‘Ik ontvlucht het niet, ik zet het liever om in creativiteit’

 

Nafiss Nia is een Iraans-Nederlandse dichter, filmmaker, literaire vertaler, cultureel ondernemer en diversiteitsexpert. Ze studeerde Film aan de Kunstuniversiteit en Moderne Perzische literatuur aan de rijksuniversiteit in Teheran. In Nederland heeft ze Scenario-opleiding gevolgd aan de Film- en Televisieacademie in Amsterdam.
Van haar zijn twee dichtbundels-
Esfahan, mijn hoopstee (2004) en De momenten wachten ons voorbij (2012) gepubliceerd en een vertaling van Moderne Perzische Poëzie- Stegen van stilte (2007). Haar derde bundel 26 woorden voor schoonheid komt binnenkort uit bij de uitgeverij Bornmeer.
Naast poëzie heeft Nafiss korte en lange films gemaakt, in opdracht of vanuit haar eigen productiebedrijf
‘1001 Production House’ .
Sinds oktober 2012 werkt ze als artistiek en zakelijk leider voor
Stichting Granate . Granate is opgezet om kansen te creëren voor getalenteerde dichters, schrijvers en filmmakers met een niet-Nederlandse achtergrond en vooral (voormalige) vluchtelingen. Het doel is culturele diversiteit te bevorderen in de Nederlandse film en literatuur.

Het eerste dat me aan je opvalt is de enorme bevlogenheid. Heeft dat te maken met je achtergrond? (Nafiss kwam in 1992 vanuit Iran naar Nederland.)
Dat weet ik niet, ik ben daar waarschijnlijk mee geboren. Als kind was ik al zo, als ik ergens aan begin doe ik het met hart en ziel en ga ik door tot het af is. Mijn hele schooltijd en studententijd was ik lid van allerlei clubs en was ik bezig met het organiseren van allerlei activiteiten en programma’s. Dat is met mijn komst naar Nederland niet veranderd! Ik denk niet dat het iets met mijn achtergrond te maken heeft, het is waarschijnlijk meer een karaktertrek.

Het tweede: je uitgesproken mening, in je blog en je documentaires. Hoe verhoudt die zich tot de poëzie?
Mijn poëzie is maar een van de vormen waarin ik mijn gedachten, mijn mening en mijn gevoelens verwoord. Ook mijn gedichten hebben een uitgesproken onderlaag. Dat kan overigens wel te maken hebben met mijn achtergrond: ik ben opgegroeid met de grote dichters uit de Iraanse literatuur bij wie het engagement ook een wezenlijk onderdeel van hun werk is. Bewustzijn van je omgeving en daarop reageren als dichter, schrijver of filmmaker is mij met de paplepel ingegoten.

Bij een eerder interview in Meander (2008, Sander de Vaan) zeg je te hopen dat niet ieder gedicht een afrekening met het verleden is. Je bent ervaringsdeskundige bij onze huidige vluchtelingenproblematiek. Kom je niet steeds je verleden tegen?
Ik denk dat in deze vraag een aantal dingen door elkaar lopen. Ik hoop nog steeds dat niet ieder gedicht een afrekening met het verleden is. Mijn gedichten gaan soms over de vluchtelingenproblematiek, maar veel vaker over tal van andere onderwerpen, over mensen, over de relatie van mensen met elkaar en tot elkaar, over wat mensen ontroert, aanspreekt of voortbeweegt. Ook mijn gedichten over de vluchtelingenproblematiek zijn niet per se een afrekening met mijn eigen verleden. Deze gedichten zijn gemaakt om bewustwording en begrip te creëren bij het publiek. Voor ieder mens geldt dat het verleden altijd een onderdeel van je leven blijft, dus ook voor mij. Ik ontvlucht het niet, ik zet het liever om in creativiteit.

