Interview met Laura Demelza Bosma

Schrijven als pijn en extase

 

Laura Demelza Bosma (1986) –Demelza als tweede naam omdat er tijdens haar schrijfopleiding nog een Laura was – debuteerde in 2007 met de bundel Zo vliegen de walvissen . In 2010 verhuisde ze door liefde gedreven naar Oostenrijk en kreeg daar drie kinderen. Komend jaar zou haar tweede bundel verschijnen, maar het liep helaas anders. Laura blijft echter vol verwachting. Zeker nu ze haar rijbewijs heeft gehaald.
Kinderloze Rob de Vos probeerde te achterhalen wat zijn Meandercollega nu toch eigenlijk bedoelt met ‘barend schrijven’.

In 2007 verscheen je debuutbundel. Hoe zag je leven er toen uit?
Ik was tweedejaars student Writing for Performance aan de HKU maar de stad Utrecht was eigenlijk nog wat te indrukwekkend voor mij. In het eerste jaar reisde ik nog met de trein op en neer vanuit Friesland waar ik woonde met mijn toenmalige vriend. Tijdens dat tweede jaar vond ik een kamer in Utrecht maar ik ging nog steeds elk weekend naar huis. Ik had moeite met spreken in de klas, dacht veel te veel na over mezelf en anderen.

Hoe belandde je op die HKU?
Mijn uitgangspunt was vanaf het begin poëzie schrijven. Omdat ik als achttienjarige de landelijke Kunstbendefinale categorie taal en de Slauerhoff poëzieprijs had gewonnen en een voorronde van Writenow! besloot ik met mijn studie Creatieve Therapie te stoppen om me in het schrijven verder te kunnen ontwikkelen en daar mijn beroep van te maken. Het theaterschrijven en vooral ook de theaterwereld was nieuw voor me maar het schrijven lag me wel. Ik had een duidelijke eigen stem op papier en die groeide genoeg om de studie met succes af te kunnen ronden. Het ‘socializen’ kreeg ik in dat vierjarige tijdsbestek helaas niet onder de knie. Ik droeg trouwens wel graag en regelmatig op allerlei podia voor en deed ook mee aan poetry-slams, dus in die wereld had ik wel leuke contacten. Achter de woorden die ik schreef kon ik heel krachtig staan.

We zijn nu tien jaar verder en inmiddels woon je met man en drie kinderen in Oostenrijk, in een huis op het platteland met een grote tuin. Al die veranderingen hebben je poëzie vast beïnvloed. Op welke manieren, denk jij?
Door verschillende ervaringen in mijn privéleven gedurende het vierde studiejaar ging ik heel anders in het leven staan en kreeg ik ook heel andere interesses, bijvoorbeeld yoga, blotevoetendansfeestjes en naar de ashram gaan. Het gekwelde kind uit Zo vliegen de walvissen begon helemaal op te bloeien en dit had een directe invloed op mijn poëtische stem. De nieuwe stem was van iemand die simpelweg smoorverliefd was geraakt op het leven. Ik bleef voordragen op dezelfde podia maar kreeg van tijd tot tijd het gevoel niet meer op de juiste plaats te zijn. Ik voelde me als een mens die plots ontdekt naakt op het podium te staan.

Hoe bedoel je dat?
Ik kon alles doen waar ik van hield en wat ik wilde maar fladderde uiteindelijk alleen maar wat rond en ik miste daarbij een paar geaarde voeten. Daarom genoot ik ook zeer van mijn bijbaantje in de biowinkel want daar voelde ik de aarde wel. Ook als ik kookte en mijn kamer mooi maakte. In die situaties begon ik me een moeder te voelen en over het schrijven dacht ik: ‘ Ik wil eerst moeder worden want dan gaat mijn schrijven pas echt weer ergens over, en dan is dat werkelijke belangrijker voor me dan het schrijven. Ik wilde eerst een leven en dan daarover schrijven, in plaats van andersom.’

Is geen vreemde gedachte toch?
Op de academie werden veel van die mythen juist ontkracht, je hoeft datgene waar je over schrijft niet zelf te hebben beleefd. Maar zoals ik al zei, ging ik door die persoonlijke ervaringen heel snel in een hele andere richting. Ik werd ineens het soort mens dat kan zeggen: ‘Ik schrijf vanuit mijn baarmoeder.’ Dus hoe is mijn schrijven veranderd? Het heeft voeten gekregen. Ik vind dat mijn werk rijker is geworden en veelzeggender op een minder theatrale, dramatische manier. Er is nu veel meer liefde dan verlangen hoewel ik wat dat betreft niet positief discrimineer. Met dat laatste wil ik zeggen dat ik de scherpe gedachten en grillige beelden nog steeds waarneem en neerpen. Ik zie het een niet per se als beter dan het ander. Mijn kinderen en thuis behoren nu zeker ook tot mijn favoriete thema’s, waarbij ik het zorg willen dragen ook graag doortrek naar globaal niveau. Zo komt het moederinstinct in een gedicht naar boven om aan de Apocalyps zin te geven.

