Recensie van Vrije val met hindernissen - Lief Vleugels

Je zwijgende stem tegen de mijne

Lief Vleugels
Vrije val met hindernissen
Uitgever: Uitgeverij P
2017
ISBN 9789492339386
€ 17,00
64 blz.

De fraai uitgegeven, vierde dichtbundel Vrije val met hindernissen van Lief Vleugels is evenwichtig opgebouwd. Ze bestaat uit drie afdelingen van elk zestien titelloze gedichten. In de bundel verwerkt de dichteres het verlies van haar dochter, die zichzelf in 2014 van het leven benam door in Tsjechië van een brug te springen. Nadat de dichteres een jaar later zelf van de trap viel – voor haar niet alleen een parallelle, maar ook ‘een hallucinante ervaring’ – ontstond tijdens de ‘ziekenhuisopname en herstelperiode’ deze bundel met gedichten.  

Elke afdeling in deze bundel is vanuit een ander perspectief van drie personen geschreven. In de eerste afdeling staat de moeder centraal met haar rouwproces en alle gevoeligheden die daarbij een grote rol spelen, zoals o.a. het schuldgevoel. In de tweede afdeling is het leven van haar dochter met alle herinneringen en alle dierbare momenten het onderwerp van Vleugels’ poëzie. De relatie tussen hen beiden speelt daarbij voortdurend een rol. In de derde afdeling gaat het om de relatie van de dichteres met haar levenspartner. De vraag is daar: hoe gaat hij om met de situatie waarin zijn vrouw terecht is gekomen na het verlies van haar dochter?       

In de eerste afdeling ‘Met gebroken handen’ ontmoeten we in de gedichten een zoekende dichteres. Ze komt in het rouwproces terecht in een omgeving waarin goed bedoelde adviezen worden gegeven. Ze vraagt zich af wat haar positie als dichteres is, wanneer ze geconfronteerd wordt met zo’n groot verlies. Ze zoekt in haar herinneringen naar gebeurtenissen die haar helpen om afstand te kunnen nemen van het gebeurde. Het zijn vooral de vragen die ze aan zichzelf stelt, die haar gedichten emotionele diepgang geven, temeer omdat je (als lezer) weet dat veel vragen onbeantwoord zullen blijven. Ook gedichten zijn soms niet meer dan pogingen om vat te krijgen op de werkelijkheid, die zich op sommige momenten meedogenloos aan je presenteert. Het zijn vragen als ‘Waar dwaalt ze, het kind dat haar leven gaf?’, ‘waar dwaalt ze de moeder die mij de dood in zoogde?’ en ‘Waar dwaalt het kind dat haar borsten voedde?’. Het zijn de nachten die voor haar bedreigend zijn, maar ‘De nacht zelf geeft geen antwoord / stelt zijn naakte vragen’. De adviezen, de vragen, wie ze is en waar ze staat zijn terug te vinden in het tweede gedicht:

Altijd weer het slapeloze verlangen
om niet te zijn, dit slapeloze lijf.
Waar dwaalt het kind dat haar borsten voedde?
De knokkels tot bloeden geslagen

Niet doen, fluisteren de doden.
Vermijd pijnlijke woorden
ze zeggen niet wat ze tonen.
Wees op je hoede voor alles wat waar is.

Je bloedt niet, dicht het de kamer toe
de schaduw die je zelf geworden bent.
Blijf bij de les en leer met minder zetten
uit te spelen. Weet dat tenslotte de verliezer wint.

Altijd vroeg in de ochtend, de nacht is vergaan
maar niet voorbij. Als de zandman
zich eindelijk ontfermt, blijkt bedrog
en tast zij in het donker naar beduimeld leed

Naast de dichteres als moeder en haar dochter treedt in de gedichten ook ‘De man’ op, die probeert zijn partner te beschermen voor het leed dat haar is overkomen. Hij ‘waakt als een cipier’. Het breuk-motief komt in allerlei hoedanigheden voor in deze afdeling, zoals in ‘Er is meer in haar gebroken / dan haar gebroken lijf’ en ook in relatie tot haar partner: ‘Er zijn geen botten meer / die nog kunnen breken / slechts breuken die nooit zullen helen / wat hij niet kan begrijpen’. Sommige metaforen die de dichteres hanteert, zijn opvallend. Ze verwijzen naar de fantasiewereld van een spelend kind. Het begrip slaap verbeeldt ze met ‘De zandman’ en de werking van de medicijnen verwoordt ze met de omschrijving ‘toen chemische soldaatjes oorlog speelden’.

In de tweede afdeling ‘Matilde’ probeert de dichteres door gedichten te schrijven en daarin de jeugd van haar dochter terug te halen, structuur aan te brengen in haar leven. Dat kan bijdragen aan haar persoonlijke rouwverwerking. Beelden van vroeger hoe ze zich gedraagt, nauwkeurige herinneringen hoe ze er bij zit, woorden die ze spreekt, alles is bruikbaar. De dichteres is voortdurend op zoek naar de dierbare momenten, die in een volgend gedicht in één keer verdwijnen, als haar dochter wordt opgenomen:

Ze hebben haar van de straat geraapt
als een dief, een moordenaar
met loeiende sirenes naar het gekkenhuis.

