Interview met Dorien de Vylder

‘Kijk tien minuten naar een sinaasappel’

 

Dorien De Vylder (1988) behaalde selecties in de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd, Write Now!, Naft voor Woord, won diverse poëzieprijzen en publiceert nu en dan in literaire tijdschriften. Ze is (eind)redacteur bij Kluger Hans, woont in Gent en werkt daar als huisapotheker.
Vertraagd stilleven is haar debuut.

Gefeliciteerd met je mooie, verstilde bundel! De titel ‘Vertraagd stilleven’ roept bij mij de vraag op wat er gebeurt als je iets wat stil staat vertraagt. De eerste gedachte is dat dit nog meer verstilling zal zijn, mijn tweede gedachte is dat daarachter een andere dimensie kan bestaan die zomaar zou kunnen bruisen van leven. Wat gebeurt er volgens jou bij het vertragen van verstilling?
Dank je, en dé max dat de titel bij jou als lezer deze vraag oproept, je zo de focus brengt die ik de lezer wou meegeven bij het lezen van de titel, alvorens het boek open te slaan.
Het gaat er voor mij persoonlijk vooral om hoe je daartoe komt, tot het vertragen van iets dat niet beweegt, over de focus die je daarvoor nodig hebt. Ongeacht of er een of andere bruisende dimensie bestaat.
Vertraagd stilleven gaat over zitten en kijken. Blijven zitten en blijven kijken. De tijd nemen om te kijken. Wat een focus moet je bezitten om naar een stilleven in slow motion te blijven kijken! En kun je het uiteindelijk wel gezien hebben? Verlies je je niet in je gedachten (zoals Alberto Caeiro schrijft: “Hoe moeilijk is het (…) slechts het zichtbare te zien”)? Of misschien ga je je vervelen? Hoe geraak je vervolgens voorbij die verveling?

Ik blijf toch nieuwsgierig naar jouw eigen antwoord op de vraag wat er te zien valt als je ‘echt kijkt’, ook omdat in een juryrapport geschreven stond dat je gedichten een hoog zen-gehalte hebben. Heb je iets in het bijzonder met het boeddhisme of is dit enkel een associatie van buitenaf?
Ik stel voor dat je een sinaasappel in je handen neemt en daar tien minuten naar kijkt. Dat zal meer zeggen dan duizend woorden.
De associatie met het boeddhisme is er een van buitenaf. Maar ik begrijp dat je de vraag stelt. ‘Kijken’ kan veel associaties oproepen. ‘Kijken’ is universeel. En als we er de tijd voor nemen, komt het meditatieve aspect sowieso naar boven. Ongeacht godsdienst, opleiding, achtergrond.
Als iedereen wat meer de tijd zou nemen om te kijken, zouden we in een liefdevollere wereld leven, daar ben ik van overtuigd. Ik moet nu denken aan een filmpje van Amnesty International waarin vluchtelingen en Europeanen elkaar vier minuten in de ogen kijken. Kijk zelf maar: https://www.youtube.com/watch?v=6mO3BOpsLRs

De beelden en woorden die je kiest zijn over het algemeen tijdloos te noemen. Olijfboom, schaduw, geiten, lichaam, rivier. Ik krijg de indruk te maken te hebben met een vrouw die op het platteland een meditatief bestaan leidt, maar in werkelijkheid woon en werk je in Gent. Hoe kom je toch telkens weer terecht op deze stille plek in jezelf van waar jij je gedichten schrijft?
Ik ben opgegroeid op het platteland. Mijn ouders runnen een boerderij in Zaffelare, een dorp zonder verkeerslichten, een twaalftal kilometer van Gent vandaan. Ik hoorde als kind praten over Gent als “t stad’, een plaats die mijn ouders niet goed kenden, een plaats zonder groen, met veel auto’s en mensen, waar je beter niet kwam als het niet echt nodig was. Als tiener leerde ik ‘’t stad’ al wat beter kennen, vooral door er te gaan shoppen, als student werd ‘’t stad’ Gent, leerde ik andere steden kennen, ging ik op Erasmus naar Madrid.
Waar ik intussen ook allemaal geweest ben of gewoond heb, in mijn kern voel ik nog altijd de eenvoud van de plek waar ik mijn kinderogen uitkeek, mijn eerste woorden leerde, mijn eerste gedichten schreef.
In mijn hoofd springen er niet continu woorden op. Ik zie vooral beelden. Ik heb vaak het gevoel dat ik met woorden een stuk uit een afgelegen rots stilte sla, op de stilte inkap.
Tijdens mijn opleiding tot apotheker bleek ik goed te zijn in de analytische vakken. Als ik aan het schaven ben aan een gedicht, voel ik dat ik ditzelfde inzicht toepas, maar dan op woorden en beelden in plaats van op chemische formules. Ik geloof dat ook dit iets met die stille plek in mezelf te maken heeft. Al begrijp ik het mechanisme zelf nog niet helemaal.
Verder schreef ik deze bundel in combinatie met mijn apothekerswerk: enkele uren per dag zat ik aan mijn schrijftafel, daarnaast werkte ik in de witte omgeving van de apotheek. Ik ben ervan overtuigd dat deze manier van schrijven, elke dag gedurende uren compleet afstand nemen van mijn artistieke werk, mede voor de rust heeft gezorgd in Vertraagd stilleven.

