Recensie van We komen van ver - Carmien Michels

We leven geen kladversies

Carmien Michels
We komen van ver
Uitgever: Polis
2017
ISBN 9789463102919
€ 19,99
80 blz.

Dit is me na het lezen van de bundel We komen van ver van Carmien Michels duidelijk geworden: deze poëzie moet vooral voorgedragen en beluisterd worden. Het zelf lezen van deze gedichten is daaraan ondergeschikt. Carmien Michels is een uitstekende slammer. Veel gedichten van haar zijn stromen van woorden, die met een persoonlijke dynamiek en toon vanaf het podium gebracht kunnen worden. Ongetwijfeld zullen ze bij een daadwerkelijke performance in een stroomversnelling terechtkomen en reacties vanuit de zaal oproepen. Slammen is per definitie verbaal en visueel spektakel. Maar deze gedichten een voor een lezen werkt vertragend, omdat je als lezer het allemaal in één keer wil begrijpen en verklaren. Voordat je het weet is dan het lot van deze gedichten stilstaande poëzie en dat verdienen de verzen in deze bundel niet. De toegankelijkheid van deze poëzie wordt vooral bepaald door de sfeer, de snelheid en de muzikaliteit. Met deze gedichten moet je de toehoorder overdonderen en ze niet op papier aan de lezer voorleggen. Dit is nou zo’n bundel waarbij ik me afvraag: waarom geen CD of liever nog een CD-ROM uitgegeven, met het tekstboekje erbij als extra? Dat doet meer recht aan deze poëzie. Maar ik weet het: ook de opmerkelijke poëzie van slammers zal in papieren bundels terechtkomen. Het lijkt het lot van elke slammer die bijzondere teksten schrijft en dat doet Carmien Michels zeker.

De gedichten in deze bundel zijn qua onderwerp ondergebracht in tien afdelingen. Het gedicht met de titel ‘Middenrif’ in de derde afdeling ‘Eindelijk aarde’ roept meteen een bekend beeld op:

Een aangespoeld kind in garnaalpose
de golf zo woest dat hij mijn ogen brak
ik keek weg tot alles was opgeruimd
en ingebeeld

De foto van de verdronken driejarige Aylan Kurdi, aangespoeld op het strand van het Turkse Bodrum is de gehele wereld overgegaan. Het beeld dat we allemaal hebben van dit kind in een ‘garnaalpose’ is mooi uitgewerkt in deze strofe met de verschuiving van het breken van de ogen van het slachtoffer naar de ik-figuur en met de dubbele betekenis van ‘ingebeeld’, namelijk ‘in je fantasie denken dat het waar is’ en ‘in beeld brengen’. Ook de Klaagmuur in Jeruzalem (‘een gevierendeelde stad’) in dit gedicht is herkenbaar. De dichteres ziet mogelijkheden: ‘Als je de wereld tot droom verbouwt / heb je geen last van nachtmerries / motief voor de muur’. Dromen blijven overeind, muren kunnen geslecht worden. Ze stelt in het gedicht wel voorwaarden aan deze verbouwing tot droom: ‘Vergeet het indutten’ en ‘We leven geen kladversies’. Aan het eind van het gedicht stelt ze vast

We bouwen muren bij en leren prevelen
van de oude vrouw die briefjes uit gleuven steelt
vrede smeekt en geruchten doodslaat
vliegen die de krantenkoppen niet halen

Carmien Michels laat zich inspireren door de steden Münster, Parijs, Caïro en Montreal waar ze verblijft, graaft diep in haar eigen jeugd en familiegeschiedenis en gaat op een eigenzinnige manier met de liefde om. Aan de ene kant krijgt het toeval bij haar een plaats in haar gedichten, aan de andere kant zoekt ze bewust naar beginpunten waar het met de ontwikkeling van allerlei zaken fout is gegaan. In het gedicht ‘Het begon’ presenteert ze vijf historische data waarop het geweld op verschillende plekken op de wereld begon en de mensen op de vlucht sloegen om uiteindelijk vast te stellen dat al deze momenten door ‘onze aders onze voorvaders’ met elkaar verbonden zijn. Met andere woorden: het geweld houdt nooit op. De geschiedenis bestaat niet uit gewelddadige momenten, maar uit verbindingen van gewelddadige momenten die allemaal op elkaar lijken.

