Poëzie Kort, april 2016

Turing Foundation, Een toon die in de stilte zoemt. De 100 beste gedichten van de Turing gedichten wedstrijd 2015 -

door Lennert Ras

Een toon die in de stilte zoemt heeft een rijk palet. Omdat het een bloemlezing is, komen heel veel verschillende onderwerpen aan bod. Zo komt het vreemdelingenvraagstuk voorbij, en is er een soort apostolisch gedicht over een gorilla, de dood komt voorbij, soms iets over psychiatrie. Er is zelfs een enkel prozagedicht opgenomen, zoals van David Nolens en ook het gedicht van Milou Voskuilen doet prozaïsch aan. Een enkel gedicht is in de vorm van een dialoog opgeschreven. In hoeverre kun je dan nog spreken van een gedicht? Het zijn vooral veel vrije verzen. Er wordt wel eens van Turing gezegd, dat ze niet van vaste vormen houdt. Dat dat niet vernieuwend genoeg is. Het niveau is best hoog. Alhoewel je af en toe ook een wollige bombastische zin tegenkomt, waarvan je je afvraagt, wat die nu weer doet in een verzameling van 100 beste gedichten. Het zijn gedichten met een geheim, of een aparte draai op het eind, gedichten met een dissonant erin. Zoals in het winnende gedicht dat eindigt met de prachtige uitsmijter dat lopen in het Russisch twee werkwoordsvormen heeft, afhankelijk of men een bestemming heeft of niet. Of het gedicht ‘Appeltaart op zee’, dat inderdaad over appeltaart gaat, maar ook eindigt in een heel andere richting. Hemingway komt voorbij met zijn kortste verhaal: ‘for sale: baby shoes never worn’, dat gelogen zou zijn en eindigt met een mooie uitspraak dat de kunst van het liegen bestaat in het ontwijken van details. Al met al een lezenswaardige bundel. Volgens mij heeft de jury haar werk goed gedaan.

***

Een toon die in de stilte zoemt. De 100 beste gedichten van de Turing gedichten wedstrijd 2015. Samenstelling Turing Foundation (2016). Van Gennep, 128 blz. € 14,95

Charles Ducal en Roel Richelieu van Londersele, Het gezeefde gedicht

door Hans Puper

Het gezeefde gedicht is een bloemlezing uit de gedichten die verschenen op de gelijknamige site: www.hetgezeefdegedicht.be. In de inleiding van de bloemlezing zeggen de samenstellers dat deze site ‘een vrij unieke plek [is] in het huidige literaire veld’. Het is hun bedoeling ‘een alternatief te bieden voor enerzijds de geslonken ruimte voor nieuw talent in literaire tijdschriften en anderzijds poëziewebsites die debutanten opnemen zonder kwalitatieve literaire eisen.’ Zij willen ‘beginnende dichters in de zeef leggen en dan schudden.’

Het overgrote deel van de gedichten kun je karakteriseren als ‘rechttoe-rechtaan’, zowel wat de vorm als de inhoud betreft. Een aantal gedichten is daardoor oninteressant. Dat geldt niet voor Gerard Scharn (1946): hij laat voldoende over aan de lezer. Bovendien werkt zijn taalplezier aanstekelijk.

ijstijden

is een vrouw bang als ze met
haar man op reis is en de honden
weigeren de slee te trekken?

Inuit hebben mooie namen
ik denk aan Navarana Mequpaluk
die twee kinderen baarde
Mequsaq Avataq en Pipaluk Jette
voor zij aan de spaanse griep bezweek

nooit proefde zij de smaak
van jonge sla komkommer of radijs

Van de jonge dichters vielen Dorien de Vylder (1988) en Aloys Vonckx (1992) als eerste door mijn zeef. De Vylder heeft weinig woorden nodig om een situatie te schetsen: ‘Lakens had je niet, / wel mooie woorden en een deken / bevlekt met gemorste minnaressen.’