In onze recensie van je tweede bundel (2012, Levity Peters) zegt Levity Peters dat alles wat er in je leven plaatsvond, een plekje kan krijgen in je poëzie. Hoe is het anno 2017?
Dat is nog steeds hetzelfde. Poëzie is mijn leven, en mijn leven is poëzie.

Hij noemt de ‘virtuoze vanzelfsprekendheid die je eigen is’. Ik las dat je heel snel al in het Nederlands bent gaan schrijven maar Perzisch denkt. Je geeft nu een Poëziecursus in een nieuwe taal waarin je deze beide zaken combineert: Pernederlandisch. Hoe reageren de cursisten?
Eigenlijk zou je dat aan mijn cursisten moeten vragen. Tegen mij zeggen ze in ieder geval dat ze het een heel inspirerende en boeiende manier vinden om poëzie te bedrijven. Ik denk niet in het Perzisch, ik bedoel daar een manier van denken mee. Qua taal is Nederlands uiterst geschikt voor poëzie omdat je voor iedere handeling wel een werkwoord hebt. In het Nederlands heb je bijvoorbeeld het werkwoord oversteken. Dat woord kent het Perzisch niet, daarin moet je de handeling omschrijven en zeg je van de ene kant van de straat naar de andere kant van de straat gaan. Er is in het Nederlands echter een gebrek aan variatie in bijvoeglijke naamwoorden. Perzisch daarentegen is rijk aan bijvoeglijke naamwoorden, het kent soms wel 30 synoniemen voor een begrip waar het Nederlands maar één woord voor heeft. Vandaar de titel van mijn derde bundel die binnenkort uitkomt: ‘26 woorden voor schoonheid’. Dat maakt een taal lyrisch en verheven (en soms bombastisch in de ogen van Nederlanders). De combinatie van het lyrische en bloemrijke van het Perzisch en het nuchtere en praktische van het Nederlands is volgens mij de ideale combinatie voor het schrijven van poëzie en proza.

Schrijven van poëzie geeft mij de kracht om naakt en ongehinderd te kunnen filosoferen zonder daarbij te lang van stof te worden’, zei je in het interview uit 2008. Hebben jouw gedichten uitleg nodig?
Door poëzie uit ik mijn gedachten en gevoelens, ik leg ze niet uit.

Hebben beeld en taal dezelfde mogelijkheden?
Beeld en taal creëren samen veel mogelijkheden. Ik voel me rijk dat ik beide tot mijn beschikking heb.

Perzisch is suiker’ is een gevleugelde uitdrukking waarmee Iraniërs de grote liefde voor hun eeuwenoude taal weergeven. Je hebt een prachtige bundel gemaakt met vertalingen. Gaan Nederlanders ook zo met hun taal om?
Ik hoop het. Nederlanders doen graag geringschattend over hun eigen taal, maar tegelijkertijd zie ik de rijkdom van poëzie en dichters in Nederland. Ik hoop in ieder geval dat ik persoonlijk een bijdrage kan leveren aan het groeien van de liefde voor poëzie in Nederland.

Hoe onderhoud je je poëzie en hoe is de relatie tot de lezer?
Door veel lezen en schrijven. Als ik een gedicht schrijf denk ik in eerste instantie niet aan de lezer. De interactie met de lezer/luisteraar begint later, wanneer het gedicht naar mijn idee af is. De lezer vindt mij, ik zoek de lezer niet.

Van al je activiteiten noem ik tot slot nog de Stichting Granate, waarmee je o.a. het Duizendenéén Film&Poëzie festival realiseert. De nadruk ligt daarbij op getalenteerde dichters, schrijvers en filmmakers met een niet-Nederlandse achtergrond en vooral op (voormalige) vluchtelingen. Wat betekent dit voor jezelf?
Voor mij verwezenlijk ik hiermee een droom. Het Nederlandse publiek kennis laten maken met de enorme verscheidenheid aan talent in ons land, talent dat meestal door de omstandigheden waar de kunstenaar in verkeert, onzichtbaar is.