‘Schrijven vanuit je baarmoeder’ oftewel ‘barend schrijven’, zoals ik het je ook wel eens heb horen noemen: kun je aan mij als kinderloze man uitleggen wat je daarmee bedoelt?
Als je kijkt naar het metafysische concept van de chakraleer, dan zie je dat ter hoogte van de onderbuik vlak onder de navel het tweede chakra zit. In Sanskriet wordt dit chakra Swadhistana (zoetheid) genoemd en het is verbonden met het uiten van emoties, sensualiteit, seksualiteit en creativiteit. Dat zowel baby’s als creatieve uitingen daar ontstaan is dus zeker niet een heel nieuw door mij bedacht idee. Lichaam en geest zijn volgens deze filosofie een eenheid en daarom zijn beide onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Een gedicht komt uit mijn binnenste en moet daar groeien. Ik kan niet over wat ik in de wereld waarneem schrijven voordat ik het heb verinnerlijkt alsof het een deel van mezelf is. Voor ik een gedicht schrijf, voel ik me vaak onrustig, echt letterlijk alsof er een ei komt. Ik moet me ervoor afzonderen anders komt het niet en zo heeft een vrouw tijdens de weeën ook behoefte aan die rust. Zet er een tl-lamp en vijf dokters bij en de weeën ebben hoogstwaarschijnlijk weg. Soms ben ik ineens bang dat ik het niet meer kan, dat schrijven maar de drang is uiteindelijk altijd groter dan dit bedachte zelf. Zo bereiken vrouwen tijdens de bevalling ook vaak een punt dat ze denken ‘Ik kan dit niet’, maar de drang te baren laat zich niet zo gemakkelijk stop zetten. Schrijven is voor mij zowel met pijn als met extase verbonden; wat een alledaagse, hoog geconcentreerde zwoeghouding niet uitsluit trouwens. Ik schaaf en herschrijf. Als je kinderen met gedichten wilt vergelijken kun je zeggen dat het herschrijven de opvoeding is. Als moeder voed ik niet alleen mijn kinderen op maar vooral ook mijzelf als mens in het algemeen.

Is barend schrijven genderneutraal?
Ja, in die Oosterse termen hebben alle mensen daar hun chakra voor creativiteit zitten. Er zijn vast en zeker mannen die zichzelf buikschrijver zouden noemen, als ze mochten kiezen tussen hart, hoofd of buik. Helene Cixous sloot trouwens in haar theorie over het vrouwelijk schrijven, Écriture féminine, ook de man niet uit en noemt James Joyce als een voorbeeld. Als afstudeerthema aan de HKU koos ik surrealistische theaterteksten, teksten zonder opbouw of een totaal andere dan een klassiek drama, die meeslepend zijn in plaats van voortstuwend. Deze teksten zou ik als ‘gebaard’ kunnen benoemen en ze stamden alle vier van de hand van een man. (Antonin Artaud, Federico Garcia Lorca, Jan Fabre en Peter Verhelst)

Wil je met je gedichten ook andere mensen opvoeden?
Nee, opvoeden is ook niet een woord dat ik normaal voor volwassenen zou gebruiken, dat klinkt wat belerend. Een andere reden dat ik moeder wilde worden en later doula (coach van de vrouw tijdens zwangerschap, geboorte en daarna) is dat ik er geen vinger op kon leggen wat het effect is van mijn gedichten en ander schrijfwerk. ‘Verontrustend’ was een compliment dat ik kreeg voor mijn werk en daar heb ik over gepiekerd. Wil ik verontrusten? Is dat iets goeds? Als het kunst betreft blijkbaar wel en ja ik zoek die gelaagde beleving zelf ook in kunst, maar toch wilde ik op een meer directe manier iets goeds doen voor mensen. Inmiddels lukt het me steeds beter het eventuele effect van mijn werk bij de lezer te laten. Natuurlijk hoop ik wel dat ik ergens een welluidende en het liefst ook ecologisch verantwoorde snaar raak, inspireer, dat die vlam wordt doorgegeven maar of dit nou wel of niet gebeurt, verandert niets aan de kwaliteit van mijn creatieve expressie op het moment dat ik het schrijf of voordraag. Eigenlijk wil ik vooral mijn kinderen laten zien dat het mogelijk is je eigen weg te gaan door ze dat voorbeeld te geven en dat doe ik o.a. door het schrijven van poëzie. Zo gezien is het feit dat ik schrijf en schilder en daar duidelijk zichtbaar voldoening in vind, ook deel van de opvoeding van mijn kinderen. Mijn verloofde zei op een moment dat ik me onzeker voelde over hoe mijn werk ontvangen zou worden: ‘Beeld je in dat je het voor je kinderen maakt’ en die gedachte heeft me inderdaad geholpen bij het loslaten van de verdere bestemmingen van mijn werk.

