aan haar vrienden voor en nu aan haar ouders- is het niet eng om werk te plaatsen op internetforums of mee te doen aan wedstrijden. Bij haar eerste optreden draagt ze al uit het hoofd voor. Het publiek is zo warm en enthousiast dat ze het
podium blijft opzoeken. Maar ze wil alleen om de inhoud beoordeeld worden en heeft een hekel aan het ‘meisjesbeeld’ dat van haar wordt geschetst. ‘Alsof een vrouw minder te vertellen heeft en niet serieus genomen mag worden’ verzucht ze ‘en alsof leeftijd er iets toe doet’.
Ze stuurt nog regelmatig werk in en zou ook graag een bundel samenstellen maar dan een waarin meerdere disciplines samenkomen. Om daar alle aandacht aan te geven, kiest ze er bewust voor om voorlopig geen slamwedstrijden te doen.

Het lezen van gedichten wordt bemoeilijkt door haar dyslexie. Bij voorkeur neemt ze een bloemlezing en maakt aantekeningen in de kantlijn. Een schrijfopleiding heeft ze nooit geambieerd. ‘Ik ben er te laf voor’ zegt ze en als ik wat vragend kijk: ‘ik had geen zin competitie te voeren met al die afgestudeerden die straks toch geen verdiensten hebben want deze maatschappij is er niet voor kunst en cultuur’. Ze peinst en vult aan met ‘ik ben sowieso te eigenwijs’. Voor haar gedichten heeft ze geen vaste vorm omdat ze nog zoekt naar het juiste proces. ‘Wanneer is dat eigenlijk ooit klaar’ denkt ze hardop. Tegelijkertijd vindt ze die groei belangrijker dan de voltooiing. Ze mag graag discussiëren over verwante vragen als ‘bestaat er authenticiteit, is niet alles herhaling?’.
Woorden zoeken haar, zo omschrijft ze een uitdaging die ze van de Leeuwarder Courant kreeg: wekelijks schrijven naar aanleiding van het nieuws.

Hoewel ze haar gedichten altijd voorleest, is ze niet bezig met het ritme ervan. Wel heeft alles de muzikaliteit waarmee ze zich ook omringt. Ze moet alleen zijn om te schrijven maar leidt zichzelf af met klassieke muziek. Doet ze dat niet dan blijft ze in haar hoofd malen. Het schrijven zelf gebeurt in
een vloeiende beweging en daarna pas gaat ze nadenken, schrappen en twijfelen, een volgende dag kan zelfs alles teniet gedaan worden. Haar gedichten zijn monsters vaak die gekooid moeten worden, haar werk is diep en donker.
Ze stelt hoge eisen aan zichzelf, voelt zich verantwoordelijk maar heeft ook hoge verwachtingen. Ze wil heel veel en graag in korte tijd want zoveel tijd is er niet, ze heeft voortdurend het idee dat de wereld op springen staat. In tegenstelling tot veel leeftijdgenoten gelooft ze niet in een maakbare wereld. Ze is het tegenovergestelde van naïef.

Gelukkig verbaast ze zich soms over dat wat ze kan schrijven. Als het maar nooit ophoudt. Ze kent zelfdestructie maar misschien lokt zo’n recht pad als de hoofdweg in Almere ook wel uit tot het overschrijden van grenzen. Ze wil zo dicht mogelijk bij zichzelf blijven. ‘Ik ben mijn eigen doelgroep’ zegt ze.
Ik herhaal haar vroegere mantra: ‘Sannemaj dicht om de wereld te openen’. Ze glimlacht, ‘dat is heel oud maar het is nog steeds waar.’