Interview met Joris Denoo

Een pijnlijke bundel

 

Joris Denoo (Torhout, 1953) is een Vlaams germanist, dichter, proza-en toneelschrijver. Van hem verscheen in augustus 2017 de poëziebundel Zwaartekracht bij uitgeverij Kleinood & Grootzeer in een oplage van 100 genummerde en gesigneerde exemplaren. Joris Denoo schrijft al decennia. Zijn verhalen stonden eens in het vroegere Meander, maar zijn proza is meestal totaal anders dan zijn poëzie, zoals hij hier vertelt.

Je hebt een omvangrijk oeuvre opgebouwd en je beoefent alle genres. Je zou dus kunnen zeggen dat je taalkundige, letterkundige en taalkunstenaar bent. Van dichter tot prozaschrijver of toneelschrijver tot jeugdboekenauteur . Wat schrijf je met het meeste plezier?
Ik schrijf het liefst korte verhalen en novellen (en ook wel columns) voor een volwassen publiek. Het korte proza boeit me Bijvoorbeeld mijn Miljarden Flarden op Facebook en op mijn blogs. Jammer genoeg is het aartsmoeilijk om korte verhalen in boekvorm gepubliceerd te krijgen. Ik zocht vroeger mijn toevlucht tot literaire tijdschriften (De Brakke Hond, DW&B, Kreatief, Lava, Mens & Gevoelens, Hollands Maandblad, De Gids); heden ten dage doe ik dat digitaal. (Zie de links onder het interview.)

Is het zo dat al je bezigheden samenkomen in de poëzie, bijvoorbeeld in je nieuwe bundel Zwaartekracht? Als een soort verdichting. Of is dat te mooi gedacht?
Mijn ‘oeuvre’ helt wat over naar de positieve luchtige kant (satire, humor, fantasie), maar ik heb ook – noodgedwongen – wat ‘probleemboeken’. Vallen en opstaan en Een blauwe plek bijvoorbeeld zijn twee jeugdboeken die over epilepsie gaan. Zwaartekracht is een hoogstpersoonlijke poëziebundel die eigenlijk over mijn zoon gaat (… en dus ook over epilepsie). Maar je kunt die ook op een algemeen plan lezen, bv. over oorlog. Enkele jaren geleden las ik er (in manuscriptvorm) passages uit voor in Flander’s Fields Ieper, ter gelegenheid van de herdenkingen in het kader van WO1. In de Vier brieven aan mijn zoon kon ik niet om de beeldspraak van een oorlog heen. De dichters Benno Barnard en Geert Van Istendael waren er ook en raadden publicatie aan, want ze waren, zeiden ze, onder de indruk. Jaren later zette ik de stap. Het is eigenlijk niet prettig om over zulke zaken te schrijven, maar soms helpt het wat.

Om welke thema’s gaat het in de bundel Zwaartekracht ? Religie, Jezus aan het kruis, ouder worden? De bundel sprak me heel erg aan omdat er pijn voelbaar is.

Alleen maar zwaartekracht, pijn en epilepsie. Uitdrukkelijk epilepsie. Zelfs de Jezusthematiek: de doornenkroon verwijst in dit gedicht alleen maar naar het encefalogram (dat mijn zoon zo vaak heeft moeten ondergaan), en de rouwende vrouw(en) naar de moederfiguur. Leven met moeilijk behandelbare epilepsie is leven onder permanente terreurdreiging. We zijn al meer dan dertig jaar ‘ervaringsdeskundig’, zoals dat dan heet. Een eufemisme voor ‘in staat van beleg’.

Hoe is je bundel ontvangen en zijn er al recensies over Zwaartekracht ?
Ik heb al diverse mondelinge reacties gekregen. Omdat sommige mensen heel goed beseffen waar het over gaat, gaan die heel diep. Het is een pijnlijke bundel. Ze proberen dit dan op een gepaste manier te verwoorden. Er wordt ook wel uit deze bundel gebloemleesd, omdat diverse gedichten eruit passen in een bepaalde (pijnlijke) context. Klassieke geschreven recensies in de papieren pers heb ik nog niet gezien. De oplage van de bundel is daar te klein voor. Ik heb ook liever dat de bundel bij de juiste mensen terechtkomt, en niet bij een boekbespreker uit het ons-kent-ons-circuit of een zogenaamde ‘recensent’ die zichzelf via namedropping of een bête voorkeur voor ‘grote’ uitgeverijen z’n eigen persoontje omhoog probeert te schrijven.

Was het samenstellen van de bundel zwaar voor je?
Ik kan niemand echt vertellen hoe ‘erg’ de bundel Zwaartekracht eigenlijk is.
De bundel heeft inderdaad veel tijd nodig gehad om te verschijnen. Ik heb lang getwijfeld. Het verschijnen van gelijkaardige boeken haalde me over de streep. Toch meen ik dat het nog voldoende ‘verhullend’ is; ik gebruik bijvoorbeeld nergens het woord ‘epilepsie’.

Leid je nog jonge leraren op of verricht je andere arbeid ?
Ik werkte in de lerarenopleiding als docent Taal, Literatuur, Taalbeschouwing, Taalmuzische Vorming, Spelling, Expressie, Grammatica. Ik heb ook het statuut van schrijver (‘in bijberoep’, zoals dat in Vlaanderen dan heet). Mijn voordrachten in dat verband bestaan momenteel uit workshops voor leraren (Taalmuzische Vorming, Omgaan met Gedichten) en luchtig literaire causerieën voor volwassenen. Sporadisch trek ik er nog op uit met mijn jeugdboeken. Dan heb ik het over liefde voor de boeken, het zoeken en vinden van ideeën, de hobbels bij het schrijven en over hoe uitgevers omgaan met je aanbod.

Waar ben je op het ogenblik qua schrijven mee bezig en wat zijn je toekomstplannen ?
Er staat momenteel een biotrilogie getiteld Upperdog op stapel bestaand uit Upperdog, Upper Class en Uppercut. Upperdog bestaat uit biografische en semi-biografische verhalen. Upper Class evoceert op hilarische wijze mijn stad en dorp (Kortrijk en Heule). Uppercut is een thriller waarin mijn anderik/alter ego Bjarne Donderdag, het pseudoniem waar ik jarenlang gebruik van maakte, de hoofdrol speelt. Upperdog verschijnt 2018 bij uitgeverij Bibliodroom.