Interview met Sven de Swerts

‘Ik ben echter op een podium’

 

Sven de Swerts (Zoersel 1987), cameraman en editor voor Svenergy. Organisator Theatrale Spoken Word. Of zoals hij zelf zegt (met het oog op de internationale carrière) ‘One man army round poet, traveler, playwright, shortfilmer and alround organism’.

Ik heb je zien optreden bij Ongehoord in Rotterdam en was verrast door de mengeling van lief en uithalend naar het publiek. Bijna onverstaanbaar zacht soms terwijl de harde inhoud van je gedichten duidelijk werd toen ik je teruglas. Dat intrigeert me. ‘Metaal zonder muziek’ (site Spoken) Vertel, hoe komt dit tot stand, is dit je theaterervaring, is vorm belangrijker dan inhoud en wat voor rol heeft je publiek?
Inhoud moet toch wel het allerbelangrijkste zijn, die inhoud is in mijn geval dan weer afkomstig uit verhalen van het publiek. Die theaterervaring is iets extra’s: om mee te spelen, om mensen op een verkeerd been te zetten of juist te sussen. Iets wat je bij een sollicitatiegesprek bijvoorbeeld ook moet doen. Een rol spelen om er zelf sterker van te worden, dat doen we allemaal. Maar ik ben echter op een podium dan in mijn eigen werkend leven.

De aanleiding je te interviewen was voor mij de dichtregel ‘schop ons wakker tot wij crimineel voorgoed worden beschuldigd’. Dat confronterende is nodig. Is dat een rol voor iedere schrijver? Maatschappijkritisch, politiek betrokken?
Niet elke schrijver, integendeel. Als ik naar slam kijk bijvoorbeeld dan is het soms enkel maatschappijkritiek en wordt de poëzie wel eens vergeten. Het is de rol van de schrijver om problemen aan te kaarten, dat wel, of dat nu verstopt is of in hapklare brokken uitgeschreven. Confrontatie is nodig en dichters zijn altijd al boodschappers of lofzangers van het leven geweest. In wat iemand schrijft zit ook het leven rondom de schrijver, maar ik wil geen journalist zijn voor rampennieuws.

Hoe kwam je tot dichten? Beperkt het Vlaams je soms ook? De literaire traditie in België, heb je daar iets mee?
Mijn allereerste breuk met iemand heeft me op het dichten gebracht. Ik merk dat in sommige Nederlandse streken mijn accent onverstaanbaar is, dus op die manier beperkt het Vlaams wel.
Iedereen heeft iets met literatuur, als je kijkt naar de mooie korte rokjes, meisjes die zichzelf verkopen als mooie kotsende meisjes en wedstrijden winnen, dan zie ik daar ontzettend veel van Peter Verhelst in. Ik ben een mengelmoes van wat ik goed en slecht vind maar dat zit hem meer in films en muziek. Ik las vroeger Kate Durbin, Alexander Pope, Lanoye, Nasr en Rimbaud maar geef me Sufjan Stevens, Tori Amos, Tool of The National en ik ben evengoed geïnspireerd.

Hoe belangrijk is de lezer voor je? Of je publiek? Is het nodig dat je contact maakt?
Ja. Zonder een publiek ben ik niet meer dan de man die in zichzelf praat en ’s nachts over pleinen dwaalt. Die man zegt ook slimme dingen maar niemand hoort hem.

In hoeverre is contact met mededichters belangrijk? Ik denk aan het lucratieve idee van de Poëziebus (jouw initiatief samen met Irene Siekman).
We zijn allemaal mensen die hun verhaal willen brengen op een podium of op papier.
Waarom niet samenwerken? Waarom geen sterk woorden- en vriendenfront maken?
Dat is de essentie toch? Er zijn naar mijn mening teveel instanties die zeggen dat ze de grootste zijn in de literaire of competitieve slamwereld maar niets afweten van wat er in die wereld gebeurt en wat nieuw is. De literatuur in Nederland drijft vooral op verkoop en niet meer op talent. Net zoals wedstrijden tegenwoordig gaan over hoe je er uitziet en niet om wat je brengt. Laten we de vernieuwing bundelen tot ze niet meer om ons heen kunnen.

Je hebt al ongelooflijk veel creatieve dingen gedaan, het maakproces is nooit klaar. Wat is je favoriete manier om jezelf te duiden?
Het moeilijkste lijkt me om mee te blijven gaan met de wereld en geen typetje te worden van jezelf. Ik wil ook niet de herhaling van iemand anders zijn. De rest is hard werken, inzet en doordrijven. Jezelf uit de grond stampen.

Achter de camera staan is heel iets anders dan ervoor. Heeft dat nog met taal te maken? Hoe raak koos je je opleiding (mediamanagement); wist je al zo jong wat je wilde?
Ik wist al wel waar passie lag verstopt en kroop ernaartoe maar uiteindelijk ben ik gewoon zonder ervaring begonnen met filmen, organiseren en optreden. Die twee jaar opleiding is niet even belangrijk als de ervaring die ik heb verworven of waardevoller. Filmen heeft veel met taal te maken. Het belangrijkste aan beeldregistraties is dat momentopnames toch maar vergaan in je hoofd en dat beeld op camera blijft. Maar niets van dit culturele leven is gepland, ik ben overal ingerold en heb alles aangegrepen wat op me afkwam. Hoe meer moeite je voor iets doet hoe minder je het soms bereikt en andersom. Zo werkt het dan ook weer wel.

Bij MeerPeper, de uitgeverij van Derrel Niemeijer, verscheen onlangs je eerste dichtbundel onder de titel Reiziger . Hoe kwam die bundel tot stand?
Derrel Niemijer contacteerde me omdat hij mij wilde uitgeven. Toen ik hoorde dat de vormgeving, lay out en redactie door Lea Theunissen werd gedaan, die dat al voor me deed voor ButFF Breda, was ik om. Een dichtbundel, niet enkel mijn allereerste maar ook een bundeling van tien jaar werk, is niet niks, dus dank aan Derrel en Lea.

What’s next?
In Alkmaar optreden.
Dromen uitvoeren en hard blijven doorwerken. Op 24 september mag ik een nacht van de poëzie in Antwerpen organiseren in Den Tuin met 27 dichters. Dat stond nog op mijn bucketlist, net als repeteren met een muzikant voor een theatervoorstelling en samen schrijven met dichters. Irene Siekman en ik komen nog met Performance Barbie, eenmalig edoch intens. En voor wie Reiziger heeft gemist: dichtbundel twee is in de maak.