Recensie van Verre uittrap. Gedicht - F. van Dixhoorn

Actieve rust

F. van Dixhoorn
Verre uittrap. Gedicht
Uitgever: De Bezige Bij
2017
ISBN 9789023466055
€ 17,99
-/- blz.

Verre uittrap bestaat uit één gedicht van 92 tot 1000 of 2000 woorden, net wat je wilt. Vreemd, nietwaar? Op de linkerpagina’s, een vierde van bovenaf, op één uitzondering na helemaal links, zonder kantlijn en paginering, staan ofwel een woord ofwel een paar zeer korte zinnetjes. Op twee opeenvolgende linkerpagina’s zien we bijvoorbeeld:

terecht.’

procent.’
met zon.’
zoals met alles.’
heen.’

Ieder woord of zinseinde eindigt met een punt en een aanhalingsteken, wat het einde van gesproken of geciteerde zinnen suggereert. Je moet het voorafgaande zelf bedenken en de lengte zal per lezer verschillen.
De metafoor in de titel lijkt duidelijk: het laatste stukje zin of het laatste woord belandt op de pagina. Vreemd is, dat ‘Verre uittrap’ op de titelpagina links van het midden staat; ik verwachtte hem rechts, want een verre uittrap is effectiever als een keeper een eindje voor zijn doel staat.

De linkerpagina’s zijn bijna leeg en de rechterpagina’s helemaal. Daarmee lijken de bladparen leger dan wanneer er geen enkel woord staat, een paradox waarmee ook K. Schippers speelde. Het doet me denken aan de leegte als centrale gedachte in de zenfilosofie. Op Google vond ik een passage die uitstekend past op deze bundel:  ‘Leegte verwijst […] niet naar een ontkenning van het leven, maar naar een plek die leven mogelijk maakt – een plaats waar leven kan ontstaan en waar we de wereld, en onszelf, steeds als nieuw kunnen ervaren.’ Die ‘wij’ zijn in dit geval de lezers. Als er één bundel is waarin je leven voelt opbruisen zodra je hem openslaat, dan deze wel: je maakt het grootste deel van het gedicht zelf en er komen steeds nieuwe vragen en ideeën in je op. Leegte vertaal ik in dit geval met ruimte in je hoofd. Een verademing.
In een toestand van leegte zijn alle tegenstellingen opgelost. Dat geldt voor de paradox die ik noemde en ook voor het gedicht buiten de pagina’s: het is er niet, het is leeg, en tegelijkertijd is het er wel en ook nog eens heel nadrukkelijk, want er ontstaan net zoveel gedichten als er lezers zijn.

Om een indruk – en niet meer dan een indruk – te geven van het effect boots ik hier twee pagina’s na. De verticale streepjes geven het midden aan.

—– 
|

 

maal.’

 

 

 

 

 

 

|
—–

Het is heel eigenaardig, dat het eerste woordje (‘ding’) uit de hechting in het midden van de bundel komt kruipen – dit is de uitzondering die ik eerder noemde. Het gedicht lijkt hier tevoorschijn te komen, maar wat moeten we dan met die verre uittrap? ‘Geef mij maar een vraag / en geen antwoord’, schreef Kopland. Heel toepasselijk: een lezer kan geen conclusies trekken, hij heeft steeds andere vragen en ook daarom is de bundel goed.
Zo luiden de eerste acht woorden van het gedicht (de witregels staan voor de blanco rechterpagina’s):

ding.’

ding.’

gok.’

ding.’

ding.’
ding.’
overal van.’

Waarom juist die eindwoorden, die herhalingen? Het woord ‘ding’ herinnert mij aan het belletje aan het begin en het eind van een meditatie, juist door de pauzes die de pagina’s wit veroorzaken. Mooi is het woordje ‘gok’, een dissonant die nieuwe vragen oproept. De bovenstaande reeks is ook een mooi voorbeeld van het wisselende, hypnotiserende ritme in de bundel.
Vragen en geen enkel antwoord – heerlijk. Nog een één voorbeeld en dan houd ik op. Een recensie over leegte moet je niet te vol maken. Op een bladzijde bijna aan het eind van de bundel staat:

hoor je het verschil.’
ding.’
niks klein.’
zeeën.’

Informeel taalgebruik, denk ik, gezien de woorden ‘hoor je’ en ‘niks’. Is het een dialoog? Een monoloog? Hebben deze woorden überhaupt een onderling verband? Is het een commentaar op het herhaalde ‘ding’ uit het begin van de bundel? Ik kan er van maken wat ik wil.  In deze bundel ligt de verbeeldingskracht bij de lezer. Nooit eerder heb ik een dichter meegemaakt die hen zo weinig in de weg stond.

***
Van Dixhoorn (1948) debuteerde in 1994 met de bundel Jaagpad / Rust in de tent / Zwaluwen vooruit, waarvoor hij de C. Buddingh’-prijs kreeg. De bundel De zon in de pan (2012) werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs.