Gedichten

door Atze van Wieren (1943)
Atze van Wieren (1943) publiceerde in diverse tijdschriften. In veel verzamelbundels is werk van hem opgenomen. Hij won meerdere prijzen, waaronder de SNS- Literatuurprijs 2002 voor een cyclus van zeven gedichten. In 2006 verscheen bij Uitgeverij IJzer te Utrecht zijn vertaling van de Duineser Elegien van Rainer Maria Rilke onder de titel De elegieën van Duino. Bij dezelfde uitgever zag in 2008 zijn poëziebundel Grondstof het licht. In 2011 volgde Bedevaart, zijn derde bundel Eeuwig leven verscheen september 2017. Met het Gronings dichterscollectief WP99 realiseerde hij tot nu toe drie uitgaven: Poëzie op Sokkels, Suiker en Van liefde en koude min. Hij woont sinds 2016 in de stad Groningen, als Fries om ûtens.
 

Watt

Het denken kwam en zal ook ooit weer gaan:
de kosmos is een tombola met prijzen
waar niemand ook maar van heeft kunnen dromen.

Ons brein een schakelkast waarin neuronen
wonderlijke verbindingen leggen,
sluiten ze kort dan word je gek.

In het donker zijn we bang,
daar vonden wij vrij snel iets op:
we lieten een god het licht aandoen.

Met kennis van nu een vergissing, één roept
om minder watt, een ander om meer,
we slaan elkaar dáárom de hersens in.

Ons denken kwam en zal ook ooit weer gaan,
planeten zullen bloeien als een roos,
van ons denkwerk zal geen heugenis meer zijn.

Vraag

Mijn onderdelen vallen uit elkaar.

Geen nood, atomen maken om
het even waar hun vreugdedans.
Mijn eiwit valt uiteen tot hergebruik.
Een bacterie stribbelt nogal tegen
maar vindt geheid een nieuw tehuis.

Ja, er is veel eeuwigheid in mij.

Maar zeg eens, waarheen gaat de pijn
waar stapelt zich het hartzeer op
waar moet je voor mijn liefdes zijn
en waar blijft het lied in mijn mond,
is er een pakhuis voor dakloos geluk?

Zeg me, waar gaat verlangen heen.

Uit: Eeuwig leven, uitgeverij IJzer, Utrecht, 2017