Hannie Rouweler

Hannie Rouweler (Goor, 1951) is dichter, schilder, vertaler. Ze debuteerde in 1988. Sindsdien zijn ruim 30 dichtbundels en enkele korte verhalen verschenen, waaronder vertalingen. Haar uitgeverij, Demer Uitgeverij / Demer Press, bestaat in 2018 tien jaar.
.


foto: Roelof Schuiling

I

We leven in arme tijden, de dichter
en zijn woorden –
met een beetje geluk
bereiken ze het einde van een straat
ontmoeten iemand
die er ballonnen aan ophangt:
kijk daar gaat de dichter en zijn woorden
ze vliegen over daken
en komen aan op een boerenerf
langs de waterkant
waar eenden rondzwemmen in het riet
een reiger stokstijf stilstaat –
daar liggen de woorden dan
te rusten bij stenen en een waterplas.

II

Vredig in zichzelf opgesloten
hebben woorden een tijdelijk bestaan
totdat de eerste regenbui klettert
op de harde buitenkant, de kern,
en vallen ze uiteen als brokstukken
dwarrelen door de koude lucht
als de wind in het oosten opsteekt.

III

De woorden zijn zo hopeloos zichzelf alleen
in deze late nacht dat ik mijn handen uitreik
naar alles wat ziek en verloren raakte
in de roekeloze tornado’s van deze tijd:
de wegversperringen, de loeiende orakels,
mijn toevlucht zoek tot enkele gevoelige
snaren die natrillen in de avondlucht
en jou bereiken als een ver gelegen ster.

Uit de bundel Good Bye Tot Ziens, Demer, 2017

Het beddensprei

Gehaakt in het oog van verblindende
patronen. De grammatica van het Grieks
dode taal van mijn overleden moeder.
Het sprei van haar kennis en geduldige hand

ligt nu onderin de kast. Het levendige latijn
van mijn vader. Schop in de grond, het wieden
van gras. Onkruid in zijn mond en dan spugen
tegen de wind. Hij bouwde vooruit en had een dak

boven zijn hoofd. Zo heb ik je lief met het zicht
van voortglijdende zeilen, schepen in de nacht.
Wij zien witte wolken voorbij de maan trekken.
Jij spreekt ik zwijg. Ik spreek jij zwijgt meestal

in jezelf. Ik heb jou in vele gesloten spiegels ontmoet
terwijl je niet veranderde. Misschien enkele dagen
in mijn afwezigheid. Ik leef nu in een roodgespreid
bed. Het sprei van schoonheid ligt boven onszelf.

Uit de bundel Rozen in december, Demer, 2017