Recensie van Dwangarbeider van de poëzie - André van der Veeke

Dwang werkt meestal niet

André van der Veeke
Dwangarbeider van de poëzie
Uitgever: Liverse
2017
ISBN 9789492519221
€ 19,50
140 blz.

Om een of andere reden houden we van ronde getallen. Als er kenmerken zijn, worden er altijd drie genoemd, nooit twee. Favoriete getallen zijn zeven, tien, twaalf. Dertien wordt vaak vermeden, maar honderd vinden we een lekker ‘rond’ getal en het wordt in zekere zin als volmaakt ervaren. De ondertitel van de bundel Dwangarbeider van de poëzie luidt: ‘honderd geselecteerde gedichten’. Op het eerste gezicht denk je, dat is heel wat, maar na bestudering van de bundel moet ik denken aan de uitspraak: niet het vele is goed, maar het goede is veel.

Van de hand van André van der Veeke zijn zeven bundels verschenen, wat alleszins bewonderenswaardig is en ik kan me de verleiding voorstellen een bloemlezing samen te stellen met daarin het allermooiste. Aan de andere kant hebben bundels vaak een heel eigen sfeer en karakter en vormen ze een organisch geheel. Dat is weg als je ze groepeert in een verzamelbundel. Vroeger was ik al niet zo weg van verzamel-lp’s, omdat daarop de samenhang ontbreekt tussen de nummers. Iets dergelijks geldt ook voor dichtbundels waar de schikking binnen de bundel van groot belang is.

Waar ik al bang voor was, gebeurt in dit werk: een sterke wisseling van kwaliteit en gebrek aan samenhang. Tussen stijlbloempjes, die me ontroerden, stonden andere waarvan ik dacht, wat voegt dit toe en ze versterkten het idee van een disharmonisch geheel. Van der Veeke heeft de oude indeling aangehouden, de volgorde van de bundels en elke afdeling heeft de titel van de bundel waaruit de gedichten komen. Ik begrijp de beweegreden wel, maar hij had ervoor kunnen kiezen de indeling meer thematisch te maken en minder star aan de chronologische volgorde vast te houden. In mijn ogen zou dat een interessanter werk hebben opgeleverd.

Dat wil niet zeggen dat er geen mooie gedichten tussen staan. Grote thema’s komen aan de orde, onder andere over ouders, kinderen, religie, kunst, eenzaamheid en romantische thema’s als reizen, heimwee naar de jeugd, liefdeslyriek en de natuur. De dood en ouder worden spelen een belangrijke rol zoals in:

De poëzie grijpt in

Hersenen en hart onbemand
Niets kan de dichter redden

Doodsengelen
starten hun motoren al

Maar hij moet nog
een laatste hoek om

Dan grijpt de poëzie in
Het laatste woord verzet zich

Deze dienstplichtige van de poëzie
deze letterknecht, mag niet dood

Hij moet nog jaren schrijven
en verschrikkelijk afzien

Het lijkt wel of het geschreven is om de dood te bezweren en het komende einde af te wenden. De mogelijkheid om dat te doen is poëzie schrijven, zoals Lot, de neef van Abraham, de kans krijgt de verwoesting van Sodom te overleven door met vrouw en dochters te rennen zonder om te kijken. Zo moet de dichter schrijven, geen vrije keuze, maar lijfsbehoud. De schrijver als redder van zijn eigen leven door hard te werken komt ook terug in de titel, Dwangarbeider van de poëzie.

In de natuurgedichten spelen Zeeland en het rivierengebied een hoofdrol met dijken en weidse verten. Soms is de verbinding natuur en seks opvallend, bijvoorbeeld in ‘Eb': ‘En de eerste erotische belofte: / het zuigen van de slikken /’. Humor komt voor in ‘Aardenburg’, dat gaat over archeologische vondsten: ‘In de afgrond van een vitrine dit: / vingerafdrukken, achttien eeuwen oud / Een pottenbakker die zich tot aan / het einde der tijden legitimeren kan /’.
Het lijkt wel of Van der Veeke moeite heeft tot een bevredigend einde te komen, want in sommige verzen is het slot wat merkwaardig. Een voorbeeld is ‘Notities aan de Westerschelde’ (in de inhoudsopgave staat ‘Schelde’!)

Geulen, kringen, drooggevallen fuiken,
over alles heen de schittering van fosfaat

Dammen, glibberige geslachtsdelen,
aan de hemel het hoge witte schip

Laagwater in de kraamkamers, luchtbellen,
uitgepoepte klei, nachtkleuren beschenen

Gemompel komt van meeuwen, een man
gevangen in lieslaarzen graaft onder de horizon

Het uitwaaieren van de dijk, drie bochten
verdwijnen in opwaartse sprongen

Onrust van basalt valt op, de kloppende
harten in de glooiing van de dijk

Mooie natuurbeschrijving, maar de laatste twee disticha vind ik merkwaardig. Bochten die opwaarts springen, basalt dat onrustig en kloppende harten is, daar krijg ik geen beeld bij. Basalt is keihard vulkanisch gesteente en het hart staat als vanouds voor gevoel. Voor mijn gevoel zou het gedicht aan kracht winnen als je de laatste twee strofes weglaat.

Een gedicht waarin de verschillende thema’s kunst, natuur en heimwee samenkomen vind ik erg geslaagd.

Domburg

Op een avond half vertrapt
in het mooiste licht Domburg

De boulevard stinkt naar snacks
en eb, stokoude droge zee

Geen spoor van de dode schilders,
hun liefjes, de hoedjes van stro

De lauwe zeewind exposeert
vliegers, vliegende kleuren

Later, veel later, gaat toch iemand
met houtskool over de kustlijn

Het moge duidelijk zijn zoals ik al vreesde, dat de bundel een beetje tegenvalt. De uitgave is prachtig vormgegeven in een harde kaft, daar valt niets op aan te merken, maar inhoudelijk had ik toch een wat strengere selectie willen zien en misschien een andere ordening. Jammer, want er zitten echt juweeltjes tussen die veel meer tot hun recht hadden kunnen komen in een andere opzet. Misschien had de dwangarbeider wat kritischer naar zijn arbeid moeten kijken en niet de hoeveelheid maar de kwaliteit als norm moeten nemen.

***
André van der Veeke (1947) is hoofdredacteur van het literaire tijdschrift Ballustrada en publiceerde o.a. in Hollands MaandbladDe PoëziekrantDe Brakke Hond. Hij schreef zeven poëziebundels: Het sacrament van de sneeuw (1992), Reizigers voor alle richtingen (2004), Moerasbeest verdriet (2006), Rotterdam vertrekt (2010), Blauw als ijs (2010), De Zoeaaf (2010) en Poldergeest (2014).
In 2012 verscheen de verhalenbundel Een meedogenloze Vrede.