Recensie van Nergens in het bijzonder - Jana Arns

Lichtvoetige zwaarte

Jana Arns
Nergens in het bijzonder
Uitgever: Uitgeverij P
2018
ISBN 9789492339515
€ 17
64 blz.

Met haar debuut Status: het is ingewikkeld (2016) won Jana Arns de prijs letterkunde Oost-Vlaanderen 2017. Haar moeder, Astrid Arns, is ook dichter. We kennen haar onder meer als één van de winnaars van de derde ronde van de Meander Dichtersprijs 2017. En Frouke Arns, stadsdichter van Nijmegen 2015-2016, is eveneens familie. Alle reden dus om met veel belangstelling naar het jongste werk van deze jongste schrijvende Arns uit te kijken.

De bundel bestaat uit zeven verschillende afdelingen, en opent met een losstaand gedicht: ‘Het huwelijk’. Het ligt voor de hand om dan aan Elsschot te denken. Maar terwijl zijn gedicht nadrukkelijk een hoofdpersoon met al zijn teleurstellingen tekent, gaat het gedicht van Jana Arns over het huwelijk zelf. In vijf korte strofen wordt aan de hand van het interieur de opgang (‘Met potten verf naast het bed / kleurden wij hier dromen in’) en de neergang (‘We vernieuwen het meubilair. / Mogelijk elkander’) van een huwelijk geschetst. De eerste afdeling, ‘Meerkeuzedagen’, werkt deze thematiek in zeven gedichten verder uit.

Maandag

Toen ik alarm sloeg
drukte je mijn hoofd in
en keek me aan

met een blik die zei:
zelfs de duurste dagcrème
kan de nacht niet wissen.

We wisten beiden hoe laat het was.
Ik knipperde zo hard met de wimpers
dat mijn ogen open vlogen

en zette de landing in.
Beneden draaide ik het kind
minder luid, berispte de hond

die stond te slapen.
Mij was het liggend weer niet gelukt
en ik maalde mijn brein tot sterke koffie.

Het wolkje melk voorspelde regenvlagen.
Nog een half leven, dacht ik
en het zit erop.

De lichtvoetige woordspeling die tot absurdistische situaties leidt, is het handelsmerk van Jana Arns. En van veel hedendaagse dichters. Ondanks de spottende toon is duidelijk: het gaat niet goed in dit huwelijk. En ook met de ‘ik’ zelf, die in de slotregels elke poging tot humoristische verhulling laat varen. Het wordt er niet beter op in de rest van de week. Op woensdag komt de dochter aan het woord: ‘Zij geeft meerkeuzevragen. / Hebben dino’s borsten?’ Afgezien van het feit dat dit niet echt een meerkeuzevraag is, is duidelijk dat dit fragment ten grondslag ligt aan de titel van de afdeling ‘Meerkeuzedagen’. Op zondag wordt teruggegrepen op het openingsgedicht: ‘Verf bladdert van onze gesprekken.’

De tweede afdeling heet ‘Symfonieën voor een onvoltooid gezin’. De vijf gedichten zijn gewijd aan dochter, vader en moeder(s). De vader is een grote afwezige: ‘Vanaf de Karelsbrug / zwaaide je me toe’. De verwijzing naar Praag past goed bij de voornaam van de dichter. Ook het feit dat ze de achternaam van haar moeder draagt, doet een expliciet biografisch element vermoeden.

Hierna volgen drie wat kortere afdelingen. ‘Nachtbreuk’ snijdt een thema aan dat in Status: het is ingewikkeld ook al nadrukkelijk gepresenteerd werd: ‘Ik bedrijf het wakker liggen met uren uit één cijfer’ en ‘Elk verhaal is eender: / droomballonnen blijven leeg, / een tekenaar houdt het voor bekeken’. ‘Binnenskamers’ borduurt in zes gedichten voort op de relatieproblemen uit de eerste afdeling: ‘Met dit aangetekend schrijven / zet ik je mijn hoofd uit.’ En in ‘Hier blijf je jong tot je sterft’ vinden we twee actuele gedichten over oorlog en vluchtelingen.

Met al dit soort opsommingen dreigt deze recensie een wat schools karakter te krijgen. Zou het werk van Jana Arns hier misschien toe uitnodigen? ‘Teveel ondertiteling’ schreef Emma Burns een jaar geleden in haar recensie van ‘Status: het is ingewikkeld’, ‘Dit blijkt de toon van de bundel te zijn. Het ligt er dik bovenop’. Burns doelde hier op de nadrukkelijke combinatie van beeld en tekst, die in de huidige bundel, waarin geen foto’s zijn opgenomen, natuurlijk afwezig is. Maar ik deel wel de indruk van Burns, dat er weinig aan de verbeelding wordt overgelaten. Soms doen de gedichten van Jana Arns me aan songteksten denken: heel persoonlijk, mooi geformuleerd, met hier een daar een prikkelende dubbelzinnigheid. Maar zodra je de clou te pakken hebt, blijft er weinig meer te raden over.

De twee slotreeksen van de bundel hebben ondanks hun gelijkenis in titel sterk uiteenlopende onderwerpen. ‘Nergens in het bijzonder’ lijkt zich af te spelen in het niemandsland van een verpleeg– of verzorgingshuis: ‘Tegen haar boekensteun / leunen steeds minder woorden: // verzamelde adressen. Straten doorgestreept. / Iedereen is al overgestoken.’ ‘Ergens in het bijzonder’ bezingt in zeven gedichten opnieuw relatieperikelen.

III

Er woont een verkeerde man
in mijn huid.

Als hij op een ander slaapt
vervalt het bed in fantoompijn.

Ik weet nog hoe wij lepelden.
De besteklade is leeg.

Telkens weer die laatste keer.
Handen enkel gebonden aan de fles wijn.

Mocht ik een tuin hebben,
plantte ik een glasbak.

Op www.ooteoote.nl wordt een dezer dagen dieper ingegaan op het gedicht ‘Maandag’ uit deze bundel. 

***
Jana Arns (Gent, 1983) is muzikante, fotografe en dichteres, en dat nooit los van elkaar. Als muzikante is ze verbonden aan het ensemble Aranis, waarmee ze al 15 jaar concerteert in het binnen- en buitenland. Na haar studie klassieke muziek aan het Koninklijke Conservatorium in Antwerpen volgde ze een opleiding fotografie aan het Sask. Ze exposeerde in onder meer de Salons in Sint Niklaas en Museum M in Leuven.