Recensie van Willem Elsschot. Dichter - Koen Rymenants & Carl de Strycker

De bijvangst van een prozaïst

Koen Rymenants & Carl de Strycker
Willem Elsschot. Dichter
Uitgever: Polis
2017
ISBN 9789463102902
€ 22,50
304 blz.

Willem Elsschot is nationaal erfgoed. Voor Vlamingen én Nederlanders. De schrijver die zijn werk aan het begin van de 20-ste eeuw maakte, leefde onder zijn echte naam Alfons De Ridder van 1882 tot 1960. Hij wordt beschouwd als één van de beste schrijvers van het Nederlands taalgebied. Elsschots werk wordt nog steeds verkocht en nog steeds gelezen. Er wordt ook ontzettend veel óver hem geschreven. Elsschot is een drieëenheid: de huisvader, de zakenman en de schrijver. En al die losse elementen liepen nauwelijks door elkaar, hoewel zijn biograaf Vic van de Reijt daar wat genuanceerder tegenaan kijkt. Hoe dat allemaal werkte en wat zoal zijn werk heeft beïnvloed, overal zijn studies over gemaakt of zijn nog in voorbereiding. Er is zelfs een Willem Elsschot Genootschap  dat elke vorm van studie stimuleert over zowel de persoon Alfons De Ridder als het werk van de auteur Willem Elsschot.

De bundel Willem Elsschot. Dichter, verzorgd door Koen Rymenants & Carl de Strycker past in die reeks publicaties. De auteurs hadden graag een vraagteken achter de titel gezet, want dat is wat wordt onderzocht. Elsschot heeft vooral zijn naam en faam te danken aan zijn proza. Van zijn gedichten is ‘Het Huwelijk’ een monument geworden, maar de rest was vast in de vergetelheid geraakt als Elsschots naam er niet aan was verbonden. In Pfeijffers bloemlezing van 2016 komt Willem Elsschot niet eens voor en dat is gek omdat hij in zijn inleiding aangeeft toch ook wat gedichten opgenomen te hebben die dan wel in zijn ogen ‘objectief slecht’ zijn, maar die zo bekend zijn ‘dat ze tot ons collectieve poëtische geheugen zijn gaan behoren’. Dat geldt natuurlijk zeker voor ‘Het Huwelijk’!

Kijken we naar de omvang van Elsschots dichterlijke oeuvre: mijn exemplaar van Elsschots Verzameld Werk bestaat uit 770 pagina’s. Daarvan zijn er 27 gevuld met poëzie. Dat is minder dan 4%! De samenstellers op pagina 11: ‘Dat Elsschot enkele klassiek geworden, vaak gebloemleesde gedichten schreef én een aantal onsterfelijke regels aan het taalgebruik toevoegde, is des te opmerkelijker omdat hij eigenlijk maar één dichtbundel publiceerde. In zijn oorspronkelijke vorm – Verzen van Vroeger (1934) – bestond die uit slechts tien gedichten, de definitieve versie – het deel Verzen (2004) in de wetenschappelijke editie van het Volledig werk – telt er nauwelijks meer dan twintig. Al met al blijft Elsschots poëzie dus de bijvangst van een prozaïst.’

Over dat oeuvre worden, naast de inleiding, 24 artikelen geschreven, samen goed voor meer dan 300 pagina’s. Elk gedicht krijgt een eigen verhaal vanuit degelijk wetenschappelijk perspectief want de meeste auteurs zijn verbonden aan de universiteiten van België en Nederland en hebben allemaal ervaring met het werk van Willem Elsschot. Die enorme deskundigheid maakt het boekje dan ook wat zwaar te verteren op zijn tijd. Gedichten worden tot op het bot gefileerd, elke afwijking in het ritme heeft een betekenis, elk woord wordt met al zijn betekenissen afgezet tegen het geheel. En niet alleen de gedichten zelf kennen grondige analyses. De auteurs kennen het hele oeuvre en dus worden er verbanden gelegd met het proza. De geest van Laarmans, een van de alter ego’s van Elsschot, komt regelmatig opdraven. Er zitten elementen uit gedichten in Lijmen en in Kaas en dat geldt andersom ook. De dichter Elsschot is interessant vanuit de optiek van de prozaïst Elsschot.

Zelfs het artikel over ‘Het Huwelijk’ van Paul Claes, zelf dichter, is zwaar op de hand en dat terwijl het drie grappig bedoelde bewerkingen behandelt. Adriaan van Dis, Kees van Kooten en Tom Lanoye schreven gedichten met een duidelijke verwijzing naar het origineel. Ze worden gemangeld: onbeholpen alexandrijnen, platheid, oubollige leukigheid, stroef en clichématig, een kaakslag voor de subtiele stilist Elsschot, ongelukkige wendingen. Claes: ‘Het is een pikant experiment de kwaliteit van het model aan te tonen door het te vergelijken met de imitatie. De beste strofe van Lanoye is de vijfde, waarin maar één woord is veranderd.’ Handen af van meester Elsschot, zelfs een geintje wordt niet gewaardeerd…

Maar hoe subtiel was dichter Willem Elsschot eigenlijk? In zijn proza staat dat buiten kijf maar in zijn gedichten zijn passages aan te treffen die zo uit een smartlap komen wandelen. In de bijdrage van Hans Vandevoorde over ‘Bij het Doodsbed van een Kind’ lezen we dat Elsschot kennis moet hebben gehad van de Rotterdamse zingende volksdichter (singersongwriter noemen we dat tegenwoordig) Koos Speenhoff. In die context krijgen de sentimentele en harde beelden veel meer een betekenis. Over dat stervende kind:

(..)

En heeft een uwer een ervaren
en hooggeleerd en vruchtbaar brein:
hij zegge mij of ‘t waar kan zijn
dat haar de wormen zullen sparen.

En de vierde strofe van ‘Spijt':

(…)

Maar de jaren zijn verstreken
en de kansen zijn verkeken.
Moest die kist weer opengaan
geen stuk vleesch zat er nog aan.

(…)

En dat gaat dan over de moeder van de lyrische ik. Een vrouw die hij bemint en bewondert. Veel van zijn gedichten zijn gericht aan zijn moeder. Zelfs het gedicht gericht aan zijn echtgenoot Fine is eigenlijk gericht aan de moeder Fine, die toch ook een beetje de moeder van de echtgenoot was. En in al die gedichten klinkt spijt door. Spijt voor eerder handelen of juist het uitblijven van handelen. Dezelfde spijt die ten grondslag ligt aan Lijmen en Het been. Daar is veel over te schrijven en dat hebben de deskundigen dan ook gedaan. De Elsschotbibliotheek is uitgebreid met nieuwe inzichten. Boeiend voor Elsschotfanaten, iets minder voor poëzieliefhebbers.

***
Koen Rymenants (1977) promoveerde op het proza van Willem Elsschot en is bestuurslid van het Willem Elsschot Genootschap. Hij is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de subfaculteit Literatuurwetenschap van de K.U. Leuven. Carl de Strycker (1981) is directeur van het Poëziecentrum (hét kennis- en expertisecentrum in Vlaanderen en Nederland voor Nederlandstalige poëzie, buitenlandse poëzie in Nederlandse vertaling, Nederlandstalige poëzie vertaald in andere talen en Zuid-Afrikaanse poëzie). En hij is hoofdredacteur van de Poëziekrant.