Recensie van Op de hoogte van de vogels - Dirk Kroon

Een barmhartige sentimentalist

Dirk Kroon
Op de hoogte van de vogels
Uitgever: Liverse
2017
ISBN 9789492519047
€ 35
650 blz.

Onder de titel Op de hoogte van de vogels zijn bij Uitgeverij Liverse de verzamelde gedichten van Dirk Kroon uitgegeven. Bijna zeshonderd bladzijden gevuld met teksten, waarin een prominente plaats is weggelegd voor universele thema’s als liefde en dood. Poëzie waarvan de inhoud alvast geen belemmering kan zijn om gretig te gaan lezen… Helaas voor deze dichter behoor ik niet tot de groep mensen die, omdat ze liefhebbers van schepen zijn, een schilderij van een schip automatisch een goed schilderij vinden. Maar laat ik niet teveel op mijn eigen kritiek vooruit lopen. Een voorbeeld:

Disgenoten

Wie een atlas ter hand neemt
en tijd als een fictie beschouwt,
ziet in het hart van Europa de vuren
gestookt aan Bourgondische hoven,
de druiven geperst tot een weldaad.
Die warmte stijgt op naar het noorden.

Bedenk hoe schilders in Holland intussen
hun blik lieten dwalen in verten en luchten,
en de ultieme helderheid schiepen
die het kenmerk van onze plek werd.

Wie hier nu met liefde zijn werk vindt,
neemt deze twee ingrediënten, mengt
warmte en licht, schept klaarheid en
alles wat goed doet. Zo wordt het lam
van het land gebracht naar zacht vuur –
een knisperend teken van weelde.

Iemand heeft iets te vieren of te genieten,
heft dus uitbundig de glazen.
Het ogenblik tussen gelukwens en dronk,
laat ruimte voor de verbeelding. Het wordt
een stilleven: een milde dis waarop
alleen maar fonkelende lente ligt.

Zo op het eerste gezicht geen moeilijke poëzie. Maar dat kan nog tegenvallen. Wie scherp leest ziet al gauw dat je als lezer haast geen woord letterlijk kunt nemen. Wie in een atlas de vuren die gestookt worden aan Bourgondische hoven kan zien moet misschien toch wat verder van de kachel gaan zitten. En wat is die warmte die opstijgt naar het noorden? Geen schoorsteenwarmte vermoed ik. We zouden natuurlijk kunnen denken aan het vuur van kunst en beschaving uit de Renaissanceperiode. Maar dat wordt waarschijnlijk niet bedoeld. Italië is ook niet het centrum van Europa als we de kaart goed bekijken. Mogelijk bedoelt de dichter dat wij in het noorden bepaalde joviale gebruiken van het zuiden hebben overgenomen: de weldaad van de wijn, het Bourgondische zwelgen? Het blijft gissen. In de derde strofe blijft bij alle ‘klaarheid’ die in deze strofe geschapen wordt het woordje ‘zo’ tamelijk duister. Er wordt een logisch verband gesuggereerd, maar is dat er wel? Dat de dichter het niet zo nauw neemt met letterlijke zaken en dus ook niet met plastische blijkt eveneens uit de laatste strofe. Iemand heft daar meerdere glazen tegelijk. Tenminste, als we de laatste vier regels in ogenschouw nemen (ach, je kunt natuurlijk niet snel genoeg dronken worden).

Woorden in hun letterlijke betekenis zijn absoluut functioneel. Het zijn net ankers die voorkomen dat een schip wegdrijft. Dit gedicht van Dirk Kroon heeft iets van een schip dat aan het wegdrijven is: het geeft geen houvast. En het oogt een beetje nevelig: de logica dreigt uit het zicht te verdwijnen.
Misschien dat dempende adjectieven, zoals zacht en milde, dit effect nog versterken. De dichter lijkt scherpe contrasten te schuwen. Toegegeven, dat heeft ook voordelen: zwakke overgangen of een onlogische gedachtegang vallen daardoor minder op. In de derde strofe bijvoorbeeld, wordt een lam van het land naar ‘zacht vuur’ gebracht. Dat is niet alleen beschaafd, maar versluiert ook de wreedheid tegenover het lam dat voor ‘alles wat goed doet’ wordt opgeofferd.
Er zitten ongetwijfeld voordelen aan een wollige stijl. Maar de nadelen zijn groter: de zeggingskracht van een gedicht lijdt eronder als er weinig contrast is. Het gedicht krijgt minder profiel (men onthoudt het minder goed) en het straalt iets tams uit: alsof het de dichter aan durf ontbreekt. Het blijft steken in een veilige (conventionele) gedachtegang: in sentiment.

Een ander gedicht om dit nog wat meer te verduidelijken:

Gegeven

Je neemt de krant
en ziet de wereld.
Wat je niet kunt verdragen
lees je mij voor.

Ik staar naar jouw hand –
de diamant die je daar draagt
is harder dan de kale feiten.

Een statement: liefde is sterker dan de wereld, zoiets. Die diamant is blijkbaar een gift en zit daar niet zomaar. Maar ook hier een denkfout: er worden appels met peren vergeleken. Het hard zijn van de diamant heeft niets te maken met het hard zijn van ‘de kale feiten’. Bovendien: de diamant is waarschijnlijk niet gegeven omdat hij hard is, maar omdat hij mooi is. Dus ‘de mate van hardheid’ is niet een correcte dimensie om deze zaken met elkaar te vergelijken.
Ook in dit gedicht is er sprake van sentiment. Sentiment: die gemeenplaats van ingesleten gevoelens die wij allen hebben; gevoelens die in het verleden zijn gecreëerd en waarop heden nog gedreven wordt; gevoelens waardoor van te voren veilig verondersteld kan worden dat een lezer het met de daarbij passende en gegeven gedachtegang wel eens zal zijn. Een gedachtegang die daarom misschien ook niet zo heel precies hoeft te worden weergegeven… Of wel? Nu ja, het hangt er vooral van af wat we onder poëzie verstaan (wie veel sentiment in poëzie kan verdragen zal deze recensie niks vinden). Zelf kan ik er niet zo goed tegen. Ik heb het al eens eerder beweerd: om een goede dichter te zijn moet je scherp kunnen denken. Wat dus in dit verband betekent: denken zonder sentiment. Kroon is een bewonderaar van Achterberg. Dat is een heel goede dichter, ongetwijfeld. Maar ook een dichter die goed kan denken en vooral: een dichter (bijna) zónder sentiment (op het psychopatische af). In poëtisch opzicht een tegenpool van Dirk Kroon.

Gelukkig is het sentiment niet in alle gedichten even sterk aanwezig:

Elkaar

Je bent elkaar
te dicht genaderd,
verzet is nagenoeg onmogelijk –
je zou jezelf verwonden
als geen ander.

Kort en bondig formuleren bevordert soms de zakelijkheid. De twee laatste regels zijn de kers op de taart van dit gedichtje. En dan zijn er nog gedichten als deze:

Hoog bezoek

Het kwam niet om te nestelen
maar om even te verblijven,
voordat de winter overging.

Het heeft op ons balkon
een warme plek gezocht.
Het rilt en trilt soms,
bolt zich met z’n veertjes
tegen al te schrale wind.

Eerder dan de dag aanbreekt
zingt het al het zonlicht toe
in het donker van ons leven.

Het grote in het kleine. Vooral omdat het kleine op meerdere manieren is te duiden. Een gelovige zou hier een goddelijke aankondiging in kunnen zien voordat de winter van het leven (de ouderdom) voorbij is en de dag (van zijn dood) aanbreekt. ‘Het’ (geen vogel, maar een engel met veren dus; de bundel had ook Op de hoogte van de engelen kunnen heten) zingt hem al vóór zijn dood het goddelijke licht toe. En nu ik toch Christelijk zo goed op dreef ben: men vergeve het mij: ik vind dat poëzie meer moet zeggen dan wat er staat.