Vonckx is al redelijk bekend. Hij publiceerde in verschillende tijdschriften en won de Poëzieprijs Melopee Laarne 2015 met zijn gedicht ‘Kamer 832’. In 2014 gaf hij een interview aan Meander, waarin hij in soms vermakelijke bewoordingen zijn poëtica en de positie van de dichter uitlegde. https://meandermagazine.net/wp/2014/07/een-dichter-is-een-heilige-parasiet/ , Hij was toen nog ex-student Kunstwetenschappen in Leuven. Inmiddels lijkt hij zich een nieuwe identiteit aangemeten te hebben. In de aantekeningen achterin de bloemlezing valt te lezen dat hij theologie studeerde in Leiden. En dan volgt een humoristische zinnetje: ‘Heeft geen ambitie’. Het komt wel goed met die jongen.
In de twee gedichten die in de bundel zijn opgenomen doet Vonckx zich kennen als een verre nazaat van de illustere Piet Paaltjens, eveneens student theologie te Leiden en voor het laatst gezien aan de voet van ‘den onmetelijken oceaan’ – de Waddenzee. Het gedicht ‘Vuurwerk’:

we hebben ons best gedaan
alles staat zoals het staat op p. 35
de orchidee past perfect in zijn pot
geluk heeft genoeg aan een vorm

parels barsten in de glazen
in onze ogen krijgt leegte een blik
en onder onze drogen tongen
planten kakkerlakken zich voort.

we tellen af, dat is hier mode
we overladen elkaar met kussen
en als wij onze wensen afsteken
ruikt het heelal naar plastiek

Ik verwacht dat Vonckx niet lang bij Paaltjens zal verwijlen; daar is hij te levendig voor.

Het is jammer dat uitgeverij P nauwelijks informatie over de mooi uitgegeven bundel verstrekt. Achter het ISBN-nummer kom je alleen als je de bundel in handen hebt, de prijs is niet te vinden en bij de bekende webshops vind je hem niet terug.

 ***

Het gezeefde gedicht. Samenstelling Charles Ducal en Richelieu van Londersele (2016). Uitgeverij P, 149 blz.

Kees Godefrooij, Afscheid. 99 gedichten over afscheid nemen voor bijna niets

door Hans Puper

Afscheid is de negende bloemlezing in de serie ‘dichters voor bijna niets’. Hij is laagdrempelig: veel dichters die nog niet eerder hadden gepubliceerd – niet bij een uitgeverij, tenminste – krijgen hier een kans.

Schrijven over afscheid blijkt voor velen een valkuil. Het is een zwaarbeladen onderwerp dat kan leiden tot particuliere gevoelsexpressies in heftige bewoordingen – dat is geen spotternij van mijn kant, het is volkomen begrijpelijk. Alleen: het komt niet over, vooral als er ook metaforen in een gedicht voorkomen die mank gaan, grammaticale afwijkingen niet functioneel zijn, er sprake is van dik aangezet rijm et cetera.
Hoe breng je gevoelens over? Hier speelt bekende paradox van de pianist die zijn publiek tot tranen toe wil ontroeren en zijn stuk heel weloverwogen moet spelen om dat voor elkaar te krijgen. Hij moet alert zijn; als hij ook zelf ontroerd is, lukt dat niet. Datzelfde geldt voor een dichter. De aanleiding kan zwaar zijn, verdrietig, ontroerend, maar hij moet iets vormgeven in taal. Die is weerbarstig en vraagt om een heldere, kritische aandacht; is het niet tijdens het schrijven, dan toch achteraf.
Het is mooi om deze gedichten te vergelijken met die van dichters met meer ervaring, zoals Antoinette Sisto, Alja Spaan, Mattie Goedegebuur en Ton Huizer. De onderwerpen verschillen niet, maar het verschil zit hem in de behandeling daarvan. En dat is grotendeels een kwestie van vorm: die ondersteunt de inhoud en omgekeerd.
Ook een dichter als Hiltsje Jongsma is interessant, omdat je haar Friese gedichten kunt vergelijken met haar eigen vertalingen. Hoe doet zij dat? Welke keuzes heeft zij gemaakt?

