Recensie van Lange armen. Gedichten over de politie - Ester Naomi Perquin

Met een kop vol poëzie tussen de uniformen

Ester Naomi Perquin
Lange armen. Gedichten over de politie
Uitgever: Van Oorschot
2018
ISBN 9789028280731
€ 12,50
32 blz.

Zelf was ze nogal verbaasd over de opdracht zegt Ester Naomi Perquin in het nawoord van de gelegenheidsbundel Lange armen. Waarom viert de politie een lustrum van een niet-afgesloten reorganisatie? Waarom doen ze dat met gedichten? Zit Bromsnor wel te wachten op een mooie metafoor? Ze nam de opdracht aan. Haar nieuwsgierigheid stuurde haar op pad én er was de belofte van vrijheid om alles te kunnen opschrijven. Een idylle ontstond: “Er waren veel politiemensen waar ik gaandeweg een beetje verliefd op werd. Mannen en vrouwen met kennis van zaken, harde grappen en kleine hartjes. Doeners. Denkers. Wakker­liggers. Betweters. Redders. Hun vaak heel persoonlijke verhalen liggen ten grondslag aan bijna alle regels die ik schreef – en ik ben ze daar dankbaar voor. Het is vreemd om je thuis te gaan voelen, wanneer je met een kop vol poëzie tussen de uniformen zit – maar het gebeurde wel.”

Tien gedichten zijn het geworden en de agenten zijn er blij mee. Dinsdag 9 januari zaten ze naast elkaar bij De Wereld Draait Door: de korpschef en de dichter. Korpschef Erik Akerboom moest nog een paar keer door het stof omdat er de laatste jaren toch best veel gekke dingen waren gebeurd bij de politie en de dichter mocht twee gedichten voorlezen, bijgestaan door tekst op het scherm zodat ook de doven en slechthorenden eens een gedicht mee konden krijgen. Diender en dichter waren min of meer per ongeluk tot elkaar veroordeeld, hadden er het beste van gemaakt en nu zat iedereen te stralen in de opnamestudio.
Waarom? Eindelijk had iemand het eens een keer zo gezegd zoals zij, de agenten die de straat op gaan, het ook voelen. Poëzie had opeens nut gekregen. Politiewerk is meer dan de champagne bij de Ondernemingsraad en discussies over hoofddoekjes. Politiewerk is willen helpen en inzien dat je soms niets anders kunt doen dan falen. Zoals in het gedicht Terug: ‘Iemand zei: wie je niet redt blijft je langer bij / dan hele rijen op het droge.’

Dat is ook de kracht van het werk van Ester Naomi Perquin. Zij kan zich verplaatsen in een karakter en dan een beschrijving geven geheel vanuit het perspectief van haar ‘slachtoffer’. Dat is ook de kracht van de bundel Celinspecties uit 2012, impressies vanuit het gezichtsveld van de mensen die worden bewaakt door de cipier (pardon, de medewerker penitentiaire inrichting). In Celinspecties gaat het om de misdadigers, zeg maar de ‘lange vingers’. In Lange armen gaat het om de mensen die deze mensen gevangen moeten nemen en hun slachtoffers. 

MONOLOOG IN PORTIEK

Wat ik me nou toch afvraag hè, hoe past-ie door een keukenraam?
Zou het een jochie zijn geweest? Moet je nou kijken wat er ligt,
mevrouw, d’r is een bende van gemaakt

dat vind ik nog het ergste. En wat ze hebben meegejat, daar kan je
bij je eigen toch niet bij? M’n man z’n visgerei, m’n zoon z’n jas.
En hier, daar lag m’n tas met geld nog van de markt.

Waarom nou toch? Wij hebben van ons leven niks misdaan,
terwijl we niks te makken hadden. God, die ouwe hanger
die van m’n man z’n moeder is geweest – wordt daar
nou geld voor neergelegd?

Dat gaat toch nergens om? Die grote vaas en m’n kristal.
Dat hartje dat hier op een voetje stond, die had
ik van mijn zus d’r feest en hier die mooie blauwe.

Da’s nou dus weg. Schrijft u dat op? En wat ik erger vind
mevrouw, dat nou m’n huis zo’n bende is
en ook nog m’n vertrouwen.

Het is knap hoe authentiek deze monoloog overkomt. Je ziet een mevrouw voor je in haar huiskamer die niet alleen spullen maar vooral zichzelf kwijt is. Herkenning is dan ook het enige criterium dat voor deze gedichten een rol speelt. Niemand heeft er behoefte aan om bij deze gedichten na te gaan of de geest van de grote Nijhoff wel voldoende tussen de regels waait. Wat kan die agent dat schelen?

Zoals de korpschef zegt in zijn voorwoord: ik heb het nog niet gelezen, ik ben er benieuwd naar en ik hoop dat het herkenbaar is voor jullie, collega’s van de politie. Erik Akerboom: “Ik ben heel benieuwd wat ze gezien en ervaren heeft. Of ze in haar gedichten iets laat oplichten van de essentie van ons mooie werk en van de mensen die dat werk doen. Een dichter vindt soms woorden voor wat aangevoeld kan worden, maar moeilijk te vatten is. Kijkt met andere ogen naar wat vanzelfsprekend lijkt, roept nieuwe beelden op. Ik hoop dat ze me verrast en dat ik het herken. Ik hoop ook dat mijn collega’s het herkennen en het zullen ervaren als een trefzeker eerbetoon aan hun inzet en vakmanschap.” Herkenning en erkenning.

De tien gedichten belichten elk een ander aspect van het alledaagse politiewerk: het preventieve aspect (‘de eindeloze lijst van dingen die niet zijn gebeurd’), de ontmoeting met de steeds terugvallende junk (‘De reddeloze koningin / van zwerfvuil, klanten, schemering.’), het papierwerk op de bureaus, het keuzes kunnen maken in een fractie van een seconde, de troosteloosheid van een huisbezoek in een hopeloze buurt (‘De storthoop van de post.’) en alsmaar terugdenken aan een incident waarbij een kind niet tijdig uit een auto te water kon worden gehaald. De rauwe werkelijkheid via het goed gekozen woord leefbaar gemaakt. Geen poging tot mooischrijverij, geen hermetiek maar het leven aangevlogen vanuit de blik van de frisse buitenstaander met inlevingsvermogen en talent voor formuleren.

De bundel is uitgegeven in een oplage van duizend exemplaren en was snel uitverkocht. Voor wie er ook een wil aanschaffen moet wachten, de uitgever zorgt voor een extra levering eind januari. En anders moet je net zoveel geduld hebben totdat je er eentje aantreft op een tweedehands boekenmarkt. Er zullen toch ook nog wel agenten zijn die spijt krijgen van hun aankoop en die, ondanks het enthousiasme van hun korpschef, toch niets met poëzie blijken te hebben?

***
Ester Naomi Perquin (1980) groeide op in Zeeland maar woont al een tijd in Rotterdam. Ze volgde schrijfonderwijs in Amsterdam terwijl ze werkte als gevangenisbewaarder. In 2007 debuteert zij bij Uitgeverij Van Oorschot met de dichtbundel Servetten halfstok. In januari 2017 verscheen haar vierde bundel Meervoudig afwezig. Voor haar dichtwerk ontving ze verschillende prijzen waaronder de VSB Poëzieprijs 2013 voor Celinspecties. Perquin schrijft naast gedichten ook essays, columns en korte verhalen. Ze presenteert naast Piet Piryns de jaarlijkse Nacht van de Poëzie in Utrecht. Voor de periode 2017 – 2019 is zij benoemd tot Dichter des Vaderlands.