Recensie van Hang niet alle kleren aan dezelfde kapstok - Tsead Bruinja

Kapstok, een bundel vol met klein en groot leed, maar vooral het goede

Tsead Bruinja
Hang niet alle kleren aan dezelfde kapstok
Uitgever: Afûk
2018
ISBN 9789492176738
€ 18,50
108 blz.

Hang niet alle kleren aan dezelfde kapstok is de elfde bundel van Tsead Bruinja. De bundel is tweetalig; in het Fries luidt de titel Hingje net alle klean op deselde kapstok. Ik dacht dat mijn Fries wel aardig was, maar zonder de vertaling kom ik er echt niet uit. Op een of andere manier doet me het Fries ook aan Afrikaans denken, maar dat is misschien een rare kronkel van mij. De bundel is minder autobiografisch dan vorige bundels.
De derde cyclus, ‘Voorlopig land’, maakt onderdeel uit van een videokunstwerk waarvoor Bruinja samenwerkte met Herman van Veen en de beeldend kunstenaar Jules van Hulst. Dit werk wordt sinds 2 februari op de Leeuwarder toren De Oldehove geprojecteerd in het kader van ‘Leeuwarden Culturele Hoofdstad 2018’.

De bundel gaat erover – volgens begeleidend schrijven – om onder moeilijke omstandigheden het goede te doen. De openingscyclus is opgedragen aan karmelietenpater Titus Brandsma (Bolsward 1881 – Dachau 1942). De bundel valt uiteen in vijf gedeeltes of cycli. In de openingscyclus wordt inderdaad het goede gedaan onder moeilijke omstandigheden. Maar er zijn wonden: ‘ze schopten anno sjoerd en ze schopten titus / tot de pater bloedde en bloedende zei / / wij zullen voor de mensen bidden / zodat ze tot inzicht komen.’ 
De tweede cyclus heeft de bundeltitel ‘Hang niet alle kleren aan dezelfde kapstok’. De cyclus lijkt op een eiland te spelen. In het titelgedicht is al sprake van een moeder met een ongeboren kind .. de moeder en kind spelen een belangrijke rol in de laatste cyclus. De ik ‘riep de leegte op / die ik toesprak.’
De gedichten in de derde cyclus zijn wat korter. Er is bescheidenheid. ‘Jij zei […] ken ik de kleine indruk van mijn leven / op het reilen en zeilen van de kosmos.’ Of in het volgende gedicht:

vergroeid met je teleurstellingen
verknocht aan je vlag

je wilt vooruit

maar op een schaal van wat?

En wat verderop in de cyclus ‘schommel jezelf door de rouw heen’. Er is weemoed en verdriet. Het laatste gedicht van de derde cyclus  is dan opeens weer lang en beslaat twee pagina’s.
In de vierde cyclus, ‘Zwanendrifter’, maken de slachtoffers zich nuttig als stofdoek voor een gemeenschap. Dan is er een gedicht ‘BOOMSTRONK’ in kapitalen met een herhaling erin.  Opvallend, want herhalingen komen verder niet voor.

BOOM
STRONK

stond met het hoofd
over de schouder

[..]

EN ER KWAM EEN MAN UIT MIJN OGEN GESTAPT
EN ER KWAM EEN MAN UIT MIJN OGEN GESTAPT
EN NOG EEN MAN UIT MIJN OGEN GESTAPT

[..]

In het gedicht ‘volksheld’ komt de titel van de cyclus, ‘Zwanendrifter’ voor. De volksheld stierf gelukkig,  maar in armoede. Men heeft sterke benen en een weke nek.
De slotcyclus, ‘Ze kwam voor een huwelijk’, gaat over jopie, jan en klaske en is bijna verhalend. Klaske komt onder een ‘mf’, motorfiets terecht, misschien de Vespa van jopie en jopie bezoekt haar op het kerkhof.  Eigennamen worden steevast met een kleine letter geschreven in de bundel.

jopie zette de fiets op de standaard
deed het hek open en liep
om de kerk heen

aan de achterkant lag klaske
in een graf dat haar vader en moeder
voor zichzelf hadden gekocht

jopie pakte zijn zakdoek
deed wat speeksel op het puntje
en begon de tekst op de steen
schoon te wrijven
de mus de zwaluw vindt een woning
haar jongen zijn in veiligheid.

Er is steeds sprake van een moeder met kind in de laatste cyclus. Van die moeder met kind is ‘de mus de zwaluw’ denk ik een metafoor. Ook in het hier geciteerde gedicht doet jopie onder moeilijke omstandigheden het goede. En er is sprake van een Amsterdammer (wordt daarmee de dichter Bruinja bedoeld?). Je zou bijna willen dat de hele bundel verhalend over jopie en klaske ging, maar dat is dus niet zo. En daarom hangt de dichter zijn kleren niet allemaal aan dezelfde kapstok. Hang  niet alle kleren aan dezelfde kapstok is een mooie afwisselende bundel met weemoed, pijn, slechtheid, maar vooral ook het goede.

***
Tsead Bruinja (1974) woont in Amsterdam en debuteerde in het Fries officieel met de bundel De wizers yn it read (De wijzers in het rood). Daarvoor gaf hij twee bundels uit in eigen beheer. Hij stelt bloemlezingen samen, recenseert, presenteert, interviewt en treedt op in binnen- en buitenland.