Ik kan me voorstellen dat deze afstand op je scheppingsproces een gunstige invloed heeft. Vind je dat het werk van schrijvers die alleen maar schrijven regelmatig deze rust mist of gaat het meer om het hoofd van de schrijver zelf? Wil je als je leest ook rust vinden in een boek?
Ik denk niet dat je daar een lijn in kunt trekken. Iedere schrijver heeft wel zijn manier om afstand te nemen van zijn werk. Dat kan ook door bijvoorbeeld aan twee werken tegelijk te schrijven. Ik denk wel dat het invloed heeft gehad op Vertraagd stilleven dat ik op het moment van afstand nemen totaal niet met de schoonheid van taal bezig was. In een apotheek wordt taal immers voornamelijk functioneel gebruikt, als communicatiemiddel. Al speelt de kunst van het formuleren ook hier een belangrijke rol, maar dan op een praktische manier.
Ik weet van mezelf dat ik me nogal hardnekkig in iets kan vastbijten. Zo ook in een gedicht. Terwijl het alleen maar zichzelf kan worden als je het op een gegeven moment loslaat. Omdat ik mij in de apotheek volledig moet focussen om geen mg te veel of te weinig af te wegen, geen salicylzuur in plaats van acetylsalicylzuur, kan het gedicht waar ik die ochtend aan geschreven heb, op dat moment onmogelijk rondzwerven in mijn hoofd.
Je zou kunnen stellen dat tijdens die uren in de apotheek de overbodige adjectieven, bijzinnen en strofes, afsterven zodat enkel de essentie overblijft als ik ’s avonds naar huis fietsend opnieuw het gedicht in me oproep.
Als ik lees, wil ik niet per se rust vinden. Ik wil vooral schoonheid vinden, op een rauwe of net op een afgewerkte manier, op uitgebalanceerde of op turbulente, rustgevende of verontrustende wijze. Ik wil geraakt worden, zoals elke lezer, maar daar is geen formule voor. Gelukkig maar.

In het gedicht Protest krijg ik een schok van het woord ‘Godverdomme’, omdat het zo fel afsteekt tegen de verder ingetogen toon. In het gedicht wordt een kuifeend aangereden en dat lijkt me wel een goede aanleiding voor een vloek. Waar het gedicht precies een protest tegen is blijft echter vrij abstract. Waar maak jij je kwaad over of vind je dat men dit meer zou moeten doen, zowel in dit gedicht als in het algemeen?
Waarover het personage zich in dit gedicht kwaad maakt, is voor mij van minder belang dan de manier waarop hij dat doet. Het gaat voor mij om het contrast tussen de titel Protest en het woord ‘Godverdomme’. Misschien had ik, nu je me deze vraag stelt, zelfs de rest van het gedicht kunnen schrappen.
Het personage wil protesteren, het enige dat in hem opkomt is ‘Godverdomme’. Wat zegt dat over het personage?
Het volgende gedicht heet ‘Actie’ en eindigt met ‘Je wilt opstaan. // Of wacht’
Het gedicht daarna gaat verder: ‘je staat op / of niet, maar in de ontkenning ligt de gedachte, / de beweging. Valt dat even mee.’
Wat is de waarde van protesteren in jezelf? Wat is de waarde van iets bedenken, maar niet tot actie over gaan?

Ik vind het wel grappig dat jij vragen terug stelt. Is vragen (met eventueel confronterende antwoorden) oproepen dat wat je met het schrijven beoogt? Protesteer je zelf door middel van dichten?
Met mijn werk vragen oproepen, bevalt me wel. In mijn vroeger werk, de gedichten die ik schreef vóór Vertraagd stilleven, wou ik vaak antwoorden leggen in mijn gedichten. Nu zegt het me meer om die antwoorden open te laten, het aan de lezer over te laten. Maar daar is durf voor nodig, en voeling, ik heb meer moeten leren spelen met het krachtige wapen suggestie.
Ik protesteer zelf niet in Vertraagd stilleven. Ik wil de lezer laten protesteren. Ik haal enkel aan.

Daar je al langer redacteur bent van het literair tijdschrift Kluger Hans, krijg ik de indruk dat je voor dit debuut je tijd hebt genomen. Kun je omschrijven hoe jij je als dichter en redacteur tot dit moment hebt ontwikkeld?
Sinds mijn achtste jaar schrijf ik gedichten en verhalen, later ben ik me vooral op poëzie gaan toeleggen. In 2008 behaalde ik een eerste eervolle vermelding in een kleinere poëziewedstrijd. In de zomer van 2009 leerde ik het podium kennen en vond het zó leuk om gedichten te brengen, dat ik er sindsdien niet meer mee gestopt ben.
Toen begon het voor mij allemaal echt. Ik ging Poëzieatelier bij Wisper volgen om aan mijn teksten te schaven, schreef me in aan de Academie (DKO) in Gent om Voordracht te volgen. Beide heb ik vier à vijf jaren consequent aangehouden, om mij als dichter verder te ontwikkelen. Ik schuimde toen ook veel podia af, zond in naar tijdschriften, voor wedstrijden en bleek daar gehoor te vinden. En vooral, het allerbelangrijkste: ik heb die jaren veel meer poëzie gelezen.
September 2015 maakte ik een reis door Andalusië, wat me de eerste gedichten voor Vertraagd stilleven opleverde. Met deze gedichten won ik de Poëziewedstrijd van de stad Harelbeke 2016, wat me een enorme boost gaf.
Ik heb in totaal twee jaren gewerkt aan Vertraagd stilleven: het eerste jaar zijn alle gedichten ontstaan. Vervolgens heb ik nog een jaar geschaafd.
Mijn (eind)redacteurschap bij Kluger Hans startte in 2015. Natuurlijk heeft het lezen van alle inzendingen die we telkens binnenkrijgen, het zoeken naar kwaliteit in de inzendingen, hierover overleggen met de andere redactieleden, als (eind)redacteur nadien vaak nog een gesprek aangaan met de auteur over het gedicht dat gepubliceerd wordt, me ook geholpen meer, of eerder sneller, inzicht te krijgen in mijn eigen schrijfwerk.