Gedichten

door Huub Oosterhuis (1933)

GELEZEN ERGENS OOIT

Als je broeder diep is weggezakt
zijn handen reiken niet ver genoeg
zal jij hem vasthouden
hij zal overleven naast jou.
Neem van hem geen rente
geef hem geen zilver tegen winst
hij zal overleven naast jou –
ook de vreemdeling zal overleven
naast jou, als je broeder.

Als je broeder diep is weggezakt
je naaste, en hij verkoopt zich aan jou,
bedien je niet van hem
als van een slaaf.
Jij zult hem niet hardhandig bestieren –
heb ontzag voor Ik-zal de God
die jou uitgeleid heeft
uit het slavernijheelal
van deze wereld.

naar Leviticus, vrij

 

Uit: Die wij denken, 2017

AAN DE VERENIGDE STATEN VAN EUROPA

Als jullie zouden besluiten
de misdaden door onze vaderen begaan
te wreken met gerechtigheid en genade

het in stukken geknipte Afrika
het uitgezogen vernederde
nu eindelijk mee op te bouwen

met het kapitaal
dat je aan haar verdiend hebt –
als je besluiten zou wat?

God te doen. Ook wie niet gelooft
in zijn bestaan
kan stukje bij beetje hem doen.

Er zijn hersenen genoeg
op deze aarde
die weten hoe dat zou kunnen.

 

Uit: Die wij denken, 2017

Aan de liefde
 
Liefde heeft geen longen
maar zij ademhaalt en zingt
en wat zij heeft gezongen klimt
over steile hoogten.
 
Korte lange vlagen kussen
zwermen zoenen noem je liefde –
dat betonnen knoesten twijgen
groen blad rooie wangen krijgen.
Maar ook harde noten kraken
stenen slijpen tot zij zingen
stenen kloven tot zij stromen.
 
Maar ook cederhoven planten
rozenperken in woestijnen
noem je liefde. Maar ook blinde
ogen wenken, doden drenken
noem ik liefde, en de zon, met
al zijn felle zachte stralen,
vuursteen tussen diamanten.
 
Liefde heeft niet een paar handen
geen paar voeten, maar zij treedt je
tot je wijn bent, maar zij kneedt je
voor elkaar tot daaglijks brood.
Liefde heeft geen hart, geen schoot
maar je wordt uit haar geboren
tot je dood.

 

Uit: Een weg van dagen (van gedichten en psalmen tot preken en verhalen, bijeengezocht door Elte Rauch), 2017