Achter gesloten muren rammelen tralies
loopt ze van deur naar deur
haal me hier weg, ik ben onschuldig.

Rest het eindeloze wachten van de moeder en de nutteloze pogingen haar vrij te krijgen. Ze denkt aan haar wensen, haar gesprekken, haar uitspraken en haar levensverwachting tot de sprong van haar dochter vanaf de brug in het Tsjechische Horni en later aan haar eigen val van de trap, die zij een ‘Vrije val met hindernissen’ noemt, een ‘vertraagde versie van haar sprong’, de sprong van haar dochter dus. Ze twijfelt of ze naar Horni wil. Dit doet ze met een verwijzing naar de beginregel van ‘De moeder de vrouw’, Nijhoffs beroemde gedicht: ‘Ik wil / naar Horni om de brug te zien.’

‘Panta rhei’ ofwel ‘Alles stroomt’ is de titel van de derde afdeling. Het is een uitspraak, die wordt toegeschreven aan de Griekse filosoof Heraclitus. Het is ook de titel van de in 2015 verschenen roman van haar hand over de dood van Matilde. Het zijn de gedachten van de man die aan het bed van zijn levensgezellin waakt, nadat zij van de trap gevallen is:

Gebroken waakt hij bij het bed, zwijgt
en luistert naar wat ze niet zegt, wacht
op onuitgesproken woorden. Laat het
komen, liefste, alles wat in je brak mag
helen, laat het stromen, Panta Rhei.

De tijd gaat verder (‘Bijna winter alweer’), en de overleden dochter zorgt voor een verwijdering tussen de dichteres als moeder en haar partner: ‘Ze slaapt tussen hen, liefste van zijn geliefde’. En wanneer het Nieuwjaar is, gaan zij op de vlucht voor het jaar dat komen gaat. De tweespalt in hun verhouding wordt duidelijker. De moeder: ‘Zij noteert in een agenda / niet te vergeten dagen’ en de man schrijft ‘dagen om over te slaan’ op. Uiteindelijk wil ze op reis, de man vindt het goed. De voortdurende donkere nachten lijkt ze achter zich gelaten te hebben. Er gloort weer hoop, er dient zich weer een toekomst aan: ‘En dan lacht plots weer de dag / breekt door de nacht’. Het laatste gedicht van de bundel bevat deze wending, dit breekpunt. Eindelijk zijn de negatieve, slapeloze nachten doorbroken. De bundel eindigt aldus: de vrouw wil ver weg, ‘eindeloos ver van hier’. Het ziet ernaar uit dat zij vat gekregen heeft op tijd en ruimte. Ze wil ‘eindeloos / naar het leven happen’.        

Tot slot. Vormtechnisch is in Vrije val met hindernissen het gebruik van het parallellisme opvallend. Door de herhaling aan het begin van een nieuwe strofe in een gedicht wordt de inhoud van een strofe versterkt en krijgt het gehele gedicht de vorm van een litanie. Dit treffen we aan in de eerste afdeling in een gedicht dat is opgebouwd met zes ‘En dan’- strofen, waarin de dichter in de tegenwoordige tijd herinneringen uit het leven de dochter terughaalt. In de twee openingsgedichten (of is het er toch één) krijgt de versregel ‘Alleen maar omdat ik moeder ben’, die vier keer herhaald wordt een bijzondere kracht en geeft het de dichteres een steeds uitzonderlijker positie ten opzichte van haar onderwerp. Ook het herhalen van het woord ‘Hoe’ in drie achtereenvolgende gedichten benadrukt en verbindt het anekdotische van de herinneringen van de dichteres aan haar dochter. Er zijn er nog meer. De herhaling van ‘Gebroken…’, ‘Dat ze moe wil worden,…’ en ‘Dat alles weer…’ in de derde afdeling, geeft de poëzie een evocatieve kracht, omdat Lief Vleugels steeds weer deze stijlvorm blijft gebruiken in haar gedichten. De toepassing van deze stijlvorm is de basis van deze bijzondere, zeer persoonlijke dichtbundel.

***
Lief Vleugels (Herentals, 1953) schrijft romans en poëzie. Ze was als docent verbonden aan de Antwerpse SchrijversAcademie en de Schrijversvakschool in Paramaribo. Haar poëziebundels Getij (2005), In de adem van Zeus (2007) en Mensen (2008) werden uitgebracht door Uitgeverij P in Leuven. Zij publiceerde verhalen en gedichten in diverse bloemlezingen en literaire tijdschriften. In 2015 verscheen de (auto)biografische roman Alles stroomt, over het leven en de zelfdoding van haar dochter.