Gedichten

door Richard Nobbe (1993), Peter de Volder (1958), Vera Steenput (1961), Niels Raaijmakers (1991)
Een selectie uit de gedichten die werden aangeboden via meandermagazine.net/p.

Richard L. Nobbe (1993)

Daily Vlog #327

Ik voel me een straaljager met longproblemen
en een dwingvriendin

die mij in mijn zij stompt terwijl ik slaap.

‘s Ochtends zit ze voor de spiegel met een camera,
filmt hoe ze haar gezicht inkleurt

ik neem jullie mee, kom we gaan boodschappen doen
kijk nu kan ik wel ademen en
kijk aardappelen extra kruimig in de aanbieding,
kijk ik duw chocolade in mijn mond,
kijk mijn fiets heeft drie wielen.

’s Middags maken we het uit,
worden nieuws.
Kinderen huilen.

’s Avonds kust ze me en
zet het masker op mijn gezicht

ik ben een straaljager met longproblemen
en een dwingvriendin.

Peter de Volder (1958)

Tellen

Het is een kwestie van optellen en aftrekken leerden we op school
door eindeloos cijferrijtjes op te dreunen.

We deden ’s zomers aan bloemblaadjesplukken, prille liefde,
en tante maar schreeuwen ‘geluk bestaat niet!’
van man nummer zoveel af.

Ik denk aan Z., die in het dorp alweer zijn dood aankondigde,
zijn taaie huid toch te lief had en waarschijnlijk daarom
telkens naar de wijnfles greep.

Het allerbeste geheugensteuntje is een knoop in je zakdoek:
niet vergeten dat de pan zo van het vuur moet.

Toen opa met de scooter de rivier in reed waren er redders,
maar de tweede keer in de rietkraag enkel zwanen.

Als je echt oud bent tel je in de tuin Vergeet-mij-nietjes
ben je al meteen de tel kwijt, zeg je verbaasd:

‘ik neem zo de fiets naar school zuster’.

Vera Steenput (1961)

Fatwa voor een fietsendief

Alle onderdelen van mijn gestolen
mobiliteit zullen aantreden
als een leger van spaken dat zich
onbarmhartig door je leden boort

en het schijnbaar onscheidbare
paar van man en fiets knalt
zonder remmen tegen de muur.
Ik hoor een nek die kraakt.

Eén voor één worstelen je geliefden
met braakneigingen. Ze scheuren
zich voorgoed van je af.
Probeer om te keren.

Niels Raaijmakers(1991)

Strafrecht in oud-Grieks

Op de kinderboerderij ontmoet ik Zeus. Rond zijn hoofd snijden meer bliksemschichten dan normaal en om de haverklap verschijnen er scheuren in de aarde.

Zeus zegt dat mensen in pauwen veranderen. Na de metamorfose vullen zij hun dagen met het opzetten van veren, het botvieren van onvermijdelijke driften en verder niets.

De onsterfelijken klaren de vuile klusjes op. Zij snijden de kelen van de slangen door, houden driekoppige honden in de onderwereld, blazen boten naar plekken die geen eindbestemming zijn.

Ondertussen koketteert er altijd wel iemand en is men nooit klaar met het botvieren. Zeus en de zijnen vinden daar wel wat van.

‘Iedereen verdient een kwelling zoals de boeken ze beschrijven’ zegt hij vol trots.

Hij buigt zich naar mij toe en fluistert binnensmonds zijn ideeën in mijn oor. Zover ik het versta bevat zijn plan rollende stenen en vogels die organen eten.