Die zoektocht naar haar voorouders en haar jeugd vindt de lezer niet alleen in de gedichten van de eerste afdeling ‘Vacuümbaby’ terug, maar ook in het gedicht ‘Jimmy’. Het was het openingsgedicht van haar optreden op de Nacht van de Poëzie 2017. Mede door haar bijzondere wijze van presenteren heeft dit gedicht bij veel bezoekers een onuitwisbare indruk achtergelaten. Het is een van de kerngedichten van deze bundel, niet alleen door de aanstekelijke Vlaamse toon (‘Weet ge nog Jimmy…’), maar het beschrijft de lessen die de ik-figuur en Jimmy in hun jonge jaren geleerd hebben of hadden moeten leren. Er is van hun zijde een behoefte aan rust, aan stilte, maar ze komen beiden terecht in de hectiek van het volle leven. Ze staan ‘op de barricades’ en gooien ‘een stinkbommeke naar de flikken’. Mooi is de geleidelijke ontwikkeling in het gedicht van het kinderlijk naïeve in ‘de vooravond van het echte leven’ naar de felle, opstandige toon aan het slot: ‘De afwijking in het systeem Jimmy / de afwijking zijn wij’. 

In de afdeling ‘Blauwe beloftes’ dicht Carmien Michels in het gedicht ‘In Memoriam’ enigszins berustend: ‘alle vrouwen weten dat ook mannen verwelken’ en ‘dat beloftes op het sterfbed van de liefde altijd ijdel zijn’. Het voortgaan van de tijd is een vijand van de liefde, ‘die ander’ een stoorzender pur sang, maar het is een geluk ‘dat de liefde steeds opnieuw wordt geboren’. Zo ziet Michels dat. Opwekkend zijn de liefdesgedichten, waarvan er enkele in sonnetvorm zijn geschreven bepaald niet. Titels geven dat al aan. ‘Middelmatige mannen’, ‘To kill or not to kill’ en ‘Kreupelhout’ zijn wat dat betreft veelzeggend. Van het gedicht ‘Britse oma’s’ werd ik wel vrolijk:

Die Britse dame
die op zondag aan ballroomdansen deed
zo aan haar wekelijkse wip kwam
in de Royal Festival Hall

Zwiepend met haar kunstheup
ouwe geiten zijn het geilst around noon

Een gedicht met een verrassende afloop. Dit ontdek ik op de valreep. Carmien Michels kan ook de humor als wapen hanteren. In veel gedichten is zij (terecht!) boos op van alles en nog wat, maar vooral op de wereld waar zij met haar levensvisie niet inpast. Zaken relativeren, een satirische benadering van de werkelijkheid kan de dichteres lucht geven. Hier ligt voor haar nog een wereld open. We komen van ver is een opvallende debuutbundel met kwalitatief goede gedichten. Iets strenger selecteren bij de samenstelling van deze bundel zou welkom geweest zijn. Niet alle gedichten overtuigen, sommige blijven echt ontoegankelijk en het verschil tussen de beste en de minder geslaagde gedichten is soms te groot. In de toekomst valt nog veel mooie poëzie van Carmien Michels te verwachten, maar ‘Vlieg niet uit voor de storm / beklim de zon op armkracht’.

***
Carmien Michels (Leuven, 1990) is schrijfster en performer. In januari 2016 werd ze Nederlands kampioen Poetry Slam. Op het wereldkampioenschap Poetry Slam in Parijs haalde ze in mei 2016 de derde plaats. Sinds november 2016 is ze Europees kampioen in deze discipline. Haar debuutroman We zijn water verscheen in 2013. Haar tweede roman Vraag het aan de bliksem kwam in 2015 uit. De bundel We komen van ver is haar poëziedebuut. Carmien Michels ontwikkelde diverse projecten met anderen uit de theater- en museumwereld. Ook richt ze zich als woordkunstenaar op doelgroepen als anderstalige nieuwkomers, kinderen in psychiatrische ziekenhuizen en mensen in armoede.