Je bent al een hele tijd bezig met het maken van illustraties voor een prentenboek voor kinderen over thuis geboren worden, Born at home . Kun je iets meer vertellen over dat boek?
Born at home bedacht ik met mijn kennis als doula en de ervaring van de drie geboortes van mijn kinderen. Ik ontdekte dat er weinig prentenboeken te vinden zijn over de geboorte die thuis plaats vindt. Ik ben mijn hele leven al gek op prentenboeken, mijn moeder geeft ze me ook nog steeds cadeau. In het illustreren en schilderen kan ik mijn liefde voor kleur kwijt en daar ervaar ik dan een simpel geluksgevoel bij. In tegenstelling tot het schrijven wringt er helemaal niets bij het schilderen, misschien omdat daar door het ontbreken van een academische achtergrond het vergelijken met anderen en de onzekerheid ontbreekt. Het verhaaltje van het boek is simpel: Robin krijgt een broertje of zusje dat thuis geboren zal worden. Hij wordt bij de voorbereidingen van een natuurlijke thuisgeboorte betrokken, leeft daardoor (samen met zijn draak) mee en leert de geboorte als iets moois te zien. Het boek zal waarschijnlijk net als mijn onlangs verschenen Engelstalige dichtbundel verschijnen bij de Australische Tandava Press en dan meteen in drie talen, Duits, Engels en Nederlands, verkrijgbaar zijn.

Van welke poëzie ben je ondersteboven?
Lorca, Deborah Digges, Mebdh McGuckian, Marije Langelaar en Dorien de Vylder zijn nu de eerste vijf waar ik aan denk.
Vraag me morgen weer en het zou er weer net wat anders uit kunnen zien.

Je tweede Nederlandstalige bundel zou komend jaar verschijnen bij uitgeverij Stanza, maar dat ging vanwege de gezondheid van Ton van ‘t Hof niet door. Hoe heb je dat ervaren?
Toch wel als een schok, een rare cocktail van emoties. Medeleven voor Ton van ‘t Hof maar tegelijk toch ook een grote teleurstelling voor mezelf. Door Stanza’s ‘ja’ voor mijn manuscript voor Volle Wolfsmelk stelde ik me voor dat de deur naar het Nederlandse poëziewereldje voor mij weer open stond. Ik dacht al vooruit, over de kaft, de bundelpresentatie en was wekelijks aan het bijschaven. Als ik nu terugkijk is het toch vooral een goede lenigheidsoefening voor mijn vertrouwen geweest, dat die tweede bundel er echt wel gaat komen. Dat vertrouwen heb ik nu, al heb ik nog geen idee van het hoe en wat.

Door je verhuizing naar Oostenrijk ben je het directe contact met het Nederlandstalige poëziewereldje min of meer verloren. Welke gevolgen heeft dat?
Ik vind het vooral erg jammer dat ik niet meer voor kan dragen, dat deed ik bijzonder graag. Misschien dat een dichter die regelmatig voordraagt ook interessanter is voor een uitgeverij, omdat op die manier meer boekjes verkocht kunnen worden? Gelukkig is er het internet en kunnen verminderde mogelijkheden ook een bijdrage leveren aan het vergroten van de creativiteit. Nu ik mijn rijbewijs heb kan ik sparen voor een paar technische snufjes om op voordraag- en ook zanggebied meer via het internet te kunnen doen. Dat ik vrijwilligster ben voor Meander heeft de verbinding met het circuit trouwens wel al verbeterd en als de bundel er is, kom ik sowieso ook weer voordragen in Nederland.

Publicaties van Laura Demelza Bosma

  • Laura Demelza Bosma – Zo vliegen de walvissen (2007)
    Uitgeverij Holland, ISBN 9789025110284
  • Heath R. Thompsom (words) en Laura Demelza Bosma (art) – The Path That Weaves Through Clouds (2016)
    Tandava Press, ISBN 9780994377975
  • Laura Demelza Bosma – The Call Of The Ink Bird (2017)
    Tandava Press, ISBN 9780995358157