Interview met Tijs van Bragt

‘Het schrijnt zo nu en dan in mijn kop’

 

Tijs van Bragt (1985) is dichter en woonachtig in Zeeuws-Vlaanderen, waar hij jaarlijks De Avond van de Poëzie organiseert. Eerder verscheen zijn werk in bloemlezingen en in de poëziescheurkalender van Gerrit Komrij. In 2012 verscheen zijn bundel Alles is in mij.

Je zegt in een eerder interview met Meander: ‘Poëzie is de vorm van schrijven die ik het prettigst vind, waarin ik de ene keer kan toneelspelen, de andere keer mezelf kan zijn.’ Ik heb nu juist het idee dat je altijd jezelf bent. Dat geldt bijvoorbeeld voor de vrij consequente manier van schrijven en optreden. Kun je iets hierover zeggen?
Wat toneelspelen betreft, daar zal ik op terug moeten komen. Jaren geleden schreef ik over de dingen die ik tegenkwam en daarnaast ook fictief. Tegenwoordig loop ik minder weg voor de realiteit; dat geldt voor mijn dagelijks leven maar ook voor de manier waarop ik schrijf. Het schrijnt zo nu en dan in mijn kop als ik over bepaalde zaken schrijf. Ik probeer nu zo dicht mogelijk bij mijzelf te blijven. De thema’s zijn verder uitgekristalliseerd.

Het is aan de lezer om mijn wereld in te stappen. Of die nu gespeeld is of echt.’, een ander citaat uit hetzelfde interview. Is de bundel die je toen maakte ( Alles is in mij ) erin geslaagd om die lezer binnen te halen?
Deels is de bundel geslaagd als uitnodiging aan de lezer. Achteraf zie ik storende foutjes en trucage in de bundel omdat ik toen mijn stijl nog zocht. Nu denk ik die eigen stijl gevonden te hebben, al maak ik zo nu en dan nog een uitstap qua vorm.

Je voltooide de bundel door ‘de lat wat lager te leggen’ en dat deed je met behulp van een beeldend kunstenaar. Ligt die lat daar nog steeds?
Die lat is flink naar boven verlegd doordat ik natuurlijk inspirerend werk van anderen lees en meer inzicht heb in mijn eigen kunnen.

Tijs mag zich nu een echte dichter noemen’ werd beweerd na je eerste bundel (Revisor, 2014). Het duurde even voordat de bundel er was, ondanks opname in diverse bloemlezingen. Voel je je serieus genomen? Waar blijft die tweede bundel?
De tweede bundel zal mijn officiële debuut worden, al stond Alles is in mij al als zodanig aangeduid, het werd half in eigen beheer uitgegeven en miste naar mijn idee een juiste compositie. Ik werk nu aan de officiële debuutbundel maar ik heb er geen zicht op wanneer die gaat verschijnen. Daarvoor is het wellicht nog vroeg.

In hoeverre heeft het dorp Groede je taal veranderd? Je zegt bijvoorbeeld ‘Groedemorgen’. Heeft de rust van het dorp -de zomermaanden uitgezonderd- invloed op het schrijven?
Het is een fijn dorp om te wonen en te werken. Het dorpsleven geeft overzicht maar mist de schwung van een grote stad. Toch is er veel bedrijvigheid en wordt er op cultureel vlak veel goeds gepresteerd. Misschien heeft het wonen in Zeeuws-Vlaanderen mijn taal veranderd in die zin, dat ik rekening houd met de nuances in taal uit verschillende streken.

Door middel van je stichting Groede Literair probeer je iedereen – zelfs de toerist- in contact te brengen met taal. Staat men daar voor open? Is poëzie voor iedereen?
Poëzie heeft de potentie iedereen te raken.
Of dat altijd juist uit de verf komt is een tweede, mensen moeten ervoor openstaan, lezen en willen herlezen om gelaagdheid te doorgronden. Als ikzelf werk van anderen herlees, komt het vaak voor dat me weer andere vondsten opvallen. De manier waarop je poëzie beleeft hangt mijns inziens samen met verschillende factoren zoals de waan van die dag, je gemoedstoestand en of je de tijd neemt en de rust om te lezen.
Ik organiseer dit jaar voor de vijfde maal De Avond van de Poëzie in Groede. Dit jaar voor het eerst onder de paraplu van Groede Literair. Zaterdag 18 juni is het weer zover. Vanwege het lustrum is er deze editie een middag- en avondprogramma. Op vier verschillende locaties treden die middag dichters en musici op. Het avondprogramma is, zoals het publiek gewend is, in Galerie De School, een oud schoolgebouw met sfeervolle lokalen. Om al wat namen te noemen: Peter Holvoet-Hanssen, Anneke Brassinga en Marieke Rijneveld zullen voordragen. Voor de complete lijst van dichters die bij ons te gast zijn, zie: www.groedeliterair.nl.

Je zegt in het gedicht De vreemde eend  ‘ik ben niet men’. Is dat een afstand tussen jou en hen of is het niet als zodanig bedoeld?
Het is zoals ik mijn omgeving ervaar. Niet de afstand tussen mij en anderen maar het gevoel onbegrepen te zijn.

Als thema’s heb je genoemd: het losmaken van ouders, de oorsprong van het bestaan en verlangen. Een recensent (BN de Stem) zegt dat je onderwerpkeuze rauw is: dood, verderf, verandering. Je woordkeuze zou bijna ‘zachtzinnig zijn’ waardoor je een ‘typische, soms bijna vervreemdende sfeer’ creëert. Is dat een bewuste keuze?
Dat hoor ik vaker. Het vervreemdende dat de lezer ervaart is voor mij doodgewoon.
Ikzelf merk dat niet zo gauw op wanneer ik schrijf. Pas later, als ik met afstand kan kijken, merk ik het op.

Heeft dat nog steeds te maken met het leegmaken van je hoofd? Of is de onrust getemd door het dorpse leven?
Het is nog steeds een manier om het hoofd te legen, ja. De onrust is niet getemd.

Is er een bepaald ritueel, een bepaalde orde voordat je schrijft?
Mijn bureau is een schrijftafel en een plaats om naar buiten te kijken. De hond ligt rustig aan mijn voeten, er speelt zacht muziek. Als de onrust de hectiek mist dan lukt schrijven meestal wel.

Reizen de ‘mannen van papier’ binnenkort eens af naar het Noorden?
De Mannen van papier zijn momenteel als collectief niet heel actief, wel is ieder afzonderlijk bezig met schrijven en met andere projecten. Als dit als uitnodiging geldt dan zal ik het zeker aan de anderen voorleggen.