Niet alles is even zwaar – of lijkt niet zwaar. ‘Tante T’ van Mattie Goedegebuur is grappig, maar kijk eens naar de tegenstelling tussen de eenzame tante en de druk twitterende ‘ik’:

zeker 1x per jaar
was ik haar lieveling
#koudetanteTruusthee

bezocht ik haar
ze zat met mokkataart
#verwachtingsvolopgedirkt

tante is weduwe
eenzaam kinderloos
#kruiswoordpuzzeldagen

haar slechtziende blik
herkende mijn stem
#gezelschapsblijdschap

ook vroeg ze me
drie keer hetzelfde
#zestigjaargeleden

Wat moet je als lezer nu met ‘haar slechtziende blik / herkende mijn stem’? En waarom staat dit gedicht in een bloemlezing over afscheid? Het is aan u.

 Afscheid. 99 gedichten over afscheid nemen voor bijna niets. Samenstelling Kees Godefrooij (2016). Uitgeverij Spleen, 125 blz. € 8,-. Te bestellen bij boekhandel Perdu Amsterdam.

Anton Ent, Hoe het licht valt

door Lennert Ras

Als je de achterflap van de bundel leest met het stukje over het werk van Ent door Jaap Goedegebuure (en Tom van Deel schreef een kort voorstukje, ook niet de minste), dan heeft de bundel tamelijk veel pretenties. Het werk zou op en neer pendelen tussen hartstochtelijk beleden obsessie en de neiging tot berusting en verstilling. De hartstochtelijk beleden obsessie herken ik niet zo in de bundel. Berusting en verstilling wel.

In het gedicht ‘Vakmanschap’ wordt de taal geschuurd, geschaafd en gezaagd zonder waarom .. en dat vind ik een aantal keer terug in de bundel. De eerste gedichten vind ik te rustig .. Het gedicht ‘Aan het strand’ dat dan volgt is wel sterk. Met een goede uitsmijter: de vuist van oma voor ze verdronk. Ook het einde van het gedicht ‘Rammelende hazen’: ‘angst was het, ook wel liefde genoemd’, is sterk. Maar bij ‘Uitvaagsel’, een einde als ‘op weg naar het licht’ .. vind ik dan weer niet zo sterk. En ook het einde van ‘Uitgang’ is hol.

Bij het gedicht ‘Eenkennig’ is het dan wel weer grappig, dat het laatste woord er niet uit komt door haar gehijg. Maar een vreemde draai als in ‘Gekweld’: ‘Ze was verbijsterd toen ze Spinoza las,’ of ‘en rits mijn windjack open’ in ‘Wandeling in het bos’. Ik kan er niks mee en vind die gedichten een beetje wegkwijnen.

Goedegebuure noemt Ents poezie ook Achterbergiaans. Inderdaad is in het gedicht ‘Zeven brieven aan dove M’ wel iets Achterbergiaans te herkennen en ook de laatste zin in ‘Verlangend’ (‘kan hij mijn hoofd afhakken?’) kun je misschien zo betitelen. Goedegebuure verwijst ook naar Luceberts ‘Ik draai een kleine revolutie af.’ Misschien is in de zin ‘marineblauwe mannen zien’ in het gedicht ‘Villa Bethel’ iets te herkennen van dit fameuze Lucebert gedicht, maar goed.

De oorlogsgedichten ‘Baby Bibi’ en Anekdote zijn weer wel heel sterk. De poëtica van Ent is volgens Van Deel het onzichtbare zichtbaar maken. Dit herken ik niet zo. In het gedicht ‘HR’ opent de vrouw haar benen wijd en weigert de ik te komen .. is dat nu zo het onzichtbare zichtbaar maken? Het zou kunnen natuurlijk ..

Al met al vergelijk ik de bundel met een flakkerend vlammetje. Soms licht het erg sterk op, dan weer is het zo goed als uitgedoofd.

***

Anton Ent (2016). Hoe het licht valt. Uitgeverij Kleine Uil, 64 blz. € 15,-